null Beeld

PREMIUM

60+ is het nieuwe fabulous: 3 bn’ers over deze nieuwe levensfase

Jarenlang lijkt het iets in een ander sterrenstelsel, die grote 6.0. Maar dan is het ineens zover. Janny van der Heijden, Marian Mudder en Liddie Austin over hun nieuwe levensfase, die enerzijds veel en anderzijds niets heeft veranderd.

Janny van der Heijden (65)

Culinair journalist en Heel Holland Bakt-jurylid Janny van der Heijden (65) flirt als de beste, zingt schaamteloos mee in de auto en trekt een sprintje om de trein te halen. Haar voorbeeld: haar 90-jarige tante.

Zo veel te ontdekken

Toen mijn moeder – net als ik nu – 65 werd, was ik bijna 25 en kreeg ik mijn eerste kind. We scheelden bijna 40 jaar. Maar nooit heb ik het gevoel gehad dat mijn moeder ‘ouder’ was dan de veel jongere moeders van mijn vriendinnetjes. Mijn moeder kon beter ‘ballen’ met 4 ballen, iets wat mij nooit lukte. Ze schaamde zich niet om mee te doen met touwtjespringen en ‘elastieken’, en kon hard meelachen om flauwe kindergrapjes. Geregeld zei ze: “Ik voel mijn leeftijd helemaal niet. Ik ben nog dezelfde als toen ik 18 of 35 was.” Ja, maar je bént het wel, dacht ik dan. 65.

Goed in mijn vel

Nu weet ik hoe hard en ook wel onnadenkend die gedachte van mij toen was. Pas de laatste 10 jaar herken ik wat ze bedoelde. Ook ik voel me totaal niet mijn leeftijd, en zeker geen 65, althans niet wat bij dat beeld zou moeten horen. Ik ben nog lang niet afgeschreven of klaar om te stoppen met werken. Sterker, ik denk dat ik nog iets toe te voegen heb. En dat geldt voor heel veel van mijn leeftijdsgenoten. We doen nog aardig mee, denk ik. Uiteraard merk ik ook wel dat mode, hitparades en digitale ontwikkelingen soms sneller gaan dan ik kan bijhouden (hoewel me dat nog aardig lukt) en dat er minder hoofden omdraaien dan een jaar of veertig jaar geleden (to put it mildly). Maar ik zou niet anders willen. Ik ben een happy 65-jarige. Klinkt dat gek?

"Een grijze muis ben ik nooit geweest en zal ik ook niet worden"

Deze leeftijd heeft echt veel voordelen, hoor. Nu heb ik het geluk dat ik goed in mijn vel zit (ik realiseer me heel goed dat ik daar dankbaar voor moet zijn), maar ik durf ook beter nee te zeggen. Ik kan beter relativeren, doe en zie waanzinnig leuke dingen en ervaar de humor in veel meer dingen dan toen ik 25 was. Oké: een lijf en uiterlijk van twintig jaar geleden zou fijn zijn, maar dat is bijzaak. Want geloof me: áls je deze leeftijd bereikt, moet je vooral dankbaar zijn. Ik zie te veel om me heen dat dat niet lukt, of dat mensen moeten vechten om hem te halen.

Vriendschappen worden kostbaarder dan ze al waren, ego’s worden nietszeggender. Het hoort bij deze fase van het leven dat je graag iets wilt betekenen voor anderen, iets wilt nalaten. ‘Wij’ is belangrijker dan ‘ik’. En natuurlijk: als ik zeg dat uiterlijk er niet toe doet, is dat relatief. Want als ik grijze haren zie, verf ik ze heus weg, hoor. Ik houd van mooie kleren, uitgesproken schoenen en sieraden. Een grijze muis ben ik nooit geweest en zal ik ook niet worden. Maar ik geloof oprecht dat een rimpeltje bij mijn leeftijd hoort. En ja, een blushje en mascara op tv zijn inmiddels onmisbaar. Maar een strak gezicht zonder uitdrukking is verarming, ontkenning. Ik ben mijn leeftijd. Zo simpel is het.

Taartjes en wijn

Ik hoop uit te stralen dat er écht veel mogelijk is als je de 60 gepasseerd bent. Ook op deze leeftijd is er meer dan genoeg te ontdekken, kun je nog verbaasd staan, dingen veranderen, ondersteunen. Genieten gaat me beter af dan ooit, relativeren ook. Verbanden tussen van alles lijken zich duidelijker af te tekenen. Ik kan flirten, gieren van de lach, rennen naar de trein als ik die dreig te missen, knoerthard meezingen in de auto (en de verbijsterde blikken bij het stoplicht negeren), genieten van mooie taartjes en fijne wijnen, trots zijn op de prestaties van anderen en me intens gelukkig voelen als ik naar mijn kinderen en kleinkinderen kijk. En dan denk ik maar aan mijn tante, zij cruisede op haar 90ste nog vrolijk door het Panamakanaal en antwoordde op de vraag: “Hoe oud bent u?”, standaard met: “Dat vraag je niet aan een dame.” Zij zou het met me eens zijn: 60+ is het nieuwe leeftijdloos.

Marian Mudder (61)

Schrijfster Marian Mudder (61) doet niets meer om ‘erbij te horen’. Mag van zichzelf eindelijk de eigenzinnige vrouw zijn die ze altijd al was. Alleen dat slapper wordende velletje hè, als ze dáár nou eens iets op verzonnen.

De vitragejaren

Sinds een jaar of 10 kan ik niet meer zeggen hoe oud ik ben zonder de slappe lach te krijgen. Onbewust heb ik altijd gedacht dat ik me heel anders zou voelen op deze leeftijd. Inmiddels heb ik kunnen vaststellen dat er niet veel is veranderd. Wandelend in het bos verkies ik nog immer het smalle kronkelige paadje boven het geasfalteerde laantje.

Hartstochtelijke liefdes

Ik zwem nog altijd naakt in zee en geniet van lopen door hoog helmgras. Als ik de kans krijg loop ik nog steeds, mijn evenwicht bewarend, over hekjes en gevallen bomen. Als ik druk ben met de planten op mijn dakterras krijg ik vaak de opmerking: “Dat krijg je als je ouder wordt.” Dan denk ik: nee, hier hield ik altijd al van. Je wordt niet iemand anders als je ouder wordt. Ik niet, in elk geval. Niet dat ik me 18 voel of krampachtig vasthoud aan het kind in mij. Maar door me bezig te houden met de dingen waar ik al mijn hele leven van houd, voel ik me niet oud. Muziek, films, de natuur, ik heb veel hartstochtelijke liefdes en ik onderhoud ze allemaal.

Er zijn vooral veel dingen die ik níet meer doe omdat ik erachter kwam dat ik ze alleen maar deed om ‘erbij te horen’ of om te voldoen aan verwachtingen van mijn omgeving. Daar ben ik mee gestopt. Ik mag nu de eigenzinnige vrouw zijn die ik altijd al was. Ik concentreer me uitsluitend op dat waar ik van houd, waardoor ik er nog meer plezier aan beleef. Ik begrijp beter hoe ik moet léven in plaats van watertrappelend te overleven. Ik besteed mijn tijd beter, bewuster. Het feit dat ik niet meer zo veel tijd heb, ervaar ik als een geruststellende gedachte. Het heeft meer dan ooit mijn levenshonger doen ontwaken, het maakt duidelijk waar mijn prioriteiten liggen.

"Ik begrijp beter hoe ik moet léven in plaats van watertrappelend te overleven"

Ik heb me ontwikkeld, dat wel. Daar heb ik veel tijd en energie in gestoken en ik pluk er nu de vruchten van. Ik ben wijzer geworden, heb een ander perspectief dan 10, 20 jaar geleden. Ik snap het leven zo veel beter en ben nu al benieuwd hoe ik er over 10 jaar over zal denken. Want wanneer je je ontwikkelt, sta je telkens op een ander plateau, op dezelfde berg, maar op een andere plek, waardoor je een ander uitzicht of inzicht hebt. Ik vergelijk het met een vogel in een boom, die vanaf elke tak een ander perspectief heeft.

Gefilterd licht

Het algemeen heersende idee is dat vanaf je 50ste alles bergafwaarts gaat. Zo ervaar ik het niet. Nou ja, de buitenkant heeft z’n beste tijd gehad. Tegen de tijd dat je lekker in je vel zit, begint het uit elkaar te vallen. Het enige wat ik zou willen veranderen, is mijn huid. Ik zou in een machine willen stappen die mijn huid strak kan trekken, en dan zeggen: “Graag over de hele lengte 3 centimeter innemen.” Ik noem deze periode ook wel ‘de vitragejaren’, want met wat kaarslicht en gefilterd licht is het nog prima te doen. Het was volgens mij Heleen van Royen die zei: “Met de juiste belichting kan ik nog jaren mee.” Zo is het. Want ik weet dat ik mijn jeugd heb verspild aan kreupelende zelfhaat en ga niet weer dezelfde fout maken. Ik weet nu al wat ik denk als ik over een jaar of 10 een foto van mezelf nu zie, namelijk: wat zag ik er toen goed uit! Waarom wachten? Ik heb mezelf en mijn lijf leren liefhebben, niet vanuit een gezwollen ego waardoor ik mezelf fantastisch vind en ervan uitga dat anderen dat ook doen, maar op een zachte manier. Ik heb geleerd met een milde blik naar mezelf te kijken. Met de juiste belichting. Marians nieuwe boek Lichter leven

verschijnt in januari bij Ambo | Anthos

Liddie Austin (60)

Dat bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd de verfletsing zou toeslaan, daar had journalist Liddie Austin zich bij neergelegd. Maar ze had ook verwacht dat ze tegen die tijd verstandig en helemaal zen zou zijn. Helaas blijkt de werkelijkheid anders.

Onvolwassen met rimpels

“Maar goed, is het niet een beetje overdreven om te huilen over zoiets kleins? Je bent bijna 60!”, zei mijn tante vorig jaar zomer. Ik had haar net opgewonden verteld over een vermeend onrecht waarover ik – echt geen huilebalk – in tranen was uitgebarsten. Tante had eerst braaf ach en wee geroepen, maar vond het toen kennelijk tijd om een grens te trekken. Haar opmerking trof mij als een mokerslag. Ik zou toen weliswaar nog een paar maanden 58 zijn, maar inderdaad, dat was bijna 60. Dat ik op die vergevorderde leeftijd nog huilde om zoiets in feite onbenulligs, was best gênant. De rest van de zomer galmde het door mijn hoofd, bij alles wat ik deed of naliet: je bent bíjna 60. Ik was bijna 60 en had mijn huis niet op orde. Ik was bijna 60 en te laat met mijn belastingaanslag. Snauwde tegen mijn dierbaren. Fietste over de stoep, tot ongenoegen van de buurman. Liet me door verkopers aan de deur dingen aansmeren die ik niet nodig had.

"Is het eigenlijk wel zo leuk om iemand te zijn die van alles weet hoe het moet?"

Gruwelverhalen

Het dieptepunt, achteraf gezien, werd bereikt toen ik op een middag waarop ik niks te doen had de stad in fietste om eens te kijken bij een piercer over wie ik iets had gelezen. Zo’n oorbel boven in mijn oor leek me wel wat, misschien kon hij me daar iets over vertel-len. Voor ik het wist, lag ik op de behandeltafel en werd er een ringetje door mijn oor geslagen. Een ‘conch’ heet dat, las ik online

toen ik enigszins hyper weer thuis was. Het was best een ingewikkelde piercing omdat hij door het kraakbeen van het oor heen ging. In rap tempo ontnuchterend las ik gruwelverhalen over de lelijke ontstekingen die deze piercing kon veroorzaken. Ermee zwemmen was in ieder geval de eerste 9 (!) maanden verboden. Ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan: we beleefden de warmste zomer sinds mensenheugenis en ik mocht niet meer zwemmen! Ik leek wel gek. Waarom had ik me niet vóórdat ik naar die piercer ging een beetje in de materie verdiept? Was dat niet het minste wat je kon verwachten van iemand die bijna 60 was?

Nooit af

Het was duidelijk dat ik met allerlei aannames rondliep over wat 60 zou moeten zijn. Dat daar rimpels en algehele verfletsing bij hoorden, vond ik jammer, maar daar ging ik van uit. Maar ik dacht óók dat iemand van 60 altijd verstandig zou zijn. Een 60er weet wat ze wil, bewaakt haar grenzen, houdt controle. Ze is helemaal zen, huilt niet om kleinigheden en laat zich op een warme vrijdagmiddag beslist geen conch door haar rechteroor jagen. Ik voelde me een beetje mislukt dat die bonuskant van 60 aan mij voorbijging. Op die manier hoefde het van mij eigenlijk niet.

De afgelopen maanden, toen de beladen verjaardag daadwerkelijk dichterbij begon te komen, staken er echter ook andere gedachten de kop op. Ik dacht dus dat ik óud zou zijn als ik 60 was. Ging ik nu piepen omdat dit niet het geval bleek te zijn? Daarbij: was het eigenlijk wel zo leuk om iemand te zijn die van alles weet hoe het moet? Om nooit te twijfelen, nooit eens uit de band te springen?

Als ik één ding als bijna-60'er zou moeten weten, is dat je als mens nooit af bent. Niet als je 59 bent, niet als je 60 bent en waarschijnlijk ook niet als je 103 bent – maar daar kom ik nog op terug. Nu ga ik vieren dat dit kennelijk 60 is – rimpels én nog steeds niet echt volwassen – en dat ik dat goed vind.

Fotografie: MAX/Roland J. Reinders, Karlien van der Geest, Harold Pereira.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden