Posts Tagged ‘wieke biesheuvel’

Wieke – Geloof in je tuin!

maandag, augustus 8th, 2011

Dat je weet wie iemand is als je zijn boekenkast bekijkt is onzin. Zeker als die persoon de helft niet heeft gelezen. Aan onze tuin kun je wél precies zien wie wij zijn, want elke plant hebben we er zelf in gezet. Rare kleurencombinaties, hoog voor laag, fout gesnoeide struiken en onze dodenakker. Daar kwak ik planten neer waarvan ik denk: hopeloos! En vaak doen ze het daar dan ineens wel.

Gaat u mee naar mijn tuin? Weer eens wat anders dan al dat buitenland. Tot mijn verbazing zijn mijn pompoenplantjes geëxplodeerd en glimmen er twaalf knaloranje pompoenen aan de dikke stengels. Ik had ze in maart onder glas gezaaid, uitgezet op een overbodige strook grond en kijk de enthousiastelingen nou eens! Geen idee hoe lang ik ze nog moet laten zitten. Worden ze nog twee keer zo groot of is dit het? Het zakje is kwijt, dus ik weet niet meer hoe ze heten. Als ze wat rimpelig dreigen te worden slacht ik ze, dat lijkt me de beste benadering. Alleen vertel ik ze dat niet, anders is de lol er goed af voor ze. [rectangle]

De appelboom spuugt appels. Hier en daar een gaatje, wrat of vlekje en in de winkel zie je die nooit, omdat wij appels zonder onvolkomenheden wensen. Als we mensen daarom ook van de lopende band af zouden gooien, bleef er niemand meer over. Een rups moet ook eten en waarom geen appel? Met een mesje ga ik de appels te lijf en als je de stukjes even smoort met wat roomboter en kaneelsuiker, wil je nooit meer wat anders dan een Echte Biesheuvelappel met gaten, wratten en vlekken.

De Acanthus bloeit. En hoe. Het is een nazaat van een stek die ik ooit cadeau kreeg van mijn overbuurvrouw in ons Groningse dorp. Bij elke verhuizing, en dat waren er zes, nam ik steeds een stukje plant mee. Wat deed hij steeds zijn best, maar als je zes keer opnieuw moet beginnen, zakt de moed je toch in je gedeeltelijk geamputeerde wortels? Niet gek dat hij er steeds wat kwijnend bij hing. Maar nu? Eindelijk doet hij het weer net zo mooi als 20 jaar geleden.

Als ik alle planten heb toegesproken (altijd doen hè, als je wilt dat ze het leuk hebben bij jou), vind ik nog een laatste papaverbloem. Zijn familie heeft het bijltje er al bij neergegooid, maar hij heeft gewacht tot ik thuis was en heet me vlammend welkom. Als ik goed luister, hoor ik wat hij zegt. “Jij dacht dat het niks meer werd met mij hè?” Inderdaad, dat dacht ik. Regendruppels op zijn blaadjes? Welnee. Hij huilt van aandoening, omdat ik zeg dat ik altijd in hem zal blijven geloven. In hem en in zijn collega’s Acanthus, Appel en Pompoen.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Winnen!

Wil jij ook zo graag een appelboom, net als Wieke?

Libelle mag 5 appelspaarpotten van hippekamerenzo weggeven zodat je kan sparen voor zo’n leuke appelboom!
Deze winactie is helaas afgelopen. Deze actie duurt tot 29 augustus. Lees ook de overige spelvoorwaarden. Kijk voor meer winacties op Libelle.nl/winnen

Wieke – Heimwee

maandag, augustus 1st, 2011

Er zitten maar zestien uur tussen mijn paalhut en de voordeur in Nederland. Hier lijkt niets op thuis. Hoe lang zal het duren voor hier de eerste fabriek verschijnt? Het is nu allemaal handwerk. Het afgraven van zand voor de bouw, de zoutwinning en het verzamelen van hout om mee te koken. Het is verboden om zomaar bomen te kappen. Niets wordt omgehakt zonder dat het ooit de kans krijgt weer terug te komen. De geulen, ontstaan door het afgraven van zand, spoelen straks vanzelf weer dicht en daardoor ontstaat dit licht heuvelachtige landschap.

Bovenin palmbomen hangen plastic flessen. Daarin wordt rubber opgevangen. Wordt dat niet gestolen? Matthias: “Nee, dat komt niet in ons op. Er zijn maar twee mannen die weten hoe ze in die hoge bomen moeten klimmen. Stelen zit niet in ons, wij zijn van elkaar afhankelijk en daarom is het beter dat je je plaats kent en doet wat je moet doen en dat je laat wat je pet te boven gaat.”

Ik denk aan de Senegalese jongemannen die ik wel eens in Zuid-Europese straten of op stranden tegenkom, met tassen vol handel uit hun land. Hier zie je ze niet, omdat er weinig werk is. De vrouwen doen alles, geholpen door de oudere mannen en de kinderen. [rectangle]Het geld dat de mannen vanuit Zuid-Europa opsturen, wordt door hun familie gebruikt voor schoolgeld, voedsel en het bouwen van huizen. Wat zullen ze heimwee hebben naar thuis, naar de vredige brousse, die zo vergroeid is met de bevolking. Spectaculair is het allemaal niet, maar de rust, de geluiden van met hun blote handen werkende mensen en zingende vogels zijn een verademing en nu is het bijna voorbij.

Dit is de werkelijkheid van de broussebewoners. Ik heb er even aan mogen proeven en ruiken, zonder er daadwerkelijk deel van uit te maken en dat zorgt voor een onbestemd heimwee. Heimwee dat nergens op slaat, want dit leven is mijn werkelijkheid niet. Toch voel ik het zo. Mijn verblijf hier heeft me tot nadenken gestemd. Wat en wie wil ik zijn? Hier zijn de mensen radertjes van een gesmeerde ketting – ze schuiven in elkaar, onmisbaar in het geheel. Vriendelijke, tolerante mensen, die iets voor elkaar over hebben.

Maar ook hier droomt men van succes en daarbij horen auto’s, televisies en fabrieken. Maar ook vervuiling en egoïsme en daarvan zijn ze zich nog niet bewust. Einstein zei het al: probeer geen succes te worden, maar waardevol te zijn. Alleen heb ik gemakkelijk praten, met een auto voor de deur, een pc, telefoon en televisie. In te veel succes verzuip je, net als in te veel water. Waardevol proberen te zijn. Dat laatste wil ik vasthouden.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Winnen!

Libelle mag van Beadies4life 5 verschillende kettingen weggeven. Deze sieraden zijn handgemaakt en worden geimporteerd vanuit Oeganda, Ghana en Kenia. Het geld dat aan de sieraden verdiend wordt gaat rechtstreeks naar de makers van de sieraden toe.

Wil jij zo’n mooi sieraad winnen? Laat je gegevens achter op het winformulier en vertel in het oplossingsveld welke van de vijf sieraden je wilt winnen. Deze actie duurt tot 22 augustus. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Oogkleppen op en poep in je oren

maandag, juli 25th, 2011

Dit zijn niet mijn woorden. Bij het avondeten blaat een blasé verzameling van Italianen en Engelsen deze, zogenaamd grappige, kritiek keihard om zich heen. Deden ze het maar in het Italiaans, dan had niemand er last van. Maar ze spreken op hun manier Engels. Minachting alom: kale bomen en pelikanen. “If you see one, you have seen them all!

Zien ze niet wat ik zie? Schitterende vogels, zomaar een bloeiende struik in het zand, een krab met een dessin dat je niet verzint en de ontspannen, pure mensen? Voelen ze de rust van dit landschap niet? Die enge lui wil ik morgenochtend niet meer zien of horen. Ik smoes met de ober. Hij zal het ontbijt op mijn steiger zetten.

Ik spuug vuur vanwege die dansende negers in rieten rokjes en de gapende barman. Vertaald naar Nederland: je wilt op klompen hossende Nederlanders in klederdracht zien en Heineken drinken. Wat weet je dan over ons land? Wat weet dit oogkleppen dragende gezelschap, met poep in hun oren, straks over Senegal als ze – hopelijk snel – vertrekken? [rectangle]

De volgende ochtend komt de ober koffie en stokbrood brengen. Erfenis uit de koloniale tijd: heel Senegal eet stokbrood. Hij grinnikt dat de Italianen op bekvechtende pelikanen lijken. De peli’s ruziën alweer over een visplek, vlak voor onze neus. De ober vindt het geestig dat ik nu toch met zeurende wezens ontbijt, al zijn het vogels.

Gisteravond klaagden de Italianen ook nog over taai brood. Met een hooghartig handgebaar stuurden ze het mandje terug. Je zou toch wensen dat ze in pelikanen veranderden. Het is afzien, om zo voor je eten te moeten vechten. Wij hebben een geweten mee gekregen, opdat we ons niet al te schandalig en hebberig gedragen tegenover onze soortgenoten. Ik bespeur geen geweten bij vogels en vissen. Ieder voor zich. Daar draait het om, als je lang wilt leven om zoveel mogelijk genetisch materiaal in volgende generaties achter te laten.

De ober en ik kijken naar de vogels en hij lijkt mijn gedachten te raden als hij zegt:”die vrijheid, gelijkheid en broederschap waarover Fransen het hebben, daar komt maar bij vlagen iets van terecht in de wereld. Het is, net als bij de dieren, ieder voor zich.”

“We zouden als mensen pas gelijk zijn”, vervolgt hij, “als ook Senegalezen zomaar het vliegtuig zouden kunnen pakken, om naar jullie groene landen vol heerlijke regen te gaan.” Hij zegt het peinzend, niet om mij te beledigen. Hij heeft gelijk. Fair Trade? Echt niet.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Wieke – Hikkend over de loopplank

maandag, juli 18th, 2011

Hij trok me de loopplank op, die tussen het restaurantje en mijn hut ligt. Ik zag geen hand voor ogen. “Voorzichtig”, waarschuwde hij, “anders val je in het water!” Jakkes, hoe diep zou het hier zijn? Eenmaal op mijn eilandje zei hij, stikkend van het lachen: “Haha, er was helemaal geen water, goed gedaan madame! Ik wilde controleren of u gedronken had!”

Ik zag de humor er wel van in, al was ik doodmoe. Zijn standaardgrap bij nieuwe gasten, zo weet ik nu. Je moet iets maken van je baan en dat doet hij. Hulde.

Elke avond drink ik een papaya-rum bij Diouff, de barman met wie ik vriendschap heb gesloten. “Nog maar eentje?” Vraagt hij. Hij wacht mijn antwoord niet af en schenkt bij. Het is ongelofelijk lekker spul. “De laatste”, zeg ik, “anders word ik nog dikker.”

Diouff houdt een bevlogen verhaal over Senegalese mannen die niet van magere vrouwen houden. Veel vlees graag. Vooral achter en voor op strategische plekken. En daarom ben ik precies goed, vindt hij. Er komen meer jongens van het personeel meepraten. Zeker, vrouwen moeten dik zijn. “Jullie willen dus dat wij luchtbedden zijn waarop het prettig neerploffen is?” Vraag ik. Ze gillen van plezier. Het levert me een papaya-rum van het huis op. [rectangle]

“Diouff, jij bent zo mager!” Zeg ik. Dan wordt hij serieus. Hij is erg afgevallen sinds zijn scheiding. Zijn vrouw is weggelopen, zonder iets te zeggen en hun zoontjes wonen bij hem. Zijn ouders zorgen voor ze. “Ik zou wel een nieuwe vrouw willen”, zegt hij, “maar ik heb geen tijd om er eentje te zoeken en het moet wel iemand zijn niet wegloopt.” “Zoals die wilde merries hier,” zeg ik. “Jammer dat je zo kort blijft”, vindt Diouff, “we kunnen lachen en ook serieus praten.” Klopt. Zijn visie op de wereldpolitiek is verfrissend. Hij weet veel. Via de radio. En radio trottoir - de verhalen van mond tot mond. Elke gast brengt nieuws mee en van luisteren word je wijs, zegt Diouff. “Nog eentje dan?” “Doe maar!”

Het is al donker als ik van de barkruk opsta om naar mijn hut te gaan. Oef, de rum zit in mijn benen. Ik laat me niet kennen en voetje voor voetje wankel ik redelijk recht over de loopplank naar huis. Daar is de nachtwaker. “Madame”, zegt hij, “kom er maar af hoor, er is helemaal geen water! Al dagen niet!” O. Hik! Na vier van die goddelijke versnaperingen weet een mens niets meer zeker. Alleen dat je als vrouw pas wat voorstelt als je op een luchtbed lijkt.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke – Opzij opzij opzij

maandag, juli 11th, 2011

Ik hoor ze aankomen en kan nog net achter een bosje springen. Daar remmen ze, stofwolken en veel gehinnik. Gelukkig zijn ze niet in mij geïnteresseerd maar in het bosje, waar plukjes gras omheen groeien. Losgebroken paarden? Ik durf geen stap meer te verzetten. Voorzichtig loop ik achteruit, waar bomen zijn.

’s Middags wandel ik naar de brousse, zoals elke dag. Ik loop door groepen vredig grazende koeien door. Mooi om te zien hoe flink uit de kluiten gewassen kalfjes toch nog bij hun moeder een versnapering komen halen. Zo hoort het voor mijn gevoel. Ik ben al een heel eind de brousse ingelopen, als ik hoefgetrappel hoor. O jee, daar heb je ze weer! [rectangle]Dit keer is het één paard, maar vanochtend was hij er ook bij. Ik herken hem aan het touwtje om zijn nek. Hij is dus wel van iemand. Als een dolle rent hij op me af en als je niet opzij gaat, lig je op de grond. Ik schiet achter de eerste de beste baobab.

’s Avonds vertel ik het aan de bar en de jongens daar roepen meteen ach en wee. Het gaat om merries en die misdragen zich altijd. “Vrouwen hè?” Grijnst de barman. Geen land mee te bezeilen en daarom laten de eigenaren ze gewoon loslopen. Er lopen tientallen merries door de omgeving. Ze komen naar huis als ze honger of dorst hebben. Ondertussen jagen ze iedereen de stuipen op het lijf met dat onvoorspelbare gesjees. Iedereen jaagt ze weg, want een paard in je moestuin kan ervoor zorgen dat de hele oogst wordt verpest. Een regelrechte plaag, maar niemand doet er wat aan.

Ik vind het wel wat hebben. De mannetjes laten zich braaf voor de karren spannen en hebben een geweldige relatie met hun baas, zoals Wally over wie ik vorige week schreef. En deze madammen doen precies waar ze zin in hebben. De volgende dag zie ik Angèle weer, die zich drie slagen in de rondte werkt in haar zoutkuil. “Jullie zouden een voorbeeld aan die paarden moeten nemen,” zeg ik. “De mannen werken en zij nemen vakantie. Eten krijgen ze toch wel.” Angèle schatert. Zo had ze het nog nooit bekeken. Die rotpaarden zijn ook haar een doorn in het oog. Dan duwt ze mij een mand met zout in de handen: “Hier. Draag maar naar boven, ik neem vast vakantie. En die paarden nodigen we binnenkort uit voor een vergadering!” Want ze is het met me eens. Zij doet, als vrouw, iets toch niet helemaal goed!

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


Wieke – Wally, het wijze paard

maandag, juli 4th, 2011

Op de kar ligt een oude matras, bij wijze van bank. Ik klim erop en Matthias spoort Wally aan. Zonder zweep. “Wally weet wat de bedoeling is,” zegt hij, “ik ben erg voor een begripvolle conversatie over en weer. Dat zouden meer mensen moeten doen.” Ik vind Matthias nu al leuk. “Als ik met jou praat,” legt hij uit, “weet Wally dat hij moet stoppen en als ik marche zeg, loopt hij door. Wij laten elkaar uitpraten. Als hij even geen zin heeft stopt hij. Dan wil hij wat eten of drinken.”

We hobbelen door de brousse. Ik ben verslingerd aan dit gebied. Matthias wijst me op de Abessijnse Rowler, een schoonheid van een vogel. Als je zo beeldig bent, zou ik ook op de hoogste tak gaan zitten. Het is krankjorum, maar als ik Matthias vraag om te stoppen zodat ik de vogel kan fotograferen, houdt Wally meteen op de plaats rust. “Je kunt net zo goed met hem alleen gaan,” zegt Matthias, “hij weet alles.” [rectangle]

Ik zie gesluierde vrouwen lopen en ik vraag of Wally weet hoe de verhoudingen tussen moslims en christenen zijn. Matthias buldert van het lachen, maar vertelt dat er hier nooit problemen zijn.

Integendeel. De katholieken hebben bijgedragen aan de bouw van de moskee en de moslims betalen mee aan reparaties van de kerk. Op de katholieke school zijn de kinderen van moslims welkom. Over en weer worden de kinderen bij elkaars vieringen, zoals communie en Suikerfeest betrokken. “Wally zegt dat het al heel lang zo gaat,” lacht Matthias, “en hij is ouder dan ik!” Ik vraag hoe oud Wally is. “183, hij is een wonderpaard.” Hij rolt bijna van de kar af van het lachen.

Bij de kerk stoppen we en we lopen naar binnen. Wat voelt het vreemd om hier een Mariabeeld te zien. De moskee is helaas dicht. De gebouwen staan bij elkaar om de hoek. Zou Wilders wel eens op dit soort plekken komen?

Matthias is moslim, maar zijn zoontje gaat naar de katholieke school. De openbare school is gratis, maar het onderwijs op de katholieke school is veel beter. “Met dit ritje,” vertelt hij eerlijk, “heb ik weer voor drie maanden schoolgeld.” We hebben het over €22,-, maar dit is niet zomaar een taxiritje, we doen er uren over en de verhalen krijg ik er als bonus bij. En laten we wel wezen, zouden de lonen gelijk worden getrokken, op Europees niveau, dan zou er zoveel minder reden voor corruptie en wantrouwen zijn. Daar zit de angel. Niet in islamisering. Matthias concludeert: “Wally trekt zich van verschillen in religie niets aan. Dus ik ook niet.”

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke – Zout op je huid

maandag, juni 27th, 2011

Op een middag sta ik te kijken bij zo’n kuil, waarin een vrouw in haar eentje gebukt staat te ploeteren. Hier wordt op een eeuwenoude manier zout gewonnen. Het grondwater en de regen verdampen en laten grofkorrelig zout, vermengd met magnesium en mineralen achter. De mannen graven de kuilen en de vrouwen halen het zout eruit. Als ik “bonjour madame” roep, komt ze naar boven, met een zware mand vol kleddernat zout.

Ze heet Angèle en ze doet me denken aan een mooi, gespierd Fries werkpaard. Een trotse vrouw. Ze grijpt naar haar rug. Die doet een beetje pijn, zegt ze. Elke dag staat ze om vijf uur op en dan loopt ze een uur naar haar kuil. Ze schept de zware modder in een mand en zeeft het water en zand eruit. Het zout blijft over. Dat is vies, maar ze spoelt het diverse keren schoon. “Op het heetst van de dag loop ik naar huis,” zegt Angèle, “want het zout brandt in mijn huid en dat moet ik er met zoet water afspoelen.” [rectangle]

Vanuit haar kuil loopt ze tientallen keren heen en weer naar een grote container, gevlochten van twijghout. Daarin legen alle vrouwen uit de omringende kuilen hun manden. Ze dekken de boel af met oude lappen, om het moeizaam gewonnen zout te beschermen tegen koeien, vogelpoep en ongedierte. Pas als de zon ondergaat, stopt Angèle met werken. Ze heeft een wond op haar kuit. Wat zal dat schrijnen in het zoute water.

Wie betaalt haar, vraag ik. Degenen die het zout opkopen en ze werkt samen met andere vrouwen. Slopend werk en een aanslag op je rug. Per dag verdienen ze €2, -.

“Als ik een emmer op mijn hoofd draag bij het naar huis lopen,” zegt Angèle, “loop ik rechtop en dan herstelt mijn rug zich weer.” Haar kinderen gaan naar school en dat is gratis, maar ze moeten nette kleren hebben. Daar werkt ze hard voor. Later blijkt dat ik haar dochter op het strand heb ontmoet. Het meisje had thuis verteld over een blanke vrouw, met wie ze hadden gespeeld en gepraat. En dat die vrouw had gezegd dat mannen geen vrouwen mochten slaan. Ze steekt haar duim omhoog.

Mag ik een foto maken? Dat mag, mits ik haar iets geef. Ze heeft gelijk. Ik weet nu al dat ik een verhaal over haar zal schrijven. Over háár leven, een verhaal waarmee ik geld verdien. Ik geef haar wat. “Voor je kinderen.” zeg ik. Ze steekt haar duim weer omhoog en een aanstekelijke lach borrelt op vanuit haar onderbuik.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Wist je dat zout ideaal is om mee te scrubben? Il Sapone verkoopt scrubzout dat is gemaakt van zout uit de dode zee. Libelle mag van Il Sapone 5 potten met scrubzout weggeven. Wil jij kans maken? Vul het winformulier in en vertel bij het oplossingsveld welke geur je graag zou willen hebben. Deze actie duurt tot 18 juli. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Een ingebouwd horloge

maandag, juni 20th, 2011

Op een ochtend zegt een visser dat de pelikanen jaar in jaar uit, exact om half zeven ’s morgens deze lagune binnenzeilen om daar een hysterisch kabaal te maken, samen met hordes krijsende meeuwen. Als het gekrakeel de volgende dag weer begint kijk ik toch op mijn horloge: precies half zeven!

De herrie gaat over het visplekje. Kleine visjes schieten met honderdduizenden tegelijk ook om halfzeven voorbij. Rond half elf en half drie komen ze wéér, met de pelikanen en meeuwen in hun kielzog. De visser vertelde me dat die visjes weer afkomen op nog kleinere diertjes met hetzelfde tijdschema. Zou je die wezentjes uit de voedselketen halen, dan gooi je het hele systeem overhoop. [rectangle]

Boven in de Baobab zitten Kingfishers, prachtige zwart/witte vogels die elkaar van een bepaald takje afjagen, omdat het hun takje is. Ik ben hier al een poosje en omdat ik elke dag op mijn steiger zit te lezen, zie ik dat ze steeds op hetzelfde takje zitten. Op de tijden dat de peli’s, meeuwen en visjes voorbijkomen.

Een Kingfisher is een circusartiest. Bespeurt hij vanaf zijn persoonlijke tak een visje, dan vliegt hij op, hangt even doodstil in de lucht en laat zich als een bom vallen. Grijpt de vis met zijn lange snavel, komt na een tiende seconde uit het water, vliegt terug naar zijn tak en daar slaat hij het visje dood tegen een dikkere tak.

Nu is er één meeuw slimmer dan de rest. Hij verwijdert zich van zijn collega’s en zwemt van je ‘tralala-ik-doe-toch-niks’ suffe rondjes. Als de Kingfisher een bommetje maakt en bovenkomt met zijn visje, vliegt de meeuw tegen hem op en pakt het hapje af. Meeuwen zijn lang zo handig en lenig niet als de kingfisher, deze meeuw laat hem het werk doen. Pelikanen doen hun snavel open zodat de vis er vanzelf inzwemt.

Daar ben je dan als vis zo lang druk mee geweest: zorgen dat je in leven blijft. Je bent er, dan wil je blijven ook. Wat zou het slim zijn als die kleinste diertjes een keer om half acht langs zouden komen in plaats van om half zeven. Maar ja… geen hersens hè? En of de wereld nou is opgeknapt van op volle toeren draaiende mensenhersens? Hier zie ik dat deze oeroude volgorde van consumeren werkt. Er blijven genoeg meeuwen, pelikanen, kingfishers, visjes en eencellige diertjes over. Ze weten instinctief hoe laat het is. En daardoor weet ik het nu ook. Mits ik altijd hier op deze overzichtelijke plek zonder fratsen zou blijven wonen en op dit ogenblik zou ik niets liever willen.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Aangezien wij niet altijd aan de natuur kunnen aflezen hoe laat het is, is een horloge wel handig. Nog leuker is een mooie ketting met een klok eraan en het is ook nog eens een stuk vrouwelijker. Libelle mag van InMyDresser 3 verschillende horlogekettingen weggeven! Namelijk de bronzen, de zilveren en de classic horlogeketting.

Wil jij kans maken op één van deze horlogekettingen? Laat je gegevens achter op het winformulier en vul bij het oplossingsveld in welke van de drie je graag wilt hebben (brons, zilver of classic). Deze actie duurt tot 18 juli. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Schildpadsoep

maandag, juni 13th, 2011

Uit het niets duiken de kinderen op. De eerste vraag komt van Sylvie, twaalf jaar oud. Of ik een ‘garcon’ of ‘une fille’ ben. Dat heb je er nou van als je in Nederland geboren bent, waar de langste mensen wonen en waar vrouwen broeken dragen.

Overal voel ik tastende handjes. De brutaalste jochies slaan op mijn billen. Ik speel dat ik boos ben en dan stuiven ze weg, om na tien seconden weer aan te haken. Met een stoet kinderen wandel ik naar de zee.

Waarom ben ik hier alleen? Heb ik geen man? Geen kinderen? Ik vertel dat ik kleinkinderen heb en dat ik 62 jaar ben. Dat geloven ze niet. Iemand heeft een oma van 42 en die gaat al bijna dood. Vervolgens vragen ze om een ‘cadeau’. [rectangle]“Wie is er vandaag jarig?” Vraag ik. Gelukkig niemand. “Er is alleen een cadeau als je jarig bent.” Een toubab zonder cadeau is geen belemmering om toch gezellig aan me te blijven klitten en allemaal door elkaar te roepen wanneer ze jarig zijn. Een jongetje pakt mijn hand en snuffelt aan mijn pols. Valt kennelijk niet tegen. Ze duwen elkaar weg om me vast te kunnen houden en zo struikelen we naar het strand.

Een zesjarig schatje doet haar bloesje omhoog en laat mij haar navelbreuk zien. Ik schrik. Een joekel van wel twaalf centimeter. Haar kroeshaar vertoont sporen van rossigheid. Een teken van eenzijdige voeding.

Ze wijzen aan waar ze wonen. Daar, achter de vuilnisbelt waar de varkens scharrelen. Een riool is er niet, al het vloeibare vuil stroomt de zee in. De oceaan smijt zwart wier vol schelpen en smurrie aan land. De meeste vaders zijn vissers, de moeders werken bij Pierre of in de zoutwinning. En die stokoude oma’s van 40+ houden de kinderen in de gaten. Alleen nu niet, want ze kuieren onbekommerd met me mee.

“Hij slaat me!” Roept het navelbreukmeisje, nadat een jongetje haar een mep heeft verkocht. Ik houd een verhaal dat jongens nooit meisjes mogen slaan. Gejuich. Waarop de meisjes de jongens slaan. “En andersom mag ook niet!” Weer gejuich. Wat een pedagogische middag. Lieve, blije kinderen zijn het.

Een oude man roept twee van de jongens. Ze moeten hem helpen. Op het strand ligt een enorme, dode zeeschildpad. De jongens dragen hem naar huis. Er is hier niet altijd genoeg te eten, dokters zijn er niet, maar ze hebben elkaar en deze enorme speelplek. Vanavond eten ze schildpadsoep met couscous. Ik zou alleen zo graag het navelbreukmeisje mee naar huis nemen. En haar na de operatie teruggeven aan haar moeder.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke zingt het Wilhelmus in Senegal

maandag, juni 6th, 2011

Nee? Een bic dan? Een bic is een ballpoint en die kost 200 CFA (€0,50), informeert Noer mij. Hij gaat naar school, maar zonder bic heeft dat natuurlijk geen enkele zin. Ik zeg dat ik vind dat zijn vader een bic voor hem moet kopen, omdat dit de taak van ouders is. Zijn vader werkt in Dakar als automonteur, vertelt Noer en die komt over drie maanden pas terug. Als hij thuis komt brengt hij altijd eten mee, maar, zo voegt hij er leep aan toe, nooit een bic. Dat is te duur.

“Dus jij schrijft niet mee als er op school geschreven moet worden?” Hij schudt heftig van nee. Side grijnst bij deze vette leugen en Noer moet er ook wel om lachen. In mijn tas zitten ballpoints, maar Pierre heeft gezegd dat wij als blanken geen kerstman moeten spelen. Dat staat gelijkwaardigheid in de weg. [rectangle]

Dan begint Noer te fluiten. Hij kan het nog niet zo goed. Ik fluit boer-er-ligt-een-kip-in-‘t water en daarmee scoor ik bij de jongens. Ze proberen het na te doen. “Wij zijn net vogels,” vinden ze. Ze fluiten om het hardst en ik doe, al fluitend, een fladderende vogel na. Daar moeten ze zo om lachen dat hun gefluit mislukt. En goh, ze wisten niet dat blanke vrouwen konden fluiten.

Uit welk land kom ik? Les Pays Bas? Waar is dat? In Amerika, denkt Side. Hebben wij een volkslied? Jazeker! “Zing het eens?” Vragen ze. En zo loop ik op deze warme namiddag in de Senegalese brousse te galmen dat ik de ko-ho-ho-honing van Hispanje altijd heb geëerd. Zo ver kan het met je komen. “Nou jullie!” Verzoek ik. Twee loepzuivere stemmetjes zingen het volkslied van Senegal. Als ze klaar zijn, constateren ze dat mijn volkslied veel korter duurt en ook lelijker is dan het hunne.

“Wat gaan jullie doen?” Vraag ik. Ze hebben een jerrican bij zich. voor de jujubes die ze willen plukken. Hun maman maakt daar jam van. Ik pak mijn woordenboekje, waar jujube niet in staat. Ze wijzen naar een grote boom: de jujubier. Vol oranje besjes. Zij gaan plukken, ik wandel verder.

Op de terugweg zie ik ze weer. Ze storten, bij wijze van cadeau, handenvol jujubes – qua kleur passend bij mijn volkslied – in mijn tas en dan zien ze die ballpoints. Ik bezwijk voor twee paar smekende ogen. Mag Noer nog even op de foto met zijn nieuwste karateslag? En zo staan we qua cadeaus, jujubes en pennen, weer quitte. Voor de rest op materieel gebied is de gelijkwaardigheid ver te zoeken.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Wieke – Hij wilde het zo

maandag, mei 30th, 2011

De kleuren van de lagune zijn ’s morgens teer, midden op de dag verblindend en tegen zonsondergang vlammen ze. Kale, grijze baobab bomen onderbreken de horizon met krachtige pennenstreken. Nooit heb ik er zoveel gezien als hier.

Ik ben de dag begonnen met het luisteren naar een akelig verhaal van Pierre, de eigenaar van de paalhutten. Hoewel, akelig? Eigenlijk is het mooi.

Op een dag rijdt Pierre in zijn pick-up door de brousse (wildernis). Dorpelingen houden hem staande. Verderop ligt een man in de kamergrote holte van een baobab en die moet daar weg, vinden ze. Pierre constateert ontzet dat de oude man al tijdje dood moet zijn. Hij hijst het lichaam op zijn auto en brengt het naar de familie. Op een avond was de man weg en ze hadden hem nergens kunnen vinden. Op deze plek komt nooit iemand, omdat er niets groeit, behalve de eeuwenoude baobab die hij heeft uitgezocht. Daar wilde hij vergaan tot stof. Ver weg van alles en iedereen. Onthecht. [rectangle]

Er zijn twee zekerheden in je leven: je geboorte en je dood. Alles wat daar tussenin ligt is een oponthoud naar het onherroepelijke: op een dag is je tijd om en iets eenzamers dan doodgaan is er niet.

Pierre vond het bij nader inzien wreed dat hij de man niet had laten liggen, zodat de elementen geleidelijk zouden opruimen wat ooit zijn jas was: het lichaam.

De griottes, verhalenvertellers in Senegal, gebruiken deze gebeurtenissen om de avonden bij de vuurtjes te verlevendigen. Gesprekken over leven en dood, over wat belangrijk en onbelangrijk is, komen vanzelf op gang. Als er geen radio en televisie is, moet je het doen met wat er uit jouzelf en je directe omgeving komt. Beheers je die kunst, dan is je eigen brein een onuitputtelijke bron van herinneringen en verhalen, zodat je je nooit meer verveelt. De impact die dit zou kunnen hebben op je functioneren, kan ik niet bevatten, omdat ik uit een overprikkelde wereld vol flitsende media kom. Ik heb nauwelijks geleerd hoe ik stil kan zijn.

Dit besef behoort tot de winst van deze dagen in een gebied dat zoveel meer te bieden heeft dan mooi weer. Voor de zon ondergaat wandel ik nog even de brousse in en daar zie ik een baobab die van de dode man had kunnen zijn. Ik ga op de zondoorstoofde grond voor de boom zitten. En hier, zo dicht in contact met de aarde waarvan ik zoveel hou, leunend tegen de baobabreus, hoor ik mezelf hardop vragen: “Laat mij alsjeblieft nog lang hier?” Aan wie? Geen idee, maar het is net alsof er wordt geluisterd en dat ervaar ik als heel gewoon. Zou het ogenblik ooit daar zijn… ik begrijp die oude man volkomen.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!

Wil jij helemaal tot rust komen in jouw eigen hangmat? Libelle mag drie eenpersoons reishangmatten weggeven van dehangmat.nl. Voordeel van een reishangmat is dat je deze overal mee naar toe kan komen.

Laat je gegevens achter op het winformulier en vertel in het oplossingsveld waarvoor én waar jij een reishangmat zou gebruiken! Deze actie duurt tot 20 juni. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Win een auto!

donderdag, mei 26th, 2011

Fotograaf Freek Esser en ik mochten Villa Neuzenroode in, met gevaar voor eigen leven, want het gebouw wordt geteisterd door reuze boktorren. Doodeng, dat begrijpt u.

Bijgaand filmpje laat CliniClowns Peer en Flip zien, die via de webcam in Villa Neuzenroode rechtstreeks contact hebben met langdurig zieke en/of gehandicapte kinderen. [rectangle]

Zij nemen de kinderen, die ze al jaren kennen, mee in een fantasiewereld waar het spannend en leuk is. Even kunnen ze vergeten dat hun leven vaak zo moeilijk en verdrietig is. Veel van deze kinderen zijn eenzaam, omdat ze op speciale scholen zitten. Afspreken met vriendjes is vaak te ingewikkeld.

De clowns zijn ‘gewone’ mensen, die, zodra ze hun outfit aantrekken, veranderen in de personages die ze spelen. De kinderen geloven in de clowns – die ook in zichzelf geloven –  en dat is prachtig om te zien.

Juist deze kinderen hebben zo’n behoefte aan een beetje licht en vrolijkheid. ‘Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd’ geldt vooral als je ziek bent en het moeilijk hebt. En gelachen wordt er!

Geef nog meer kinderen hun dagelijkse portie pret en puzzel mee! Mist u nummers, leen ze bij uw buren, vrienden of familie. Er zijn mooie prijzen te winnen, zoals een auto.

Ik hoop op een mooie opbrengst!

Wieke Biesheuvel

Film: Freek Esser

Wieke – Jan en Jean

maandag, mei 23rd, 2011

Ik heb een paar uur vrijaf in Brussel. Morgenochtend reis ik door en het is nu vier uur ’s middags. Ik wil naar het centrum, want hier loert de verveling vanuit elke hoek. De receptionist wijst me de bushalte en een halfuur later sta ik op de Grote Markt.

Het is echt rosé-op-terras-weer, gezellig druk en het ongelukkige gevoel dat me in die geestdodende wijk bekroop is op slag over. Ineens zie ik dat dit het terras is waar ik als zestienjarige zat tijdens een werkweek met school.

Wat heerlijk dat ik hier nu alleen ben en me niet hoef te voegen naar een programma. Waar ga ik eten? Ergens waar ze frieten hebben. Ik slenter wat rond en kom een vuilnisophaler tegen die er leuk uitziet in zijn groen met rode uniform. Karretje ook groen, alsof er een styliste bezig is geweest.

Hij komt uit Polen, heet Jan en staat hier de hele dag zooi op te vegen en in dat leuke karretje te kiepen. Iemand moet het doen, je hoeft er niet bij na te denken en dat is prettig, vindt hij. Dat iedereen zijn troep op de grond gooit, boeit hem niet. Deden wij dat niet, dan had hij geen werk en daar zit iets in. De Grote Markt ligt er smetteloos bij. Hij spreekt goed Vlaams en zo kun je met een “nou, dáág Jan, werkze hè?” prima met een Poolse Jan in België communiceren. [rectangle]

Ik loop een restaurant binnen waar hoge hoeden aan het plafond hangen. Curieus. Vroeger, vertelt de ober, was dit eeuwenlang een hoedenatelier waar vorsten, diplomaten en adellijke lieden uit binnen- en buitenland hun hoge hoeden lieten maken. Les Chapeliers was een bloeiend en wereldberoemd bedrijf en het restaurant heet nog steeds zo.

De vertellende ober heet Jean. Of je nou Belg, Hollander of Pool bent, de naam Jan is een blijvertje. Hij zet vis, Vlaamse friet en wijn voor me neer. Wat een feestje zo, met mezelf en Jean die zoveel weet.

Als ik, wiebelig van de wijn, de bushalte opzoek, heb ik het gezellige gevoel dat ik nu twee kennissen in Brussel heb: Jan en Jean. Het is donker als ik bij het Ibis arriveer en zo valt die dooie boel niet meer op. De kamer is prima, 5x zo goedkoop als in het centrum. Ogen dicht en morgen vliegen!

Voor wie bij Les Chapeliers wil eten: Hoedenmakersstraat 1-3, vlakbij de Grote Markt.

Wieke – Een luipaard voor je verjaardag

maandag, mei 16th, 2011

Meestal hebben wij hier in Zambia het geluk dat we alleen met de gids op stap gaan. Dan volgen we hem, omdat hij weet waar de dieren uithangen. Soms zijn er andere mensen bij en dat kán gezellig zijn…

Gisteren vergezelden Rhoda en Art uit Texas ons. Vandaag weer.  Om een roerloos liggende krokodil tot actie te bewegen, spuugde Art gisteren op het dier. Toen heb ik Art verbaal tot pulp gestampt.

Nu eist Rhoda een luipaard, haar lievelingsdier. Op haar T-shirt prijkt een luipaardkop met, op tepelhoogte, ogen van groene steentjes. Legging met luipaardprint, houten oorringen met luipaardprint, op het zwarte haar een diadeem. Ook lprdprnt. [rectangle]

Omdat ze vandaag jarig is, zou het fijn zijn als we dat luipaard actief gingen zoeken. Een mooier cadeau kan ze zich niet voorstellen. Het is de enige van de big five die ze nog niet heeft kunnen afvinken en morgen vliegen ze naar huis. Een luipaard zoeken vergt geduld en opmerkingsgave. Art en Rhoda missen beide eigenschappen. Art zegt te weten in wat voor bomen luipaarden zitten. De gids gaat er tegenin, maar Art roept dat hij betaalt en dat de gids moet doen wat hij wil. Ik kook, maar zeg niks. We zitten tenslotte met een jarige Rhoda opgezadeld en dan moet ik geen lullige dingen zeggen.

Hoe iemand het klaar speelt om vijf uur te dreinen over een onvindbaar luipaard, is me een raadsel. Rhoda plengt zelfs een traan en is doodmoe, zegt ze. Daarom gaan ze niet mee met de middag gamedrive.

Je kon er op wachten, want wat zien wij, nu Art en Rhoda zichzelf in slaap huilen? Juist. Een luipaard ligt gapend te chillen in de boom die we vanochtend al drie keer hebben geïnspecteerd. Zij heeft vast gewacht tot Rhoda weg was. De gids ligt dubbel als wij hem deelgenoot maken van deze gedachte.

We krijgen een toegift: de schoonheid rekt zich uit, staat op – dit alles op één smalle tak – en springt vlak langs de auto uit de boom. We balen dat we dat niet op de foto hebben, maar ze is te vlug. Sierlijk deint ze weg, met de soepele gang van een met de bush vergroeid dier.

’s Avonds zien we Rhoda en Art. Rhoda pruilt dat ze zich haar verjaardag anders had voorgesteld. Ze vindt dat de gids er een potje van heeft gemaakt. Wij hebben zeker weer geen luipaard gezien? Aardige mensen zouden nu ‘nee’ zeggen. Maar ik heb Art zijn gespuug op de krokodil niet vergeven en hun houding tegenover de gids vind ik min.

“We hebben er drie gezien,” zeg ik, “en ik was niet eens jarig!” Art gelooft het niet en dan laat Frank zijn foto’s zien. Rhoda huilt alweer. “Ik stuur ze je,” belooft hij. Rhoda omhelst hem met een “you are the best!” Klopt. Zonder Frank zou ik een secreet zijn.

Winnen!
Dat je met een luipaardprint loopt betekent gelukkig niet dat je een hap uit je irritante achterste verdient, zoals Rhoda en Art.

Libelle mag namelijk 5 iPadhoezen weggeven met een luipaardprint van iPadbeschermhoezen. De hoes is geschikt voor een iPad en dus niet voor de iPhone. Voor tips voor apps voor zowel de iPhone als iPad kijk je op iWomenDeze actie duurt tot 6 juni. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Deze winactie is afgelopen.

Wieke – Gestreepte zenuwpezen

maandag, mei 9th, 2011

Een vogel, een jakhals of een zwerm bijen kan een hele kudde op hol doen slaan. Gek genoeg niet door ons. Als we maar roerloos blijven staan en niets doen wat zebra’s tot dat nerveuze gehol drijft.

Wat leiden ze een ingewikkeld leven. Nooit eens rustig een slokje water drinken of ontspannen picknicken, altijd maar op je hoede zijn voor de katachtigen en onbezorgd moederschap is er niet bij.

Elke vacht is anders, net zoals onze vingerafdrukken. Toch, na dagen in de buurt van dezelfde kudde te hebben gebivakkeerd, zien we bekenden. De zebra met het hapje uit zijn oor, eentje met een manke achterpoot – hoe lang gaat hij het redden? – een merrie met een hap uit haar bil en een kleintje met een soort hazenlip. [rectangle]

Wordt een kudde aangevallen, dan gaan ze met elkaar om het bedreigde dier heen staan. Vooral ’s nachts en tegen zonsondergang raken leeuwen en hyena’s in de war van al die streepjes. Ziedaar het logische nut van dit ingewikkelde patroon.

Een kudde bestaat uit hoofdzakelijk vrouwtjes en hun kinderen. Hier een daar een vader – die een band met zijn kind heeft – maar hij mag zich nergens mee bemoeien. Een dominante merrie bepaalt wanneer er gedronken, gegeten of verder getrokken wordt.

In droge tijden kunnen ze een tijd voort op dor gras, mits er water in de buurt is. Het is een feestje om bij een waterplaats een grote kudde te bekijken. Ze zijn familie van ezels en paarden, maar ik vind een zebra toch wel de meest bijzondere soort. Vooral de baby’s. Aandoenlijk, hoe ze steeds dicht bij hun moeder lopen.

Wordt een zebra moeder, na een zwangerschap van een jaar, dan houdt ze het kleintje de eerste dagen apart. Niemand mag op kraamvisite. Het jong moet eerst aan zijn moeder wennen en haar vachtpatroon, geluid en geur kunnen herkennen. Vlakbij de waterplaats zien we een kadaver van een veulentje liggen, voor driekwart opgeknaagd. Kan zijn moeder weer opnieuw beginnen.

De hele vereniging stuift hysterisch het water uit als er vier leeuwinnen met lekkere trek naderen. Iedere keer weer vind ik het frustrerend dat er altijd iemand dood moet om als hapje te dienen voor een ander schepsel.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Wil jij meer lezen over zebra’s? De roman Leven van Pi vertelt het ongelofelijke verhaal van een jongen die op een bootje midden in de oceaan belandt. Echter belandt hij daar niet alleen maar met een hyena, een tijger en een zebra met een gebroken been.  Hoewel de zebra hartverscheurend het leven verlaat, is het boek een prachtige eerbetoon aan mens en dier.

Wieke – Ik dik? Fat is beautiful

maandag, april 25th, 2011

Elke dag ligt hij op hetzelfde plekje in de schaduw bij de rivier, vlakbij onze tent. Roerloos. Zijn huid heeft een vreemde, vlekkerig roze kleur.

Nijlpaarden produceren een olieachtig, roze vocht, bij wijze van zonnebrandmiddel. Handig. ‘Ons’ nijlpaard komt tot leven als er nergens meer schaduw te bekennen is. Dan huppelt hij, onverwacht elegant, naar de rivier en duikt onder, waar hij 5 minuten kan blijven zonder adem te halen. [rectangle]

Wij boffen met ons nijlpaard, we kunnen hem elke dag van dichtbij bekijken en bijna aanraken. Het dier is voor de duvel niet bang en heeft geen vijanden, behalve de mens dan. Op een ochtend zien we in de verte hoe een aantal mensen een nijlpaard doodt. Er is een vergunning voor afgegeven. Of we het willen zien? Alsjeblieft niet. Wat moeten die mensen met een dood nijlpaard? Dat zetten ze op, zegt onze gids en het levert veel geld op voor natuurbeheer. Mmmmm, zal wel! Ik geloof er niets van. Met z’n tienen zijn ze er druk mee, daar aan de overkant.

Met een nijlpaard wil je geen ruzie. Hij heeft van alle zoogdieren de meeste dode mensen op zijn geweten en nu ik weet wat er aan de overkant aan het gebeuren is, denk ik: groot gelijk, pak ze maar als je kan. Ze kunnen erg agressief worden en ze lopen harder dan wij, oppassen dus. Maar wat begin je als niets vermoedend nijlpaard tegen een mens met een geweer?

Ik vind het een machtig mooi dier, al is hij enorm dik en volgens veel mensen lelijk. En hij schijnt er al 55 miljoen jaar te zijn, als ver familielid van de walvis. Grottekeningen van nijlpaarden geven aan dat mens en nijlpaard al 160.000 jaar met elkaar te maken hebben. Doodde een mens een nijlpaard, dan had het hele dorp te eten. Nu wordt het dier, net als de olifant, te groot om in vrede met mensen te kunnen leven. Ontdekken ze akkers met maïs en ander lekkers, dan kun je het schudden als boer.

Ons nijlpaard is een buitenbeentje, hij leeft alleen en scharrelt ’s nachts met veel kabaal langs de tenten. Wel storend als ik nodig moet, want we mogen niet naar buiten als Hippo aan het dineren is. Wonderlijk dat hij tenten met rust laat. De eerste nacht doe ik geen oog dicht, de tweede nacht went het al en de derde nacht klinkt dat gebrul vertrouwd. Zo zou het moeten gaan tussen mens en dier: een gentleman’s agreement: ik doe jou niks, dan doe jij mij vast ook niks.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Kan jij wel een dieetboek gebruiken? Wij geven 10 pakketten weg met 2 verschillende boeken, namelijk het Divadieet en het boek van Wieke Afvallen en opstaan. Deze actie duurt tot 13 mei. Lees ook de overige spelvoorwaarden. Deze winactie is afgelopen.

Wieke – ‘Mama, Real Ebony’

maandag, april 18th, 2011

Ze duwen elkaar weg en negeren mijn houding van: Hoepel op en laat mij rustig kijken! Vooral niets oppakken of aanraken, want dan moet ik ‘my price’ noemen. Waarna het afdingen begint en ik aftaai met iets dat ik niet eens wilde kopen. Zo gaat dat in alle Afrikaanse landen en hoeveel ik ook van dit continent houd, hier haat ik winkelen!

Ik bezwijk voor een jongetje van een jaar of acht met een beeldje. Geen idee of het ebbenhout is. Met schoenpoets kom je vaak een heel eind. Die ogen van dat kind hè? Zucht. Hij zal wel gestuurd zijn, maar ik betaal wat hij vraagt. Het is een beeldje zoals ik er thuis meer heb staan. Hij huppelt weg en ik zie dat hij het geld aan een vrouw bij een kraampje geeft. Zij geeft hem een kommetje eten. Hij kan een straatkind zijn, maar ik hoop dat ze zijn moeder is. [rectangle]

Die middag rijden we naar South Luangwa, een van de mooiste Zambiaanse natuurreservaten. Bij ‘The Struggle For Life Shop’ kopen we bananen. Aan de deur hangt een veger. Een teken dat hier gestroopt vlees te koop is. Apen, impala’s, zo illegaal als wat. Maar je mag toch wel een veger ophangen?

In het donker arriveren we bij ons onderkomen. De volgende ochtend gaan we met gids Brian naar het reservaat. Het is vroeg en al erg warm. Een olifant heeft zijn slurf over een tak gehangen. Te zwaar? Te moe? Overal trilt de hitte. Maar dan komen we in een schitterend bos, waar het koel is. Geen mens te zien. Op de grond ligt een roestbruin bladerentapijt, waardoor het herfst lijkt, maar de Ebony Trees zijn nog steeds groen. Het is een wonderschoon sprookjeswoud, waaraan geen einde lijkt te komen. Hier zou ik uitgestrooid willen worden!

Dit zijn ze dan, de bomen waarvan beeldhouwers van alles maken. De eeuwige strijd tussen mens en natuur. Natuur die altijd maar groeit, tegen beter weten in. Zou je als boom, wetend dat je het leven moest laten voor die beeldjes, ooit aan die energievretende groeispurt beginnen?

Ik moet ineens aan een liedje van Paul McCartney denken: Ebony and ivory, live in perfect harmony… Op zijn piano weliswaar, in de wereld gaat het helaas anders. In Afrikaanse huishoudens zie je die beeldjes nooit. Wij blanken kopen ze. Brian zegt dat dit bos uniek is en beschermd wordt. Stoppen met ebbenhout kopen dan? “It’s an income for our people,” vindt hij.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Benieuwd naar dat beeldje van ebbenhout van Wieke? Zij stelt hem beschikbaar voor een winactie! Laat je gegevens achter op het winformulier. Deze actie duurt tot 9 mei. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Ober, een mier in mijn soep

maandag, april 11th, 2011

Vijftig jaar later moet ik daaraan denken als er honderdduizenden gevleugelde termieten in onze borden met Afrikaans eten landen. Toen geneerde ik me dood voor mijn pietluttige vader. Een mier in je soep. Nou èn? Wees een vent en vis ‘m eruit! Frank, Zweedse Hans, gids Chaka en ik zitten buiten bij de tent. We verheugen ons op het eten en een biertje. Het heeft keihard geregend. De geuren die uit de dampende, warme aarde opstijgen zijn verrukkelijk. De maan komt op en we steken de lampen aan.

En wie hebben we daar? De familie termiet met hun doorzichtige vleugels, vele malen groter dan zijzelf. Die vleugels verliezen ze en daarna slaan ze aan het paren, zegt Chaka. Dus het wordt hier een liederlijke toestand. Hun verschijnen is normaal na een regenbui. De eerste tien termieten pluk je nog wel uit je rijst, maar als ze met z’n allen bommetjes in je bier maken wordt het minder grappig. Ineens zijn ze met z’n miljoenen. Een gordijn van vleugeltjes. Frank vindt het smerig. Ik pluk wat vleugels uit mijn mond en denk: “Mij krijgen ze niet gek.” [rectangle]

Maar dan wriemelen ze zich onder onze kleren. We rennen naar de tent. Gauw alle ritsen open en meteen weer dicht. Daar zitten we dan, zonder eten. Chaka roept me. Dit wil ik niet missen, zegt hij.

Een kolossale kikker, formaat mollige huiskat, schranst termieten bij een van de kerosine lampen. Een bullfrog. “He is having a Christmas dinner,” zegt Chaka. Hij wel ja. Onze borden zijn bedekt met een dikke laag vleugels.

Door een hoogpolig tapijt van afgevallen vleugeltjes waad ik naar de tent, waar Frank wild om zich heen slaat, want met mij vliegen de termieten de tent in. “Neem even een foto van die kikker!” Smeek ik, want mijn camera moet opgeladen worden. Hij gaat voor geen miljoen de tent uit, zegt hij. Hans ook niet. Mannen hè? Overal vies van en bang voor. En ik kan niet omgaan met zijn camera.

De termietenkoningin baart nakomelingen onder de grond in de termietenheuvel. Als ze niet worden opgegeten door kikkers en aardvarkens, kunnen ze wel 5 jaar worden. De koningin, zo groot als een pink, kan zelfs de 100 halen. Deze vadsige troela voert niets uit. Wel moet ze larfjes werpen, die door de andere termieten worden verzorgd.

De volgende ochtend bekijk ik de termietenheuvels met andere ogen. Ook die kunnen honderden jaren oud zijn. Zou je ze afgraven, dan vind je daar, waar het zo’n doodse boel lijkt, een wereld op zich, waarin miljoenen termieten hun piepkleine leventjes leiden. Zo moet onze schepper ons toch af en toe ook zien vanuit een onbegrensd heelal: een maf bolletje vol druk bewegende, nietige wezens: mensen! En wij maar denken dat we heel wat zijn. Echt niet.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Een klamboe biedt een goede bescherming tegen vliegende insecten. Kan jij zo’n mooie klamboe wel gebruiken? Libelle mag er een weggeven van de Klamboe Collection! Laat je gegevens achter op het winformulier. Deze actie duurt tot 6 mei. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke – Hoe overleef je onder Mugabe

maandag, april 4th, 2011

Heerlijk, een echte douche en wat een verrassing: op de grond liggen bloemblaadjes en doppen van boomvruchtjes. Samen vormen ze letters: feel at home. Er brandt zelfs een kaarsje bij. Wat lief.

Aan tafel, onder een rieten afdak, bedient Joseph ons. Hij vertelt over zijn vrouw, die ver weg woont. Ze is zwanger. Hij hoopt dat hij volgende maand naar haar toe kan, want hun eerste kindje is dood geboren omdat ze niet op tijd in het ziekenhuis konden komen. Ooit hadden ze een auto. Nu niet meer, omdat er nooit benzine is. “Maar ze is heel blij dat ik werk heb,” zegt Joseph. [rectangle]

’s Avonds komen de nijlpaarden aan land om te eten en daarom worden wij van onze kamer opgehaald door bewaker Charles. Of we dan beter opgewassen zijn tegen een ontmoeting met een nijlpaard betwijfel ik, maar de bewaker heeft er een baan aan en dat is mooi in dit land met hoge werkloosheid en een gierende inflatie.

Ophious is onze gids. Veel wild is hier niet, vanwege de droogte, maar hij leert ons kijken naar wie er altijd zijn: vogels. Er zijn geen andere toeristen, dus we hebben hem voor ons alleen. Vivien, de receptioniste, vraagt op een middag of ze mee mag. Uiteraard!

’s Avonds zitten we bij de rivier en genieten van een vlammende zonsondergang. Dan vertellen ze, zij het terughoudend, over de situatie in het land. Geen kwaad woord over Mugabe, dat is levensgevaarlijk. Wel praten ze over de schaarste en hoe iedereen moet vechten voor een toekomst. “Mijn kinderen moeten het beter krijgen dan ik,” zegt Vivien. Ophious vertelt over zijn buurvrouw. Haar man overleed en ze werd gek van verdriet. Geen man, geen geld, geen eten. Op een dag zocht ze naar voedsel in het bos. Haar kinderen waren alleen thuis. Ze hadden honger en hadden vast wat van het wortelaftreksel gegeten uit de pan die op het vuur stond. Dat had nog een dag moeten koken om te ontgiften. Ze werden zo ziek van het brouwsel dat ze overleden. Een week later werd hun moeder gevonden. Ze had zichzelf opgehangen. Een drama dat niet op zichzelf staat, horen we. Honger, schaarste en angst regeren het land.

Ik schaam me dat ik hier vakantie aan het vieren ben.

“Niet doen,” zeggen Ophious en Vivien. “Als jullie hier niet zouden komen, hebben wij geen werk.”

We laten ze met een bezwaard hart achter als we onze reis vervolgen. Ze voelen bijna als familie. Bij het afscheid omhelzen ze ons en zwaaien ons met beide armen na. Dag lieve mensen, hou vol! Op een dag keert het tij.

Op de foto’s zijn Joseph, Vivien en Ophious te zien.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Winnen!
Als je net zo’n mooie reis als Wieke wilt maken, moet je wel eerst een mooie koffer hebben. En wat past er beter bij een Afrikaanse reis dan een koffer met een dierenprint?

Libelle mag een koffer met zebraprint van Travelbags weggeven!
Laat je gegevens achter op het winformulier. Deze winactie duurt tot 25 april. Lees ook de overige spelvoorwaarden.

Wieke- Mosi-oa-Tunya, een wereldwonder

maandag, maart 28th, 2011

Aan de Zambiaanse kant kun je ze niet goed zien. We gaan naar de overkant. Naar Zimbabwe!

In het Zambiaanse stadje Livingstone fotograferen we eerst het standbeeld van David Livingstone. Deze Schot reisde van de ene ontbering naar de andere. Niet te stoppen. De ware reiziger is altijd onderweg en is overal en nergens thuis. Hij was de eerste blanke die de watervallen zag. Diep onder de indruk schreef hij: “zulke lieflijke beelden moeten de engelen met bewondering bekeken hebben tijdens hun vluchten.” Wij zijn benieuwd! Eerst wacht de administratieve heisa bij de grensovergang van Zambia naar Zimbabwe. [rectangle]

We passeren de brug over de watervallen, waar je voor een paar honderd euro kunt bungeejumpen. Een Amerikaanse staat te huilen. Ze durft niet, maar zit al in een tuigje en ze krijgt haar geld niet terug. Je kunt zelfs op olifanten een tocht door de Zambezi rivier maken. Een belediging voor het dier. Neem dan een bootje. Wat een kermis hier!

Veel stempels rijker en een uur later staan we in Zimbabwe. Bij de ingang naar het park staan jongeren met hun koopwaar, waaronder biljetten van honderd miljard Zimbabwaanse dollars. Met een “Nice souvenir!” prijzen ze de boel aan. Wat is er ‘nice’ aan? De financiën in Zimbabwe zijn een ramp. Toch koop ik er een paar. Dat joch en zijn familie moeten ook eten.

Ik dacht met een mes de jungle door te moeten, maar we wandelen over geasfalteerde paden langs uitzichtpunten en naambordjes in het keurig aangelegde park. In het regenseizoen strekt het watergordijn, dat 130 meter naar beneden klatert zich uit over een lengte van 1,7 km. De regen laat al weken op zich wachten en wij zien slechts stukjes van het gordijn. Ook mooi, maar het doet hier zo geciviliseerd aan. Hier en daar een plakkaat met ‘fireballs’, knalrode bloemen. Daar waar we de watervallen dicht naderen, is het mistig en vochtig. Livingstone voer destijds op de Zambezi rivier en keek zijn ogen uit. Misschien is hij naar boven geklommen, naar de plek waar wij nu staan. Hier moet hij dat gordijn hebben gezien. Helikopters voor toeristen moesten toen nog worden uitgevonden, maar Livingstone geloofde in engelen met een helikopterview.

Ik probeer me voor te stellen wat hij zag. Het lukt me niet. Te veel mensen, te veel regels, te veel bordjes. Maar het geluid van die donderende Mosi-oa-Tunya is al vele eeuwen hetzelfde en dat zal niet veranderen zolang deze breuk in de aardkorst bestaat. Even doe ik mijn ogen dicht en hoor wat Livingstone ook hoorde.

(De komende twee weken kan ik niet reageren, omdat ik dan in een gebied zonder internet zit; de blogs zullen wel gewoon verschijnen.  4 april ben ik weer terug).

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel