null Beeld

PREMIUM

Annekes zoon stapte uit het leven: “Nog steeds valt een gesprek soms stil als ik binnenkom”

Dertien jaar geleden sprong de enige zoon van Anneke Harmsen (59) van de Euromast. Om grip te krijgen op haar verdriet, ging ze schilderen en kleine kunstvoorwerpen maken. “Ik heb mezelf therapie gegeven.

“Nog steeds valt een gesprek soms stil als ik binnenkom. Dan gaat het over de kinderen en dat vinden mensen dan pijnlijk voor mij. ‘Praat maar door hoor!’, zeg ik dan zo luchtig mogelijk. ‘Vertel maar over je kinderen, haal herinneringen op. Dan doe ik dat ook.’ Ik heb zo veel mooie herinneringen aan Thomas. Als ik daar niet meer over mag praten, heb ik helemaal niks meer.

Een kind dat zelfmoord pleegt, daar verbleekt alles bij. Vanaf het begin was ik degene die het bespreekbaar maakte. Andere mensen wisten niet wat ze moesten zeggen. Het was te groot. Mensen ontweken me, soms letterlijk. Dan zag ik ze snel naar de overkant van de straat lopen om mij maar niet tegen te hoeven komen. Opeens was ik een schrikbeeld geworden. Iemand moest het draaglijk zien te maken en omdat niemand die taak op zich nam, deed ik het zelf maar.”

Niet de juiste hulp

“Er was één moment dat ik dreigde in te storten. Dat was toen de politie me belde. Het was zomer 2006, laat in de middag. Ik liep in de supermarkt. Thomas was een paar uur daarvoor boos weggegaan. Het ging helemaal niet goed met hem in die tijd. Hij had al jaren psychische problemen, vaak conflicten op zijn werk en ging om met mensen die een verkeerde invloed op hem hadden. Maar omdat hij een baan had en het soms opeens weer wél goed ging, kreeg hij nooit de juiste hulp. Hij dreigde al een paar keer met zelfmoord. ‘Ik spring van de Euromast’, riep hij dan. Ook die middag: ‘Ik doe het hoor!’ Daarna stapte hij in de auto die hij sinds kort had via zijn werk. Ik verwachtte niet dat hij het echt zou doen. Thomas was helemaal geen held. Maar gerust was ik er ook niet op.

Om afleiding te zoeken ging ik die middag de stad in, waar ik wat penselen kocht. Daarna liep ik nog even de supermarkt in. Daar ging mijn mobiele telefoon. De agente wilde niet door de telefoon zeggen wat er was. Toen wist ik het eigenlijk al. Mijn knieën waren plotseling als was. Ik liep te zwalken, zag de schappen links en rechts op me afkomen. Even dacht ik: daar ga ik. Maar toen sprak ik mezelf ernstig toe: dit gaan we niet doen. Je bent zijn moeder. Jíj moet dit nieuws in ontvangst gaan nemen. Je móet.”

“De politie reed me naar het mortuarium. Thomas lag op een brancard, naakt, onder een laken dat tot aan zijn schouders was opgetrokken. Ze hadden hem gewassen, je zag geen bloed. Alleen een beurse plek op zijn rechterwang. Hij had natte haren, netjes opzij gekamd. Daar ging iets troostrijks van uit. Toen hij nog klein was kamde ik zijn natte haartjes net zo na het wassen.

Opeens moest ik allerlei beslissingen nemen. Een kist uitkiezen. Kleren voor hem uitzoeken. Het liefste wilde ik dat ze hem precies zo in de kist hadden gelegd: onder een laken, met natte gekamde haren. Maar dat mocht niet. Met Thomas’ vader had ik al bijna twintig jaar geen contact. Moest zijn naam wel of niet op de rouwkaart? Welke muziek draai je op de crematie van je zoon? En wat zeg je?

Kort voor Thomas’ dood was ik gaan schilderen. Ik was net bezig met een nieuw project: stippen schilderen op kleine voorwerpen. Daarom had ik die dag ook penselen gekocht. Die avond begon ik rode stipjes te zetten op kleine keramische objecten. Daarna ging ik door met stippen zetten: op de tafel, op mijn schoenen, op mijn blote voeten. Het voelde goed om de stippen daarna weer af te wassen, de rode verf weg te zien spoelen, mijn voeten af te drogen.”

Steeds herhalen

“Die eerste dagen moest ik allemaal mensen bellen met het nieuws. Dat vond ik niet erg. Natuurlijk was het nieuws verschrikkelijk, maar het was ook goed om het steeds te herhalen. Om steeds opnieuw te vertellen wat er was gebeurd. Alsof dat nodig was om het ten volle te kunnen beseffen. Op een gegeven moment had ik iedereen gebeld. Toen ben ik een weblog begonnen: zeekomkommer.nl. Op mijn weblog deelde ik wat ik dacht, hoe het ging, wat ik had gedaan en gemaakt. Ik plaatste foto’s van de objectjes met stippen, mijn schoenen en voeten met stippen, spulletjes van Thomas die ik wit had geverfd en bestippeld – zijn zonnebril, zijn sleutelbos… Daarna stortte ik me op speelgoedhagedissen. Op zeekomkommer.nl deed ik een oproep voor meer hagedissen en kreeg een hele partij. Het voelde goed om ze wit te verven – als je er psychologie op los wilt laten: een hagedis is toch een beetje een eng beest. Door ’m wit te verven, wordt hij wat minder eng.

Ik ben nooit in therapie geweest na Thomas’ dood, maar ik denk weleens dat ik mezelf therapie heb gegeven. Creatieve therapie. Als kunstenaar ben je altijd al bezig met beelden. Nu gebruikte ik die beelden om mijn emoties vorm te geven. Daardoor kreeg ik grip op mijn ontreddering.”

Weer onder de mensen

“Een paar maanden na Thomas’ dood moest ik mijn huis uit. Het hele rijtje werd gerenoveerd tot koopwoningen. Dat kon ik niet betalen, dus ik wist dat ik er niet terug zou komen. Ik hield de laatste drie dagen een expositie in de huiskamer. Toen Thomas nog klein was, had ik op de vloer een weg geschilderd en twee meren. De weg was zwart, die heb ik zo gelaten. Het water heb ik rood geschilderd. Langs die weg en rondom de meren heb ik alle rood bestippelde kunstvoorwerpen gerangschikt die ik die maanden had gemaakt. Ook aan het plafond hing ik voorwerpen. Het resultaat was indrukwekkend – van allemaal losse dingen was het opeens een kunstwerk geworden. Er kwamen heel veel mensen op af. Dat was fijn.

Na de expositie heb ik alles in dozen gepakt en verhuisde ik naar een nieuw, fris huurhuis. Niet lang daarna ben ik weer buitenshuis gaan werken. Dat leek me verstandig. Ik deed in die tijd vrijwilligerswerk bij een klein museum in de buurt. Het was goed om weer onder de mensen te komen, ook als was het soms ongemakkelijk. Het gaf structuur. Ik moest elke dag opstaan, me aankleden, de straat op, bezig zijn met andere dingen. In dat museum ben ik op een dag Roland tegengekomen, mijn huidige man. Hij begon mijn weblog te lezen en viel voor mijn teksten. Hij herkende zichzelf erin. Ik denk omdat ik schrijf als een kind dat zich verwondert over de wereld. Roland is net zo. Terwijl we allebei bijna zestig zijn.”

“Sinds 2014 heb ik een nieuw weblog: Oma’s Postkantoortje, waarop ik allemaal verhaaltjes post en foto’s van mijn werk. De naam is deels een grap, deels serieus. Roland en ik noemen elkaar opa en oma, dat is zo gegroeid. Hij heeft geen kinderen en mijn kind is dood, dus we zullen nooit echt opa en oma worden. Dat is voor ons ontzettend verdrietig natuurlijk, maar het is zoals het is.

Soms denk ik weleens: is het wel normaal, zo’n oud mens dat miniatuurtjes maakt? Maar ik kan het niet laten – en dat wil ik ook niet. Ik heb altijd een fascinatie gehad voor kleine dingen. Zelf ben ik ook niet zo groot, dat heeft er vast mee te maken. Ik heb net in opdracht een poppenhuis gemaakt. Heerlijk! Verder maak ik ‘helden’: kleine figuurtjes van oude foto’s, met getekende vleugels. Ik heb er ook een gemaakt van Thomas, met een foto van toen hij zeven jaar was.”

Mijn redding

“In het gezin waar ik opgroeide, was er niet veel ruimte voor me. Ik was het vijfde kind in de rij en mijn moeder was niet zo’n empathische vrouw. Met mijn vader had ik veel meer, maar die was er bijna nooit. Ik heb mezelf nooit groot kunnen maken, was altijd meer bezig met mijn omgeving dan met mezelf. Dat klinkt als iets negatiefs, maar ik denk dat het ook een positieve kant heeft. Ik maak iets niet zo gauw groot en dramatisch. Liever maak ik het klein, behapbaar, zodat ik het kan oppakken en van alle kanten kan bekijken. Zo ging dat ook na Thomas’ dood. Door me met kleine dingen bezig te houden, ging

ik niet ten onder aan het grote. Stippen, een haasje, poppetjes, woorden: de kleine dingen zijn echt mijn redding geweest.”

Meer weten over Anneke en haar werk? Kijk op annekeharmsen.nl

Interview Francine Postma. Fotografie Hanke Arkenbout

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden