null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

PREMIUM

De Dag Nadat 04 – ik implantaatlenzen kreeg en nauwelijks nog iets zag

Marij (58): “Het is elf uur ’s ochtends en ik zit in de behandelkamer van de oogkliniek waar ik me gisteren heb laten behandelen. De zenuwen gieren door mijn lijf, want ik zie zo ontzettend slecht.

Getty Images

Maar het meisje dat mijn ogen controleert, reageert daar nauwelijks op. Ze is piepjong en optometrist, geen arts. Haar boodschap: kom over een paar weken maar terug. Misschien heeft het tijd nodig, maar het zit me niet lekker. Gisteren, na de operatie onderweg naar huis, schrok ik al van mijn zicht. Ik suste mezelf met de gedachte dat mijn ogen en de zwellingen eromheen rustig moesten herstellen – de kunststof lenzen zaten er nog maar net in. Ik had me die ochtend gemeld bij de kliniek, werd allervriendelijkst ontvangen en voor ik het wist stond ik weer buiten. De ingreep had zo’n twintig minuten geduurd. Mijn vooruitzichten met implantaatlenzen waren volgens de deskundigen fantastisch. Misschien wel te mooi om waar te zijn, denk ik nu.

Zelfs geen bril meer

Nadat een vriendin lenzen had laten implanteren en daar heel enthousiast over was, nam ik contact op met dezelfde kliniek. Eerlijk is eerlijk: zij had nauwelijks sterkte, en ik heb door een aangeboren afwijking al mijn hele leven ontzettend slechte ogen. Mijn vraag was dan ook niet om een wonder te verrichten, maar of het mogelijk was om lenzen te implanteren die een bril kopen makkelijker zouden maken. Doordat ik één lui oog heb, kijk ik alleen maar met mijn rechteroog, dat is dominant. Met plus acht, dus forse brillenglazen en ook een leesgedeelte en een cilinderglas, viel het niet mee om de juiste bril aangemeten te krijgen. Tot mijn verbazing kreeg ik tijdens het eerste contact met de kliniek te horen dat ze me mogelijk zelfs brilonafhankelijk konden maken. Na vooronderzoeken had ik een gesprek met de oogarts, ik bleek staar te hebben. Dat weerhield hem er niet van mij te willen opereren, integendeel: het woord ‘brilonafhankelijk’ viel opnieuw. Appeltje-eitje, zo leek het. Hij waarschuwde wel voor kans op halo’s, lichtkringen. Er kon een kleine reststerkte overblijven en als ik in het donker wilde lezen, zou ik wel een lamp moeten aanzetten. ‘Sommige mensen denken dat ik ook licht kan implanteren, maar dat kan ik niet’, zei hij. Ik vond hem erg zelfingenomen, maar was óók blij met zijn verhaal: na een leven lang sterke glazen zei de dokter vol overtuiging dat hij er iets aan kon doen. We prikten een datum voor de operatie en ik ging opgewekt naar huis.

Onscherp zien

Natuurlijk vond ik het spannend gisteren, maar ik zag de operatie vol vertrouwen tegemoet. ’s Middags komt mijn dochter langs. Ze zit schuin tegenover me, op dezelfde hoekbank, maar ik zie haar nauwelijks. Het maakt me bang: zou het wel tijdelijk zijn? Alles waar ik naar kijk, is onscherp en staat schots en scheef, een angstaanjagend beeld. Als ik ’s avonds de deur uit ga voor mijn ronde als wijkverpleegkundige, houd ik mijn hart vast. Verzuimen van mijn werk was niet nodig, was mij verteld: de meeste mensen kunnen een dag later alweer administratief werk doen. Voor de zekerheid draai ik mijn dienst samen meteen collega en de rolverdeling is duidelijk: zij is verantwoordelijk, ik help haar waar mogelijk.

Slecht voorgevoel

Tot overmaat van ramp wordt een patiënt tijdens ons bezoek onwel en overlijdt. Zijn slaapkamer is matig verlicht. Normaal gesproken geen probleem, maar nu een drama. Mijn collega doet alles wat ze moet doen, maar ik zie te slecht om te kunnen helpen. Eenmaal thuis na een lange dag dringt pas goed tot me door wat er aan de hand is. Met het loepzuiverste zicht had ik niet kunnen voorkomen dat die meneer vanavond overleed, maar ik ben overduidelijk niet in staat om mijn werk te doen. Van het ene moment op het andere voel ik me gehandicapt. Mijn man probeert me te kalmeren door te zeggen dat het goed komt, maar ik heb hier een heel slecht voorgevoel bij.”

Lees hier het vervolg van De Dag Nadat – Ik implantaatlenzen kreeg en nauwelijks nog iets zag >

Interview: Marloes Levie. Beeld: Getty Images

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden