null Beeld

Dagboek Maud 29/30: “Met een dikke stem van emotie vertel ik dat mama verdwenen is”

Maud begeleidde de bevalling van een collega en kwam tot de conclusie dat ze zelf ook weer beter moet luisteren naar haar gevoel.

“Mama? Mam?” Ik begrijp het niet. Eerst was ze nog in haar kamer en nu is ze plotseling verdwenen. Ze kan niet naar buiten zijn gelopen, want tegenwoordig draaien we alle deuren op slot, ook als we thuis zijn. En we halen de sleutel uit het slot. Koen is naar de boot en Rosa – die tijdelijk weer bij ons woont – is bij een vriendinnetje. Zij weten hoe zorgvuldig we zijn met het sluiten van de deuren, dus ik kan me niet voorstellen dat zij haar hebben laten ontsnappen.

Ik was boven de belastingformulieren aan het invullen, iets wat ik de hele tijd maar uitstelde omdat het heel ingewikkeld is op dit moment. Koen en ik zijn officieel nog gescheiden, maar wonen wel weer samen. Na een uur ploeteren loop ik enigszins verontrust naar beneden en schrik me rot als ik mijn moeder niet in haar kamer aantref. Ik kijk in de woonkamer, check de keuken en de bijkeuken. Het raam staat een stukje open, maar daar kan ze ook niet door zijn geklommen, omdat er een zogenaamde kierstandhouder op zit. Vervolgens zoek ik boven en op zolder. “Mama? Babs. Waar ben je?” Ik pak mijn telefoon en bel Koen. “Ze moet ergens zijn”, zegt hij op zijn typische nuchtere toon. “Ja, dat snap ik ook wel, ze is niet ineens opgelost, maar ik kan haar echt nergens vinden.” “Roep gewoon dat je een advocaatje voor haar hebt.” Koen heeft het over die dikke gele likeur waar mijn moeder dol op is. Ik vind het een belachelijk idee, maar toch roep ik: “Mam, ik heb een advocaatje voor je, met slagroom! Kom je?” Geen reactie.

Na een rondje om het huis raak ik zo in paniek dat ik 112 bel. De vrouw aan de andere kant van de lijn weet me enigszins te kalmeren. Ze vraagt of ik iedereen uit onze directe omgeving wil bellen om ze op de hoogte te brengen en te vragen of zij misschien iets weten. Dus de buren, de kinderen, familieleden. Als ze dan echt weg blijkt te zijn, kan ik het reguliere nummer van de politie bellen.

Eerst probeer ik Rosa, maar ik krijg meteen haar voicemail. Dan bel ik mijn zus, omdat ik zie dat zij me vanochtend heeft geprobeerd te bereiken, maar ook zij neemt niet op. Net als ik de buren wil gaan vragen of ze mama voorbij hebben zien komen, belt Rosa. Als ik met een dikke stem van emotie vertel dat mama verdwenen is, zegt ze verbaasd: “Nee joh, Juliet heeft haar meegenomen. Ze had nog een briefje voor je geschreven.” Ik hap naar adem. “Een briefje? Daar weet ik niks van.” “Ja, dat heeft ze op tafel gelegd. Ik zei nog dat ze even naar jou moest lopen, boven. Maar dat wilde ze niet.” “En dat was voor jij wegging?” “Ja, want ik heb de deur op slot gedraaid… O, dat hoefde natuurlijk niet omdat oma er niet was.”

Dan zie ik een briefje op de grond liggen. Het moet van tafel zijn gewaaid toen de voordeur openging. Ik raap het van de vloer en lees: Ik breng mama aan het eind van de dag weer thuis. Juul.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden