null Beeld

Arie Boomsma: “Een verslaving is een dodelijke ziekte, ik was mijn broer Klaas bijna kwijt”

Ze zijn elkaars beste vrienden en bezeten van sport. De band tussen de broers Arie en Klaas Boomsma is van jongs af aan onverwoestbaar - óók in die moeilijke periode dat Klaas verslaafd was. Het vaderschap bracht voor hen allebei meer rust en structuur. “We zien nu meer wat er echt toe doet en wat niet.” 

Toen Klaas Boomsma vanochtend ging rennen, was het nog donker. Zijn broer Arie heeft vandaag nog niet gesport, want met drie jonge kinderen is ’s ochtends vroeg niet het handigste tijdstip – hij gaat straks trainen. Een dag zonder sport lijkt voor de gebroeders Boomsma een dag niet geleefd. Dat hebben ze van huis uit meegekregen zeker?

Klaas: “Nee, onze ouders sportten helemaal niet, nul.”

Arie: “Mijn vader heeft wel verhalen over hoe hij vroeger volleybalde, maar dat moet echt heel lang geleden zijn, want wij hebben het nooit gezien. Mijn moeder wandelde veel, maar had niks met sport.”

Klaas: “Als Ajax had verloren zei ze: ‘Maar dat is toch ook weleens leuk voor die anderen?’”

Arie: “Terwijl Klaas dan huilde van ellende. Nee, de drang om fanatiek te sporten was echt iets van Klaas en mij, wij waren echt bezeten. En als we het niet deden, praatten we erover.”

Klaas: “Of keken we basketbal-videobanden.”

Feitelijk is er sinds hun jeugd niet zoveel veranderd: de levens van Klaas en Arie Boomsma staan nog steeds voor een groot deel in het teken van sport. Arie is mede-eigenaar van Vondelgym in Amsterdam, waar Klaas werkt als hardlooptrainer. Daarnaast maken ze samen voor Uitgeverij Prometheus een serie boeken over sporten, Sterk en gezond met Arie en Klaas Boomsma, waarvan het derde deel, Kracht, in december verscheen. Eerder verschenen al Brandstof voor lopers en Sterker zwanger.

Jullie zijn wat wel een Ierse tweeling wordt genoemd: jullie werden in hetzelfde jaar geboren, Arie in januari en Klaas in december. Geeft dat een speciale band?

Klaas: “Ja, we waren broers én elkaars beste vrienden.”

Arie: “Natuurlijk waren er ook momenten dat we elkaar in de haren vlogen, maar elke fase die je kunt hebben, doorliepen we samen. Ook nu nog: we zijn min of meer tegelijkertijd vader geworden en hebben allebei van sport ons werk gemaakt.”

Hebben jullie naast alle overeenkomsten ook verschillen?

Klaas: “Arie heeft veel meer bravoure dan ik. Terwijl ik nog aan het piekeren ben, is Arie er al met twee benen vooruit in gevlogen.”

Arie: “Klaas is echt een denker, hij kan lang wikken en wegen. Toen we klein waren – ik weet eigenlijk niet of dat nog steeds zo is – zag hij al snel beren op zijn weg. In ons gezin hebben we een beroemd verhaal: we gingen een keer op vakantie naar een huisje Denemarken. We reden ernaartoe in een oude stationwagen met een imperiaal op het dak. Toen we de Duitse grens over waren, zei Klaas: ‘Dit duurt veel te lang, ik weet het zeker: dat huisje bestaat niet!’ Dat was typisch Klaas.”

Klaas: “Als kind had ik al in de gaten dat ik misschien te veel piekerde. Ik wilde meer zijn zoals Arie: iets dapperder. Maar ik vond het ook prettig om hem in de buurt te hebben om voor mij de kastanjes uit het vuur te halen als dat nodig was.”

Arie: “Klaas is slimmer dan ik, hij ging op zijn sloffen door het gymnasium terwijl ik met moeite de havo deed. Maar rivaliteit heb ik nooit gevoeld, alleen maar bewondering.”

Klaas: “Later, toen we allebei basketbalden, was ik best goed, maar Arie was uitzonderlijk goed. Daar was ik echt trots op.”

Arie: “Dat basketballen was in de puberteit alles voor ons. Voor mij ging het om een combinatie van de dynamiek van de sport, de look van die Amerikaanse sporters, de hele sfeer eromheen. En het was iets anders dan voetbal, ik wilde iets doen wat niet iedereen deed.”

Klaas: “Voor mij gaat het bij sport ook altijd om de spanning die erbij hoort: de heel intense ervaring, winnen en verliezen. Die spanning ben ik altijd blijven zoeken, later ook in alcohol en drugs. Vanaf mijn veertiende was ik door de week fanatiek aan het basketballen, in het weekeinde ging ik helemaal los. Toen ik ging studeren, stopte ik met sporten, maar niet met drinken.”

Zag je dat hij afhaakte, Arie?

Arie: “Ja, maar het is verbazingwekkend hoelang je kunt denken dat dit kennelijk studentikoos gedrag is. Het zal wel een fase zijn, dacht ik. Er ging heel wat tijd overheen voordat ik besefte dat hij verslaafd was. Een verslaafde is een junkie op straat, zonder tanden, die fietsen steelt om aan zijn volgende shot te komen. Niet je broer die studeert en daarna goed is in zijn werk, die samenwoont en een koophuis heeft.”

Klaas: “Ik hield ook veel dingen achter. Niemand in mijn omgeving had het complete plaatje, dat is het jongleren dat je als alcoholist of verslaafde doet. Het maakt je heel eenzaam.”

Arie: “Wat ik het pijnlijkst vond, was dat we toen niet meer gelijk waren aan elkaar. Het voelde meer… misschien niet als vader-zoon, maar ik was wel degene die dingen voor hem moest regelen en hem geld leende. Dat is geen fijne relatie als je broers bent, voor geen van beiden.”

Klaas: “Ik wist dat ik het geld dat ik zogenaamd van Arie ‘leende’ nooit zou kunnen terugbetalen. Ik voelde me de hele tijd schuldig, letterlijk en figuurlijk.”

Arie: “Klaas heeft weleens gezegd: iemand die verslaafd is gaat geen relaties aan, maar gijzelingen. Dat is denk ik heel erg waar. Ik was in die tijd vooral bang dat ik hem kwijt zou raken als ik hem iets weigerde en dat wilde ik absoluut niet. Daarvoor waren er ook te veel mooie momenten, zelfs toen. Dat maakte grenzen stellen lastig, terwijl Klaas nu zegt: dat was het enige dat had geholpen.”

Klaas: “Ja, want pas toen mijn opties op waren – mijn vriendin maakte het uit, ik had enorme schulden en ik dreigde mijn werk te verliezen – moest ik wel inzien dat ik grote problemen had en hulp moest zoeken. Ik kon het niet meer verborgen houden voor mijn familie, alles stortte in.”

Was Arie deel van ‘de familie’ of nam hij een bijzondere plek in?

Klaas: “Arie had zeker een andere plek. Bij mijn ouders dacht ik: ik wil hen niet teleurstellen. Bij Arie had ik vooral het gevoel dat ik hem niet in de steek wilde laten.” (Schiet vol).

Arie (ook meteen met tranen in zijn ogen): “Dit gebeurt nou altijd als we hierover praten, hoe vaak we dat ook al hebben gedaan. Als Klaas gaat huilen, huil ik ook, standaard. Maar we kunnen er nu gelukkig ook om lachen. Een verslaving is een dodelijke ziekte en ik was Klaas bijna kwijt. Maar veel belangrijker is hoe het nu met hem gaat. Hij is afgekickt, heeft het hardlopen ontdekt, hij heeft werk waarvan hij houdt en waarin hij goed is, een fijn gezin. Het is alsof hij een nieuw leven is begonnen: sterk, productief en positief. Hij heeft rust gevonden en daar ben ik heel trots op.”

Rust, dat lijkt iets waarnaar jullie allebei altijd op zoek zijn. Klopt dat?

Klaas: “Het klinkt zweverig, maar ik zie verslaving als een spirituele ziekte: je voelt een leegte die je ergens mee probeert op te vullen. Door te gebruiken zette ik mijn gepieker uit en ervoer ik even iets heel intens. Arie doet het op een minder ongezonde manier, maar hij is ook intens in alles wat hij doet. Of het nu ondernemen, schrijven of sporten is, hij gaat er altijd vol in.”

Arie: “We hebben allemaal wel een monomane focus, ja. Ik heb ook mijn wilde tijden gehad, maar ik bedwing nu de chaos in mijn hoofd met sportieve uitdagingen. In sport kun je elke dag weer je grenzen opzoeken, alleen en ook samen met anderen. Bovendien kan ik dat nu combineren met ondernemen: hoe doe ik het in onze gym net even anders dan de anderen? Zo blijf ik in balans.”

Welke rol spelen jullie vrouwen in dat zoeken naar rust?

Arie: “Een heel grote, we hebben allebei een sterke vrouw naast ons.”

Klaas: “Mijn vrouw gaat voor honderd procent haar eigen gang; ze licht mij in over haar plannen en dan voert ze die uit. Dat vind ik alleen maar fijn. Ik leid een vrij gestructureerd leven, maar het is gevuld met allemaal dingen die ik leuk vind: lopen, werken en voor mijn dochter zorgen.”

Arie: “Ik denk dat je best kunt stellen dat Romy en Alexandra thuis de baas zijn. Die vrouwen pikken niks! Daar hebben Klaas en ik geen problemen mee, ik heb nooit het gevoel dat ik geketend ben. Mijn vrouw is veel jonger dan ik, maar tegelijkertijd veel wijzer als het om stabiliteit gaat. Zij heeft helemaal geen last van onrust of een brandende ambitie. Zij zegt: hier ben ik nu mee bezig en dat vind ik leuk. Een mooie tegenhanger voor mijn onrust.”

Klaas: “Het gezinsleven heeft ons allebei nog meer focus gegeven, denk ik: we zien wat er echt toe doet en wat niet. Het gaat niet om status of bravoure, maar om speelsheid – een bijna kinderlijke gedrevenheid. Die zie ik ook bij Arie als hij weer van die gekke oefeningen bedenkt.”

Want zonder sporten kan het echt niet, hè? Dat bewijst deze coronatijd misschien ook wel?

Klaas: “Dit is een lastige tijd, maar voor een hardlooptrainer wel een heel mooie. Dankzij corona hebben veel mensen ontdekt hoe lekker het is om buiten te bewegen.”

Arie: “Dat de sportscholen open mochten blijven tijdens de tweede lockdown, voelde als een erkenning van sport als lichamelijke en geestelijke uitlaatklep. Mensen sporten nu om meer basale redenen. Het gaat minder om het uiterlijk, je doet het voor je gezondheid en je weerstand, en liefst ook samen met anderen. Daarvoor kun je zelfs in de drukste agenda tijd vinden.”

Klaas: “Als je iets leuk vindt, is dat helemaal niet zo moeilijk. Zoals dat rennen van mij vanochtend vroeg, het was op straat nog helemaal stil en ik zag de zon opkomen. Als je dat hebt meegemaakt, heb je zo’n ander begin van de dag. Je bereikt trouwens hetzelfde effect als je ’s ochtends drie kwartier gaat wandelen.”

Arie: “Dat is waar. Van de week had ik zo’n ochtend waarop ik net overal achteraan liep. Ik voelde me gestrest toen ik mijn dochter naar school ging brengen. Maar zodra we tussen de weilanden fietsten, daalde er rust over me heen. We zagen een havik boven het fietspad.”

Klaas: “Ik denk dat het een buizerd was.”

Arie: “Eh, waarschijnlijk een buizerd, ja. ‘Kijk Bobby,’ zei ik, ‘een havik!’ Dat was dus verkeerd, maar zij was helemaal opgewonden: we hebben een havik gezien, dat ga ik aan de juf vertellen! Ik zette haar af bij school, reed genietend van de natuur weer terug en kwam helemaal kalm weer thuis. Dat is een ervaring die je jezelf cadeau doet door in beweging te komen. Even je hartslag omhoogbrengen, je wangen rood maken, misschien een persoonlijke grens verleggen. En dan terug naar huis, met een beter gevoel over jezelf dan toen je vertrok. Ook al had je nog zoveel tegenzin, als je eenmaal bent gegaan kom je met een goed gevoel weer thuis. Altijd.”

Over Arie Boomsma

Arie Boomsma (1974) is programmamaker, schrijver en mede-eigenaar van Vondelgym. Hij is getrouwd met Romy Boomsma en heeft drie kinderen: Bobby (4), Mozes (2) en baby Juniper.

Over Klaas Boomsma

Klaas Boomsma (1974) is hardlooptrainer en schrijver van onder andere het boek Brandstof voor lopers. Hij is getrouwd met Alexandra Penrhyn Lowe en vader van Daantje (4).

Interview: Liddie Austin. Fotografie: Esmée Franken.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden