null Beeld

Anne-Wil: “Had ik maar een puppycursus gedaan voordat ik kinderen kreeg”

Anne-Wil heeft 2 kinderen, 5 kleinkinderen en is getrouwd met Han. Ze heeft zo haar gedachten over de verhuizing van Joris.

Zondag

“Natuurlijk rijd ik jullie morgen naar de oogkliniek”, zegt Manon. “Als we alle 3 een mondkapje op doen, kan dat best en zo vaak gebeurt het niet dat ik iets voor jullie kan doen. Trouwens, het duurt niet de hele dag!”

We lopen over de hei, zoals we vaak op zondag doen. Verderop probeert Arie een labradoodle over te halen om te spelen. “Kansloos”, zegt Manon. “Die hond is helemaal niet geïnteresseerd.” Het vrouwtje van de labradoodle vindt de belangstelling van Arie maar niets. Ze blaast overdreven op een fluitje en lijnt haar hond aan, terwijl ze naar ons kijkt met een gezicht dat niets aan duidelijkheid te raden overlaat. Manon fluit. Arie draait zich om en loopt naar ons toe. “Knap dat je hem zo goed hebt opgevoed”, zeg ik. “Puppycursus”, zegt Manon.

Ze aait Arie en geeft haar een hondenkoekje. “Had ik die cursus maar gedaan voordat ik kinderen kreeg, daar zou ik een boel aan hebben gehad. Mam, nog even over morgen. Wat gaat er precies gebeuren?” “Voor zover ik weet alleen maar onderzoekjes”, zeg ik. “Na afloop wordt een afspraak gemaakt voor de operatie. Omdat er in z’n ogen gedruppeld gaat worden, ziet hij een paar uur minder goed, vandaar dat hij niet mag rijden. We kunnen ook best met de bus gaan, hoor.”

“Heb je nu geen spijt dat je nooit rijles hebt genomen?”, vraagt Manon. Daar hoef ik niet eens over na te denken. “Het is nooit nodig geweest. Ik houd van fietsen en in een bus zitten vind ik eigenlijk ook wel leuk. Trouwens, wat heb ik aan een rijbewijs als Han meestal weg is met de auto? Dan moet ik ook met de bus.”

Maandag

In de wachtkamer begint Manon over Wils verliefdheid op die jongen uit een klas hoger. De ene dag besteedt hij aandacht aan haar en de volgende dag kan hij haar straal negeren. Wil ziet niet in dat die jongen haar alleen maar gebruikt als het hem uitkomt. Alles wat hij doet, is in haar ogen oké. “Er moet nog heel wat aan haar gevoel van eigenwaarde gebeuren”, zegt Manon peinzend.

En Robbert… tja, van Robbert kan ze eigenlijk geen hoogte krijgen. Die gaat zo’n beetje z’n eigen gang. Hij hangt rond met vrienden, heeft lak aan de coronavoorschriften of zit in z’n kamer te gamen. Ruzies zijn er gelukkig niet meer, dat is winst. “Een beetje rust in huis is ook wel fijn”, vindt ze. “Al zou ik graag meer contact met hem hebben.”

Dan komt Han weer tevoorschijn. Hij ziet er opgewekt uit, maar heeft niet veel te vertellen. Staar aan beide ogen, eind volgende week de 1e operatie en over een paar weken de 2e. “Fijn dat je ons rijdt, Manon. Ik zie alles inderdaad een beetje wazig.”

Woensdag

“Ik maak me zorgen om Joris”, zegt Manon aan de telefoon. Ik ben even stil. “Je vindt het maar niks hè, mam, dat hij nu hier woont? Ik eigenlijk ook niet hoor, maar het heeft ook voordelen en voor hem is het ideaal. Hij heeft het gevoel dat hij steeds minder contact met de kinderen heeft. Hij vindt het fijn dat ze bij hem kunnen binnenvallen als ze ergens mee zitten of gewoon voor de gezelligheid. Nu hij eindelijk de vader wil zijn die hij tot nog toe nooit is geweest, wil ik niet gaan dwarsliggen.”

“Waar maak je je dan zorgen om?”, vraag ik. Manon zucht diep: “Dat hij er veel te hoge verwachtingen van heeft…” “Zal ik hem deze week uitnodigen om hier te komen eten en eens voorzichtig polsen hoe hij erin staat?”, opper ik. “Dat is lief van je, mam. Graag!”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden