null Beeld

Dagboek van Willeke: “Ik ben het baby’tje, ik was mama’s meisje”

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. En sinds kort houdt ook zij een dagboek bij voor Libelle. Ze is bijdehand, maar ook weleens onzeker. Over haar uiterlijk bijvoorbeeld en over sex, want dat wil haar nieuwe vriend wel, maar zij nog niet. Ze spookt van alles uit en heeft zo haar twijfels over de relatie van haar moeder. Iedere woensdag lees je haar dagboek op Libelle.nl.

Vrijdag

Mama staat voor me met grote natte ogen. Boy heeft een beschermende arm om haar heen geslagen en kust haar hoofd. Er hangt een vreemde stilte omdat we wachten tot Robbert er ook is. Mama en Boy hebben iets te vertellen, zeiden ze. Ik kan wel gokken wat het is maar laat de gedachte nog niet helemaal concreet worden in mijn hoofd. Ik word ongeduldig en roep de trap op: “Kom dan, Rob!”

Boy kijkt me aan en zegt: “Aan één moeder heeft hij genoeg.”

Aan één vader ook, wil ik zeggen, maar ik doe het niet. Dan sloft Robbert de trap af. “Wat is er? Hebben ze Griekenland op slot gegooid?”

Mama lacht een zenuwachtig lachje, haalt diep adem en zegt: “Jongens, het is… wij zijn… ik ben zwanger. Jullie krijgen een broertje of zusje!” Boy lacht zijn brede witte lach en klopt op mama’s buik.

“Oh joh!” zegt Rob, “leuk, mam.” Hij omhelst haar. Ik ben stil. Ik voelde dat dit eraan zat te komen, waarom heb ik geen reactie voorbereid? Wat vind ik hiervan? Een baby’tje in huis, dat is lief, misschien een zusje om mee te tutten... Maar een egoïstische gedachte bekruipt me: Ik ben het baby’tje, ik was mama’s meisje. En ik schaam me ook ergens voor mama met haar zachte witte buik die straks nog groter is, naast Boy die zo veel jonger is, en dat er dan straks voorgoed een bewijsje rondloopt van hun relatie. De gedachten duizelen me, maar de ogen van Boy zijn strak op mij gericht en ik weet dat ik iets moet zeggen.

“Wat fijn, mama. Ik ben zo blij voor je. Ook voor jou, Boy.” Ik meen het. Een beetje.

Zaterdag

Lotte haalt me op met de fiets en samen fietsen we naar het water. Als we aankomen beseffen we dat wij niet de enigen waren met dit idee. Ik heb al maanden niet zo veel mensen bij elkaar gezien, vriendinnen samen op picknickkleedjes, jongens die elkaar koppie-onder duwen, flessen fris die van mond tot mond gaan. Besmettingsgevaar, schiet er even door mijn hoofd, zeker nu mama zwanger is… maar dit mag, voor zover ik kan zien is iedereen onder de 18, en ik wil geen spelbreker zijn. Lotte is snel geinstalleerd, ze ligt languit op een grote bloemenhanddoek. “Ik hoop dat ik een beetje bruin word!” zegt ze. Ik kijk naar haar rode haar en met sproeten bedekte wangen en schiet in de lach. “Ik help het je hopen!”

Ik heb juist mijn kleren uitgedaan als ik een één van de joelende jongensstemmen achter me herken.

“Adam? Hey! Adam!”

Ik stap op hem en zijn vrienden af. Ze hebben allemaal meisjes bij zich, of zeg maar gerust meiden, ouder dan ik zijn ze allemaal. Eentje steekt een sigaret op. Ik trek Adam aan zijn hand en hij loopt mee het groepje uit.

“Waarom nam je nou je telefoon steeds niet op?” zeg ik.

“Sorry babe,” mompelt hij, “ik heb gewoon andere dingen, vrienden en zo, werk, school.”

“De scholen zijn dicht hoor.”

“Wilsie, kom nou eens. Niet overal een punt van maken. Ik ben gewoon niet zo goed in bellen en appen en zo.” Ik laat hem een zoen op mijn mond drukken. Achter ons klinkt gefluit. Onwillekeurig smelt ik en zoen ik hem terug. Ik heb hem gemist. Ik leun mijn hoofd tegen zijn borst en zeg, “maar nou gaan we elkaar heel weinig zien. Ik ga in augustus twee weken weg met mijn familie.”

“Ik weet het goed gemaakt, ga met mij mee zeilen in augustus. Al m’n boys gaan ook, gezellig.”

Zeilen met Adam! Dat lijkt me een geweldig idee. Weg van mama en Boy en hun verstikkende verliefdheid. Weg van dat gepraat over zwangerschap.

Zaterdagavond

Natuurlijk mag ik niet mee zeilen met Adam. Mama keek meteen zielig toen ik het vroeg. Ik trek het hier niet meer, ik wou dat ik de afwezige ouders van Adam had, of de rare hippie-ouders van Lotte.

“Ik gá niet! Al trek je me dat vliegtuig in!” roep ik van de trap en ik sla mijn kamerdeur achter me dicht. De tranen van woede rollen over mijn wangen. Genoeg. Nog één zo’n ruzie en ik ga ervandoor.

Meer dagboeken lezen?

Je leest het Dagboek van Anne-Wil hier >

Nieuwsgierig naar het Dagboek van Manon (de moeder van Willeke)? Neem dan een abonnement op deze exclusieve e-column:

Tekst: Charlotte Remarque. Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden