null Beeld

PREMIUM

Dagboek van een puppymoeder: “Precies wat ik dacht: het meeste komt op mij neer”

“Maar wie gaat ’m dan zindelijk maken?”, vroeg Ineke van Lier (52) toen haar man Tom graag een puppy wilde. Acht weken lang hield ze een dagboek bij. “Plasje doen. Drie uur ’s nachts, iedereen slaapt, behalve ik.”

“Krijgen we weer een hond? Willen jullie echt een pup?” Onze zoons van zestien en negentien veren verrast op als Tom foto’s laat zien van een nest bordercollies op Marktplaats. Ook hun vriendinnen stralen. “Zo schattig!”

Ik heb mijn bedenkingen. Een pup schijnt gigantisch veel werk te zijn. Ze plassen in huis en slopen alles. Bordercollies zijn werkhonden, daar moet je elke dag uren mee aan de bak. En op Marktplaats is een levendige handel in bange, zieke hondjes van broodfokkers, las ik laatst. Het lijkt me geen goed plan. Bovendien, ben ik bereid mijn vrijheid op te geven?

Tom wil al jaren een bordercollie-pup zelf opvoeden. De naam weet hij ook al: Ober. Na vier asielhonden met scheve oren, grappige baardjes en een halve staart – allemaal mijn keuze – mag hij het zeggen. “Dit is mijn kans”, zegt Tom. “Moeder- en vaderhond zijn bij de fokker aanwezig, dat is een goed teken, en het moment is ideaal. Voorlopig werk ik nog vanuit huis en we gaan dit jaar niet met vakantie. Trouwens, ik heb al een bod gedaan.”

Opeen schiet ik vol. Zo’n lieve, zachte pup, stel je voor… Maar wie draait er straks op voor de verzorging? “Ik kan helpen

uitlaten”, belooft onze jongste. “En de dierenarts? En de hondenschool?”, vraag ik. “Doe ik”, zegt Tom. “Ja, óók het laatste rondje in de regen.”

De volgende avond gaan we kijken. Voelt het niet goed, dan doen we het niet. Ik koop alvast een kluif en een ligkussen en regel gauw een bench. Heb ik nou serieus nesteldrang? Op het rommelige erf bij de fokker informeren we kritisch naar de herkomst en gezondheid van de pups. Alles lijkt in orde. Tom en ik kijken elkaar aan. Twee speelse boefjes van bijna acht weken hangen aan mijn rok.

Ik mag er eentje kiezen. Het moment voelt magisch. Ik pak onze favoriet op, druk het lijfje tegen mijn borst, ruik aan de pluizige haren. Niets doet er meer toe. De natuur heeft haar werk weer gedaan.

8 weken oud

Ik lig onder mijn dekbed op de bank, het huis is donker en stil. Naast mij klinkt gerommel in de bench. Een piepje, een jankje. Heeft Ober geplast? Moet hij eruit? Ik knip een lamp aan. De pup die ik acht uur geleden gelukzalig in mijn armen sloot, kijkt naar me vanachter de tralies. Arm dier, hij mist natuurlijk zijn mama en zijn vertrouwde nest. Ik til hem op en zet hem buiten in het gras. Plasje doen. Drie uur ’s nachts, iedereen slaapt, behalve ik. Er hangt nevel rond de straatlantaarns.

In de verte steekt een kat over. Ik voel me verdoofd van moeheid. Zo was het ook toen de jongens baby waren. Bizar, ik zit weer in zo’n zelfde cocon. Mijn leven staat op zijn kop. De gebroken nachten vallen me zwaar. Tom werkt gewoon door, hij maakt lange dagen achter zijn laptop. Ik ben als zzp’er flexibeler en sla een aantal opdrachten af, ik weet nu even geen andere oplossing. De jongens hebben het ineens heel druk met school en baantjes. Ik kan er maar beter van genieten, pups worden snel groot.

9 weken oud

Elke keer na het slapen, eten of spelen moet Ober naar buiten. We verkennen tuin en straat. Lang wandelen mag nog niet. Eén minuut per levensweek is de richtlijn om zijn gewrichten te sparen. Het scheelt dat Ober de helft van de tijd gaat zitten om de grote wereld te bekijken. Zo zijn we toch wat langer onderweg. Bovendien wil iedereen hem aaien. Kleuters, pubers en bejaarden, gothic meisjes, stratenmakers, een politieagente en natuurlijk al onze buren komen een knuffel bij hem halen. Ober vindt het prachtig. Hij is het zonnetje in de straat. Pure puppy power.

Thuis oefent hij voor werkhond. Hij smijt de afwasteil door de kamer, knauwt de plinten van de muur, vreet aarde uit de plantenbak, sjort aan de gordijnen en kijkt mij daarna fanatiek hijgend aan: heb je nog meer klussen voor me? “Zit”, zeg ik en verrek, hij doet het. Gisteren mee begonnen, vandaag weet hij het al. Dus ik wijs naar de grond: “Af.” Ober loert naar mijn vinger. Hap. Au!

10 weken oud

Ober heeft een grote hobby: bijten. Noodgedwongen draag ik een oude spijkerbroek, kapotgebeten T-shirt en hoge schoenen. Op een hete zomerdag, bijna dertig graden. Ober wil spelen, maar zijn tandjes zijn vlijmscherp. We zitten allemaal onder de schrammen. De jongens komen alleen nog voor het hoogst noodzakelijke (lees: eieren bakken) naar beneden. Tom moet werken, dus zit ook boven. Precies wat ik dacht: het meeste komt op mij neer.

Ik leid Ober af met een speeltje, maar eenmaal door het dolle reageert hij nergens meer op. In de keuken bijt hij me waar hij kan, het bloed loopt over mijn hand. Ik gris de ovenwanten uit de la, pak het monster bij kop en kont en draag hem naar zijn bench. Time-out. Op YouTube ontdek ik een hondentrainer met een bordercolliepup even oud als Ober. Die bijt er ook flink op los. Gelukkig, het ligt dus niet aan ons. De trainer geeft bruikbare tips. Op een volgend filmpje is zijn pup drie weken ouder en bijt ze nog steeds.

11 weken oud

Met een pup merk je pas hoeveel rotzooi er op straat ligt. Sigarettenpakjes, fles doppen, plastic zakjes; niet normaal wat mensen overal gooien. Ober lust het allemaal en is ons regelmatig te snel af. Tom en ik checken zijn ontlasting en zijn blij als de troep er weer uit komt.

Ober moet ook wennen aan het lawaai buiten. Buren die zagen, maaien, boren en hakken. Auto’s en scooters waar hij tot mijn schrik achteraan wil jagen. En dan stormt het ook nog. Om knettergek van te worden. Thuis lees ik over overprikkeling bij pups. Als met Ober geen land meer te bezeilen is, heeft hij te veel indrukken opgedaan die hij moet verwerken. De oplossing is: rust. Ik kies kalmere routes en geniet daar zelf ook van. Thuis gaat Ober op tijd in de bench, zijn veilige plek.

12 weken oud

“Grrrr!” Wat is dat nou? Ik kom de kamer binnen en zie Tom voorovergebogen staan. Ober hangt aan zijn broekspijp. “Grrrr!”, herhaalt Tom nu op volle kracht. Ober deinst achteruit. “Niet doen, dat is zielig”, roep ik. “Zo doet de moederhond ook tegen de kleintjes”, zegt Tom. “Maar jij bent toch geen hond?!” “Het werkt anders wel.” Zelf ben ik meer van de zachte hand. Motiveren, stimuleren en incasseren. Tom vindt dat je af en toe je tanden moet laten zien. Want je kunt wel blíjven vragen.

Bij vlagen denk ik: het beest is gestoord. Dan vrees ik dat de fokker toch niet oké was en dat het nooit meer goed komt. Maar eenmaal gekozen moeten we er wel voor gaan. “Het komt goed”, zegt Tom. “Het is nu even investeren. Straks hebben we een geweldige hond die rustig is en luistert.” Al gauw draai ik bij. Het voelt fijn om vertrouwen te hebben en te koersen op een positief plaatje.

13 weken oud

Onze woonkamer is tegenwoordig spic en span. Kan zó op Funda. De berg boeken, kranten en tijdschriften is van de salontafel verdwenen. Ik breek niet langer mijn nek over rondslingerende schoenen. De kamerplanten staan netjes gegroepeerd op de kast. Alles om onze spullen te redden. Het enige wat nog op puppyhoogte ligt, is de rugzak van onze oudste. Ober zet er dankbaar zijn tanden in. Tom grijnst. Hij maakt een foto voor in de gezinsapp, met als bijschrift: ‘Lekker knagen op een ouwe tas.’ En o wonder, wat ons al die jaren niet is gelukt, krijgt Ober binnen tien tellen voor elkaar: mijn zoon stormt de trap af en ruimt zijn tas op. Hij is braaf!

14 weken oud

Met andere honden is Ober nog terughoudend. Bij de puppycursus onderwerpt hij zich zelfs aan een baby-chihuahua, kleiner dan een cavia. Als een forse klasgenoot hem tegen het hek drijft, moet ik me inhouden om niet het veld op te stormen. Ik gebaar naar Tom: help hem dan, doe iets! De instructeur komt erbij, niks aan de hand. Waar het gaat om vrienden maken, ben ik een overbezorgde puppymoeder. Een dominante herder van verderop in de straat, die door zijn baas altijd kort wordt gehouden, mag van mij niet dichtbij komen. Ook niet als de man uitlegt dat zijn hond nooit wat doet. Ik vertrouw het niet, de spanning op zijn riem staat me niet aan. Eén hap en ik heb geen Obertje meer.

De kleine duikt weg achter mijn benen. “Hij kan heus wel even ruiken”, zegt de man. “Dat moeten ze leren.” Ik houd voet bij stuk. Beledigd loopt de man door. Vindt hij me een bangerd of een bitch? Ik ben gewoon zuinig op mijn hondje en geef mijn grenzen aan. Het is wennen, maar ook een goede oefening voor mij.

15 weken oud

Op een heuveltje in een afgelegen veld zit ik zij aan zij met Tom te genieten van Ober, die blij losloopt en rondsnuffelt. “Kijk zijn oren, hoe schattig. Rechts zit hoger dan links”, zwijmel ik. “Toch weer een hond met scheve oortjes.” Tom lacht. Vogels fluiten. We hebben alle tijd. Ober komt hijgend bij ons liggen. So happy together… Dit is waar we het allemaal voor doen.”

16 weken oud

We krijgen leuke contacten met hondenbazen in de buurt. Mijn vertrouwen groeit en dat van Ober ook. Hij durft al meer met andere honden te spelen. Het kwetsbaarste is eraf. De jongens bedenken trainspelletjes en laten hem nu ook af en toe uit. Als Ober in de bench ligt, kan ik een paar uur werken. Daarna is het weer fijn om buiten en in beweging te zijn. Maar eerlijk is eerlijk: als ik op de eerste maanden terugkijk, is de meeste zorg voor onze nieuwe huisgenoot inderdaad bij mij terechtgekomen.

Ik heb het ook naar me toegetrokken, omdat ik het belangrijk, leuk en interessant vond. De komende tijd, zo neem ik me voor, ga ik meer aan Tom en de jongens overlaten. Soms laat Ober zich even kroelen en terwijl hij ondersteboven geniet, ontdek ik twee ieniemienie gaatjes in zijn bovenkaak. Obers voortanden zijn eruit! ‘Tijdens het wisselen kan uw hond extra behoefte hebben om te bijten’, lees ik. Nee toch zeker? Ik koop een extra bijtspeeltje. Speelgoed uitkiezen is altijd leuk. Net als vroeger voor de kinderen. Ik besef ineens weer hoe snel het allemaal gaat. Straks is de tijd van de melktandjes voorgoed voorbij. Gelukkig heb ik foto’s gemaakt van Obers vlijmscherpe babygebit. Als we die over vijftien jaar terugzien, roepen we ongetwijfeld: “Aah, wat was dat toch schattig.”

Tekst en foto’s: Ineke van Lier.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden