null Beeld

Anne-Wil: “Mijn dochter is afgevallen en heeft een bleek gezichtje”

Anne-Wil heeft twee kinderen, vijf kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Zo langzamerhand verlangt ze naar het ouderwetse zondagsgevoel.

Vrijdag

Boy doet de deur open. Ik heb een grote pan boerenkoolstamppot meegebracht. Hij kijkt naar de pan, fronst even en zegt dan hartelijk: “Alweer een lekkere maaltijd van jou. Wat aardig Anne-Wil!” Hij neemt de pan van me over. Ik loop op gepaste afstand achter hem aan naar binnen.

Als ik de kamer binnenkom zit Manon op de bank, de krant op haar schoot. Mijn dochter is, sinds Willeke haar bewusteloos op de grond heeft aangetroffen, kilo’s afgevallen en heeft een bleek weggetrokken gezichtje. “Ha mam!” “Dag lieverd, hoe gaat het ermee?” “Z’n gangetje”, zegt ze. Ik weet dat ze er verder niet over wil praten. “Ik heb een vraagje”, zegt Manon. “De buurvrouw die Arie elke dag uitlaat, wil er liever vanaf. Wij redden het niet haar op geregelde tijden uit te laten. Mag ze een tijdje bij jou logeren?” Ik hoef er niet over na te denken. “Natuurlijk!” zeg ik. “Eerlijk gezegd vind ik het reuzeleuk, eindelijk weer een hond in huis. Zal ik haar meteen meenemen? Han komt me toch ophalen straks, ik denk dat hij het ook wel gezellig vindt.” Ik zie dat Manon opgelucht ademhaalt.

Arie is uit haar mand gekomen, honden weten het als je het over ze hebt. Ze komt kwispelend naar me toe. Ik kriebel achter haar oren. “En mam”, vervolgt Manon, “je hoeft echt niet meer voor ons te koken. Het is hartstikke lief van je, maar Boys moeder staat hier bijna elke dag op de stoep met eten. Bovendien kan Boy zelf ook behoorlijk goed koken.” “Weet je het zeker?” vraag ik. Ze knikt. “Als Boy moet kiezen tussen Hollands eten en roti, dan hoeft hij geen twee keer na te denken. Maar ik zal jouw boerenkoolstamp missen, mam. Niemand maakt dat zo lekker als jij.”

Zondag

Soms kan ik verlangen naar dat gezellige, ouderwetse zondagsgevoel. Alsof de wereld een beetje stilligt. Niets hoeven. Dat gevoel is natuurlijk het grootst als je een werkweek achter de rug hebt. Maar ook los daarvan heb ik het altijd een speciale dag gevonden. Tot die corona-ellende losbarstte. Langzaam maar zeker is dat typische zondagsgevoel vervaagd. Alle dagen zijn meer en meer op elkaar gaan lijken, elke dag is een beetje zondag geworden. Soms moet ik zelfs goed nadenken voordat ik weet welke dag het is.

Woensdag

Ik sta in de keuken als Wil de tuin in fietst, naast het keukenraam stopt, in één beweging van haar fiets springt en die tegen de muur gooit. Even later staat ze in de keuken. “Dag oma, zijn er Mariaatjes?” “Altijd”, antwoord ik. Mijn kleindochter is een kaakjessopper, iets waar ik alle begrip voor heb. Vroeger wilde ik dat ook zo graag, maar ik mocht dat niet van mijn moeder. Nette mensen soppen niet. Arie heeft in de gaten dat Willeke in huis is, ze duwt met haar snuit de keukendeur open en springt tegen Wil op. “Dag ouwe rakker, heb je mij gemist? Wij missen jou ook!” zegt Wil. En dan, over Aries kop heen: “Oma, ik wil ergens met je over praten.”

Lees ook het dagboek van Willeke, de kleindochter van Anne-Wil.

Tekst: Tineke Beishuizen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden