null Beeld

Chermaine (38) werd onterecht beschuldigd van toeslagfraude: “De Belastingdienst heeft mijn leven verwoest”

Chermaine Leysner (38) is een van de gedupeerden van de kinderopvangtoeslag-affaire. De Belastingdienst verdacht haar ten onrechte van fraude. Of ze maar even 96 duizend euro wilde terugbetalen. “Het is de jarenlange strijd tegen een logge instantie die je opbreekt.”

“Ik hoor het de staatssecretaris nog zeggen: ‘Als ouders contact willen met de Belastingdienst, kunnen ze gewoon de Belastingtelefoon bellen.’ Op de publieke tribune in de Tweede Kamer, waar ik ook zit tijdens het debat over de toeslagenaffaire, beginnen mensen meteen schamper te lachen. Het optreden van Menno Snel, de staatssecretaris van Financiën, treft me in het hart. Hoe kan hij zó kil, zó harteloos zijn? Mijn leven en dat van honderden andere ouders staat al 8 jaar op zijn kop door fouten van de Belastingdienst. Normaal contact met deze organisatie is vrijwel onmogelijk, daar ben ik allang achter. Ik ben woedend en voel me machteloos. Deze jarenlange strijd tegen een overheidsinstantie is slopend.”

Schrik van mijn leven

“8 jaar geleden kreeg ik een brief van de Belastingdienst. Over de afgelopen 4 jaar zou ik onterecht kinderopvangtoeslag hebben ontvangen en de toeslag werd per direct stopgezet. Ik kreeg de schrik van mijn leven toen ik zag om welk bedrag het ging: ik moest 96 duizend euro terugbetalen. Bijna een ton! Toch maakte ik me geen grote zorgen, dit was vast een foutje dat snel kon worden rechtgezet. Ik wist namelijk zeker dat ik recht had op deze toeslag. Mijn jongste zoon was 2 jaar oud en mijn tweeling, een jongen en een meisje, bijna 5. Ze gingen alle 3 naar een opvang en ik werkte als intercedente. Ik diende meteen bezwaar in en liet mijn kinderen intussen gewoon naar de opvang gaan.

De brieven van de Belastingdienst bleven komen, ik kon er geen touw aan vastknopen. De ene brief had als boodschap: u krijgt uitstel van betaling. In de volgende stond: u moet per direct betalen. Als ik belde, werd ik van het kastje naar de muur gestuurd. De crèche – een bekende kinderopvangorganisatie in de regio Den Haag die prima aangeschreven stond – begon ook aan de bel te trekken. Al 3 maanden hadden ze niet betaald gekregen. Ik had inmiddels bijna tienduizend euro schuld bij hen opgebouwd. Mijn kinderen mochten niet meer komen. Met de hulp van familie en vrienden die op mijn kinderen pasten, kon ik toch starten met de studie Sociaal Maatschappelijke Dienstverlening die ik zo graag wilde doen. Ik ging er nog steeds vanuit dat binnenkort alles opgelost zou worden.”

Relatie in zwaar weer

“Maar dat moment bleef uit. Volgens de Belastingdienst had ik onjuiste gegevens aangeleverd bij het aanvragen van de kinderopvangtoeslag. Wát er dan precies niet klopte, bleef onduidelijk. Het leek me sterk dat ik een fout had gemaakt, maar ik begon wel aan mezelf te twijfelen: had ik misschien per ongeluk ergens iets verkeerds ingevuld? Ik leverde de juiste gegevens opnieuw aan, en nog eens, en nog eens. Op een dag stond ik zelfs in het kantoor van de Belastingdienst om een stempel op mijn papieren te eisen, zodat ik zeker wist dat ze die hadden ontvangen. De Belastingdienst bleef volhouden dat ik onterecht die toeslag had gekregen. Niet alleen hadden ze de kinderopvangtoeslag stopgezet, ook werd mijn zogenaamde schuld verrekend met mijn huurtoeslag, zorgtoeslag en inkomstenbelasting. Ik kon met moeite mijn vaste lasten nog betalen. De problemen stapelden zich op, de spanning thuis was om te snijden. De relatie met de vader van mijn kinderen, die toch al onstuimig was, kwam zwaar onder druk te staan. Door alle stress en ruzies die voortkwamen uit de problemen met de Belastingdienst, gingen we definitief uit elkaar.”

Tas boodschappen

“Ik leidde altijd een lekker leven. Niet heel luxe, maar we konden met het gezin wel op vakantie en af en toe een weekend weg. De laatste reis die we samen hadden gemaakt, was naar Curaçao. Ik was altijd een zelfstandige, onafhankelijke vrouw. Dat veranderde totaal toen de Belastingdienst beslag legde op mijn loon. Ik werkte inmiddels als hulpverlener voor thuisloze vrouwen en hield maar een paar honderd euro per maand over om van te leven. Het lukte me gewoon niet meer. Boodschappen, de huur, de zorgverzekering, privéleningen; het werd te veel. Deurwaarders belden aan, de brieven van incassobureaus stroomden binnen. Kleding voor mijn kinderen kon ik niet meer kopen, nieuwe schoenen werden te duur.

Ik ben iemand die het lastig vindt om anderen om hulp te vragen, maar nu moest ik wel. Gelukkig had ik lieve vrienden en familie die me steunden. Ik kon altijd aanschuiven bij mijn moeder voor een maaltijd, vriendinnen zorgden voor een tas boodschappen of een cadeautje voor mijn kinderen. Dat vond ik het lastigst: dat ik hen niet meer kon geven wat hun vriendjes wel kregen.

Ik klopte aan bij de schuldsanering, dan zou ik in elk geval hulp in de vorm van een bewindvoerder krijgen. Maar daarvoor moet duidelijk inzicht zijn in je schulden, en dat was in mijn geval niet zo. Ook bij andere hulpverleners liep ik met mijn hoofd tegen de muur. Ik was volgens hen zelfredzaam genoeg om alles zelf te regelen. Maar intussen voelde ik me heel alleen in mijn strijd tegen die grote, ondoordringbare Belastingdienst. David tegen Goliath. Ik kon niet eens langsgaan voor een gesprek, ik had geen contactpersoon. Als ik belde, kreeg ik te horen dat ik gewoon de brieven goed moest lezen. Alsof ik zwakzinnig was. Ik werd niet als mens behandeld, maar als een nummer.”

Bang voor de brievenbus

“Toen overleden ook nog mijn moeder en oma, 2 vrouwen die mijn steun en toeverlaat waren. Ik werd depressief. 2 jaar lang zat ik thuis. Ik werd bang voor de brievenbus: wat als er wéér een brief zou liggen? Een tijdlang durfde ik de enveloppen niet meer open te maken, ze belandden ongelezen in een la. Tot ik me realiseerde: ik móet door voor mijn kinderen. Ik móet die brieven openen, alles bewaren, perfect organiseren en vooral: de strijd niet opgeven.

Snel ging ik weer werken, maakte ik afspraken met deurwaarders en incassobureaus en schreef al mijn inkomsten en uitgaven op. Ik moest weer de sterke, positieve vrouw worden die ik altijd was. Tot op de dag van vandaag ben ik met die strijd bezig. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Soms slaap ik er niet van. Het put me uit, maar ik doe het voor mijn kinderen. Ik probeer hen er zo veel mogelijk buiten te houden, maar inmiddels weten ze wel zo ongeveer wat er speelt. De tweeling is 13, mijn jongste 11. Ik vind het erg dat ze op deze manier leren dat je ‘het systeem’ niet kunt vertrouwen.

Desondanks heb ik gemerkt dat, ondanks alles, er toch nog dingen zijn waarvan we kunnen genieten. Dingen die niets kosten maar wel heel waardevol zijn: picknicken in het park met de kinderen, een filmavondje met popcorn op de bank, wandelen met een vriendin. We hebben een dak boven ons hoofd, elke avond eten op tafel en we zijn gezond, dat is het belangrijkst. Door mijn werk weet ik dat dit niet vanzelfsprekend is. Daar houd ik me aan vast. Maar het is een schrale troost.”

Verloren jaren

“De Belastingdienst heeft mijn leven verwoest. Alle plannen en doelen die ik had, zijn door hen gedwarsboomd. Ik heb vaak nee moeten verkopen aan mijn kinderen, heb nooit een cent opzij kunnen zetten voor hun studie. Mijn moeder is niet rustig gestorven, omdat ze zich zo veel zorgen maakte om mij. Dat vind ik heel erg. Het is ongelooflijk dat zoiets kan gebeuren in een land als Nederland. Het enige wat ik wil, en waar ik ook wettelijk recht op heb, is inzicht in mijn dossier. Dat is toegezegd, maar voorlopig heb ik nog niets gezien. Het gaat me niet eens zozeer om het geld. Al zou ik die honderdduizend euro met terugwerkende kracht krijgen, dan nog krijg ik mijn verloren jaren niet terug. Het is de jarenlange strijd tegen een logge instantie die je opbreekt. Ik ben in principe iemand die goed de weg kan vinden in instanties en bij hulpverleners, dat is zelfs onderdeel van mijn werk. Maar zelfs mij lukt het niet om bij de Belastingdienst door te dringen, dat is zó frustrerend.

In de zomer van 2019 opende de SP een meldpunt voor gedupeerden van de toeslagaffaire. Ik voel me gehoord door deze politieke partij, nu sta ik niet meer alleen. Zij strijden voor genoegdoening voor alle slachtoffers. Ik heb ook veel aan het lotgenotencontact gehad. Het is zo fijn om te praten met mensen die begrijpen wat je doormaakt. Tegelijkertijd is het schrijnend dat het om zulke grote aantallen gaat. Een deel van hen heeft nu compensatie toegezegd gekregen. Bij mij is het nog niet zover. Maar als die komt, kan ik eindelijk weer gaan léven in plaats van óverleven.”

Interview: Krista Izelaar. Fotografie: Esmée Franken.

Haar, make-up en styling: Ronald Huisinga. M.M.V.: Sisters Point, Etro.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden