null Beeld

Anne-Wil: “Als ik de badkamer uitkom, zegt Han: ‘Dat hoestje van jou bevalt me niet'”

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Schoonzus Dorien en haar vriend Otto nemen het wat minder nauw met de afstand.

Zondag

Dorien en Otto komen bij ons eten. Anderhalve meter afstand bewaren is aan onze eettafel geen probleem. Het probleem zit ’m meer in onze gasten. Vooral Dorien heeft de neiging om nogal dichtbij te komen. Bij de voordeur drukt ze me een groot boeket rozen in de handen en wil ze ook haar armen om me heen te slaan. Opgewekt zegt ze: “Even huggen!”

Ik deins achteruit, waardoor ik de bloemen laat vallen en met mijn achterhoofd tegen een ingelijste aquarel stoot. Hij valt en het glas spat in het rond. Dat vindt Dorien buitengewoon vermakelijk, want ze staat uitbundig te lachen. Zonder mondkapje vind ik dat best bedreigend. “Ach gos, die arme, bange Anne-Wil”, zegt ze. “Nou, van ons heb je niets te vrezen, hoor. Wij zijn zo gezond als…” Ze kijkt Otto vragend aan. “Erg gezond”, zegt hij. Han loodst zijn zus en haar vriend naar de kamer. Ik hoor hem nog net vragen wat ze willen drinken als hij de kamerdeur dichtdoet.

Ik zet de rozen in de keuken in een vaas en veeg daarna de glasscherven op. De aquarel is onbeschadigd, gelukkig. Hij is ooit gemaakt door mijn vader, die hobbyschilder was. Mijn ouderlijk huis staat erop, met het rozentuintje dat weer een hobby van mijn moeder was. Ik sta er nog mee in mijn handen als Han de keuken binnenkomt. “Druivensap”, zegt hij en loopt naar de koelkast. “Dichter bij wijn kun je niet komen als je niet meer drinkt.”

Ik kijk hem verbaasd aan. Zo’n opmerking verwacht ik nou helemaal niet van Han. “Otto heeft me drie keer op mijn schouder geslagen. Wat hébben die mensen? Lezen ze geen kranten? Denken ze dat corona een grapje is?, zegt hij geïrriteerd. “Wat wil jij drinken?” “Druivensap”, antwoord ik. “Dichter bij wijn zal ik vandaag niet komen.”

Dinsdag

Het zijn slome dagen in de boetiek. We laten maar tien klanten tegelijk binnen. Dat staat op de website en ook nog eens groot op de deur, maar evengoed moeten we telkens mensen naar buiten sturen. De meesten begrijpen het, maar er zijn er ook bij die zeggen nooit meer een stap binnen te zullen zetten. Winkelende vriendinnen die nog net niet gearmd binnenkomen, blijven me verbazen. Gezellig pratend, vlak naast elkaar bij de kledingrekken. Dat zijn moeilijke momenten, want ik krijg het niet over mijn lippen om te vragen of ze de afstandsregels in acht willen nemen. Daar heeft Geertje gelukkig geen moeite mee. Ze kan echt alles zeggen op die kalme, vriendelijke manier van haar. Ondertussen gaat het slecht met de verkoop, maar ik duw de gedachte weg dat ik er misschien binnenkort uit vlieg.

Woensdag

De afgelopen nacht ben ik een paar keer wakker geworden omdat ik een hoestbui had. Als ik de badkamer uitkom, zegt Han: “Dat hoestje van jou bevalt me helemaal niet.” “Mij ook niet”, antwoord ik. “Mijn neus is ook verstopt. Dat heb ik nou altijd in de herfst.” “Ik geloof niet dat ‘herfst’ momenteel nog een legitiem excuus is”, zegt Han. Ik zeg niets. Natuurlijk weet ik waar hij het over heeft, het liefst negeer ik die gedachte, maar er is geen ontkomen aan. “Ik zal straks bellen om een afspraak te maken voor een coronatest”, zeg ik met een zucht.

Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden