null Beeld

75 jaar vrijheid: “In Canada ervoer prinses Juliana een gevoel van intense vrijheid”

Als íets het Nederlandse volk moed en kracht gaf, dan was dat het koningshuis. Ook al verbleef dat tijdens de Duitse bezetting noodgedwongen in het buitenland. Tegelijkertijd waren de Canadese jaren voor prinses Juliana en haar dochters juist een periode van emancipatie en vrijheid.

“Het treurigste moment van onze vlucht kwam toen we in Canada van de boot afstapten.” Dat zei Martine Feaver-Del Court van Krimpen in 1983 tegen schrijver Albert Van Der Mey. Martine was de boezemvriendin van prinses Juliana. Zij vergezelde haar in mei 1940 op de vlucht voor de Duitsers naar Canada. “We beschouwden het schip als een stukje Holland, en toen moesten we dat stukje achterlaten. En we hadden geen idee voor hoe lang.”

Het leven van de Oranjes was, zoals dat van de meeste Nederlanders, onherkenbaar veranderd sinds Hitler op 10 mei 1940 Nederland was binnengevallen. Juliana en Martine hadden de eerste dagen in de schuilkelders van Paleis Noordeinde doorgebracht, met hun kinderen, prins Bernhard en Willem Roëll, Martines man en tevens Bernhards privésecretaris. Ook koningin Wilhelmina zat bij hen in de krappe ruimte. “Je lag er op een hoopje”, zei Martine als 91-jarige in het tv-programma Nova in 2008.

Nederland gaf zich over

Op 12 mei droeg Wilhelmina Bernhard op zijn gezin naar het veilige Engeland te begeleiden. Niet alleen uit moederliefde, maar ook om de toekomst van de monarchie te waarborgen. Martine en de kleine Renée zouden meereizen, evenals de kinderverzorgster van de prinsesjes, Sophia Feith. In hun kielzog drie rechercheurs. Het groepje reed in een gepantserde vrachtwagen van de Nederlandse bank naar de haven van Scheveningen. Martine: “Bernhard rapporteerde over de verwoesting die hij zag uit een raam. We hadden het gevoel dat hij een beetje overdreef, dat was wel zijn aard.” De vrouwen stelden hun mening bij toen hun schip op een haar na werd getroffen door een Duitse mijn, wat een oorverdovende explosie veroorzaakte. Ze kwamen veilig aan in Londen, waar ze logeerden bij de Britse koninklijke familie, aan wie de Oranjes verwant waren via Juliana’s grootmoeder Emma. Een paar dagen later werd Rotterdam gebombardeerd. Nadat het centrum weggevaagd was, gaf Nederland zich over.

Daarop vluchtte ook Wilhelmina, in gezelschap van haar kabinet, naar Engeland, tot verslagenheid van haar onderdanen, die zich in de steek gelaten voelden. Achteraf zou de keus toch goed uit pakken: Wilhelmina zou bezet Nederland vanuit Londen bezielen met vele toespraken via de illegale radiozender Radio Oranje.

Prinses Irene werd gedoopt in de kapel van Buckingham Palace in tegenwoordigheid van de Windsors; haar peetmoeder was koningin Elizabeth, de moeder van de huidige Queen. Toen ook Engeland onder vuur kwam te liggen, werd besloten dat Juliana en de prinsesjes met hun gezelschap door zouden reizen naar bondgenoot Canada. Op 2 juni reden ze naar de haven in Daimlers van koning George VI, waarin het al gauw een vieze boel werd omdat Renéetje Roëll wagenziek was. Beatrix had de mazelen. Op het schip, de Hollandse ‘Sumatra’, knapten de meisjes snel op. Ze speelden gezellig aan dek, tot plezier van de matrozen, die spelletjes met hen deden en hangmatjes voor hen maakten om in te slapen. De box met Irene stond bij de kanonnen.

Bij het afscheid stonden niet alleen Juliana en Martine de tranen in de ogen; het gold ook voor veel leden van de bemanning. Het groepje vrouwen en kinderen werd uitgeleide gedaan met tromgeroffel en trompetgeschal. Tijdens het eresaluut trok Beatrix speels aan de broekspijpen van een officier. De Sumatra keerde terug naar het strijdperk, waar verschillende matrozen het leven zouden laten.

Intens gevoel van vrijheid

Een speciale trein van het Canadese ministerie van Defensie bracht het koninklijke gezelschap naar de hoofdstad Ottawa. Daar zei Juliana in een interview voor de nationale radio CBC: ‘Spreek ons nooit van medelijden. Medelijden is iets voor zwakkelingen, en ons verschrikkelijke lot heeft ons sterker gemaakt dan ooit tevoren.’ In Nederland werden meteen illegale pamfletten verspreid met deze woorden.

De eerste weken in Canada verbleef Juliana met haar gezelschap bij Juliana’s tante Alice, een nicht van de Britse koningin, en haar echtgenoot, de graaf van Athlone, de Britse gouverneur in Canada. Ze keken met lede ogen toe hoe Hitler gigantische successen behaalde. Zijn soldaten leken onoverwinnelijk, mede doordat ze werden opgepept met het pepmiddel Pervitin, de drug die we nu crystal meth noemen. Het werd duidelijk dat een terugkeer naar Nederland nog lang niet aan de orde was. Daarop verhuisde Juliana met haar gezelschap naar een eigen huis in Ottawa, Lansdowne Road nr. 120. Ze noemde het ‘Nooit gedacht’.

Natuurlijk sloeg die naam op de verbanning. Maar er was nog iets wat Juliana ‘nooit gedacht’ had: dat ze in Canada een gevoel van intense vrijheid zou ervaren. Ze had er veel minder last van nieuwsgierige blikken dan in Nederland. Ze kon zich emanciperen van haar dominante moeder en echtgenoot, die haar vaak de wet voorschreven. (‘Ik wil niet het refrein zijn van het liedje dat Bernhard zingt’, schreef ze Wilhelmina tijdens de oorlog.) De strenge hofadel, die altijd op haar lette, was ver weg, ze had voor het eerst ‘gewone’ mensen om zich heen. En ze kon zelf ook gewoon zijn, iets waar ze altijd hartstochtelijk naar verlangd had. Omdat er weinig personeel te krijgen was, deden Juliana, Martine, Sophia Feith en hun beveiligers deels zelf het huishouden. Juliana maakte enthousiast bedden op, kookte, nam stof af. “Ze vond het heerlijk”, zei Martine in Nova.’Het waren dingen die ze anders nooit deed.

In een Canadese krant werd gesignaleerd dat Juliana zelf boodschappen deed. ‘Zonder begeleiding, soms zelfs zonder hoed!’ Verder doneerde Juliana – anoniem – haar blauwe bloed aan de bloedbank. Ook werkte ze in de lunchroom van een kringloopwinkel in Ottawa, de ‘Superfluity shop’, speciaal in het leven geroepen om het leger financieel te steunen. Al gauw wilde iedereen door haar bediend worden. Daarom liet ze zich overplaatsen naar de merkkamer, waar de artikelen geprijsd werden. Ze deed mee aan het project ‘Breien voor het leger’, waarbij warme sokken werden gebreid voor de soldaten. Als haar kinderen ziek waren, bracht ze hen zelf naar de huisarts, waar ze per se haar beurt wilde afwachten. Haar buurman W.H. Heeney zag haar geregeld door de buurt fietsen met haar pantoffels nog aan. “Ik had dit allemaal nooit willen missen”, zei Juliana later tegen Martine.

Kroonprinses in de keuken

Prins Bernhard was minder enthousiast over Juliana’s gewone gedrag. Dat bleek begin juni 1941, toen hij als verrassing op de stoep stond, overgekomen uit Londen, waar hij zijn schoonmoeder, koningin Wilhelmina, bijstond als adjudant. Een lid van de veiligheidsdienst was op dat moment aan het stofzuigen. Juliana stond in de keuken ontbijt voor de kinderen te maken. Vooral dat laatste ging Bernhard te ver. Een kroonprinses hoorde zich niet in de keuken, vond hij. Hij liet meteen een kok uit het Nederlandse leger overkomen naar Ottawa. Het kwetste Bernhard dat zijn kinderen hem niet meer herkenden, iets wat te verwachten was op hun leeftijd. Hij zorgde dat ze snel weer vertrouwd met hem raakten. De komende jaren zou hij 3 keer per jaar overkomen om de band in stand te houden.

De prinsesjes werden kleuters. Hun verjaardagen werden in het bezette Nederland illegaal gevierd: de Duitsers verboden elk vertoon van Oranjeliefde. Toen Beatrix 4 jaar werd, op 31 januari 1942, deed het volgende gedicht in het geheim de rondte onder ‘goede’ Nederlanders: ‘Er stijgt uit veler harten, een bee tot Neerlands god, Heer wees met ons’ prinsesje, bestier gij zelf haar lot, wees met haar in den vreemde, leid haar aan uwe hand, geef Beatrix eens weder aan het volk van Nederland.’

Intussen amuseerde Beatrix zich uitstekend. Het vroor. Dat leverde ritjes in de arrenslee op, schaatsen op de ijsbaan, en skipartijen in de nabij gelegen Laurentia-heuvels. Dave Puddicombe, de zoon van Juliana’s gynaecoloog, zag haar samen met Irene en Renée Roëll spelen in de sneeuw. ‘Het waren de wildste kinderen die ik ooit gezien had’, zei hij in 1983 in het boekje Beatrix in ballingschap. ‘Ze wilden vechten en sneeuwballen gooien. Ik aarzelde om ruwe spelletjes met hen te doen; ik was al 10 jaar.’ Hij noteerde dat Beatrix de neiging had de baas te spelen. ‘Dan keek Irene haar aan met een blik van ‘val om’, en gooide weer een sneeuwbal.’ Martine Roëll over Beatrix: “Ze was allerminst verlegen.”

‘Halve wilden’

Hoe baldadig de prinsesje waren, ervoer ook de eigenares van vakantiehuis 'Fencefield' waar Juliana met haar gezelschap de zomervakantie van 1942 doorbracht. Mevrouw John Bross Lloyd was niet onder de indruk van haar hoge gezelschap. Zelfs niet toen president Roosevelt op bezoek kwam, samen met prinses Martha van Noorwegen, die bij hem logeerde. Ze wond zich meer op over het feit dat Beatrix, Irene en Renée haar behang bekrasten en het bad lieten overlopen. Toen Juliana vroeg of ze nog wat langer mochten blijven dan was afgesproken, weigerde ze dat. Daarbij presenteerde ze de kroonprinses een extra rekening van 204 dollar, omdat, volgens haar, het plafond in de woonkamer moest worden overgeschilderd vanwege het overlopen van het bad. Net als de bekraste muren en het houtwerk in haar werkkamer. Verder moesten ‘alle venstergordijnen in de grote slaapkamers en in de gang boven’ worden vervangen omdat de kinderen er verstoppertje hadden gespeeld.

Juliana moedigde het vrije gedrag van haar kinderen aan. Ze wilden hen het keurslijf besparen waarin zij zelf was opgegroeid. Op 17 juli 1940 schreef ze aan prins Bernhard dat ‘Tinus’, zoals ze Martine noemde, haar te streng was. Citaat: “Voor mijn part mogen ze een hele categorie van dingen meer kapot maken dan van Tinus. (...) Ik kan het niet uitstaan om een kind alles te verbieden of te horen verbieden. Dat moet toch uitzondering blijven.” Bernhard dacht er anders over, hij vond dat zijn dochters opgroeiden als ‘halve wilden’. Maar hij kon vanuit Londen weinig invloed uitoefenen.

Ondertussen in Londen...

Zelf leefde hij daar overigens ook niet gedisciplineerd. Zijn strenge schoonmoeder Wilhelmina gaf hem weinig taken. Ze wilde niet dat hij afreisde naar het slagveld, om het toekomstige koninklijke gezin niet in gevaar te brengen. Bernhard verviel in feestvieren, onder andere met minnaressen. Juliana wist daar van. Ze vroeg hem per brief te laten weten ‘in wiens gezelschap’ hij sliep. De Britse koning George vond Bernhard een losbol. Hij noemde hem ‘de enige man in Europa die van de oorlog geniet.’ Intussen was Bernhard in Nederland het symbool van het verzet, als Duitser die zich tegen zijn vaderland had gekeerd.

Volgens Juliana’s biografe Jolande Withuis heeft Juliana destijds meer betekend voor haar volk dan haar man, en wel doordat ze onvermoeibaar door de vrije wereld reisde om steun te zoeken voor de goede zaak. Zo logeerde ze vaak in het Witte Huis bij president Roosevelt, om hem te herinneren aan de ellende in haar land. Ze had bij hem een streepje voor, omdat hij van Nederlandse afkomst was. “Hij voelt zich nog zeer Nederlands,” schreef Juliana aan Bernhard. En: “’t Is hier erg gezellig in huis, niks formeel, net als bij ons op Soestdijk. (..) Je komt bijvoorbeeld voor het avondeten in zijn (Roosevelts, red.) kamer waar hij cocktailtjes maakt.”

Maar het liefst was ze thuis. Tot 1942 in ‘Nooit gedacht’ en vanaf 1942 in een groter landhuis, het gemeubileerde ‘Stornoway’aan de Acaciaroad in Ottawa. De eigenares, Ethel Perley-Roberston: ‘De dames waren niet veeleisend, het enige waar ze om vroegen waren zes badhanddoeken.’ In het koninklijk huishouden draaide alles om de kinderen. Een gemiddelde dag begon met een gezamenlijk ontbijt. Daarna gingen de oudste kinderen naar de kleuterschool, later de basisschool. De volwassenen deden de boodschappen, ruimden het huis op, en ontvingen gasten. Ze hielden de kinderen gezelschap bij het avondeten, al aten ze zelf later. Daarna deden ze spelletjes met hen tot bedtijd.

Intussen volgden ze de internationale gebeurtenissen op de voet. Die bepaalden wanneer ze terug konden reizen naar Nederland. In 1942 was daar nog geen sprake van. In augustus mislukte een geplande invasie van de geallieerden in Normandië. Daarbij kwamen drieduizend Canadezen om. Juliana voelde zich ellendig jegens haar gastland. Ook kwam het verschrikkelijke bericht door dat Martines man, die een hoge positie had bekleed in het verzet, gefusilleerd was. Martine was ontroostbaar. Later zou ze hertrouwen met de Canadees Feaver. Ze zou met Renée in Canada blijven wonen, waar ook Renée zou trouwen met een Canadese man.

Een derde prinsesje

Het goede nieuws dat jaar was dat Juliana in verwachting raakte. Prins Bernhard kondigde het aan via Radio Oranje. Wilhelmina reisde – voor het eerst van haar leven in een vliegtuig – naar Canada om haar zwangere dochter te bezoeken. Ongetwijfeld tot opluchting van haar ministers die net als zij in ballingschap in Londen leefden. Zij leden onder haar strenge toezicht. Wilhelmina kraakte hen stuk voor stuk af in haar brieven aan Juliana. Juliana, die alles wist van haar moeders autoritaire, vaak onredelijke houding, verdedigde hen dan weer: ‘Meks (haar bijnaam voor Wilhelmina, red),’schreef ze, ‘Waarom, waarom praat jij altijd zo denigrerend over onze allerbeste mensen? Je kunt de mensen zo breken met één woord.’ Ze sprak Wilhelmina aan als ‘Uwe recalcitrantie’, en ‘oude Romanov die je bent (de Oranjes waren verwant aan de heerszuchtige Russische tsarenfamilie Romanow, red.).

De aanstaande bevalling van Juliana bracht veel hoofdbrekens met zich mee. Als het kind een jongen zou zijn, zou hij later koning worden – in die tijd gingen jongens nog voor meisjes in de lijn van de troonopvolging. Maar een Hollandse koning moest wel de Nederlandse nationaliteit krijgen, niet de Canadese. Als noodoplossing werd de kraamkamer uitgeroepen tot extraterritoriaal Nederlands grondgebied. Juliana was uitgerekend in januari 1943. Op 18 jan belde ze dokter Puddicombe, met de vraag: “Hoe staat het met uw gevoel voor humor vandaag? Ik heb de bof.” Ze was besmet door kleine Renée Roëll. Desalniettemin baarde ze de volgende dag een gezonde dochter, prinses Margriet. In haar euforie benoemde Wilhelmina Puddicombe meteen tot officier in de orde van Oranje Nassau.

In Nederland was sprake van enige teleurstelling omdat Juliana geen zoon had gekregen. Een aanstaande koning sprak meer tot de verbeelding. Juliana zelf had ook liever een zoon gekregen, vermoedde haar buurvrouw in Canada, mevrouw John Graham, nadat ze zelf was bevallen van haar derde zoon. Toen Juliana in de wieg keek, zei ze: “U hebt het wel getroffen! 3 zoons nu!”

Een van de weinigen die blij waren met het feit dat de baby een meisje was, was koningin Wilhelmina. Nu kon het kind ‘Margriet’ heten. ‘Prins Margriet had wat vreemd gestaan’, schreef Wilhelmina’s biograaf Cees Fasseur later. Margrieten waren de laatste bloemen die de Oranjes hadden zien bloeien voor ze Nederland verlieten en Wilhelmina zag er het symbool van het verzet in. Voor de microfoon van Radio Oranje droeg ze haar kleindochter op aan het vaderland: “Het is de bedoeling der ouders door de keus van deze naam een band voor het leven te leggen tussen ons thans zo zwaar beproefde volk in de bezette delen des rijks en de jonggeborene.” Prins Bernhard zag nog een voordeel, zei hij voor Radio Oranje: Dat Margriet ‘maar’ een meisje was, spaarde volgens hem mensenlevens. Bezet Nederland zou minder uitbundig feestvieren, en dus minder Duitse represailles uitlokken.

Overbodige prinses of niet, Margriets geboorte werd door de geallieerden aangegrepen als propaganda. Op het parlementsgebouw in Ottawa wapperde de Nederlandse vlag. Het klokkenspel speelde het Wilhelmus. De dienst van Margriets doop in de Presbyteriaanse kerk van St. Andrew werd gehouden in het Nederlands en Radio Oranje was present. Beatrix bleef nu de eerste troonopvolgster na haar moeder. Maar Juliana wilde niet dat dat haar als kind al werd bijgebracht, zoals dat bij haar zelf was gebeurd. Het had haar altijd benauwd zo’n grote verantwoordelijkheid te dragen. Zodoende kon Beatrix in Canada een andere toekomstdroom koesteren: ze wilde boerin worden, met 2 emmers aan een juk, om de arme kinderen in Nederland melk te geven.

Hongerwinter

Vlak na Margriets geboorte kregen de Oranjes een overweldigend bericht : Op 2 februari 1943 werd Hitlers opmars gestuit door de Russen. Hij verloor de slag om het Russische Stalingrad. Het Duitse zesde leger werd volledig vernietigd door het Russische Rode leger. Dat werd een kantelpunt in de Tweede Wereldoorlog. Het psychologische effect was enorm. Bij de Duitse bevolking drong door dat Hitler de oorlog wel eens zou kunnen verliezen. De volgende anderhalf jaar wonnen de geallieerden voetje voor voetje terrein op Hitler, waardoor het Duitse leger aan slagvaardigheid inboette. Op 6 juni 1944, D-Day genaamd, wisten ze via de zee de Duitse verdedigingslinies in Normandië te doorbreken. Het was het begin van de bevrijding van West-Europa.

In het najaar van 1944 verjoegen de geallieerden de Duitsers uit het zuiden van Nederland. De euforie was groot. Juliana reisde meteen naar Londen, om dichtbij te zijn als de totale overwinning plaatsvond. Maar Hitler gaf zich nog niet gewonnen. Boven de rivieren bleef Nederland gebukt gaan onder de bezetting. Alle reserves werden opgeëist door de Duitsers, zodat er al gauw nauwelijks meer eten en brandstof te krijgen was, terwijl de winter extreem koud was. Duizenden Nederlanders stierven in de ‘hongerwinter’. In Londen zaten de Oranjes aan de radio gekluisterd. “Wat was dat een akelige kersttijd”,zei Juliana later tegen journalisten. “We zaten bij elkaar met een klein kerstboompje met slechts een kaarsje, en dachten aan het verschrikkelijks wat thuis gebeurde.”

In januari 1945 keerde Juliana terug naar Canada. Ze reisde meteen door naar het Witte Huis, om bij Roosevelt te benadrukken wat zich voor ramp voltrok in het westen van Nederland. Maar het zou nog tot mei duren voor de Duitsers zich onvoorwaardelijk overgaven. Daarop nam Juliana met gemengde gevoelens afscheid van Canada, het land waar ze ondanks alles zo gelukkig was geweest. Voor haar Canadese staf zei ze in een toespraak, waarbij ze korte nerveuze trekjes aan haar sigaret nam: “Het stemt me droevig afscheid te moeten nemen. 5 jaar is een lange tijd, je raakt zo aan de dingen gehecht. We hebben zoveel vrienden gekregen. We hebben zoveel waar we met plezier aan terugdenken. Voor de kinderen is het een prachtige tijd geweest: de lucht is hier zo schoon, de grasvelden zo groen en zonneschijn zo warm.” De volgende jaren zou ze als dank duizenden tulpenbollen naar Canada laten sturen.

Met haar kinderen en hun 2 cockerspaniëls reisde ze naar New York, waar een oceaanstomer lag te wachten om haar naar Engeland te brengen. Vanuit Londen vloog ze op 4 mei 1945 door naar het vliegveldje Teuge, waar prins Bernhard zijn gezin opwachtte. Bij het uitstappen klemden de 3 prinsesjes ietwat verlegen alle 3 stevig hun lievelingspop in de handen. Hun ouders bogen zich beschermend over hen heen. De foto is iconisch geworden, een symbool voor de bevrijding. Voor Nederland was de cirkel rond: de Oranjes waren weer thuis.

Tekst Dorine Hermans. Beeld: Beeldbank WO II

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden