null Beeld

Ad Fransen: “Mijn vader was fout in de oorlog”

Hij werd in 1955 geboren op de verjaardag van Adolf Hitler, kreeg de naam Adolf en alsof dat nog niet ongelukkig genoeg is: zijn vader was SS’er tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Jiska Fischer

Paspoort

Deze Adolf heet van jongs af aan Ad, Ad Fransen. Hij heeft zich jarenlang bezwaard gevoeld bij zijn echte naam. Zijn paspoort hield hij tijdens reizen uit de buurt bij anderen. Aan de grens kon Fransen rekenen op gefronste wenkbrauwen, ja zelfs bij de Duitse grens.

Vaderskind

Zijn ouders zijn inmiddels overleden en Ad Fransen durft na zorgvuldig onderzoek het familiegeheim prijs te geven. Dat doet hij in de vorm van zijn roman Vaderskind. Hierin probeert hij erachter te komen wat zijn vader in de handen van de SS dreef en waarom hij, Ad, de naam Adolf kreeg. Het resultaat is een familiekroniek waarin Fransen nietsontziend eerlijk is over zichzelf, zijn ouders en zijn voorouders. En toch is hij erin geslaagd zich te verzoenen met zijn naam en zijn vader lief te hebben en te verguizen. Een uitgebalanceerd meesterwerk in woord en geschrift.

Wie was je vader?

“Mijn vader heette ook Adolf: zijn ouders staken hun nationaalsocialistische sympathieën niet onder stoelen of banken. Zijn moeder had een poster van Hitler boven haar bed hangen, die vergezeld werd door een beeltenis van Göring. Mijn vaders vader voer wel bij de oorlog. Hij was kippenboer en verlinkte zijn collegaboeren door hun illegale vee te verklikken aan de Duitsers. Daarna kon hij bij de Duitsers voor een spotprijs het ingenomen vee afnemen. Om zijn moeder te pleasen ging mijn vader bij de SS, ‘het fascisme zat er bij haar zoon ingeboren,’ aldus zijn moeder. Uit de archieven blijkt dat ze hem heeft verraden toen zij na de oorlog zelf terecht stond. Al die spullen in haar huis, de portretten van Hitler en Göring, die waren niet van haar maar van haar zoon. Mijn vader heeft dat nooit geweten, want hij is haar altijd blijven beschermen. Hij heeft nooit kunnen toegeven dat hij de fout in was gegaan, want daarmee zou hij zijn moeder ook veroordelen.”

Je zoektocht begint eigenlijk bij de vraag waarom een vader zijn kind dat op 20 april geboren is – Hitler’s verjaardag – tien jaar ná de Tweede Wereldoorlog Adolf noemt.

“Ik probeer het te verklaren. Het blijft gissen, want als ik het hem vroeg, zei hij dat hij mij – zijn eerstgeborene – vernoemd had naar zichzelf. Mijn vader heette immers ook Adolf. De jaren na de oorlog waren niet bepaald leuk. Hij was ‘fout’ geweest tijdens de oorlog. Hij trouwde met mijn moeder en kreeg zijn eerste zoon, dat gaf hem zijn bestaansrecht terug. Het is natuurlijk een enorme stommiteit als je je zoon deze naam meegeeft, alleen denk ik niet dat hij er heel erg bij heeft stilgestaan. Toch heeft hij me, door mij die naam te geven, als het ware uitverkoren om de familiegeschiedenis uit te zoeken en het geheim te ontrafelen. Daar ontkom je niet aan met die naam. Toen al werd die naamgeving door de omgeving raar gevonden. Ik heb mijn hele leven Ad geheten, thuis en op school.”

Je hebt lang gewacht met het publiceren van dit verhaal. Je ouders zijn nu overleden. Je vader heeft je gesmeekt niet het doopceel van de familie te lichten. Wanneer besloot je dat het er toch echt van moest komen?

“Voor het overlijden van mijn ouders had ik al een paar versies geschreven. Ik ben ook wel eens een paar maanden in Frankrijk gaan schrijven, maar het maakte me helemaal gek. Op het hysterische af. Ik kon geen afstand nemen. Nu is er rust en heb ik niet het gevoel dat er iemand over mijn schouder mee kijkt.”

Veel wilde je vader niet kwijt over zijn geheime verleden. Het grootste deel van de informatie heb je ontdekt door onderzoek in archieven en musea. Wat was de schokkendste onthulling?

“Ik kwam er na zijn dood achter dat hij deel uitmaakte van de buitenbewaking van Kamp Amersfoort. Hij bewaakte de poorten. Dat was op zich een dreun, maar aan de andere kant was het een meevaller dat hij niet ín het kamp werkte – daar waar gemarteld werd. Dat was een geruststelling. Het onderzoek was lastig. Er is in Nederland veel bewaard gebleven, maar in Tsjechië bijvoorbeeld, is alles door de Russen vernietigd. Daar zijn geen musea.”

Soms is het voordeliger om niet alles te weten...

“Klopt. Misschien meldt zich op een dag een halfbroer, die mijn vader ergens tijdens de oorlog heeft verwerkt. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij goed gebruik heeft gemaakt van zijn uniform. Maar het hoeven niet altijd negatieve dingen te zijn. Bij de slag om Arnhem zou hij een vijandige Britse parachutist hebben bevrijd uit een boom waar hij in verstrengeld was geraakt tijdens zijn val. Mocht mijn boek ooit vertaald worden, dan zou het leuk zijn als de zoon van de parachutist dit verhaal herkent en van zich laat horen.”

Heeft dit boek jou ‘bevrijd’?

“Het is een enorme opluchting. Je loopt toch altijd met een geheim rond. Als ik op reis ging, dan zorgde ik dat ik de auto bestuurde zodat ik zelf mijn paspoort – met daarin mijn echte naam Adolf – zélf overhandigde. Zo kon niemand anders zien dat ik eigenlijk zo heet. Ik ben nu verlost, je kunt het wel een ‘coming out’ noemen. Ik heb niets meer te verbergen. Niets in het leven kan mij nog chanteren.”

De één bezoekt een psychiater, de ander schrijft een boek.

“De afgelopen vier jaar heb ik een psychiater nodig gehad om dit boek te kunnen formuleren. Hij heeft me zeker een duw in de juiste richting gegeven. Ik wilde het boek eerst ook aan hem opdragen, maar dat vond ik bij nader inzien toch wat pathetisch.”

Wat vonden je broers van Vaderskind? Het gaat immers ook over hun vader.

“Ze hebben fantastisch gereageerd. Op het diner voorafgaand aan de boekpresentatie hebben ze gesproken en dat was heel dierbaar. Ze hebben veel waardering voor het boek en het belangrijkste: ze herkenden onze vader in het boek. Dat was belangrijk voor me. Gelukkig geen schaamte, alleen opluchting.”

Je hebt je vader tijdens zijn leven behoorlijk lastig gevallen om meer over zijn geheim te weten te komen, terwijl hij zo graag verder wilde. Een soort nagel aan zijn doodskist...

“Daar voel ik me ook wel eens schuldig over. Hij wilde zijn verleden het liefst laten rusten, vergeten. Ik bleef hem er maar aan herinneren. Probeerde alles te weten te komen. Ik heb misschien ook een fout begaan door hem er mee lastig te blijven vallen. Maar voor mijn gevoel had ik geen andere keus.”

Je vader werd na de oorlog overbeleefd, supercorrect en schoot altijd iedereen te hulp. Hij deed zelfs een EHBO-cursus om eventueel mensen te kunnen bijstaan in nood. Was dat uit een soort van compensatiedrang? Wilde hij stiekem misschien toch ooit een held worden, ondanks zijn permanente status van ‘fout’ die hem nagedragen bleef worden?

“Ja misschien was het compenseren. Hij wilde er zeker van zijn dat hij een goed mens was en misschien een goed mens werd gevonden. Hij gaf liters bloed af aan de bloedbank, had een bandenplaksetje onder zijn zadel, mocht een passant toevallig met een lekke band staan. Maar het bleef vechten tegen de bierkaai. Iemand die fout was in de oorlog, wordt nooit meer ‘goed’ gevonden. Ik denk dat hij in zijn leven na de oorlog een grotere strijd gevochten heeft, dan tijdens de oorlog. De jaren 70/80 waren nou niet bepaald vergevingsgezind. Je denkt voortdurend dat je niet deugt, daarom ga je het extra goed doen. Zijn houding was ook altijd: ‘Ik houd mijn mond maar, dan kan het in elk geval niet aan mij gelegen hebben’. Later werd hij die houding zat, het hielp toch niets.”

En jijzelf? Ben jij nog aan het compenseren? Heb je je ontdaan van de ‘schuld, spijt en schaamte’ waar je mee rondliep?

“Ik heb heel lang voor gevreesd dat het misschien iets erfelijks was. Jarenlang durfde ik niet naar de Dodenherdenking op de Dam te gaan omdat ik het gevoel had dat ik daar als kind van een ex-SS’er niet hoorde. Belachelijk natuurlijk, maar zo voelde dat wel. Ik durfde mezelf dingen niet te gunnen. Ik heb jarenlang geen kinderen gewild, omdat ik bang was dat ik hen iets door zou geven.”

Neem je het je vader nog steeds kwalijk dat je Adolf heet?

“Ik kan het mijn vader inmiddels ruimhartig vergeven dat hij mij Adolf heeft genoemd. Ik heb het losgelaten, het is oké.”

Het boek 'Vaderskind' van Ad Fransen is hier te koop.

Beeld: Geert Snoeijer

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden