null Beeld

Anne-Wil: “Je vindt het dus niet gek dat ze in geesten geloven?”

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Haar ex-schoonzoon Joris schrikt als hij haar ziet.

Vrijdag

“Wat vond je nou van het wintiverhaal?”, wil Manon weten. Ze klinkt een beetje zenuwachtig. Dat kan ik me best voorstellen. Het is prettig als je familie en je schoonfamilie het goed met elkaar kunnen vinden. Philomena heeft trouwens best een bijzonder verhaal verteld, aangevuld door Laetitia. Over bovennatuurlijke wezens, geesten, die deel uitmaken van je leven en je behoorlijk kunnen dwarszitten als ze ergens kwaad over zijn. Die je vervolgens weer in een goed humeur moet zien te krijgen. Natuurlijk is het verhaal mooier en uitgebreider dan dat, maar dit is wat ik er van onthouden heb. “Ik vond het een mooi verhaal, Manon”, zeg ik.

“Je vindt het dus niet gek dat ze in geesten geloven?” vraagt ze. “Niet als het een onderdeel van een traditie is”, zeg ik. “Philomena en Laetitia lijken me vrouwen die met beide benen in de moderne tijd staan. En ze dragen een cultuur met zich mee waarin geesten een rol spelen. Ik kan dat echt niet gek vinden. Ik hoop trouwens dat ik jouw nieuwe schoonfamilie vaker ga zien. Ik vond het een reuzeleuke avond.” “Dat vonden zij ook”, antwoordt Manon. Ik hoor aan haar stem dat ze opgelucht is.

Dinsdag

Terwijl Han aan het tanken is, loop ik even het winkeltje binnen en de eerste die ik zie is Joris. Hij is achter de kassa bezig de voorraad op de planken bij te vullen. Als hij zich omdraait, zie ik dat hij even schrikt. Het is de eerste keer dat ik hem hier zie, misschien geneert hij zich een beetje. “Ha, Joris!”, zeg ik. “Hoi, Anne-Wil.” Hij ziet er slecht uit. Moe, bleek, een treurige blik in zijn ogen. “Hoe gaat het met je?”, vraag ik. Hij schudt zijn hoofd.

“Ik ben gebeld door Jitske. Het gaat heel slecht met Carice. Ik ben meteen naar ze toegegaan. Het is niet om aan te zien, zo’n klein meisje dat zo ziek is.” Zijn stem stokt. Ik kan me voorstellen hoe hij zich voelt. Hij heeft Jitske laten zitten toen zijn dochter Carice nog maar net geboren was. Het kind lijdt aan epileptische aanvallen. Dat is op zich al genoeg voor een leven lang schuldgevoel. “Ik kan het niet goedmaken”, zegt hij. “Ik kan niet ongedaan maken dat ik het...” Han komt binnen. “Zo, die zit vol”, zegt hij, terwijl hij naar de kassa loopt. Hij kijkt van mij naar Joris. “Stoor ik?” Joris schudt zijn hoofd en buigt zicht over de kassa. “Sterkte, Joris”, zeg ik als we weer naar buiten lopen.

Woensdag

“Wat verschrikkelijk!”, zegt Manon aan de telefoon. “Ik wist niet dat Carice zo achteruitging. Ik heb Jitske al zo lang niet gebeld. Ik ben het steeds van plan en dan komt er weer iets tussen. Ik ben ook veel te veel met mezelf bezig, nu ik zwanger ben. Maar dat is geen excuus. Zei Joris nog meer?” “Hij zei maar heel weinig, maar hij zag er verschrikkelijk uit.” “Ik ga vanavond even bij hem langs”, zegt Manon. En met een zucht: “Had ik ook al veel eerder willen doen. Nog zoiets dat ik heb laten versloffen.”

Tekst: Tineke Beishuizen. Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden