null Beeld

De schoonmaakster van Roos Schlikker spreekt geen Nederlands, toch leren ze elkaar kennen

Ik zit nog steeds bij Judith aan tafel. Judith, mijn schoonmaakster die ik al dertig jaar ken maar van wie ik door de taalbarrière weinig weet. Ze komt de keuken uitgescharreld, een schaal Braziliaanse hapjes in haar hand.

“Hier. Hier”, zegt ze. Hoe redt deze vrouw zich? Hoe doet ze boodschappen? Hoe gaat ze met het openbaar vervoer zonder Nederlands te spreken, zelfs geen Engels? De tolk vraagt het. Ze gaat zitten, de schouders beschaamd gebogen. Ze probeert in het Nederlands te vertellen wat ze van Nederlanders vindt. “Aardig.” Het klinkt alsof ze 'zaag' zegt.

“Dat is het enige verdriet in mijn leven. Het lukt me niet om Nederlands te leren. Ik snap het niet, in Brazilië was ik onderwijzeres en hier kan ik de woorden en grammatica niet onthouden.” Toch redt ze zich. “Iedereen begrijpt me wel.” Ik snap haar inderdaad ook altijd. Judith praat hard, gesticuleert veel, zoekt desnoods met behulp van haar iPhone de vertaling van een woord. Ze mag dan misschien geen talenknobbel hebben, Judith is enorm slim. “En gestudeerd!”, roept ze nog maar eens nadrukkelijk.

Vindt ze het niet gek dat zij met haar levenservaring en opleiding bij mij de toiletten boent? “Nee, want ik ben hier gelukkig”, is het simpele antwoord. Ze heeft inmiddels al jaren een verblijfsvergunning. Heel stellig zegt ze “No”, als ik haar vraag of ze ooit heeft overwogen terug te keren naar Brazilië. “Ik wil onafhankelijk blijven. Hier heb ik alles, daar zou ik dat weer op moeten bouwen, waarschijnlijk met hulp van anderen. Dat wil ik niet.”

Toch moet ze hard werken. Haar wenkbrauwen schieten omhoog. “Hier? Het is tranquilo!” Ze legt uit dat ze precies het aantal uren werkt dat ze wil werken. Ze kan prima rondkomen. Een nieuwe liefde, daar moet ze ook niet aan denken. “Een man die me Nederlandse les gaf, was in me geïnteresseerd. Hij vroeg me uit.” Met wapperarmen: “Nee, nee, heb ik meteen gezegd.” En daar klinkt het magische woord weer dat deze middag veelvuldig gevallen is: 'independência'.

We drinken thee. Hier zit Judith om wie ik een heel zielig verhaal heen gebrouwen had. Ze blijkt allesbehalve zielig. Ze werkt hard, maar ze leeft precies het leven dat ze wil leven. Ingericht volgens haar eigen standaarden. Volkomen onafhankelijk. Op die stomme taal na dan. Ik vraag haar of ik haar misschien een beetje mag helpen. Gewoon, af en toe wat woordjes oefenen. “Ik ben oud hoor. En traag.” “Geeft niks. We beginnen gewoon.”

We nemen afscheid. Ik krijg een enorme hoeveelheid Braziliaanse pasteitjes mee. En pudding, dat ook. Als ik later die week thuiskom, vind ik op het aanrecht een briefje: 'stoofsaugerzakken' staat erop. Ik pak een pen en zet in keurig rechte letters het juiste woord eronder. Een week later komt ze weer schoonmaken. Ik geef haar het briefje. Haar ogen worden groot. Wow! Schrijf je dat zo?, gebaart ze. Er gaat een wereld voor haar open. Ik lach, omdat afgelopen week haar wereld voor mij openging.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden