null Beeld

Anne-Wil: “Ik zwijg, omdat ik weer tranen voel opkomen”

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Kleindochter Willeke heeft haar in vertrouwen genomen.

Vrijdag

Het dringt langzaam tot me door dat Han iets tegen me zegt, maar als ik in zijn richting kijk, heeft hij zijn mond alweer dicht en ik zie dat hij zijn hoofd schudt. “Wat is er?”, vraag ik. “Het laat je niet los, hè?”, vraagt hij. “Ik kan aan niets anders denken”, antwoord ik. “Dit is echt erg. Ik bedoel, zulke dingen zég je toch niet? Ook niet als je een puber bent en stomme dingen doet. Zelfs dan weet je dat sommige dingen gewoon niet kunnen. Trouwens, hoe komen zulke gedachten in je op?! Het is zo kwaadaardig.” Ik zwijg, omdat ik weer tranen voel opkomen. Ik ben van nature niet zo’n huiler, maar sinds Willeke hier haar hart heeft uitgestort, heb ik vaker gehuild dan het hele afgelopen jaar.

“Oma, ik wil ergens met je over praten”, zei ze aan de keukentafel.

Wat verwachtte ik? Een verliefdheid, het was uit of juist aan met iemand, ruzie met haar broer, ze was bang dat ze zou blijven zitten, dat soort onderwerpen, maar niet wat ze vertelde. Ik luisterde en zag haar tranen door mijn eigen tranen heen.

De opmerkingen van klasgenootjes die niet wisten dat elk woord Wil zou bereiken. Over Manon, die stokoude moeder van Wil, die het had gedaan met een veel jongere Surinamer en nu een halfbloedje verwachtte. Over haar homobroer. Over Carice, haar nog maar pas overleden halfzusje, het kindje van Joris. Dingen die ik niet eens aan Han heb verteld en die ik nu ook niet in mijn dagboek kan schrijven, omdat ze te erg zijn.

Wil had er duidelijk lang mee rondgelopen. De opgekropte emoties kwamen er in een stortvloed van woorden uit. Ik zag en hoorde hoe gekwetst ze zich voelt om wat er wordt gezegd over de mensen van wie ze houdt. “Misschien zijn er wel meer mensen die zo over de baby denken, oma. Misschien houden zij ook hun mond niet en zeggen ze rotdingen tegen mam. En ik kan er niet met haar over praten, ze verheugt zich zo op de baby. Ze zou er zo vreselijk verdrietig van worden.”

Ze ging pas weg toen ik haar met de hand op mijn hart had beloofd het er niet met Manon over te hebben. “Maar die meiden… die zijn nog niet van me af”, zei ze bij de deur. Ik keek naar haar rechte rug toen ze de tuin uit fietste. Nee, dacht ik, die zijn nog niet van haar af.

Zaterdag

Op 10 maart wordt het kindje van Manon en Boy geboren. Op een woensdag. Vreemd om zoiets van tevoren te weten, maar zo werkt dat bij een geplande keizersnede. Voor Manons gevoel duurt het nog eindeloos voordat het zover is, vertelt ze als ik haar aan de telefoon heb. Ze ligt veel, in bed of op de bank, en wordt overstelpt met aandacht en verwennerijen van haar schoonmoeder, meer dan ze eigenlijk zou willen. Soms voel ik me zelfs een beetje op een zijspoor gezet, maar dan komt er weer een telefoontje van haar: “Mam, ik mis je! Kom je gauw weer langs?” Willeke heeft haar duidelijk niets verteld over die rotmeiden bij haar in de klas, maar er gaat geen uur voorbij dat ik er niet aan denk.

Lees ook het dagboek van Willeke, de kleindochter van Anne-Wil.

Tekst: Tineke Beishuizen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden