null Beeld

Chris van Camp: “Ik ben de dochter van mijn moeders minnaar”

De moeder van Chris van Camp (57) raakt in de jaren zestig zwanger van haar minnaar terwijl ze getrouwd is met Jan. Iedereen weet het, maar er wordt niet over gepraat. “Als ‘onecht’ kind hoorde ik nergens echt bij.”

“‘De man wiens naam ik draag is niet mijn vader’, schreef ik op mijn tiende in mijn dagboek. Zo was het, en het leek me een mooi begin van een boek. Niet veel later was mijn dagboek opeens verdwenen. Mijn moeder bleek het te hebben gevonden en had de betreffende bladzijden eruit gescheurd. Dat was omdat ze niet wilde dat ik de waarheid opschreef, maar ze zei dat ze het had gedaan omdat ik het niet goed had geschreven. “Jij kunt beter”, zei ze. Dat heb ik mijn leven lang met me meegedragen. Ik leef al jaren van mijn pen, maar ik heb altijd aan mezelf getwijfeld. Nu ik eindelijk de waarheid in een boek heb kunnen beschrijven, doe ik dat voor het eerst niet meer.”

Met z’n vieren

“Ik groeide op in een wonderlijke samenstelling. Ze waren met zijn vieren: mijn moeder en haar man, mijn vader en zijn vrouw. Al die vier volwassenen moest ik emotioneel bedienen en hun respect gunnen. Mijn moeder en mijn biologische vader waren de twee vedettes van het lokale amateur-operettetheater. Ze speelden dat ze verliefd waren, werden verliefd en bleven dat dertig jaar lang naast hun wederzijdse huwelijken. Het waren de jaren zestig en ze wilden alles: hun huwelijk én hun affaire. En toen mijn moeder zwanger werd van haar minnaar, moest ook het kind – ik dus – gedeeld worden. De vrouw van ‘ome’ Rik, alias mijn biologische vader, had zelf geen kinderen en dankzij mij had ze nu er toch een. Voor het gemak maakten ze haar mijn peettante.

Alhoewel het me nooit werd uitgelegd, begreep ik al jong hoe de vork in de steel zat. Ik voelde hoe er in het kleine Vlaamse stadje waar we woonden over ons werd geroddeld: iedereen wist dat ik de dochter was van mijn moeders minnaar en niet van haar man. Ik groeide op in het gezin van mijn moeder en haar man Jan, maar ik kwam samen met mijn moeder ook veel bij Rik en mijn peettante over de vloer. Dankzij Rik konden wij ons een hogere levensstandaard veroorloven dan die van de politieman Jan, mijn wettelijke vader. Daarom had deze wonderlijke vorm van co-ouderschap ook voor hem voordelen, hoe pijnlijk dat ook voor hem geweest moet zijn. Ik had gevoelsmatig helemaal niks met Jan, met Rik voelde ik daarentegen een sterke verwantschap. Wij begrepen elkaar.”

Waarheidszoeker

“De situatie waarin ik opgroeide, maakte het moeilijk om een eigen identiteit te ontwikkelen. Ik kreeg van jongs af aan het gevoel dat er iets mis was met mij, iets waarover niet gepraat mocht worden. Als ‘bastaard’ hoorde ik nergens écht bij: niet bij het gezin van mijn moeder en ook niet bij dat van mijn biologische vader. Ik miste een basis. De onzekerheid die deze onduidelijkheid met zich meebracht, maakte van mij een waarheidszoeker: er werd tegen mij gelogen en ik wilde weten hoe het zat.

Mijn moeder nam me altijd mee als ze in het theater speelde. Ik was een nakomertje en aan oppassen deden we niet. En zo zag ik als klein kind mijn ouders tussen bordkartonnen decors op het toneel verliefd op elkaar worden en aan het einde van het stuk aan hun gezamenlijke toekomst beginnen. Ze waren een droompaar, maar wel zonder mij, hun kind. Toen ze een keer de operette Victoria en haar Huzaar deden, was er een kinderrolletje en Rik stelde voor dat ik dat zou spelen. Het leek me geweldig, ik leerde meteen de ene regel tekst die ik zou hebben uit mijn hoofd en repeteerde die voor de spiegel. Maar toen zei mijn moeder: ‘Ik wil niet dat zij dat rolletje speelt, want dan moet ik na afloop van de voorstelling altijd meteen naar huis.’ Daar begreep ik niks van: ik ging sowieso al elke avond mee naar het theater. De echte reden was dat ze niet wilde dat de mensen ons drieën samen op het podium zouden zien: de visboer, zijn maîtresse en hun kind. En dan zouden zeggen: kijk dan toch, de appel valt niet ver van de boom, want ik leek in uiterlijk sterk op Rik. Die aandacht wilde ze absoluut vermijden. Ze vond het heel belangrijk wat mensen van haar dachten – belangrijker dan hoe iets voor mij was.”

Verdekte vechtscheiding

“De situatie veranderde toen Rik naast zijn huwelijk met mijn peettante een nieuwe minnares kreeg en met mijn moeder brak. Als ze een gewoon stel waren geweest, had je kunnen zeggen dat ze in een vechtscheiding terechtkwamen. Nu was het een verdekte vechtscheiding, die voor een groot deel via mij werd uitgevochten. Er kwam op dat moment veel samen: ik was zestien, begon aan mijn eigen liefdesleven. Mijn moeder daarentegen zat in de overgang en verloor haar minnaar. Het was alsof ik haar uit de race had geduwd en dat verdroeg ze slecht. Ze eiste van mij dat ik deed alsof ons leven met Rik en mijn peetmoeder er nooit was geweest. Eerst moest ik van hen houden, nu moest ik doen alsof ze vreemden waren. Mijn moeder vond het onheus dat ik dat niet deed, we hadden veel ruzies. Omdat ik haar het vuur aan de schenen bleef leggen, gaf ze het een keer toe: ja, Rik was mijn biologische vader. Hij had haar verleid, zij had het allemaal niet gewild. De volgende dag trok ze die bekentenis weer in. Rik was er opener over, hij had het vaak over ‘mensen zoals wij’. Maar nadat het uit was met mijn moeder, verwaterde ons contact. Hij ontkende mijn bestaan en het was alsof het allemaal nooit was gebeurd.”

Emotionele crises

“In die tijd sloegen bij mij voor het eerst de stoppen door. Ik spijbelde van school en ging relaties aan met veel te oude, gebonden mannen. Dat laatste was niet omdat ik op zoek was naar een vaderfiguur, maar eerder vanuit de gedachte: ik ben de dochter van de maîtresse en de dochter van de maîtresse is een maîtresse, geen vrouw. Ik had natuurlijk een verknipt idee van relaties. In de jaren die volgden beleefde ik meerdere grote emotionele crises. Ik vond het leven zwaar. Mensen vonden mij altijd ‘te’: te aanwezig, te heftig, te ambitieus, te droevig. Dat vond ik moeilijk, want hoe kun je jezelf doseren? Wanhopig zocht ik naar uitwegen: ik verdiepte me in Oosterse leermeesters, in de filosofie, psychologie, literatuur.

Toen ik een aantal jaren geleden in aanraking kwam met het werk van de Poolse psychiater Dabrowski vielen alle puzzelstukjes eindelijk op hun plek. Dabrowski is beroemd geworden met zijn theorie over positieve desintegratie, wat uiteenvallen betekent. In de biografieën van getalenteerde mensen ziet hij dat zij vaak vanuit een moeilijke jeugd aan hun leven zijn begonnen. Door de zware rugzak vol innerlijke conflicten die zij meekrijgen, vallen zij regelmatig ‘uiteen’, maar ze zien óók kans om zich daarna altijd op een iets betere manier weer in elkaar te zetten. Op die manier maken zij grote stappen in hun persoonlijke groei. Een moeilijke thuissituatie is volgens Dabrowksi voor gevoelige mensen waarschijnlijk zelfs te prefereren boven een jeugd waarin je gepamperd wordt. Want daarvan word je lui, voel je geen wrijving en werk je niet aan jezelf.”

Mooie herinneringen

“De inzichten van Dabrowski zijn voor mij een bevrijding geweest. Het was alsof er iemand mij mijn leven lang al had gekend en in mijn hoofd naar binnen had gekeken. Ik kan nu ook dankbaar zijn voor mijn jeugd. Ik kan intens pijn hebben van dingen die mij toen hebben geraakt – al is dat inmiddels wel een stuk minder – maar ik heb nu even intens oog voor de mooie dingen die er ook waren. Ik herinner me de liefde voor geschiedenis die ik met mijn biologische vader deelde. Als zijn viswinkel op maandag gesloten was, nam hij me vaak na schooltijd mee op uitstapjes om kastelen en kerken te bekijken. De middeleeuwen waren zijn favoriete periode en daar kon hij mooi over vertellen. Ik vond het fantastisch. En met mijn moeder was ik als jong kind onafscheidelijk. We waren altijd samen, mensen noemden ons Wiske en Chriske. Als ik met school een week naar zee ging, miste ik haar zo dat ik dacht: als ik straks weer thuis ben, laat ik haar nooit meer uit mijn blik verdwijnen. Maar toen ik ouder werd, mijn eigen leven wilde leiden en vragen ging stellen, werd onze symbiose verstoord. Ons contact is lang moeilijk geweest, ik heb vaak met haar gebroken, maar ging vanwege onze sterke band toch weer terug. Mede dankzij de inzichten van Dabrowksi heb ik me gelukkig op haar sterfbed met haar kunnen verzoenen. Ook met mijn wettelijke vader Jan is het later in mijn leven goed gekomen, waar ik heel blij mee ben. Voor de begrafenis van mijn biologische vader werd ik niet eens uitgenodigd. Ik ben stiekem toch gegaan.”

Cadeau

“Ik vind nu niet meer dat mij in mijn jeugd iets is aangedaan. Sterker nog: mijn ouders hebben me eigenlijk een cadeau gegeven. Ik wens heel veel mensen een dergelijke perspectiefverandering toe. Door anders naar de dingen te kijken, veranderen je mogelijkheden, ebben je boosheid en je verdriet weg. Dat is fantastisch. De dingen die soms schuren of je ontredderen, leiden er in veel gevallen toe dat je uiteindelijk een beter mens wordt. Ik ben niet meer bang voor emotionele crises. Die zie ik nu als een kans om wat dichter bij mijn ideale zelf te komen.”

Interview: Liddie Austin. Portret: Carmen De Vos. Overige foto’s: Privé.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden