PREMIUMKort verhaal door Petra Vollinga

De reddende kerstengel

null Beeld Ana Hard
Beeld Ana Hard

Laat Brenda maar werken met kerst, een perfect excuus om niet naar haar ruziemakende ouders te hoeven. Er is toch niks mis met single zijn, zolang je Netflix en een magnetron hebt? Maar dan zet een nieuwe patiënt alles op losse schroeven.

Petra VollingaAna Hard

“Nee joh. Ik vind het echt niet erg. Jullie hebben allemaal een gezin en ik ga toch maar onder een dekentje zitten netflixen.”
Haar collega’s sputteren voor de vorm nog even tegen, maar Brenda ziet de opluchting glinsteren achter hun ach-nee-jij-was-vorig-jaar-ook-al-aan-de-beurt, -weet-je-het-zeker?-maskers. Ach, kan haar het schelen. Kerst. Ze kan zich niet heugen wanneer ze dat voor het laatst gevierd heeft. Laat staan dat het leuk was. Geef haar maar lekker de kerstnachtdiensten. Onregelmatigheidstoeslag en meestal lekker rustig op de hartbewakings-afdeling. De teamleidster vult haar naam in bij alle kerstdagen, ze drinken hun koffiebekertjes leeg en gaan weer aan het werk.
Zo, ook weer geregeld. Dan heeft ze in ieder geval een perfect excuus om niet naar haar ouders te hoeven met de feestdagen. Ze weet namelijk precies hoe die gaan. De avond begint nog best gezellig, maar zodra haar moeder een wijntje te veel op heeft, wordt ze heel vervelend tegen haar vader en die zegt daar, zoals Brenda al haar hele leven ziet gebeuren, niks van. Hij laat zijn schouders hangen en de storm over zich heen razen. In haar puberteit is ze nog weleens in opstand gekomen en heeft ze hem verdedigd, maar daar werd het alleen maar erger van. Dan kreeg hij nog harder de wind van voren, zodra haar moeder dacht dat zij het niet kon horen. Niks deugde er aan hem. Hoe hij praatte of juist niet praatte, wat hij aan had, hoe hij zijn lepel naar zijn mond bracht, wat hij vond van de overburen. Er kwam geen einde aan. Of ze in godsnaam niet gewoon konden scheiden, heeft ze weleens keihard geroepen. Maar dan keken ze haar allebei verbaasd aan. Scheiden? Waarom? Nou, prima, ieder zijn meug, maar zij gaat in ieder geval niet meer in die giftige sfeer zitten, als het niet hoeft. Snel pakt ze de patiëntenlijst erbij. Eerst maar eens een rondje over de afdeling. Kijken wat voor vlees ze in de kuip hebben vandaag.

Glunderend doet Jacques een paar stappen naar achteren. Dat begint erop te lijken. Less is more is niet aan hem besteed, want waarom zou je jezelf beperken als je je één keer per jaar helemaal kunt laten gaan? Gelukkig denkt de hele straat er zo over, want het ene huis is nog uitbundiger versierd dan het andere. Kerstlampjes, rendieren, opblaassneeuwpoppen, het kan ze niet gek genoeg in december.
Hij blaast even in zijn handen om ze op te warmen en gaat verder met de lichtgevende slinger die om de arrenslee gedraaid moet worden. Hij heeft zichzelf overtroffen dit jaar, denkt hij tevreden. Die slee heeft hij al in de zomer ergens in China besteld en helemaal zelf in elkaar gezet. Dat was nog een heel gedoe, zo zonder gebruiksaanwijzing. Maar het is gelukt en het resultaat mag er wezen.
“Martha, kom je kijken?” roept hij zijn vrouw erbij. Die lieve schat is al weken bezig met het menu voor Eerste Kerstdag. Dat wil ze allemaal eerst een keer proefkoken en dus eten ze al tijden het ene chique gerecht na het andere. Je hoort hem niet klagen. Met haar schort nog om en haar handen vol meel, komt ze zijn werk bewonderen. “Het is prachtig”, zegt ze. “Geven die neuzen ook licht?” Ze wijst op de rendierfamilie die nog aan de zijkant staat te wachten tot ze voor de slee gebonden worden.

null Beeld

“Ha, wat dacht jij?” zegt Jacques. Hij pakt iets uit zijn zak. “Kijk, dit is nieuw dit jaar. Superhandig.” Nonchalant richt hij met een kleine afstandsbediening op de vrolijke kudde en drukt op de groene knop. Niks. “Hè? Hoe kan dat nou?”
“Zitten alle batterijen er wel in?”, vraagt Martha.
“Ja, die heb ik allemaal net verwisseld. Hm, nou ja, ik heb nog even gelukkig.”
“Precies. Jij fikst dat. Maar vanavond niet meer, want we gaan eten. Beef Wellington, maar dan zonder beef, want Rosalie en Sjoerd zijn vegetarisch geworden en de helft van de kleinkinderen ook.”
“Nou, het zal mij benieuwen”, zegt Jacques, een tikje ongerust. Hij gunt zijn kinderen alles, maar zichzelf ook. En vlees is nou eenmaal iets wat hij maar moeilijk op kan geven. Gelukkig is Martha de beste kok van de wereld, dus wie weet is het wel de lekkerste No Beef Wellington die hij ooit gegeten heeft.

Downton Abbey, altijd goed. Brenda heeft zich op de bank geïnstalleerd met haar zachte, groene lievelingsdeken, een groot glas rode wijn, een zak ribbelchips en poes Lady Mary, voor een avondje serie-bingen. Het wel en wee van de aristocratische familie Crawley is precies wat ze nodig heeft na een dag hard werken. Het gekabbel van de gesprekken, de kleding en het leeftempo op het kasteel, ze wordt er acuut rustig van. En dan natuurlijk de ongeëvenaarde Lady Grantham. Als blikken konden doden, had ze geen personeel meer over gehad en Brenda moet altijd hardop lachen om haar onderkoelde humor. Wat een vrouw. Die trekt zich nergens iets van aan, denkt ze een beetje jaloers. Hoe mooi zou dat zijn, dat je gewoon helemaal niemand nodig hebt en toch volmaakt gelukkig bent? Zo ver is ze zelf nog niet, als ze heel eerlijk is. Ze gelooft vriendinnen ook nooit helemaal die roepen dat ze “nooit meer een man willen omdat ze het leven heerlijk vinden alleen”. Want zodra er dan toch ineens een Prince Charming om de hoek komt galopperen, weten ze niet hoe snel ze bij hem in moeten trekken. Binnen twee weken veranderen vriendinnenavonden in parenetentjes, en daar wordt zij natuurlijk niet voor uitgenodigd.
“Lieve kind,” hoort ze haar oma nog zeggen, “een mens is niet gemaakt om alleen te zijn. We zijn net planten en die hebben water, zon en aandacht nodig.”
Water, zon en aandacht. Dat heeft ze misschien wel nooit echt gehad. Haar laatste relatie is alweer zo’n drie jaar geleden en daar kwam weinig bewatering aan te pas. Of het moest de jaarlijkse vakantie in Zeeland zijn, waarin zij vooral bezig was geweest om het hém naar de zin te maken, terwijl hij zich tegoed deed aan water, zon en de aandacht van de buurvrouw in de caravan naast hen. Ze weet niet beter.
“Gelukkig ben ik net een cactus, hè Lady?” zegt ze, terwijl ze Lady Mary over haar zachte rug aait. “Niet kapot te krijgen.”

“En dan moet ik hier klikken, denk ik”, mompelt Jacques. Hij drukt op ‘bestellen’, maar er gebeurt niks. Martha staat achter hem mee te kijken, haar handen op zijn schouders. “Misschien eerst dat?” Ze wijst naar een vierkantje op het scherm.
Hij zet zijn leesbril iets hoger op zijn neus en buigt naar voren. Het is ook allemaal zo’n gepriegel. Hadden ze niet beter gewoon naar de supermarkt kunnen gaan? Maar de kinderen roepen al jaren dat ze lekker online boodschappen moeten doen, omdat dat zo ontzettend handig is en ze dan niet hoeven te sjouwen. Martha leek dat wel wat voor haar uitgebreide kerstdiner, dus zijn ze nu al twee uur bezig met winkelen achter de computer, terwijl hij al die spullen in die tijd allang in een echt winkelwagentje had kunnen gooien. Hij klikt op het vierkantje dat ze bedoelt. Kijk, daar staat nu een vinkje. Nog eens op ‘bestellen’ drukken en ja hoor, ze kunnen betalen.
“Goed gedaan, schat”, zegt Martha opgewekt nadat het gehannes met bankpasjes en codes achter de rug is. “Nog een kopje koffie?”

null Beeld

Aan de keukentafel nemen ze zoals elke ochtend hun tweede kopje van de dag. Vandaag hoort daar een dikke plak zelfgebakken kerststol bij. Genietend neemt Jacques een grote hap. “Goed gedaan, schat”, zegt hij op zijn beurt met volle mond. “Echt heerlijk dit.” Hij smeert wat extra boter op de rest van de plak, wat hem op een strenge blik van zijn vrouw komt te staan. “Ja, ja, ik weet het, niet te vet. Maar het is bijna kerst, dan gelden die regels niet”, lacht hij. Dan staat hij op, geeft Martha een klapzoen op haar wang en loopt luidkeels I’m dreaming of a white Christmas zingend naar buiten. Aan het werk.

Ze moet de neiging onderdrukken om oordopjes in haar oor te proppen als I’m dreaming of a white Christmas voor de tachtigste keer voorbijkomt. Het ziekenhuis heeft één band met kerstnummers en die draait 24/7. Dat begint zo’n beetje nadat de Sint zijn hielen heeft gelicht en gaat door tot derde kerstdag. Ook zoiets. Alsof twee van die suikerzoete, hysterische dagen niet erg genoeg zijn. Ze haalt diep adem en blaast hoorbaar door haar getuite lippen uit.
“Gaat het, Bren?” vraagt Chantal. Ze werken al jaren samen, dus die weet wel hoe de vlag erbij hangt.
“Ja hoor, prima. Gelukkig is Mariah Carey zo weer aan de beurt.”
“Hier, zuurpruim”, zegt Chantal, en ze geeft haar een kerstkransje. “We krijgen eerst nog de eenzame kerst van Hazes.”
“O ja, daar knap ik ook altijd zo lekker van op. En de mensen die hier de komende dagen moeten blijven ook, denk ik.” Want al heeft zij zelf een hekel aan kerst, ze weet best dat het voor haar patiënten altijd een hard gelag is en dat die zich behoorlijk eenzaam kunnen voelen als ze hun kerstdiner hier geserveerd krijgen op een plastic tray, in plaats van thuis met hun geliefden aan een rijk gevulde tafel. Daarom hebben ze gisteren naast alle bedden een piepklein kerstboompje neergezet, compleet met lampjes en minislinger. Toen ze er eentje neerzette bij mevrouw Van Dijk in kamer 6 keek die haar zo dankbaar maar verdrietig aan, dat de tranen haar bijna in de ogen sprongen. Mevrouw had zo graag naar huis gewild voor kerst, maar dat zat er echt niet in. “Je zal me wel een zeurpiet vinden,” had mevrouw Van Dijk gezegd, “maar kerst is nou eenmaal, ja, kerst, snap je?”
Brenda had geknikt dat ze het begreep en haar kussen nog eens extra opgeschud. Maar eigenlijk begreep ze er natuurlijk helemaal niks van. Met kerst was de sfeer thuis vroeger nog net een tikje slechter dan anders omdat er visite kwam en alles dan helemaal op scherp stond. Haar moeder begon al lichtelijk aangeschoten aan het hele gebeuren, “omdat ze het anders helemaal niet aankon”, en haar vader redde wat er te redden viel. Oma was het enige lichtpuntje in donkere dagen geweest. Zij stopte haar chocola en cadeautjes toe als haar schoondochter even niet oplette. Die verstopte Brenda dan snel onder haar bed. Als haar moeder erachter kwam dat ze snoep had, was het huis te klein en moest ze alles inleveren. Dat was zogenaamd niet gezond. Alsof al die liters drank zo gezond waren. Cadeautjes hoefde ze al helemaal niet te verwachten. “Zonde van het geld, al die plastic troep.”
Ze schudt haar hoofd hard heen en weer, alsof ze de wrange herinneringen er zo letterlijk uit kan werken. Nog drie dagen, houdt ze zichzelf voor. Dan is die hele ellende weer voor een jaar voorbij.
Met haar beste glimlach, begint ze aan de medicijnronde. “Dag meneer Schoonhoven, uw medicijnen. Met de groeten van de Kerstman”, grapt ze.
Niemand heeft iets aan een chagrijnige verpleegkundige.

“Dus dan zetten we Rosalie en Sjoerd daar, Maaike en Yasmin daar, Frank daar naast jou en ik zit hier.”
Martha is de tafelschikking aan het doen met de bordjes die hij net zorgvuldig met de hand heeft geschreven. “Ja, dat is mooi verdeeld”, zegt hij. “En dan alle kleintjes aan deze tafel. Zou dat goed gaan, denk je?” Hij denkt terug aan vorig jaar, toen de eerste trostomaatjes al na vijf minuten op het tapijt lagen en de neefjes ruzie begonnen te maken met hun nichtjes.
“Nee”, zegt Martha vrolijk. “Maar dat zien we dan wel weer. Ze vinden het zo leuk, een eigen tafel.”
Hij pakt haar hand en trekt haar naar zich toe voor een knuffel. Deze vrouw. Na al die tijd nog steeds zijn beste vriendin, maatje, levensgenoot en grote liefde. Het zonnetje in huis is ze en hij zou niet weten wat hij zonder haar zou moeten.
“Ha, deze vind ik altijd zo leuk!” roept ze als het kerstnummer met al die belletjes begint. Net als vroeger beginnen ze door te kamer te dansen op een rock-’n-roll-achtige manier die ze zichzelf hebben aangeleerd. “All I want for Christmas is joehoehoehoehoehoe”, zingt hij vals mee. Daar moet ze, net als elk jaar, heel hard om lachen.
Hijgend ploffen ze na het nummer op de bank. Het sporten van vandaag is ook weer afgevinkt, concludeert hij. Alle rendierneuzen doen het, de slee staat te schitteren in de tuin, de boom is afgeladen en de berg cadeautjes die eronder ligt lijkt nog hoger dan anders. Hun mooie kleren hangen al klaar, dus ze hoeven morgen alleen nog maar de laatste puntjes op de i te zetten voordat de invasie begint. “Klaar voor de film?” vraagt hij, en drukt op play.
“Helemaal klaar”, zegt Martha terwijl ze zich dicht tegen hem aan nestelt. The Sound of Music is vaste prik op kerstavond. Daar komt niks of niemand tussen.

Ping. De magnetron geeft aan dat haar eten klaar is. Over een uur begint haar dienst en ze gaat er altijd graag met een goedgevulde maag in omdat je maar nooit weet wat er op je afkomt in de nacht. Ze zet haar laptop op de kleine, ronde keukentafel, klikt op de aflevering waar ze gebleven was en begint de kant-en-klare chili sin carne op te eten. In de keuken van Downton wordt net een enorm feestmaal bereid, hoe toepasselijk. De butlerbaas krijgt ruzie met de onderbutler en de heer des huizes komt ’s nachts stiekem iets te eten halen in de keuken. Stiekem ja, want daar mag hij eigenlijk niet komen, in zijn eigen keuken. Zou zij in die tijd hebben kunnen leven? Dat galante van de heren die op bezoek komen in het kasteel, nadat ze eerst keurig met de hand een brief hebben geschreven om hun komst aan te kondigen, lijkt haar wel wat. Een heel stuk beter dan de onbeschofte berichtjes die zij soms krijgt als ze even op Tinder kijkt, in ieder geval. Na een kwartiertje swipen is ze er meestal wel weer klaar mee, met die mannen op motoren en met de mannen die overduidelijk hun vrouw en kinderen van de foto hebben afgesneden. Zo kansloos allemaal.

null Beeld

Ze heeft het heus wel geprobeerd, afspreken om koffie te drinken. Maar tot nu toe was het dan binnen tien seconden wel duidelijk. Chemie kun je niet afdwingen, en je weet het meteen als je elkaar voor het eerst in de ogen kijkt. Maar dan moet je voor de vorm toch nog zeker een uur blijven zitten om over koetjes en kalfjes te praten, of erger nog, over je diepste zielenroerselen, voordat je met goed fatsoen kunt opstappen. Dat wil ze zichzelf niet meer aandoen. Ze heeft de hoop op een klik-op-het-eerste-gezicht eigenlijk een beetje opgegeven. Maar ze zal toch iets moeten verzinnen als ze niet wil eindigen als een lichtelijk verzuurde Lady Grantham. Want die is weliswaar heel autonoom, maar ook heel alleen. Zuchtend zet ze haar lege bord in de gootsteen en laat die vollopen met heet water.
Tot zover het kerstdiner.

“Welkom, welkom”, roept Jacques vanuit de voordeur naar zijn oudste dochter en haar gezin. “Jullie zijn de eersten. Kan ik wat overnemen? Kom geef mij die tas, jij mag niet te zwaar tillen Yasmin.”
“Pap, ze is zwanger hè, niet gehandicapt”, lacht Maaike.
“Nou, ik vind het anders heel galant”, zegt Yasmin. Ze geeft Jacques eerst een knuffel en overhandigt dan haar tas. “Wat ziet het er hier fantastisch uit, zeg. Je hebt jezelf weer overtroffen.”
“Ja, die slee maakt het helemaal af, pap. Wat moet je nou volgend jaar? De hele Noordpool nabouwen?”
“Goed idee”, zegt Jacques. “Met het huis van de Kerstman.” Hij geeft zijn dochter een kus op haar wang.
Net als ze naar binnen willen lopen, komt de volgende auto de oprijlaan al oprijden. “Opa, opa!”, klinkt het nog voordat Rosalie en Sjoerd goed en wel geparkeerd hebben. Twee stuiterballen rollen vanaf de achterbank het tuinpad op en rennen tegelijk naar Jacques, vechtend om wie het eerst ‘in de draaimolen’ mag.
Snel zet Jacques de tas van Yasmin op de grond om ze op te vangen. “Hé boefjes, komen jullie maar eens even bij opa.” Hij vangt ze allebei op en draait met zijn twee kleindochters een paar rondjes om zijn as.
“Zeg, houden jullie opa een beetje heel?”, vraagt Rosalie. “Die moet nog langer mee dan vandaag.”
“Jacques. Die neuzen. Fantastisch”, zegt Sjoerd bewonderend.
“Ja, leuk hè?” Jacques zet zijn kleindochters op de grond. “En kijk, moet je zien hoe handig.” Hij laat zijn schoonzoon zien hoe je de Rudolphs op afstand kunt bedienen, wat de meisjes natuurlijk meteen ook willen proberen.
“Hallo liefjes”, zegt Martha in de deuropening. “Komen jullie binnen? Hier is het heerlijk warm.”

null Beeld

De hele stoet loopt achter elkaar naar binnen, waar de open haard lonkt en de geur van kaneel, nootmuskaat en vers brood je de adem beneemt en de smaakpapillen kietelt. Ze zijn bijna compleet. Alleen Frankie nog. Jacques maakt zich zorgen om zijn jongen. Het zal niet meevallen om twee kleine jongetjes groot te brengen zonder moeder. Martha en hij doen wat ze kunnen, maar ze kunnen die lege plek natuurlijk nooit invullen. Niemand kan dat en op dagen als deze is het extra pijnlijk, zo’n gezin met een hap eruit.
“Hé oudje”, hoort hij achter zich, net als hij de deur dicht wil doen. Blij draait hij zich om. “Lieverd!” zegt hij en ze geven elkaar een hardhandige knuffel, zoals alleen mannen onder elkaar dat kunnen. Met van die harde klappen op elkaars rug. Ook de kleinzonen moeten natuurlijk even ‘in de draaimolen’ en dan kunnen ze eindelijk de keuken in om het eerste glas te heffen.
“Ik kom eraan, ga maar vast”, zegt Jacques buiten adem. Misschien toch een rondje te veel gedraaid. Hij laat zich zakken op het tuinbankje en legt zijn hand op zijn borst. Wat drukt daar nou? Even bijkomen. Franks gezicht zweeft boven hem. “Pap?” hoort hij ergens heel ver weg. “Pap?” Maar hij geeft geen antwoord. Want hij zakt weg in de zachtste watten die hij ooit gevoeld heeft.

“Bren, wil jij meneer Moliere even ophalen bij de Eerste Hart Hulp? Die is net binnengebracht, er is bloed afgenomen en hij heeft alle onderzoeken gehad. Een lichte hartaanval. Hij is weer helemaal bij, maar ze willen hem een nachtje houden, puur voor de zekerheid.”
“Tuurlijk, ik ga meteen.” Ze loopt naar de liften en doet haar haar in een knot. Zo zie je maar weer, het leven houdt geen rekening met feestdagen. Het is niet alsof je hart denkt: nee, nu komt het even niet zo goed uit, ik wacht wel tot morgen voordat ik stop met kloppen. Niks daarvan. Gewoon, bam, midden in je kerstdiner.
Als Brenda beneden komt en het gordijn opzij trekt, ziet ze een grote man die er piepklein uitziet in zijn nette kleren, met een bleek gezicht en bange ogen. Om hem heen zitten nog een heleboel mensen met bange ogen, die haar allemaal aankijken. De hele familie is meegekomen zo te zien. “Meneer Moliere?” zegt ze vriendelijk. “Ik ben Brenda en ik ga u meenemen naar mijn afdeling. Daar gaan we u vannacht heel goed in de gaten houden, dus u hoeft zich geen zorgen te maken.”

null Beeld

“Zeg maar Jacques”, fluistert hij.
“Jullie hoeven je trouwens allemaal geen zorgen te maken”, zegt ze rustig. “Ik ga persoonlijk zorgen dat Jacques niks tekortkomt.” Dit is wel een beetje glad ijs, want ze mag natuurlijk niet te veel beloven. Maar ze kijken haar allemaal zo ongerust aan dat ze niks liever wil dan wat zekerheid geven voordat ze allemaal vertrekken. Er is nu eenmaal alleen plek voor Jacques. “Gaan jullie maar lekker naar huis en probeer een beetje te slapen. Morgenochtend weten we meer”, zegt ze. “Ik ga hem nu meenemen naar boven en de dokter belt jullie morgen om te laten weten wanneer hij weer naar huis mag.” Ze ziet hoe de familie met tegenzin opstaat en afscheid neemt. Zijn vrouw geeft hem nog een kus.

null Beeld

Dan rijdt Brenda Jacques in zijn bed naar de liftdeuren, waar hij van pure vermoeidheid al in slaap is gevallen. Ze drukt op het knopje en voelt dan een zacht tikje op haar schouder.
“Weet je zeker dat het goed komt?”, vraagt een hese stem. “Want dit is de liefste vader van de wereld, dus dat moet gewoon. We kunnen hem echt niet missen.”
Als ze zich omdraait, ziet ze twee grijsgroene ogen die haar zo intens aankijken dat ze er even van wankelt. Diep vanbinnen klikt er iets. “Dat kan ik niet beloven”, herpakt ze zich. “Maar het ziet er goed uit. Het lijkt mee te vallen en het nachtje is echt puur voor de zekerheid.”
De man strijkt met twee handen zijn haar naar achter. Hij ziet er kwetsbaar uit zo, met vermoeide ogen en een licht trillende onderlip.
Geheel tegen haar gewoonte in legt ze een hand op zijn bovenarm. “Hij is in goede handen. We gaan alles doen wat er nodig is”, zegt ze. “Vertrouw me maar.”
Hij kijkt haar dankbaar aan, knikt en draait zich om. Ze ziet hoe hij de lange gang naar de uitgang door loopt. Zijn handen in zijn zakken, zijn hoofd naar de grond gericht. Vertrouw me maar? Ze kan zichzelf wel slaan. Wie zegt dat nou? Alsof zij ook maar enige invloed heeft op het hart van deze Jacques. Lekker handig, Bren, foetert ze zichzelf uit. Wat als het nou alsnog verkeerd gaat?
De rest van de nacht zit ze zo veel mogelijk naast Jacques om de monitor in de gaten te houden. Een patiënt verliezen is altijd verschrikkelijk, maar deze moet koste wat het kost de ochtend halen.

“Dus hij mag naar huis?”, vraagt Frank. De dokter staat op de speaker en de hele familie begint te juichen. Ze hebben de nacht doorgebracht in de logeerkamers en op de bank, maar niemand heeft echt goed geslapen.
“Ja”, zegt de dokter. “Er is de hele nacht niks onregelmatigs meer te zien geweest aan zijn hartritme. Ik heb hem wel geadviseerd om een tijdje rustig aan te doen, gezond te eten en wat te minderen met de wijn. Dat laatste nam hij me trouwens niet echt in dank af.”
Frank lacht opgelucht. “Dat klinkt wel als mijn vader, ja.” Zodra hij heeft opgehangen, springt hij op om zijn jas te pakken. “Ik ga hem meteen halen. Mam, zet jij alles klaar? Jongens, zorgen jullie dat alle rendierneuzen branden als opa terugkomt? We gaan gewoon kerst vieren, zoals altijd.”
Nog voordat iemand bezwaar kan maken of mee kan rijden, zit hij in zijn auto en geeft gas. Al na een kwartier draait hij de parkeerplaats van het ziekenhuis op. Weg hier, zo snel mogelijk, met zijn vader. Hij rent nog net niet naar de lift en moet zich verbijten als iemand met krukken er eindeloos over doet om in de lift te komen en op het knopje te drukken. Hij heeft haast. Ziekenhuizen maken hem nerveus. Hij heeft er al eens iemand in verloren, dat gaat hem niet nog een keer gebeuren. “Pap!” Frank stormt de kamer binnen. “Ik kom je halen.”
Zijn vader zit rechtop in bed te kletsen met de overbuurman. Hij heeft weer kleur op zijn wangen, zijn ogen sprankelen als vanouds en hij heeft het hoogste woord.
“Ha jongen”, zegt Jacques vrolijk. “Goed dat je er bent. Dit hotel heeft me net laten weten dat ik moet uitchecken.”
Hij helpt zijn vader voorzichtig in zijn jas, bang dat het weer misgaat.
“Het hoeft niet zo voorzichtig, hoor”, zegt die droog. “Ik ben onverwoestbaar. Zo veel is nu wel duidelijk.”
“Goed zo, pap. Dan gaan we om te beginnen eerst maar eens kerst vieren zoals het bedoeld was.”
“Heel goed. Een momentje nog.” Jacques drukt op het belletje naast zijn bed. “Ik wil je even voorstellen aan onze extra gast aan tafel. Ah, daar ben je. Brenda, dit is mijn zoon Frank. Frank, dit is Brenda. Mijn reddende kerstengel.”

Rozig van de nachtdienst en de warmte die van deze familie afstraalt, kijkt Brenda de tafel rond. Ze ziet alleen maar lachende, blije gezichten. Er worden echte gesprekken gevoerd, waarin mensen luisteren naar elkaars antwoorden. Vier kinderen rennen in het rond en komen af en toe op schoot zitten. De vrouw des huizes loopt bedrijvig heen en weer met de ene schaal lekker eten na de andere. Iedereen staat op om te helpen en voor de grap hebben ze op klaarlichte dag alle gordijnen dichtgetrokken voor het echte kerstgevoel.
“Jij nog een beetje wijn?” vraagt een hese stem naast haar. “Voor jou is het nu avond toch? Sorry als we een beetje veel voor je zijn, maar we zijn echt heel blij dat je er bent.”
Ze kijkt hem aan en ze weet het. Zo voelt het dus als je water, zon en aandacht krijgt.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden