Posts Tagged ‘wieke biesheuvel’

Wieke – Zet dat kind uit!

donderdag, december 1st, 2011

We willen even naar de zon en we boeken een huisje in een Grieks, all-inclusivepark. Vanaf het moment dat je uit je vliegtuig stapt, nemen andere personen het zelfstandig denken van je over en duwen je naar de plek waar je wezen moet. Grappig, hoe wij na de landing meteen dommer worden.

Op het vliegveld van Athene staat Dimitrus met een bordje. Wij lopen hem vijf keer voorbij. Dimitrus, gewend aan buitenlandse klungels, ziet aan onze zoekende gezichten dat we bij hem horen. Hij plukt ons uit de menigte en stalt ons bij de koffieshop: “Niet weglopen, ik moet nog op vluchten uit Parijs en Tel Aviv wachten en dan gaan we naar de bus.” [rectangle]Hij harkt alle gasten in een uur bij elkaar, maar dan mist er een familie. Net waren ze er nog. “Ze verschonen hun baby”, weet een van de Israëliërs. Het duurt en duurt. Zou het hele gezin in bad gaan? Hè hè, daar heb je ze. De baby krijst het vliegveld bij elkaar. Dimitrus neemt ons mee naar de bus en daar ontbreekt het gezin met de baby alweer. Dimitrus knarsetandt. “Allemaal de bus in en niet meer eruit!”, zegt hij streng.

Hij gaat de familie zoeken en komt na een kwartier zonder gezin terug. “We gaan!”, zegt hij verbeten. De Israëliërs worden woedend. Dat kan zomaar niet, desnoods gaan zij voor de bus liggen. En daar komen ze op hun dooie gemak aangewandeld – de kleine jankerd met papa, mama, en veel broertjes. Beladen met chips en cola. De buggy moet in het ruim en dient te worden ingeklapt. Moeder wil buggy in de bus, omdat het nog steeds gillende kind vastgezet moet worden. Mag niet van de chauffeur. Alle Israëliërs bemoeien zich ermee, de broertjes scheuren de chipszakken open en proppen hun monden vol.

Ik kan er niet meer tegen en spreek de papa aan: “Meneer, u hebt de boel nu drie kwartier opgehouden. Drie kwartier van ONZE tijd. U gaat nu gewoon doen wat de reisleider en de chauffeur zeggen.” Een Fransman voegt er in zijn eigen taal aan toe: “En zet dat kind uit!” “He says you should switch off your whining kid”, vertaal ik gedienstig. Het wonder geschiedt. Ze gaan zitten. Zuchtend neemt Dimitrus voor ons plaats. Hij draait zich om en fluistert mij toe: “If you want, you can have my job!” Waarop de baby, die net even stil was, een niets en niemand ontziende huilbui inzet.

Wieke – Slangendag

maandag, november 7th, 2011

Als de blubber is weggetakeld, kunnen we door. Mijn maag rommelt. We hebben vanochtend niet ontbeten omdat we zo vroeg zijn vertrokken. En dan denkt een voedselverslaafd mens als ik steeds aan eten. Spiegeleitje op warme toast, mmmm. Weer een bocht. Scheefhangen. Steun zoeken. Tolk Kaajal is in slaap gevallen tegen mijn schouder. Benijdenswaardig hoe zij overal kan dutten.

Dan veert ze ineens op. “Na de volgende bocht is er een restaurant!” Roept ze. Niet te geloven, zelfs slapend weet ze waar we zijn. Opgelucht stappen we de auto uit. Benen strekken en het restaurant in. Boven de deur hangt een verregend briefje, met een tekening van een slang. Het is vandaag nationale Slangendag.

Een slang, zegt Kaajal, wordt beschouwd als een god. Eén dag per jaar wordt hij aanbeden. De Nepalezen maken tekeningen van de slang, schrijven er wat lovends bij en plakken ze met koeienmest vast boven de ingang van hun huizen. De koe is heilig, haar mest dus ook en dat moet indruk maken op de slangengod. Er wordt wat geld geofferd en als dat er niet is, bloemen. Allemaal om hem gunstig te stemmen en hem ervan te weerhouden dat hij vandaag iemand bijt.

Mooi. Wij kunnen zonder angst voor slangen naar binnen. Op deze mistige, kille ochtend is het vuur in de oven van het restaurant heerlijk. De hele familie werkt hier mee. Ik ben gewaarschuwd in Nederland. De meeste Nepalezen zouden akelige darmbacteriën bij zich dragen, handen wassen doen ze niet en daarom moet je voorzichtig zijn met wat je eet en drinkt.

Zal wel, maar ik heb een hongerklop. Op dit moment zou ik zelfs geen geitenkopvlees weigeren. Een meisje komt langs met een kan water en een teiltje. Zo kunnen we onze handen wassen. We krijgen een potje bruine bonen en gekookte eieren voorgezet. Met lepels. Die worden speciaal voor ons afgespoeld. Nepalezen eten met hun rechterhand.

De familie gaapt ons ongegeneerd, maar vriendelijk aan. Zulke exotische gasten krijgen ze niet vaak. Ik voel dat de net verorberde bonen er meteen weer genoeg van hebben. Er is geen toilet. Buiten zoek ik een beschut plekje. Dat zal de familie vast ook zo doen. Wat een rustig idee dat de slangen zich vandaag gedeisd houden en als de slangengod weet te verhoeden dat ik ziek word van de bonen, is dat meegenomen. Maar als ik risicoloos wil leven, moet ik thuisblijven. En dat zou de ergst denkbare straf voor me zijn!

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Uit het blad 45

donderdag, november 3rd, 2011

Benieuwd naar Libelle 45? Bekijk dan het bladerboekje

In de Libelle webshop vind je alle kleding, schoenen en accessoires van de meest betrouwbare en leukste webshops.

Brief

  • Libellemeisjes
    Wij zijn acht Nijmeegse dames van vijftigplus die elkaar een paar jaar geleden nog niet kenden. Maar toen er een gezelligheidskoor ontstond in onze woonwijk, leerden de acht ‘zangeressen’ elkaar pas echt kennen. Na verloop van tijd ontdekten we onze gemeenschappelijke hang naar kunst, cultuur en shoppen. Sindsdien trekken we er jaarlijks samen op uit. Het eerste uitje was op een warme voorjaarsdag in Amsterdam. We bezochten de Hermitage en de Albert Cuyp-markt, om te eindigen op een sfeervol terras aan de gracht. Op de terugweg in de trein ontlokten we met ons gebabbel een melige sneer van een jongeman: ”jullie zijn zeker naar een Libelle-dag geweest?” Het idee om het clubje de ‘Libellemeisjes’ te noemen, werd geboren. Ondertussen bezochten we Den Bosch, Druten en Cuyk, en maakten we het schattige stadje Kleef onveilig. Het leven van vijftig-plussers is soms uiterst aangenaam. Hette IC Morrien.

  • 10 ideeën met bakbacon!
    Bekijk het recept voor een heerlijk borrelhapje met gedroogde pruimen, geitenkaas én bacon. Bekijk het recept.

  • 3x Kerstshoppen
    Kom helemaal in de stemming met schattige kinderkoren, haal de schaatsen uit het vet voor een rondje op de ijsbaan en laat je verleiden door de geur van versgebakken oliebollen. Dit zijn de gezelligste kerstmarkten van Engeland, Duitsland en Nederland.
    - Newcastle
    - Dusseldorf
    - Maastricht

  • Overige verwijzingen
    • Libelle zoekt u: Regelmatig is Libelle op zoek naar mensen die hun verhaal kwijt willen aan Libelle, of mee willen doen met een metamorfose. Wil je mee doen? Ga dan naar Libelle zoekt u en reageer!
    • Libelle Academy: leren voor je plezier, over dingen die u bezighouden. Dit kan via cursussen en workshops in het land, maar ook thuis, gewoon achter uw computer. Even vertrouwd, warm en betrouwbaar als Libelle en ook even praktisch: wat u leert, is meteen toepasbaar in uw dagelijkse leven. Meer lezen over Libelle Academy
Libelle 44 Libelle 43 Libelle 42
Libelle 41 Libelle 40 Libelle 39

[rectangle]

Wieke – Kleine potjes met grote oren

maandag, oktober 31st, 2011

 Overal voel ik handjes. Een jongetje snuffelt aan mijn arm. Een ander geeft me een bescheiden likje. Hoe ruikt, voelt en smaakt zo’n witte mevrouw? De kans om haar aan te raken zal zich niet snel weer voordoen. Een enorme klont kinderen hangt om me heen.

Het gaat te ver om al dit beeldige kroost met vliegen te vergelijken, maar bij het interviewen kan ik ze niet gebruiken. Onze begeleiders moeten ze bij ons vandaan zien te houden. Het liefst kropen ze in de camera’s van Freek en zouden ze dichtbij mij willen zitten. Het zijn schatjes, maar ik wil niet met vrouwen over heftige dingen praten met al die kinderen erbij. De omstandigheden zijn al lastig genoeg en kleine potjes hebben grote oren.

Grappig hoe wij met vier Nederlanders aan deze trip begonnen en hoe er steeds meer Nepalezen bij komen. Allemaal hebben ze wel iets te maken met dit project en ze willen er dolgraag bij zijn. Terecht, maar het is steeds een gevecht om wat privacy te scheppen bij een gesprek. Met een grote optocht komen wij iedere keer een dorpje binnen. Bij ‘dorpje’ moet je je een paar lemen huizen voorstellen, verbonden door smalle paadjes.

Bij een van de dorpjes is het kindertal enorm. “Ze moeten echt weg,” zeg ik tegen tolk Kaajal. Zij geeft het door aan een vrijwilligster en dan volgt er een grote schoonmaakactie. Rondom ons worden kinderen weggejaagd en naar een heuveltop gebonjourd. Vanaf een rots kunnen ze toch zien wat er beneden gebeurt. Net een theatervoorstelling, met alle kinderen in de balkonloge.

Maar wat zijn ze lief en leuk. Ernstig kijkende jongetjes, de toekomstige mannen en vaders in dit gebied. Prachtige meisjes. Ze zorgen voor elkaar. Elk kind sjouwt wel rond met een kleiner kind. Dit zijn sterke overlevers, als je bedenkt dat er zoveel kinderen hun vijfde verjaardag niet halen.

Wat zou ik graag een dagje blijven, om met ze te spelen. Ik fotografeer ze en het ondeugendste jongetje van de groep wil op de foto met een doek over zijn hoofd. Een kleine clown, met veel lol in zijn leven.

En nog liever zou ik over een aantal jaren teruggaan om te horen wat er van ze is geworden. De meesten gaan naar school. Het onderwijs is niet je dat, omdat leerkrachten liever lesgeven in gebieden die niet zo geïsoleerd liggen. Maar hun moeders staan inmiddels op de barricaden. Zij willen een beter leven voor zichzelf en voor hun kinderen. Met zulke moeders als voorbeeld hebben ze de belangrijkste levensles al te pakken: vecht voor je hachje en maak samen een vuist.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke – Manju is een cadeau!

maandag, oktober 3rd, 2011

Guitig, pittig, slim… er zijn zoveel bijvoeglijke naamwoorden van toepassing op deze leuke spring-in-’t veld die Manju heet. Ze is bijna afgestudeerd en werkte twee jaar als vrijwilligster voor de Nepalese ontwikkelingsorganisatie Restless Development. Manju trok de bergen in om vrouwen in afgelegen gebieden te leren hoe ze hun situatie konden verbeteren. Hier halen veel baby’s hun eerste levensjaar niet. De hygiëne laat te wensen over en vrouwen werken zo hard dat ze snel verouderen. Acht of meer kinderen baren is normaal.

Manju kent dit gebied als haar broekzak en ze spreekt de taal. Ik zie dat ze alles wat we meemaken opzuigt. Ze geniet van het contact met ons, afkomstig uit een wereld die ze niet kent en waarnaar ze nieuwsgierig is. [rectangle]Dankzij het voorbereidende werk van Manju en haar collega’s stappen wij in een gespreid bedje. Simavi zou hier als westerse organisatie alleen niets kunnen beginnen. Je hebt een partnerorganisatie nodig, zoals Restless Development, die meerdere filialen in het land heeft en die werken met vrijwilligers zoals Manju.

Benader de vrouwen via de jongeren die hebben gestudeerd en die uit het gebied komen – zij kunnen het vertrouwen winnen. Dat beleid werkt. Dankzij Manju vinden de vrouwen het geen probleem meer om met mij te praten. Eerst wel. Waarover moesten ze het dan hebben? Ze waren het niet gewend dat iemand wilde weten hoe het met ze ging. Onze tolk Kaajal is verbonden aan Restless Development en ook zij is onmisbaar.

Bij de slopende tochten omhoog, de bergen in, loopt Manju achter mij en bewaakt mijn welzijn. Ze wil van alles over mij en mijn land weten. “Mag ik het je vertellen als we boven zijn?” Smeek ik hijgend, “Vertel mij eerst maar over jezelf, ik luister graag!” Ik heb al mijn adem nodig om boven te komen.

Ze vertelt over de masterthesis die ze aan het schrijven is. Daarin behandelt ze de problemen van de Dalits, de ‘onaanraakbaren’ in de Hindoesamenleving. We hebben hier al een aantal Dalit vrouwen ontmoet en hun verhalen zijn schokkend.

Manju vertelt ‘haar’ vrouwen dat ze niet minder zijn dan wie dan ook. Ze moeten zich niet de hele dag rot werken als ze zwanger zijn. Ernstige verzakkingen zijn daarvan het gevolg.

“En ze moeten goed eten,” zegt Manju, terwijl ze me behoedt voor de zoveelste struikelpartij. Te zot, zij is zo klein dat ze onder mijn arm doorloopt en zij moet mij het leven redden op dit steile bergpad! “Een kind krijgen in deze omgeving is een aanslag op je gezondheid. Je kunt twee kinderen voeden en naar school laten gaan, bij meer wordt het al een probleem.”

“Bij jullie is alles zo goed geregeld,” vindt ze, “dat wil ik ook voor de mensen hier en daarom wil ik keihard voor ze werken!” “Manju,” zeg ik, als we boven zijn, “I want to take you home!”  Ze lacht uitbundig. Lieve, stralende Manju, ze moeten jou straks maar minister maken. Jij bent goud waard voor je land!

Tekst: Wieke Biesheuvel. Beeld: Freek Esser



Nu in Libelle, tot en met week 43: Puzzelmarathon in Libelle voor Simavi!
Lees meer over de krachtige moeders van Nepal. Steun ze, door mee te puzzelen. Er zijn mooie prijzen te winnen, waaronder een auto.

Wieke – Weg is de weg!

maandag, september 26th, 2011

We waren gewaarschuwd. Reizen tijdens de regentijd in dit deel van Nepal is niet ongevaarlijk, maar voor Libelle en Simavi doen wij alles – er mag geklapt worden. Vrachtwagens en bussen vormen een lang lint op de gladde weg. Men staat stil en wacht. Chauffeurs maken werk van hun vrachtwagens, leuk is dat. Ze zitten meer in hun auto’s dan thuis en ze versieren hun cabines uitbundig.

Ik loop naar de plek waar de lawine naar beneden is gekomen. In de bussen zitten vermoeide vrouwen met huilende kinderen. De mannen staan buiten te kijken. Het is een wonder dat er niemand is bedolven onder deze indrukwekkende berg modder. Vorige maand zijn er nog twaalf mensen, onder wie ook Nederlanders, omgekomen bij een aardverschuiving. [rectangle]Er schijnt een graafmachine onderweg te zijn, maar alleen de goden weten wanneer. We zien ons hier al de nacht doorbrengen, terwijl onze tijd zo kostbaar is. We hebben maar twee interviewdagen. Overal waar mensen hout kappen, heeft de modder vrij spel. Ik moet nog zien of een graafmachine de weg weer tevoorschijn krijgt uit deze bende. En dan nog… je glibbert zo de afgrond in en die is griezelig diep.

Wij, de drie vrouwen in het gezelschap, gebruiken mijn XXL regencape als plashokje. Met al die gluurders langs de weg, links de rotswand en rechts de afgrond, moet je toch wat. Aha, daar hebben we de graafmachine! Met twee politieagenten erop. Zij gaan het regelen. Niet te geloven, in tien minuten hebben ze de modder in de afgrond gekieperd. Hopelijk staan er geen huizen op de hellingen.

Het is lap- en stopwerk, maar we kunnen er langs! ‘Dit gebeurt dagelijks in de regentijd,’ zegt de chauffeur. Hij praat niet of nauwelijks, dit is zijn eerste lange zin. Wij gaan ervan zingen, zo blij zijn we dat we door kunnen rijden. Ons lied is nog niet uit, of de tweede aardverschuiving dient zich aan. Gelukkig is de graafmachine nog in de buurt. Met de politie. Oom agent is hier je grootste vriend.

Het is donker als we in het Lord Buddha Guesthouse in Silgadhi aankomen. Een bed, een kraan waar water uitkomt en een eigen toilet. Zonder doortreksysteem, maar een emmertje met water werkt ook. Op dit soort reizen moet je je behoefte aan privacy thuislaten, maar die eigen doos is een onverwachte luxe, na alle geïmproviseerde plasplekken tijdens de reis.

De wastafel zit wat losjes aan de muur geplakt. Ineens sta ik met het hele ding in mijn handen. Geen nood, ik duw hem terug en hij blijft gelukkig zitten. Ik durf er niet eens meer naar te kijken. Onbelangrijk. We zijn er! Zonder ongelukken. We gaan meteen na het eten en een biertje (wat is dat lekker na deze trip) naar bed. Morgen om zes uur op, de bergen in!

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Wieke – Dikke, witte kadetten!

maandag, september 19th, 2011

We zijn met Simavi op weg naar een gebied waar moeders vechten voor een gezonder en beter leven voor henzelf en hun kinderen.

Het is een ingewikkelde tocht van Kathmandu naar Doti, in het westen van Nepal. “Ze zien er nooit blanken,” zegt tolk Kaajal. Met een vliegtuigje van Buddha Air (hopelijk houdt Buddha ons in de gaten) vliegen we naar het stadje Danghabi in het westen.

Daar aangekomen gaan we per auto verder. We weten op dat moment niet dat we nog zes uur lang honderden haarspeldbochten te gaan hebben. Bij elke bocht toetert de chauffeur. Je weet nooit wat er in aantocht is. Vee loopt op de openbare weg en of je nu een koe of een mens doodrijdt, de gevangenisstraf voor deze vergrijpen is gelijk. Je wordt jaren opgesloten.

Ik vraag Kaajal wat er op een bord bij de ingang van een dorpje staat. “Hier is plassen en poepen in open veld verboden! Ga naar het speciale weitje!” En dan ben je qua hygiëne al heel goed bezig – er worden van overheidswege zelfs oorkondes voor uitgereikt. Ondertussen is er dus nergens een toilet. Op het bord (zie foto) staan ook vliegen afgebeeld met teksten als: “Hier is niks te halen, laten we ergens anders heengaan!” [rectangle] Om dat speciale veldje nou op te zoeken? We zijn al tijden geen verkeer tegengekomen. Marina van Simavi, Kaajal en ik moeten alle drie. Stoer beweer ik dat geen mens ons zal zien in de berm. Ik ga eerst, achter een rotsblok, zodat de anderen niet mee hoeven te genieten. Dan doemt er achter mij een zwaar beladen bus op en de joelende passagiers hebben uitzicht op twee witte, onvervalst Hollandse kadetten. Kaajal giert het uit: “Daar wordt nog járen over gepraat!”

Jammer dan! “We zien die mensen nooit meer,” zeg ik tegen Kaajal, “en wat moeten we anders?” Dat geldt ook voor de Nepali. Wat moeten ze anders als een toilet iets is van een andere planeet? We rijden verder, zo langzamerhand nogal verkrampt, omdat we ons bij elke bocht moeten vasthouden. Een soort callanetics en we dollen dat we na deze tocht als spierbundels de auto uit zullen stappen.

Als ik naar buiten kijk, waar vrouwen met loodzware manden op hun rug lopen, durf ik niet te piepen. Wat zou het schelen als ze vervoer hadden. Een enkeling heeft een ezel. Wat zal ik aantreffen straks? Ik kijk ernaar uit om met de vrouwen te kunnen praten, samen met Kaajal. Maar eerst krijgen we nog een bochtje of vijftig!

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Vanaf week 40 tot en met 43: Puzzelmarathon in Libelle voor Simavi!
Lees dan meer over de krachtige moeders van Nepal. Steun ze, door mee te puzzelen. Er zijn mooie prijzen te winnen, waaronder een auto.

Wieke – Kleuter en al godin!

maandag, september 12th, 2011

Op YouTube zie ik een filmpje dat er niet om liegt. Er zijn in de loop der eeuwen veel meisjes uitverkoren tot Kumari, maar het onbezorgd kleuter en meisje zijn kunnen ze vergeten. De bevolking van Nepal en India weet zeker dat hun godin Taleju, of Durga, zoals ze in India heet, in het uitverkoren meisje huist. Worden ze ongesteld, dan verlaat de godin het lichaam en dan mag het meisje weer gewoon kind zijn. Hoewel ik vraagtekens zet bij ‘gewoon’. Hoe ga je terug van een godinnenbestaan naar dat van een normaal meisje? In het filmpje speelt een inmiddels 19-jarige ex-Kumari met een Barbiepop.

Kumari moet voldoen aan de 32 eisen van perfectie, waarbij wordt gelet op schoonheid, stemgeluid en nog veel meer kwaliteiten. Net als bij Ganesha met zijn olifantenhoofd, heb ik mijn twijfels. Maar zo zullen De Nepali zich verbazen over geloofszekerheden van christenen: iemand is uit de dood opgestaan, nadat hij eerst naar de hel was afgedaald om voor de zondige mensheid boete te doen. Zodat wij niet naar dat verschrikkelijke oord hoeven. Ook dat klinkt als een sprookje.

Bottomline
: laat iedereen geloven wat hij wil, val niemand lastig met jouw overtuigingen, want religie is een persoonlijke zaak.

Terug naar Kumari. Nepal is ervan doordrenkt. Je ziet het derde (wijze) oog van Kumari overal in het land. Ook in India trouwens. Op vrachtwagens, deuren, en natuurlijk getekend op het voorhoofdje van Kumari. [rectangle]Er zijn meerdere Kumari’s en de op één na belangrijkste woont in een paleis op Durbar Square in Patan, een wijk van Kathmandu. Men gelooft dat de godin in alle vrouwelijke wezens in het heelal verblijft. Maar een jong meisje wordt verkozen boven een volwassen vrouw, vanwege haar zuiverheid en deugdzaamheid. Op straat zie ik honderden mooie meisjes die zomaar Kumari zouden kunnen worden.

Kumari gaat haar paleis uit tijdens festivals en ze mag alleen omgaan met kinderen van degenen die haar verzorgen. Ze is altijd gekleed in rood. Men draagt haar, want als haar voeten per ongeluk de grond raken, verdwijnt de godin uit haar lichaam. Gelovigen mogen haar heilige voeten aanraken, hopend dat ze zo minder narigheid zullen ondervinden.

Kumari maakt de mensen op haar eigen manier duidelijk wat ze te verwachten hebben. Schreeuwt ze, of lacht ze hard, dan is er ziekte of dood in aantocht. Huilt ze of wrijft ze in haar ogen: je staat met een been in je graf. Beeft ze? Naar de gevangenis! Klapt ze in haar handen, dan heb je alle aanleiding om bang te zijn voor de koning (die er overigens sinds 2001 niet meer is). Als ze in het eten zit te prikken dat je hebt meegebracht, dan zal het slecht gaan met je geld. Blijft ze stil, dan is dat het teken dat jouw wensen worden verhoord.

Tegenwoordig gaan de Kumari’s gewoon naar school. Men ziet in dat ze verder moeten als ze Kumari-af zijn. Het is bizar, wonderlijk en mysterieus. Ze fascineert me. Ik heb haar niet gezien, maar dat zal me de volgende keer dat ik in Nepal ben niet gebeuren. En dan maar hopen op een doodstille Kumari als ik haar voeten aanraak.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Wieke – Rokjesdag in Kathmandu

maandag, september 5th, 2011

Jurkjes die we onze dochters niet laten dragen vanwege een te overdadig snoeperigheidsgehalte. Maar waarom eigenlijk niet? Ik neem het ene na het andere prinsessenjurkje in mijn handen en wat zou ik vroeger extatisch gelukkig zijn geweest met zo’n jurk!

Hebberig ploeg ik de rekken door en ik kan niet kiezen. Want dat ik er een paar mee naar huis ga nemen is zeker. Mijn kleindochters verkeren in de prinsesjesfase. De slordig afgeraffelde verkleedkleren bij Intertoys die na een dag spelen uit elkaar vallen, halen het niet bij deze mooi afgewerkte jurkjes, die nog geen tientje kosten.

Drie roze bonbonnetjes neem ik mee en ik moet er steeds weer naar kijken, zo mooi vind ik ze zelf. Roze wolken tule, satijnen linten, geborduurde rozen en veel glitter, wat zullen de dametjes er blij mee zijn. Hier menen ze die jurkjes. Tijdens festivals, die we nog gaan meemaken, zullen we alle meisjes in die baljurkjes zien lopen.

Maar ook voor volwassen vrouwen is er zoveel verleidelijks. Alleen, zou ik een sari met toebehoren aantrekken, dan hebben we het over de bekende vlag op de modderschuit. Als ik voor de grap naast een etalagepop ga staan, is het meteen duidelijk waarom ik voor joker zou lopen in zo’n outfit. Maar oooo, wat zijn ze mooi. Rood, goud, oranje, geel… de kleuren waarop ik altijd val. Een sari is zeven meter breed en voor je die om je heen hebt gedrapeerd, ben je als westerling een half uur verder.

Ik kan me ineens de gemoedstoestand van mannen voorstellen die in het geniep graag in vrouwenkleren rondlopen. Want wat denk ik nu? “Zal ik er eentje kopen en die ’s avonds aandoen, als er niemand thuis is?” Om me heel even een prinses te voelen?

Alle vrouwen zien er hier uit als prinsessen. Ook al wonen ze in armoedige hutjes. Het is prachtige, vrouwelijke kleding. Al eeuwen min of meer hetzelfde, dus niemand maakt zich druk over mode en trends. Het valt me op dat bijna alle vrouwen in Kathmandu sari’s dragen, of flatteuze lange jurkjes over een nauw toelopende, bijpassende broek. Met bijpassende shawls. Ze zijn elegant tot in hun tenen en in die straten vol prinsessen voel ik me een lompe reuzin, met ook nog eens hele stomme kleren.

In een winkel met lange rokken probeer ik of dat een beetje wil. Ze staan me niet. Niks aan te doen. Maar in Kathmandu is het altijd rokjesdag en wat is dat een zegen voor het straatbeeld!

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke – Geloof in je tuin!

maandag, augustus 8th, 2011

Dat je weet wie iemand is als je zijn boekenkast bekijkt is onzin. Zeker als die persoon de helft niet heeft gelezen. Aan onze tuin kun je wél precies zien wie wij zijn, want elke plant hebben we er zelf in gezet. Rare kleurencombinaties, hoog voor laag, fout gesnoeide struiken en onze dodenakker. Daar kwak ik planten neer waarvan ik denk: hopeloos! En vaak doen ze het daar dan ineens wel.

Gaat u mee naar mijn tuin? Weer eens wat anders dan al dat buitenland. Tot mijn verbazing zijn mijn pompoenplantjes geëxplodeerd en glimmen er twaalf knaloranje pompoenen aan de dikke stengels. Ik had ze in maart onder glas gezaaid, uitgezet op een overbodige strook grond en kijk de enthousiastelingen nou eens! Geen idee hoe lang ik ze nog moet laten zitten. Worden ze nog twee keer zo groot of is dit het? Het zakje is kwijt, dus ik weet niet meer hoe ze heten. Als ze wat rimpelig dreigen te worden slacht ik ze, dat lijkt me de beste benadering. Alleen vertel ik ze dat niet, anders is de lol er goed af voor ze. [rectangle]

De appelboom spuugt appels. Hier en daar een gaatje, wrat of vlekje en in de winkel zie je die nooit, omdat wij appels zonder onvolkomenheden wensen. Als we mensen daarom ook van de lopende band af zouden gooien, bleef er niemand meer over. Een rups moet ook eten en waarom geen appel? Met een mesje ga ik de appels te lijf en als je de stukjes even smoort met wat roomboter en kaneelsuiker, wil je nooit meer wat anders dan een Echte Biesheuvelappel met gaten, wratten en vlekken.

De Acanthus bloeit. En hoe. Het is een nazaat van een stek die ik ooit cadeau kreeg van mijn overbuurvrouw in ons Groningse dorp. Bij elke verhuizing, en dat waren er zes, nam ik steeds een stukje plant mee. Wat deed hij steeds zijn best, maar als je zes keer opnieuw moet beginnen, zakt de moed je toch in je gedeeltelijk geamputeerde wortels? Niet gek dat hij er steeds wat kwijnend bij hing. Maar nu? Eindelijk doet hij het weer net zo mooi als 20 jaar geleden.

Als ik alle planten heb toegesproken (altijd doen hè, als je wilt dat ze het leuk hebben bij jou), vind ik nog een laatste papaverbloem. Zijn familie heeft het bijltje er al bij neergegooid, maar hij heeft gewacht tot ik thuis was en heet me vlammend welkom. Als ik goed luister, hoor ik wat hij zegt. “Jij dacht dat het niks meer werd met mij hè?” Inderdaad, dat dacht ik. Regendruppels op zijn blaadjes? Welnee. Hij huilt van aandoening, omdat ik zeg dat ik altijd in hem zal blijven geloven. In hem en in zijn collega’s Acanthus, Appel en Pompoen.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Winnen!

Wil jij ook zo graag een appelboom, net als Wieke?

Libelle mag 5 appelspaarpotten van hippekamerenzo weggeven zodat je kan sparen voor zo’n leuke appelboom!
Deze winactie is helaas afgelopen. Deze actie duurt tot 29 augustus. Lees ook de overige spelvoorwaarden. Kijk voor meer winacties op Libelle.nl/winnen

Wieke – Heimwee

maandag, augustus 1st, 2011

Er zitten maar zestien uur tussen mijn paalhut en de voordeur in Nederland. Hier lijkt niets op thuis. Hoe lang zal het duren voor hier de eerste fabriek verschijnt? Het is nu allemaal handwerk. Het afgraven van zand voor de bouw, de zoutwinning en het verzamelen van hout om mee te koken. Het is verboden om zomaar bomen te kappen. Niets wordt omgehakt zonder dat het ooit de kans krijgt weer terug te komen. De geulen, ontstaan door het afgraven van zand, spoelen straks vanzelf weer dicht en daardoor ontstaat dit licht heuvelachtige landschap.

Bovenin palmbomen hangen plastic flessen. Daarin wordt rubber opgevangen. Wordt dat niet gestolen? Matthias: “Nee, dat komt niet in ons op. Er zijn maar twee mannen die weten hoe ze in die hoge bomen moeten klimmen. Stelen zit niet in ons, wij zijn van elkaar afhankelijk en daarom is het beter dat je je plaats kent en doet wat je moet doen en dat je laat wat je pet te boven gaat.”

Ik denk aan de Senegalese jongemannen die ik wel eens in Zuid-Europese straten of op stranden tegenkom, met tassen vol handel uit hun land. Hier zie je ze niet, omdat er weinig werk is. De vrouwen doen alles, geholpen door de oudere mannen en de kinderen. [rectangle]Het geld dat de mannen vanuit Zuid-Europa opsturen, wordt door hun familie gebruikt voor schoolgeld, voedsel en het bouwen van huizen. Wat zullen ze heimwee hebben naar thuis, naar de vredige brousse, die zo vergroeid is met de bevolking. Spectaculair is het allemaal niet, maar de rust, de geluiden van met hun blote handen werkende mensen en zingende vogels zijn een verademing en nu is het bijna voorbij.

Dit is de werkelijkheid van de broussebewoners. Ik heb er even aan mogen proeven en ruiken, zonder er daadwerkelijk deel van uit te maken en dat zorgt voor een onbestemd heimwee. Heimwee dat nergens op slaat, want dit leven is mijn werkelijkheid niet. Toch voel ik het zo. Mijn verblijf hier heeft me tot nadenken gestemd. Wat en wie wil ik zijn? Hier zijn de mensen radertjes van een gesmeerde ketting – ze schuiven in elkaar, onmisbaar in het geheel. Vriendelijke, tolerante mensen, die iets voor elkaar over hebben.

Maar ook hier droomt men van succes en daarbij horen auto’s, televisies en fabrieken. Maar ook vervuiling en egoïsme en daarvan zijn ze zich nog niet bewust. Einstein zei het al: probeer geen succes te worden, maar waardevol te zijn. Alleen heb ik gemakkelijk praten, met een auto voor de deur, een pc, telefoon en televisie. In te veel succes verzuip je, net als in te veel water. Waardevol proberen te zijn. Dat laatste wil ik vasthouden.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Winnen!

Libelle mag van Beadies4life 5 verschillende kettingen weggeven. Deze sieraden zijn handgemaakt en worden geimporteerd vanuit Oeganda, Ghana en Kenia. Het geld dat aan de sieraden verdiend wordt gaat rechtstreeks naar de makers van de sieraden toe.

Wil jij zo’n mooi sieraad winnen? Laat je gegevens achter op het winformulier en vertel in het oplossingsveld welke van de vijf sieraden je wilt winnen. Deze actie duurt tot 22 augustus. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Oogkleppen op en poep in je oren

maandag, juli 25th, 2011

Dit zijn niet mijn woorden. Bij het avondeten blaat een blasé verzameling van Italianen en Engelsen deze, zogenaamd grappige, kritiek keihard om zich heen. Deden ze het maar in het Italiaans, dan had niemand er last van. Maar ze spreken op hun manier Engels. Minachting alom: kale bomen en pelikanen. “If you see one, you have seen them all!

Zien ze niet wat ik zie? Schitterende vogels, zomaar een bloeiende struik in het zand, een krab met een dessin dat je niet verzint en de ontspannen, pure mensen? Voelen ze de rust van dit landschap niet? Die enge lui wil ik morgenochtend niet meer zien of horen. Ik smoes met de ober. Hij zal het ontbijt op mijn steiger zetten.

Ik spuug vuur vanwege die dansende negers in rieten rokjes en de gapende barman. Vertaald naar Nederland: je wilt op klompen hossende Nederlanders in klederdracht zien en Heineken drinken. Wat weet je dan over ons land? Wat weet dit oogkleppen dragende gezelschap, met poep in hun oren, straks over Senegal als ze – hopelijk snel – vertrekken? [rectangle]

De volgende ochtend komt de ober koffie en stokbrood brengen. Erfenis uit de koloniale tijd: heel Senegal eet stokbrood. Hij grinnikt dat de Italianen op bekvechtende pelikanen lijken. De peli’s ruziën alweer over een visplek, vlak voor onze neus. De ober vindt het geestig dat ik nu toch met zeurende wezens ontbijt, al zijn het vogels.

Gisteravond klaagden de Italianen ook nog over taai brood. Met een hooghartig handgebaar stuurden ze het mandje terug. Je zou toch wensen dat ze in pelikanen veranderden. Het is afzien, om zo voor je eten te moeten vechten. Wij hebben een geweten mee gekregen, opdat we ons niet al te schandalig en hebberig gedragen tegenover onze soortgenoten. Ik bespeur geen geweten bij vogels en vissen. Ieder voor zich. Daar draait het om, als je lang wilt leven om zoveel mogelijk genetisch materiaal in volgende generaties achter te laten.

De ober en ik kijken naar de vogels en hij lijkt mijn gedachten te raden als hij zegt:”die vrijheid, gelijkheid en broederschap waarover Fransen het hebben, daar komt maar bij vlagen iets van terecht in de wereld. Het is, net als bij de dieren, ieder voor zich.”

“We zouden als mensen pas gelijk zijn”, vervolgt hij, “als ook Senegalezen zomaar het vliegtuig zouden kunnen pakken, om naar jullie groene landen vol heerlijke regen te gaan.” Hij zegt het peinzend, niet om mij te beledigen. Hij heeft gelijk. Fair Trade? Echt niet.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Wieke – Hikkend over de loopplank

maandag, juli 18th, 2011

Hij trok me de loopplank op, die tussen het restaurantje en mijn hut ligt. Ik zag geen hand voor ogen. “Voorzichtig”, waarschuwde hij, “anders val je in het water!” Jakkes, hoe diep zou het hier zijn? Eenmaal op mijn eilandje zei hij, stikkend van het lachen: “Haha, er was helemaal geen water, goed gedaan madame! Ik wilde controleren of u gedronken had!”

Ik zag de humor er wel van in, al was ik doodmoe. Zijn standaardgrap bij nieuwe gasten, zo weet ik nu. Je moet iets maken van je baan en dat doet hij. Hulde.

Elke avond drink ik een papaya-rum bij Diouff, de barman met wie ik vriendschap heb gesloten. “Nog maar eentje?” Vraagt hij. Hij wacht mijn antwoord niet af en schenkt bij. Het is ongelofelijk lekker spul. “De laatste”, zeg ik, “anders word ik nog dikker.”

Diouff houdt een bevlogen verhaal over Senegalese mannen die niet van magere vrouwen houden. Veel vlees graag. Vooral achter en voor op strategische plekken. En daarom ben ik precies goed, vindt hij. Er komen meer jongens van het personeel meepraten. Zeker, vrouwen moeten dik zijn. “Jullie willen dus dat wij luchtbedden zijn waarop het prettig neerploffen is?” Vraag ik. Ze gillen van plezier. Het levert me een papaya-rum van het huis op. [rectangle]

“Diouff, jij bent zo mager!” Zeg ik. Dan wordt hij serieus. Hij is erg afgevallen sinds zijn scheiding. Zijn vrouw is weggelopen, zonder iets te zeggen en hun zoontjes wonen bij hem. Zijn ouders zorgen voor ze. “Ik zou wel een nieuwe vrouw willen”, zegt hij, “maar ik heb geen tijd om er eentje te zoeken en het moet wel iemand zijn niet wegloopt.” “Zoals die wilde merries hier,” zeg ik. “Jammer dat je zo kort blijft”, vindt Diouff, “we kunnen lachen en ook serieus praten.” Klopt. Zijn visie op de wereldpolitiek is verfrissend. Hij weet veel. Via de radio. En radio trottoir - de verhalen van mond tot mond. Elke gast brengt nieuws mee en van luisteren word je wijs, zegt Diouff. “Nog eentje dan?” “Doe maar!”

Het is al donker als ik van de barkruk opsta om naar mijn hut te gaan. Oef, de rum zit in mijn benen. Ik laat me niet kennen en voetje voor voetje wankel ik redelijk recht over de loopplank naar huis. Daar is de nachtwaker. “Madame”, zegt hij, “kom er maar af hoor, er is helemaal geen water! Al dagen niet!” O. Hik! Na vier van die goddelijke versnaperingen weet een mens niets meer zeker. Alleen dat je als vrouw pas wat voorstelt als je op een luchtbed lijkt.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke – Opzij opzij opzij

maandag, juli 11th, 2011

Ik hoor ze aankomen en kan nog net achter een bosje springen. Daar remmen ze, stofwolken en veel gehinnik. Gelukkig zijn ze niet in mij geïnteresseerd maar in het bosje, waar plukjes gras omheen groeien. Losgebroken paarden? Ik durf geen stap meer te verzetten. Voorzichtig loop ik achteruit, waar bomen zijn.

’s Middags wandel ik naar de brousse, zoals elke dag. Ik loop door groepen vredig grazende koeien door. Mooi om te zien hoe flink uit de kluiten gewassen kalfjes toch nog bij hun moeder een versnapering komen halen. Zo hoort het voor mijn gevoel. Ik ben al een heel eind de brousse ingelopen, als ik hoefgetrappel hoor. O jee, daar heb je ze weer! [rectangle]Dit keer is het één paard, maar vanochtend was hij er ook bij. Ik herken hem aan het touwtje om zijn nek. Hij is dus wel van iemand. Als een dolle rent hij op me af en als je niet opzij gaat, lig je op de grond. Ik schiet achter de eerste de beste baobab.

’s Avonds vertel ik het aan de bar en de jongens daar roepen meteen ach en wee. Het gaat om merries en die misdragen zich altijd. “Vrouwen hè?” Grijnst de barman. Geen land mee te bezeilen en daarom laten de eigenaren ze gewoon loslopen. Er lopen tientallen merries door de omgeving. Ze komen naar huis als ze honger of dorst hebben. Ondertussen jagen ze iedereen de stuipen op het lijf met dat onvoorspelbare gesjees. Iedereen jaagt ze weg, want een paard in je moestuin kan ervoor zorgen dat de hele oogst wordt verpest. Een regelrechte plaag, maar niemand doet er wat aan.

Ik vind het wel wat hebben. De mannetjes laten zich braaf voor de karren spannen en hebben een geweldige relatie met hun baas, zoals Wally over wie ik vorige week schreef. En deze madammen doen precies waar ze zin in hebben. De volgende dag zie ik Angèle weer, die zich drie slagen in de rondte werkt in haar zoutkuil. “Jullie zouden een voorbeeld aan die paarden moeten nemen,” zeg ik. “De mannen werken en zij nemen vakantie. Eten krijgen ze toch wel.” Angèle schatert. Zo had ze het nog nooit bekeken. Die rotpaarden zijn ook haar een doorn in het oog. Dan duwt ze mij een mand met zout in de handen: “Hier. Draag maar naar boven, ik neem vast vakantie. En die paarden nodigen we binnenkort uit voor een vergadering!” Want ze is het met me eens. Zij doet, als vrouw, iets toch niet helemaal goed!

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Wieke – Wally, het wijze paard

maandag, juli 4th, 2011

Op de kar ligt een oude matras, bij wijze van bank. Ik klim erop en Matthias spoort Wally aan. Zonder zweep. “Wally weet wat de bedoeling is,” zegt hij, “ik ben erg voor een begripvolle conversatie over en weer. Dat zouden meer mensen moeten doen.” Ik vind Matthias nu al leuk. “Als ik met jou praat,” legt hij uit, “weet Wally dat hij moet stoppen en als ik marche zeg, loopt hij door. Wij laten elkaar uitpraten. Als hij even geen zin heeft stopt hij. Dan wil hij wat eten of drinken.”

We hobbelen door de brousse. Ik ben verslingerd aan dit gebied. Matthias wijst me op de Abessijnse Rowler, een schoonheid van een vogel. Als je zo beeldig bent, zou ik ook op de hoogste tak gaan zitten. Het is krankjorum, maar als ik Matthias vraag om te stoppen zodat ik de vogel kan fotograferen, houdt Wally meteen op de plaats rust. “Je kunt net zo goed met hem alleen gaan,” zegt Matthias, “hij weet alles.” [rectangle]

Ik zie gesluierde vrouwen lopen en ik vraag of Wally weet hoe de verhoudingen tussen moslims en christenen zijn. Matthias buldert van het lachen, maar vertelt dat er hier nooit problemen zijn.

Integendeel. De katholieken hebben bijgedragen aan de bouw van de moskee en de moslims betalen mee aan reparaties van de kerk. Op de katholieke school zijn de kinderen van moslims welkom. Over en weer worden de kinderen bij elkaars vieringen, zoals communie en Suikerfeest betrokken. “Wally zegt dat het al heel lang zo gaat,” lacht Matthias, “en hij is ouder dan ik!” Ik vraag hoe oud Wally is. “183, hij is een wonderpaard.” Hij rolt bijna van de kar af van het lachen.

Bij de kerk stoppen we en we lopen naar binnen. Wat voelt het vreemd om hier een Mariabeeld te zien. De moskee is helaas dicht. De gebouwen staan bij elkaar om de hoek. Zou Wilders wel eens op dit soort plekken komen?

Matthias is moslim, maar zijn zoontje gaat naar de katholieke school. De openbare school is gratis, maar het onderwijs op de katholieke school is veel beter. “Met dit ritje,” vertelt hij eerlijk, “heb ik weer voor drie maanden schoolgeld.” We hebben het over €22,-, maar dit is niet zomaar een taxiritje, we doen er uren over en de verhalen krijg ik er als bonus bij. En laten we wel wezen, zouden de lonen gelijk worden getrokken, op Europees niveau, dan zou er zoveel minder reden voor corruptie en wantrouwen zijn. Daar zit de angel. Niet in islamisering. Matthias concludeert: “Wally trekt zich van verschillen in religie niets aan. Dus ik ook niet.”

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke – Zout op je huid

maandag, juni 27th, 2011

Op een middag sta ik te kijken bij zo’n kuil, waarin een vrouw in haar eentje gebukt staat te ploeteren. Hier wordt op een eeuwenoude manier zout gewonnen. Het grondwater en de regen verdampen en laten grofkorrelig zout, vermengd met magnesium en mineralen achter. De mannen graven de kuilen en de vrouwen halen het zout eruit. Als ik “bonjour madame” roep, komt ze naar boven, met een zware mand vol kleddernat zout.

Ze heet Angèle en ze doet me denken aan een mooi, gespierd Fries werkpaard. Een trotse vrouw. Ze grijpt naar haar rug. Die doet een beetje pijn, zegt ze. Elke dag staat ze om vijf uur op en dan loopt ze een uur naar haar kuil. Ze schept de zware modder in een mand en zeeft het water en zand eruit. Het zout blijft over. Dat is vies, maar ze spoelt het diverse keren schoon. “Op het heetst van de dag loop ik naar huis,” zegt Angèle, “want het zout brandt in mijn huid en dat moet ik er met zoet water afspoelen.” [rectangle]

Vanuit haar kuil loopt ze tientallen keren heen en weer naar een grote container, gevlochten van twijghout. Daarin legen alle vrouwen uit de omringende kuilen hun manden. Ze dekken de boel af met oude lappen, om het moeizaam gewonnen zout te beschermen tegen koeien, vogelpoep en ongedierte. Pas als de zon ondergaat, stopt Angèle met werken. Ze heeft een wond op haar kuit. Wat zal dat schrijnen in het zoute water.

Wie betaalt haar, vraag ik. Degenen die het zout opkopen en ze werkt samen met andere vrouwen. Slopend werk en een aanslag op je rug. Per dag verdienen ze €2, -.

“Als ik een emmer op mijn hoofd draag bij het naar huis lopen,” zegt Angèle, “loop ik rechtop en dan herstelt mijn rug zich weer.” Haar kinderen gaan naar school en dat is gratis, maar ze moeten nette kleren hebben. Daar werkt ze hard voor. Later blijkt dat ik haar dochter op het strand heb ontmoet. Het meisje had thuis verteld over een blanke vrouw, met wie ze hadden gespeeld en gepraat. En dat die vrouw had gezegd dat mannen geen vrouwen mochten slaan. Ze steekt haar duim omhoog.

Mag ik een foto maken? Dat mag, mits ik haar iets geef. Ze heeft gelijk. Ik weet nu al dat ik een verhaal over haar zal schrijven. Over háár leven, een verhaal waarmee ik geld verdien. Ik geef haar wat. “Voor je kinderen.” zeg ik. Ze steekt haar duim weer omhoog en een aanstekelijke lach borrelt op vanuit haar onderbuik.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Wist je dat zout ideaal is om mee te scrubben? Il Sapone verkoopt scrubzout dat is gemaakt van zout uit de dode zee. Libelle mag van Il Sapone 5 potten met scrubzout weggeven. Wil jij kans maken? Vul het winformulier in en vertel bij het oplossingsveld welke geur je graag zou willen hebben. Deze actie duurt tot 18 juli. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Een ingebouwd horloge

maandag, juni 20th, 2011

Op een ochtend zegt een visser dat de pelikanen jaar in jaar uit, exact om half zeven ’s morgens deze lagune binnenzeilen om daar een hysterisch kabaal te maken, samen met hordes krijsende meeuwen. Als het gekrakeel de volgende dag weer begint kijk ik toch op mijn horloge: precies half zeven!

De herrie gaat over het visplekje. Kleine visjes schieten met honderdduizenden tegelijk ook om halfzeven voorbij. Rond half elf en half drie komen ze wéér, met de pelikanen en meeuwen in hun kielzog. De visser vertelde me dat die visjes weer afkomen op nog kleinere diertjes met hetzelfde tijdschema. Zou je die wezentjes uit de voedselketen halen, dan gooi je het hele systeem overhoop. [rectangle]

Boven in de Baobab zitten Kingfishers, prachtige zwart/witte vogels die elkaar van een bepaald takje afjagen, omdat het hun takje is. Ik ben hier al een poosje en omdat ik elke dag op mijn steiger zit te lezen, zie ik dat ze steeds op hetzelfde takje zitten. Op de tijden dat de peli’s, meeuwen en visjes voorbijkomen.

Een Kingfisher is een circusartiest. Bespeurt hij vanaf zijn persoonlijke tak een visje, dan vliegt hij op, hangt even doodstil in de lucht en laat zich als een bom vallen. Grijpt de vis met zijn lange snavel, komt na een tiende seconde uit het water, vliegt terug naar zijn tak en daar slaat hij het visje dood tegen een dikkere tak.

Nu is er één meeuw slimmer dan de rest. Hij verwijdert zich van zijn collega’s en zwemt van je ‘tralala-ik-doe-toch-niks’ suffe rondjes. Als de Kingfisher een bommetje maakt en bovenkomt met zijn visje, vliegt de meeuw tegen hem op en pakt het hapje af. Meeuwen zijn lang zo handig en lenig niet als de kingfisher, deze meeuw laat hem het werk doen. Pelikanen doen hun snavel open zodat de vis er vanzelf inzwemt.

Daar ben je dan als vis zo lang druk mee geweest: zorgen dat je in leven blijft. Je bent er, dan wil je blijven ook. Wat zou het slim zijn als die kleinste diertjes een keer om half acht langs zouden komen in plaats van om half zeven. Maar ja… geen hersens hè? En of de wereld nou is opgeknapt van op volle toeren draaiende mensenhersens? Hier zie ik dat deze oeroude volgorde van consumeren werkt. Er blijven genoeg meeuwen, pelikanen, kingfishers, visjes en eencellige diertjes over. Ze weten instinctief hoe laat het is. En daardoor weet ik het nu ook. Mits ik altijd hier op deze overzichtelijke plek zonder fratsen zou blijven wonen en op dit ogenblik zou ik niets liever willen.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Aangezien wij niet altijd aan de natuur kunnen aflezen hoe laat het is, is een horloge wel handig. Nog leuker is een mooie ketting met een klok eraan en het is ook nog eens een stuk vrouwelijker. Libelle mag van InMyDresser 3 verschillende horlogekettingen weggeven! Namelijk de bronzen, de zilveren en de classic horlogeketting.

Wil jij kans maken op één van deze horlogekettingen? Laat je gegevens achter op het winformulier en vul bij het oplossingsveld in welke van de drie je graag wilt hebben (brons, zilver of classic). Deze actie duurt tot 18 juli. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Schildpadsoep

maandag, juni 13th, 2011

Uit het niets duiken de kinderen op. De eerste vraag komt van Sylvie, twaalf jaar oud. Of ik een ‘garcon’ of ‘une fille’ ben. Dat heb je er nou van als je in Nederland geboren bent, waar de langste mensen wonen en waar vrouwen broeken dragen.

Overal voel ik tastende handjes. De brutaalste jochies slaan op mijn billen. Ik speel dat ik boos ben en dan stuiven ze weg, om na tien seconden weer aan te haken. Met een stoet kinderen wandel ik naar de zee.

Waarom ben ik hier alleen? Heb ik geen man? Geen kinderen? Ik vertel dat ik kleinkinderen heb en dat ik 62 jaar ben. Dat geloven ze niet. Iemand heeft een oma van 42 en die gaat al bijna dood. Vervolgens vragen ze om een ‘cadeau’. [rectangle]“Wie is er vandaag jarig?” Vraag ik. Gelukkig niemand. “Er is alleen een cadeau als je jarig bent.” Een toubab zonder cadeau is geen belemmering om toch gezellig aan me te blijven klitten en allemaal door elkaar te roepen wanneer ze jarig zijn. Een jongetje pakt mijn hand en snuffelt aan mijn pols. Valt kennelijk niet tegen. Ze duwen elkaar weg om me vast te kunnen houden en zo struikelen we naar het strand.

Een zesjarig schatje doet haar bloesje omhoog en laat mij haar navelbreuk zien. Ik schrik. Een joekel van wel twaalf centimeter. Haar kroeshaar vertoont sporen van rossigheid. Een teken van eenzijdige voeding.

Ze wijzen aan waar ze wonen. Daar, achter de vuilnisbelt waar de varkens scharrelen. Een riool is er niet, al het vloeibare vuil stroomt de zee in. De oceaan smijt zwart wier vol schelpen en smurrie aan land. De meeste vaders zijn vissers, de moeders werken bij Pierre of in de zoutwinning. En die stokoude oma’s van 40+ houden de kinderen in de gaten. Alleen nu niet, want ze kuieren onbekommerd met me mee.

“Hij slaat me!” Roept het navelbreukmeisje, nadat een jongetje haar een mep heeft verkocht. Ik houd een verhaal dat jongens nooit meisjes mogen slaan. Gejuich. Waarop de meisjes de jongens slaan. “En andersom mag ook niet!” Weer gejuich. Wat een pedagogische middag. Lieve, blije kinderen zijn het.

Een oude man roept twee van de jongens. Ze moeten hem helpen. Op het strand ligt een enorme, dode zeeschildpad. De jongens dragen hem naar huis. Er is hier niet altijd genoeg te eten, dokters zijn er niet, maar ze hebben elkaar en deze enorme speelplek. Vanavond eten ze schildpadsoep met couscous. Ik zou alleen zo graag het navelbreukmeisje mee naar huis nemen. En haar na de operatie teruggeven aan haar moeder.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke zingt het Wilhelmus in Senegal

maandag, juni 6th, 2011

Nee? Een bic dan? Een bic is een ballpoint en die kost 200 CFA (€0,50), informeert Noer mij. Hij gaat naar school, maar zonder bic heeft dat natuurlijk geen enkele zin. Ik zeg dat ik vind dat zijn vader een bic voor hem moet kopen, omdat dit de taak van ouders is. Zijn vader werkt in Dakar als automonteur, vertelt Noer en die komt over drie maanden pas terug. Als hij thuis komt brengt hij altijd eten mee, maar, zo voegt hij er leep aan toe, nooit een bic. Dat is te duur.

“Dus jij schrijft niet mee als er op school geschreven moet worden?” Hij schudt heftig van nee. Side grijnst bij deze vette leugen en Noer moet er ook wel om lachen. In mijn tas zitten ballpoints, maar Pierre heeft gezegd dat wij als blanken geen kerstman moeten spelen. Dat staat gelijkwaardigheid in de weg. [rectangle]

Dan begint Noer te fluiten. Hij kan het nog niet zo goed. Ik fluit boer-er-ligt-een-kip-in-‘t water en daarmee scoor ik bij de jongens. Ze proberen het na te doen. “Wij zijn net vogels,” vinden ze. Ze fluiten om het hardst en ik doe, al fluitend, een fladderende vogel na. Daar moeten ze zo om lachen dat hun gefluit mislukt. En goh, ze wisten niet dat blanke vrouwen konden fluiten.

Uit welk land kom ik? Les Pays Bas? Waar is dat? In Amerika, denkt Side. Hebben wij een volkslied? Jazeker! “Zing het eens?” Vragen ze. En zo loop ik op deze warme namiddag in de Senegalese brousse te galmen dat ik de ko-ho-ho-honing van Hispanje altijd heb geëerd. Zo ver kan het met je komen. “Nou jullie!” Verzoek ik. Twee loepzuivere stemmetjes zingen het volkslied van Senegal. Als ze klaar zijn, constateren ze dat mijn volkslied veel korter duurt en ook lelijker is dan het hunne.

“Wat gaan jullie doen?” Vraag ik. Ze hebben een jerrican bij zich. voor de jujubes die ze willen plukken. Hun maman maakt daar jam van. Ik pak mijn woordenboekje, waar jujube niet in staat. Ze wijzen naar een grote boom: de jujubier. Vol oranje besjes. Zij gaan plukken, ik wandel verder.

Op de terugweg zie ik ze weer. Ze storten, bij wijze van cadeau, handenvol jujubes – qua kleur passend bij mijn volkslied – in mijn tas en dan zien ze die ballpoints. Ik bezwijk voor twee paar smekende ogen. Mag Noer nog even op de foto met zijn nieuwste karateslag? En zo staan we qua cadeaus, jujubes en pennen, weer quitte. Voor de rest op materieel gebied is de gelijkwaardigheid ver te zoeken.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke – Hij wilde het zo

maandag, mei 30th, 2011

De kleuren van de lagune zijn ’s morgens teer, midden op de dag verblindend en tegen zonsondergang vlammen ze. Kale, grijze baobab bomen onderbreken de horizon met krachtige pennenstreken. Nooit heb ik er zoveel gezien als hier.

Ik ben de dag begonnen met het luisteren naar een akelig verhaal van Pierre, de eigenaar van de paalhutten. Hoewel, akelig? Eigenlijk is het mooi.

Op een dag rijdt Pierre in zijn pick-up door de brousse (wildernis). Dorpelingen houden hem staande. Verderop ligt een man in de kamergrote holte van een baobab en die moet daar weg, vinden ze. Pierre constateert ontzet dat de oude man al tijdje dood moet zijn. Hij hijst het lichaam op zijn auto en brengt het naar de familie. Op een avond was de man weg en ze hadden hem nergens kunnen vinden. Op deze plek komt nooit iemand, omdat er niets groeit, behalve de eeuwenoude baobab die hij heeft uitgezocht. Daar wilde hij vergaan tot stof. Ver weg van alles en iedereen. Onthecht. [rectangle]

Er zijn twee zekerheden in je leven: je geboorte en je dood. Alles wat daar tussenin ligt is een oponthoud naar het onherroepelijke: op een dag is je tijd om en iets eenzamers dan doodgaan is er niet.

Pierre vond het bij nader inzien wreed dat hij de man niet had laten liggen, zodat de elementen geleidelijk zouden opruimen wat ooit zijn jas was: het lichaam.

De griottes, verhalenvertellers in Senegal, gebruiken deze gebeurtenissen om de avonden bij de vuurtjes te verlevendigen. Gesprekken over leven en dood, over wat belangrijk en onbelangrijk is, komen vanzelf op gang. Als er geen radio en televisie is, moet je het doen met wat er uit jouzelf en je directe omgeving komt. Beheers je die kunst, dan is je eigen brein een onuitputtelijke bron van herinneringen en verhalen, zodat je je nooit meer verveelt. De impact die dit zou kunnen hebben op je functioneren, kan ik niet bevatten, omdat ik uit een overprikkelde wereld vol flitsende media kom. Ik heb nauwelijks geleerd hoe ik stil kan zijn.

Dit besef behoort tot de winst van deze dagen in een gebied dat zoveel meer te bieden heeft dan mooi weer. Voor de zon ondergaat wandel ik nog even de brousse in en daar zie ik een baobab die van de dode man had kunnen zijn. Ik ga op de zondoorstoofde grond voor de boom zitten. En hier, zo dicht in contact met de aarde waarvan ik zoveel hou, leunend tegen de baobabreus, hoor ik mezelf hardop vragen: “Laat mij alsjeblieft nog lang hier?” Aan wie? Geen idee, maar het is net alsof er wordt geluisterd en dat ervaar ik als heel gewoon. Zou het ogenblik ooit daar zijn… ik begrijp die oude man volkomen.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!

Wil jij helemaal tot rust komen in jouw eigen hangmat? Libelle mag drie eenpersoons reishangmatten weggeven van dehangmat.nl. Voordeel van een reishangmat is dat je deze overal mee naar toe kan komen.

Laat je gegevens achter op het winformulier en vertel in het oplossingsveld waarvoor én waar jij een reishangmat zou gebruiken! Deze actie duurt tot 20 juni. Lees ook de overige spelvoorwaarden.