null Beeld

Anne-Wil: “Engelien begint hardop te lezen, maar na een paar regels stokt haar stem”

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Op sinterklaasavond krijgt schoondochter Engelien een confronterend gedichtje.

Vrijdag

Al weken zie ik in veel huizen opgetuigde kerstbomen staan. In de krant las ik dat mensen, juist nu het allemaal niet zo fijn is, enorm behoefte hebben aan warmte en gezelligheid. Wat past daar nou beter bij dan een kerstboom, ook al is het morgen pas Sinterklaas? Toen ik klein was, kregen we de kerstboom pas een week voor Kerstmis. Mijn vader vond dat hij er anders veel te lang tegen aan moest kijken. Op 2 januari moesten de ballen, slingers en lichtjes er alweer uit. Hij was een lieve man, maar niet van de romantiek en de kaarsjes.

Het winkelcentrum is versierd en feestelijk verlicht en overal klinken sinterklaasliedjes. Alles lijkt zoals altijd, op de mondkapjes na. Ik koop een banketstaaf en gevulde speculaas, voor vanavond als we Sinterklaas vieren bij Bart en Engelien. Morgenavond sinterklaas bij Manon en zondag halen we de kerstboom naar binnen, die verrukkelijk geurend naar hars in de tuin staat te wachten.

Zondag

Zacht mompelend probeert Han een snoer lichtjes uit de knoop te halen. Ik haal ondertussen voorzichtig de kerstversiering uit de dozen en leg deze op tafel. Mijn gedachten zijn bij Engelien. “Niet te dichtbij!”, riep ze eergisteren waarschuwend, toen Lonneke en Klaartje naar ons toe liepen. Ze had natuurlijk gelijk, maar wat is het moeilijk om je eigen kleinkinderen niet even te kunnen knuffelen. In het wipstoeltje lag Kevin te spelen en toen ik zei “Dag lieve Kevin” lachte hij stralend naar me.

Klaartje en Lonneke zagen er verhit en opgewonden uit. Naast het cadeautafeltje stonden dozen met vreemde vormen. Het was duidelijk: het zou niet meevallen om daar een cadeautje uit te vissen. Ook Han bekeek de dozen argwanend. Ik zag aan zijn gezicht dat hij hetzelfde dacht. Een halfuur later bleken we gelijk te hebben en stond Han tot zijn ellebogen in een groene slijmerige massa naar een pakje te zoeken. Lonneke en Klaar lagen dubbel van het lachen. Bart had ook plezier, maar Engelien kwam niet verder dan een strakke glimlach. Opnieuw viel me op hoe moe ze eruitzag.

Toen het laatste pakje was opengemaakt, zei Lonneke: “Ik heb nog iets voor mama. Met een gedichtje.” Met rode wangen gaf ze een klein cadeautje aan Engelien, die het voorzichtig openmaakte. Ze hield een rood linnen hartje omhoog: “Mmm, heerlijk, lavendel, dat leg ik in mijn la met linnengoed, Lon!” Lonneke knikte. “Je moet het gedicht lezen!” Haar gezichtje stond gespannen. Engelien begon hardop te lezen, maar na een paar regels stokte haar stem. “Doorlezen, mama!”, zei Lonneke. Engelien knikte en haalde diep adem. Haar stem trilde toen ze de laatste regels voorlas: “Sinterklaas kan bijna niet wachen totdat mamma weer gaat lachen.”

“Er moet een ‘t’ tussen”, riep Klaartje. “Maar anders rijmt het niet”, zei Lonneke. Engelien zat nog steeds naar het papier in haar hand te kijken. Toen ze opkeek, zag ik tranen in haar ogen. “Kom eens hier, lieverdjes”, zei ze. Met haar armen om Klaar en Lonneke zei ze “Sinterklaas heeft gelijk, ik ben helemaal geen leuke moeder de laatste tijd. Het spijt me zo. En wat is dit een mooi gedicht, Lon!” Klaartje was de eerste die zich losmaakte uit de omhelzing. “En toch moet er een ‘t’ tussen”, zei ze.

Tekst: Tineke Beishuizen. Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden