null Beeld

Anne-Wil: “Willeke wil een tijd bij ons komen wonen, de vraag overvalt me”

Anne-Wil heeft 2 kinderen, 5 kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Ze voelt zich overvallen door de vraag van haar kleindochter Wil.

Lees hier het Dagboek van Willeke, de kleindochter van Anne-Wil.

Zondag

Ik zit in de tuin als ik de klap hoor waarmee Wil haar fiets tegen de muur gooit. Daarna haar snelle voetstappen. De poort gaat met een zwaai open en daar staat ze. Verhit van het fietsen en met een uitdrukking op haar gezicht die niet veel goeds belooft. “Dag oma.” Ze laat zich vallen op de stoel tegenover mij.

“Dag lieverd. Je ziet eruit alsof je toe bent aan een glas fris met ijsblokjes.” “Ja graag.” Als ik met een glas appelsap terugkom, zit ze nog steeds onderuitgezakt. “Nou, vertel het maar”, zeg ik als ik weer zit. “Ja… de baby, natuurlijk!” Ze zakt nog wat verder onderuit. “Ik dacht dat het je zo leuk leek om een beetje te moederen over een babybroertje of -zusje”, zeg ik verbaasd. Ze trekt een gezicht en neemt vervolgens een kennelijk iets te grote slok appelsap. Als ik klaar ben met op haar rug kloppen en zij met hoesten, staan de tranen in haar ogen. Ze zit in elk geval rechtop nu.

“Het lijkt me ook leuk, maar niet als ik niet met mijn moeder kan opschieten. Ik wou dat ik op kamers kon.” Dan schiet ze overeind. “Oma, kan ik niet een tijdje bij jullie wonen? Thuis heb ik alleen maar ruzie, dus mam vindt het vast ook hartstikke fijn als ik de deur uit ben.”

Ze overvalt me. Van Manon weet ik hoe moeilijk ze het heeft met Wil de laatste tijd. “Ze is onmogelijk!”, zei ze de laatste keer dat ik haar sprak. Kinderen zijn vaak niet voor niets onmogelijk, alleen is het zo moeilijk om erachter te komen wat er echt aan de hand is. Eén ding weet ik zeker: weglopen van een probleem is maar zelden de oplossing. Wil kijkt me vol verwachting aan. “Lieverd,” zeg ik, “jouw moeder zit er net zo mee als jij dat het niet lekker loopt tussen jullie. Wanneer hebben jullie voor het laatst gepraat? Ik bedoel praten, niet schreeuwen.”

Weer trekt Wil een gezicht. “Oké, ik schreeuw als ik kwaad ben en dat doet mama ook.” “Nou, dat schiet dan lekker op”, zeg ik. Daar moet Wil ineens onbedaarlijk om lachen. “Oma!? ‘Dat schiet dan lekker op’, dat zéggen ouwe mensen niet”, schatert ze. “Wat zeggen wij dan?”, wil ik weten. Ze staat op en voor ik iets over de anderhalvemeterregel kan roepen, heeft ze haar armen al om me heen geslagen. “Ik weet ineens wat het verschil is tussen jou en mama”, zegt ze. “Jij maakt me aan het lachen en mam maakt me kwaad!”

Maandag

De woorden van Wil blijven door mijn gedachten gaan: “Jij maakt me aan het lachen en mam maakt me kwaad.” Manon heeft het zelf al een paar keer tegen me gezegd: “Ik reageer te fel op wat Wil zegt en doet. Ik neem me steeds voor me in te houden en elke keer mislukt het weer.”

Manon was vroeger ook niet altijd de makkelijkste, maar bij haar kwamen de problemen wat later. Meestal hadden die te maken met vriendjes. Geen idee hoe en waarom, maar het is uiteindelijk goed gekomen en ooit zal het tussen Manon en Wil ook weer in orde zijn. Jammer alleen van al die momenten die door ruzie worden verknoeid. Ik hoop dat Manon een beetje tot rust komt nu ze eindelijk zwanger is.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden