null Beeld

Anne-Wil: “Ik durf Manon niet te vragen hoe het écht met haar gaat”

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Ze vraagt zich af of er iets is wat haar dochter Manon haar niet vertelt.

Zondag

Wat mis ik de zondagse wandelingen met Manon! Ze is al een tijdje nauwelijks in beweging te krijgen, tenminste, niet wat wandelen betreft. In m’n eentje over de hei sjouwen zie ik niet zo zitten. Ik denk steeds vaker: had ik nog maar een hond. Bij Han hoef ik er niet mee aan te komen, zijn reactie kan ik dromen. “Een hond kluistert je aan huis. Je kunt er nooit onverwacht even tussenuit. Altijd moeten er eerst dingen voor de hond worden geregeld.”

Daarna begint hij over de voordelen van ouder worden. Dat je steeds meer vrijheid hebt, als je tenminste boft en geen kwaaltjes krijgt. Hij heeft een punt, maar aan de andere kant zijn er net zo veel argumenten om wel een hond te nemen, júist als je ouder bent. De gedwongen ommetjes, minimaal drie keer per dag, zijn geweldig voor je conditie.

Behalve onze wandelingen mis ik vooral de telefoongesprekjes met Manon. Of eigenlijk mis ik de vertrouwelijkheid tussen ons. Wat ze de hele dag doet, weet ik al een hele tijd niet meer. Zelf belt ze nauwelijks en als ik haar bel, ontwijkt ze elke vraag over zichzelf. De vraag die op mijn lippen brandt, durf ik dan ook niet te stellen: het gaat toch wel echt goed met je?

Van Willeke word ik ook niet wijzer. Als ik aan haar iets vraag over Manon haalt ze haar schouders op. “Ze wordt steeds luier, volgens mij ligt ze alleen nog maar op de bank te lezen. Boy doet de laatste tijd alle klusjes. Stofzuigen en zo. Best lief van hem trouwens.” Als ze weg, is maak ik me dáár weer zorgen over. Het is niets voor Manon, om op de bank te gaan liggen lezen. Zou er iets zijn wat ik niet weet? Wat ze niet aan mij wil vertellen, om mij niet ongerust te maken?

“Laat het toch een beetje los”, zegt Han, als ik hem over mijn zorgen vertel. “Ik kan me best voorstellen dat Manon er geen in zin heeft om steeds maar weer over haar conditie te praten.” Oké, dat doe ik dan ook niet, maar echt gerust ben ik er niet over.

Maandag

Sinds de pandemie zien Carolien en ik elkaar vaker dan ooit. We zijn altijd goeie buren geweest, vaak eindigde een gesprekje over de heg met een glaasje wijn in een van onze tuinen, maar echt iets afspreken deden we zelden. Sinds de sociale contacten steeds moeilijker zijn geworden, zitten we regelmatig bij elkaar in de keuken koffie te drinken.

“Kun jij je voorstellen dat het op een dag weer gewoon is? Dat dit allemaal voorbij is?” vraag ik. “Helemaal voorbij?” vraagt ze. “Geen mondkapjes, zo veel mensen over de vloer als je wil, koffie drinken ergens op een terrasje, naar een toneelstuk en met je armen om elkaar heen over straat lopen?” Ze schudt haar hoofd. “Ik weet dat het goed gaat komen, maar nee, echt voorstellen kan ik het mij niet.” Ik eigenlijk ook niet. Het enige prettige dat de pandemie mij heeft gebracht zijn de drie dagen in de week dat Lonneke en Klaartje bij ons zijn, zodat hun moeder rustig kan thuiswerken. Dat is het enige wat ik zal missen als alles straks voorbij is.

Woensdag

Ik sta net de aardappelen af te gieten als mijn telefoon gaat. “Ja hoor, wacht maar even”, mompel ik, terwijl ik mijn gezicht uit de stoom probeer te houden. Mijn mobiel houdt op en gaat vervolgens meteen weer over. Geïrriteerd zet ik de pan op het fornuis en pak mijn

telefoon. Willekes stem klinkt paniekerig. “Oma! Er is iets ergs gebeurd… Ik heb mam net in

de gang gevonden! Ze is bewusteloos! De ambulance is onderweg…”

Tekst: Tineke Beishuizen

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden