null Beeld

Anne-Wil heeft een gezellige middag met vriendinnen van vroeger

Anne-Wil heeft 2 kinderen, 5 kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Ze spreekt af met haar vriendinnen van vroeger.

Zondag

Tot mijn verbazing heeft Agnes ons vriendinnenclubje al weken geleden bij haar thuis uitgenodigd. “Als jullie in de loop van de middag komen, beginnen we met thee en na de borrel zet ik een lekkere pasta op tafel”, schrijft ze in haar mailtje. Helga belde mij meteen. “Is het niet fantastisch hoe Agnes aan het loskomen is? Ik had nooit gedacht dat ze ons ooit bij haar thuis zou uitnodigen!”

Mij verbaast het minder, ik heb gezien hoe ze ervan geniet als we met z’n allen naar een film gaan. Hoe ze wat meer aan zichzelf is gaan doen, een beetje lippenstift doet al wonderen bij haar. De laatste keer dat ik haar zag droeg ze een zachtgeel truitje in plaats van het zwarte dat ze altijd onder een zwart jasje draagt. Wij wisselden zonder dat ze het zag verbaasde blikken met elkaar. Geel? Bij Agnes? Ze reageerde stralend op onze complimenten. “Ja, ik dacht: waarom altijd maar zwart?”, zei ze.

En nu dus haar uitnodiging. Ik zag dat ze zenuwachtig was toen ze de deur, op de zevende verdieping van haar galerijflatje, opendeed. “Ja, hier woon ik nu”, zei ze terwijl ze voor ons uit de kamer binnenliep. “Een heel verschil met jullie mooie huizen.” Het was een opmerking waarop we geen van allen antwoord wisten. Want wat moet je zeggen? Het was inderdaad een heel verschil, maar wat dan nog? “Wat ruikt het hier heerlijk!”, zei Janna. “Ik heb een appeltaart gebakken”, zei Agnes. De kamer zat vol met ons clubje erin. Door het glazen pui zag ik het kleine balkon met een tuintafeltje, 2 stoelen en een paar planten. Daarachter een groot, goed onderhouden grasveld met in het midden een enorme kastanjeboom. “Die is zo prachtig als hij in volle bloei staat”, zei Agnes die mij zag kijken. “Ik kan er soms uren naar zitten staren, er is niets waar ik zo rustig van wordt.” De anderen keken nu ook. “Wauw, wat een uitzicht”, zei Berthe. “Ik heb best een leuke achtertuin maar uiteindelijk kijk ik toch tegen de muur van mijn schuurtje aan.” “Ja, ik bof”, zei Agnes, en ik zag dat ze het meende.

Woensdag

“Ik heb er soms zo de pest in”, zegt Willeke. Ze zit met een mok thee tussen haar twee handen tegenover me. Tussen ons in een schaal met biscuitjes, waar ze er af en toe nonchalant eentje van pakt. “Waar heb je soms zo de pest in?”, vraag ik. “Dat met papa”, zegt ze. Hier moet ik even over nadenken, maar ook dan heb ik geen idee wat ze met ‘dat’ bedoelt. “Hoezo dát met papa?”, vraag ik. Ze zet haar mok op tafel. “Wat ik bedoel is dat ik het thuis best heel gezellig vind met Boy erbij, maar hij is nou eenmaal niet mijn vader. Mijn vader woont alleen en volgens mij is hij helemaal niet gelukkig.” Ze zucht. “Het allerleukst is het natuurlijk als je met je vader én moeder in één huis woont. Maar dat kan nou eenmaal niet. Ik denk dat het op één na leukst dan is dat je vader en moeder allebei weer gelukkig zijn met iemand anders. Met mam zit dat wel goed, die is hartstikke gelukkig met Boy. Maar papa kán volgens mij niet gelukkig zijn. Steeds als hij een leuke vriendin heeft en ik blij ben dat het goed met hem gaat, is het weer uit en dan zit hij weer alleen thuis. Dat vind ik rot.” Weer een diepe zucht. “Het is ook zo’n oen, af en toe!” Ik schiet in de lach. Eigenlijk kan ik niet anders doen dan haar gelijk geven.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden