null Beeld

Anne-Wil start met haar nieuwe baan

Het beviel Anne-Wil helemaal niet om niet meer te werken. Maar deze week start ze met haar nieuwe baan als verkoopster in een boetiekje.

Zaterdag

Het voelt vreemd om de wekker vroeg af te horen gaan. Ik moet even nadenken waarom ik er nu al uit moet. Naast mij komt Han overeind. Ik ben er altijd een beetje jaloers op dat hij meteen zijn bed uit kan. Zelf heb ik tijd nodig om eraan te wennen dat ik wakker ben. Ik blijf het jammer vinden dat ik ’s ochtends zo veel lekkerder in bed lig dan ’s avonds. “Waarom sta jij nu al op?”, vraag ik aan Han. “Je hoeft toch nergens naartoe?” “Als mijn vrouwtje naar haar werk gaat, is het minste wat ik kan doen zorgen voor een uitgeperst sinaasappeltje en een kop thee”, zegt Han.

‘Vrouwtje…’ Hij zegt het vaker om me te plagen, maar ik weet nog steeds niet wat ik ervan vind, ook al klinkt het lief. Ik heb trouwens minder tijd nodig om naar mijn werk te gaan dan toen Charles nog leefde en ik het hele eind met hem moest lopen. Al zou ik er wat voor over hebben als hij er nog steeds zou zijn. Een halfuur later zit ik op de fiets. Een nieuwe baan en samenwerken met iemand die ik nauwelijks ken, geen wonder dat ik een vreemd gevoel in mijn maag heb. De eerste die ik zie als ik het boetiekje binnenstap, is Hetty. Ze zoent me op beide wangen. “Fijn dat je er bent, Anne-Wil! Welkom op je eerste werkdag!” Geertje komt uit het kantoortje. “Vind jij het ook zo spannend?”, vraagt ze terwijl ze me een hand geeft. “Zullen we eerst een kopje koffie nemen?” Ik knik. Het gevoel in mijn maag is weg. Waar heb ik me druk om gemaakt?

Zondag

“Zullen we een eindje lopen, mam?”, vraagt Manon. “Ik ben de hele week nog niet echt met Arie op stap geweest, we zijn er allebei aan toe om weer eens een lekker eind te lopen. Ik kom wel naar jou toe.” Een halfuur later wandelen we over de hei waar ik zo vaak met Charles heb gelopen. Het is heerlijk weer. Het herfstweer waar ik zo van houd, lekker fris maar niet te koud, met die speciale herfstgeur die ik niet kan omschrijven. “Ik ben blij dat ik er even tussenuit ben”, zegt Manon. “Ik probeer om Robbert te begrijpen, en ik doe echt mijn best om niet al te geïrriteerd op hem te reageren, want daar heb ik alleen mezelf maar mee. Maar moeilijk is het wel. Af en toe haalt hij het bloed onder mijn nagels vandaan! Ik troost mezelf met de gedachte dat het bij zijn leeftijd hoort en dat ik blij mag zijn dat Wil zo’n gelijkmatig humeur heeft. En Boy gelukkig ook.” Ze is even stil. “Alhoewel…”, zegt ze dan. Ik kijk haar van opzij aan. “Alhoewel wat?”, vraag ik. Ik hoor haar zuchten. “Hij is zo teleurgesteld als ik ongesteld word. Ik durf het bijna niet te vertellen omdat ik weet dat hij elke maand vurig hoopt dat het ‘raak’ zal zijn, zoals hij het noemt. Dat legt zo’n druk op me. Ook vrijen is daardoor anders dan eerst. Het gevoel dat het wat hem betreft ‘een doel’ heeft, is killing.” “Als je dat eens gewoon aan hem vraagt?”, zeg ik. “Zou het niet goed zijn om er met hem over te praten?”

Manon is een hele tijd stil. Dan zegt ze. “Het zou wel goed zijn, denk ik. Maar weet je, mam, ik ben zo bang voor zijn antwoord.”

Tekst: Tineke Beishuizen. Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden