null Beeld

Antoinette: “Als vondeling ben je écht alleen op de wereld”

11 dagen oud was Antoinette de Boer (58) toen ze op Kreta te vondeling werd gelegd. Als peuter werd ze geadopteerd en kwam ze in Nederland terecht. Al bijna 40 jaar zoekt ze naar haar biologische moeder. “Ik mis die onvoorwaardelijke moederliefde.”

“In de zomer van 2010 komen mijn vriend, onze dochters van toen 15 en bijna 17 en ik aan bij een taverna op Kreta. De eigenaar begint meteen in het Grieks tegen me te praten. ‘Je bent van hier’, maak ik op uit het handjevol Grieks dat ik spreek. Hij is benieuwd naar mijn geschiedenis. Uit mijn tas vis ik een A4’tje met mijn verhaal dat ik ophang op de deuren van kerken en postkantoren in elk dorp waar ik kom. Er staat op dat ik als baby van 11 dagen oud te vondeling ben gelegd en dat ik mijn moeder zoek. Als we de volgende dag weer bij de taverna komen, komt de eigenaar direct naar me toe: mijn verhaal heeft hem niet losgelaten. Begin jaren '60 was zijn buurmeisje ineens verdwenen, er was iets met een schandaal en een zwangerschap. Pas 2 jaar later keerde ze terug. Ze was verward en ze droeg alleen nog maar zwart. En het belangrijkste: we lijken als 2 druppels water op elkaar.

Een dag later, op onze laatste vakantiedag, gaan we met het gezin naar het dorp. Ik ben opgewonden en bang tegelijk. Zou ik dit keer dan éindelijk mijn moeder vinden? Ik probeer mezelf in te dekken tegen de pijn van een eventuele teleurstelling: ik heb immers al 9 keer eerder gedacht dat ik mijn moeder had gevonden, het is zoeken naar een speld in een hooiberg. Mijn vriend en dochters blijven buiten, ik ga een winkeltje binnen. Daar staat een vrouw van een jaar of 60. Ik sta perplex, het is alsof ik naar mezelf kijk, maar dan 20 jaar ouder. Zelfs ons haar heeft exact dezelfde kleur. De tijd staat even stil. Ik pak haar hand en vraag in mijn beste Grieks: ‘Bent u misschien mijn moeder?’ We kijken elkaar aan, de vrouw begint te stamelen en ik zie paniek in haar ogen. Dan komt een man binnen die me boos de deur uit jaagt. Ik sta verbouwereerd buiten, ik heb op Kreta nooit anders dan vriendelijkheid ervaren, dit is vast een vergissing. Opnieuw ga ik de winkel in om in alle rust te vertellen waarvoor ik kom, maar weer word ik weggejaagd. Buiten vertel ik mijn gezin wat er is gebeurd en samen met mijn vriend doe ik nóg een poging deze mensen tot rede te brengen, maar tevergeefs. Een ding ben ik wel te weten gekomen: ze heet Sophia. Is zij mijn moeder?”

Uit de lucht gevallen

“Als mensen vragen hoe het is om een vondeling te zijn, zeg ik altijd: ‘Doe je ogen eens dicht en denk aan je ouders.’ Bij iedereen verschijnt dan een beeld, bij mij verschijnt er niets. Als je ter adoptie bent afgestaan, weet je vaak de naam van je biologische moeder en is er een beetje achtergrondinformatie. Ik weet helemaal níets, alsof ik uit de lucht ben komen vallen. Dat voelt eenzaam, ook omdat niemand om me heen weet wat het is om een vondeling te zijn. Als peuter van drie werd ik geadopteerd door mijn Nederlandse ouders, tegelijk met mijn jongere, Griekse adoptiebroer. Dat ik geadopteerd ben, heb ik altijd geweten. Ik heb ook nog herinneringen aan mijn Griekse weeshuisverzorgster die ik mama noemde en die mij de naam Vasiliki gaf. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik besefte dat je als vondeling écht alleen op de wereld bent. Een moeder hebben, is iets abstracts voor mij. Andere mensen staan geregistreerd, hebben een geboortedatum en -plaats, bij mij is daarnaar geraden. Wat ook kleeft aan vondeling zijn: er is iets gebeurd waardoor je niet ‘gewoon’ bent afgestaan. Iets wat het daglicht niet kan verdragen, een mysterie. Ik wil het niet te dramatisch maken, want ik ben gelukkig met mijn leven, met mijn kinderen, met wie ik ben. Maar dat eenzame, dat is er altijd, je mist je wortels. Wat ik ook merkte toen ik zelf dochters kreeg: ik mis de onvoorwaardelijke liefde van ouders naar hun kind.”

Is dat mijn moeder?

“Toen mijn oudste werd geboren, bleef ik maar denken: zo heeft mijn eigen moeder ook met mij gezeten. Wat moet het verschrikkelijk voor haar zijn geweest om haar pasgeboren kind haar mooiste kleertjes aan te trekken en als een dief in de nacht in de babynis bij het weeshuis te leggen. Dat je zoiets doet... dat kan alleen maar noodweer zijn geweest. Dat gevoel heb ik altijd gehad, anders dóe je zoiets niet. Dus nee, ik neem haar niets kwalijk en heb dat ook nooit gedaan.

Mijn eerste communie, diploma-uitreikingen, huwelijk, scheiding, bij alle hoogte- en dieptepunten zat mijn geboortemoeder in gedachten op mijn schouder. Ook al had ik het goed met mijn adoptieouders, ik wilde zó graag weten wie de vrouw is die me op de wereld heeft gezet. Omdat je niet voor niets te vondeling wordt gelegd, realiseerde ik me dat ík degene moest zijn die moest gaan zoeken. Op mijn 19e stapte ik heel naïef op het vliegtuig naar Kreta. Er waren nog geen internet en DNA-testen, dus het zoeken ging moeizaam. Regelmatig dachten zowel een moeder als ik: we hebben elkaar gevonden. Later, toen we DNA konden vergelijken, bleek dat dan nooit zo te zijn. Heel verdrietig. Voor mij en zeker ook voor de wanhopige, vaak getraumatiseerde moeders, die hun kind hadden moeten afstaan.

Ik ben zo vaak op de Griekse televisie geweest om mijn verhaal te vertellen en een oproep te doen. De aanwijzingen die ik kreeg, liepen steeds uit op een teleurstelling. Daarom wilde ik een punt zetten achter mijn zoektocht, ook omdat ik inmiddels gescheiden was en mijn zoektocht daar geen positieve bijdrage aan had geleverd. Daarbij kreeg mijn adoptiemoeder kanker, ik heb haar verzorgd tot het einde. Daarna werd mijn vader ziek, ook hem heb ik verzorgd, waardoor we dichter bij elkaar zijn gekomen. We hebben samen veel mooie momenten gehad.”

Anonieme tip

“8 jaar na mijn ontmoeting met Sophia, kreeg ik via het Grieks maatschappelijk werk een anonieme tip die opnieuw naar haar leidde. De tipgever vertelde over een vendetta op Kreta waarbij een baby was betrokken. Vendetta’s zijn op Kreta net zo heftig als die op Sicilië. Er werd me aangeraden terug te keren naar het dorp en de priester te vragen of hij na de mis mijn verhaal wilde vertellen. Ik besloot er toch weer voor te gaan. In de zomer van 2017 woonde ik de mis bij waarin de priester mijn verhaal vertelde en een oproep deed. De volgende dag bleek het hele dorp hem te hebben gebeld! Al die jaren moeten de mensen mij op tv en in de kranten hebben gezien, maar niemand had iets gezegd, waarschijnlijk uit angst. Het hele dorp wees naar Sophia. En... Sophia zelf had de priester ook gebeld. Ze had hem verteld dat ze in april 1961 was bevallen van een dochtertje én dat ze me wilde zien.

Bloednerveus ging ik naar haar toe en ik herkende haar direct, al was haar haar inmiddels grijs. Ik gaf haar een cadeautje en liet haar een babyfoto van mezelf zien, waarna ze begon te huilen. Toen ze uitgehuild was, zei ze: ‘Ik wens je veel succes, maar ik ben je moeder niet.’ Daarna weigerde ze nog een woord te zeggen. Ze deed haar mond stijf dicht en schudde met haar hoofd toen ik haar het DNA-kitje liet zien dat ik bij me had. De verzorgster die ook in huis was, had medelijden met me en gaf me wat haren uit Sophia’s borstel, zodat ik daar misschien DNA uit kon halen. Die haren heb ik nog steeds, net als de zakdoek met haar tranen. Helaas is er de wet op de privacy en Sophia weigert mee te werken. Ik ben er voor 95% van overtuigd dat zij mijn moeder is, maar voor échte zekerheid, heb ik toch echt die laatste 5 procent nodig.”

De weg naar het doel

“Geef het toch op! Hoe vaak ik die raad heb gekregen... Natuurlijk zeg je dat als je precies weet wie je ouders zijn, waar je wortels liggen. Daarom ben ik vorig jaar toch teruggegaan. Deze keer werden zowel de priester als ik bedreigd door neven van Sophia. Dit moet wel een heftige vendetta zijn, ik heb sterke vermoedens dat er geld in het spel is en Sophia heeft waarschijnlijk grond die waardevol is. Toch laat ik me daar niet door tegenhouden: dit jaar wil ik een laatste poging wagen, misschien laat Sophia nu wél iets los.

Mijn zoektocht is niet voor niets geweest. Er is een Grieks gedicht, de Ithaka, dat gaat over de weg naar het doel. De weg die ik heb genomen, was eenzaam, vol hoop, verdriet en verlangen. Liefde van de vrouw die me op de wereld zette, heb ik niet gekend, maar door alle liefde die ik van de Kretenzers heb gekregen, voel ik me tóch een beetje geworteld in mijn geboortegrond. Ook al is mijn verhaal niet af, ik voel me een rijk mens.”

Antoinette schreef een boek over haar zoektocht De vondeling van Kreta (€ 21,95, De Boer & Co).

Interview: Christien Jansen. Fotografie: Petronellanitta.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden