null Beeld

PREMIUM

Dagboek Maud 14: “We kunnen mama niet langer bij ons thuis laten wonen”

Maud lijkt het weer te hebben bijgelegd met haar zus. Ze spreken af om samen een verzorgingshuis te bezoeken voor een rondleiding.

Ik kijk naar boven omdat het vogelgefluit anders klinkt dan ik gewend ben. Op de door de wind heen en weer schommelende tak zit een felgroene exotisch uitziende vogel. Net als ik hem scherp in het vizier heb, spreidt hij zijn vleugels en vliegt weg. “That’s a lovebird”, klinkt een stem naast me. Verbaasd kijk ik opzij en zie een kleine oude man die door een rond brilletje de lucht in tuurt.“You know why they’re called lovebirds?” Nog voor ik kan reageren geeft hij zelf het antwoord al. “Because they live in pairs. Just like humans used to do. “Used to?”, vraag ik met een glimlach. Waarop de man zonder iets te zeggen van me wegloopt.

Ik ben in het verzorgingshuis waar we mama willen inschrijven. De directrice is weggeroepen voor een dringend telefoontje. Het geeft mij de gelegenheid om even alleen rond te dwalen en de sfeer te proeven. Het is hier veel prettiger dan in het verzorgingshuis dat ik eerder bezocht. Een grotere tuin, huiselijker, en het ruikt hier frisser. Misschien komt het fijner op me over omdat ik er destijds nog niet aan toe was en nu wel. We kunnen mama niet langer bij ons thuis laten wonen, daar is iedereen het inmiddels wel over eens. Juliet en ik lijken veel meer op één lijn te zitten na onze saunaruzie. We zouden hier eigenlijk ook samen naartoe gaan, maar ze appte me dat ze het niet haalde. Zo, typisch. Ik ben benieuwd hoe lang ons vredesakkoord deze keer duurt.

Een lange oude vrouw schuifelt met haar rollator naar me toe. Haar grijze haar is vet en hangt sluik langs haar gezicht. “Hallo?”, klinkt ze hees. “Hallo”, zeg ik vriendelijk terug. “Mag ik bij u staan?” Ik wilde eigenlijk net naar binnen lopen. “Ja hoor, dat mag wel eventjes”, zeg ik tegen haar. “Dank u”, knikt ze vriendelijk, en ze schuift nog iets dichter naar me toe. “Mag ik met u mee naar huis?”, vraagt ze zacht. “Ze willen me hier vermoorden.”

De directrice is klaar met haar telefoongesprek en pakt de draad van de rondleiding weer op. “U ziet dat we veel aandacht besteden aan flora en fauna. Die volière is daar een voorbeeld van. Onze bewoners zijn er dol op.” Ik knik bewonderend en zeg maar niet dat ik zojuist een ontsnapte vogel zag. “Zullen we naar binnengaan, dan laat ik u de feestzaal zien.” Als we richting de deur lopen, merk ik dat de vrouw ons volgt. De directrice heeft het ook in de gaten. “Mevrouw Boon, blijft u maar lekker buiten. De zon schijnt.” Terwijl we doorlopen werp ik nog een blik over mijn schouder, en zie haar smekend naar me kijken. Haar mond vormt het woord: help. Of verbeeld ik me dat maar?

Als we klaar zijn met het rondje en ik afscheid neem, komt mijn zus gehaast binnen. “O gelukkig, je bent er nog!” Ik zeg dat ik net weg wilde gaan, maar de directrice vindt het geen probleem om haar ook nog kort rond te leiden. Ik besluit koffie te halen. Terwijl ik in de zogenaamde feestzaal aan mijn bekertje nip heeft de oude vrouw me weer in de gaten, en schuifelt ze doelgericht mijn kant op. “Hebben ze u ook opgesloten?” Ik antwoord vriendelijk dat ik op bezoek ben, waarop de vrouw me indringend aankijkt en zegt: “Dat denken ze in het begin allemaal. Maar je komt hier nooit meer weg. Nooit meer.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden