null Beeld

PREMIUM

Anne-Wil: “Ik kan niets bedenken om het babyverdriet te laten ophouden”

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Haar zoon Bart en zijn vrouw zitten er een beetje doorheen.

Zaterdag

Bart belt. “Mam, Engelien en ik zitten er een beetje doorheen. Kjelt heeft al drie nachten achter elkaar gehuild. Er zal wel weer een tandje doorkomen en hij is een beetje verkouden, maar volgens de dokter is er niets serieus aan de hand. We doen ondertussen alleen geen oog dicht. Zo’n huilend mannetje laat je toch niet liggen? Dus nu wilde ik vragen...”

“Lieve schat, natuurlijk kom ik oppassen. Heb je iets leuks bedacht om samen te gaan doen?”

“Het is eigenlijk heel simpel”, lacht Bart. “We zouden morgenmiddag naar een film willen en daarna ergens wat eten.”

“Dat is geen probleem”, zeg ik. “We zijn er om een uur of twaalf. Is dat vroeg genoeg?”

“Dat zou fantastisch zijn, mam!” Ik hoor opluchting in zijn stem. Was elk probleem maar zo simpel op te lossen.

Zondag

Zo’n klein, verdrietig mannetje in mijn armen, het ontroert me. Ik kijk naar z’n rode oogjes, voel het schokken van zijn lijfje. Ondertussen loop ik rondjes omdat ik merk dat hij iets rustiger wordt zolang ik beweeg. Zodra ik ga zitten, huilt hij weer op volle kracht. Na een uur ben ik eigenlijk al moe. Niet van het lopen, maar door het machteloze gevoel dat ik niets kan bedenken om het babyverdriet te laten ophouden. Ik denk aan Engelien en Bart, die al een paar nachten met Kjelt hebben rondgelopen. Het is me volkomen duidelijk wat Bart bedoelde met: we zitten er een beetje doorheen. Natuurlijk denk ik ook aan Manon, maar die gedachte duw ik weg. Ik wil er nu helemaal zijn voor dit bundeltje verdriet. Na een paar uur is Kjelt eindelijk rustig en leg ik hem in z’n bedje. Terwijl ik zacht kinderliedjes van lang geleden voor hem neurie, kijkt hij nog één keer naar me en dan gaan z’n oogjes dicht. Op mijn tenen sluip ik zijn kamertje uit. Beneden speelt Han monopoly met Lonneke en Klaar. Ik ga bij ze zitten, met een vermoeidheid in mijn lijf die ik anders alleen voel als ik een stuk tuin heb omgespit.

Dinsdag

Carolien en Pieter zijn terug uit Frankrijk. Net als we naar bed willen gaan, horen we ze thuiskomen en we besluiten toch nog even naar buiten te lopen. “Willen jullie iets drinken?”, vraagt Han.

“Ik dacht dat je het nooit zou vragen”, zegt Pieter.

“Nog even de laatste spullen uit de auto halen en dan komen we.”

Een kwartier later zitten we op het terrasje. “Ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik weer naar huis kon als deze keer”, zegt Carolien.

“We zaten gewoon gevangen in ons eigen huis”, vervolgt Pieter. “Vooral in het begin was er overal politiecontrole. Zodra je een voet buiten de deur zette, moest je aantonen dat je naar de supermarkt ging. De laatste tijd versoepelden de coronamaatregelen, maar het bleef benauwend. We hoorden dat er in Nederland nogal werd geklaagd, maar we hadden dolgraag met jullie willen ruilen. Met vakantie gaan is heerlijk, maar op vakantie móeten blijven is een heel ander verhaal. Gelukkig zijn we weer thuis.”

“We hebben jullie gemist”, zeg ik. “Zonder jullie is het hier best saai!” En dat meen ik.

Tekst: Tineke Beishuizen. Beeld: iStock

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden