null Beeld

Deborah heeft een werkloze man: “Terwijl er een berg vieze was ligt, gaat hij doodleuk een film kijken”

Natuurlijk heeft het voordelen dat haar man opeens maandenlang zonder werk thuiszit. Tegelijkertijd weet journalist Deborah Ligtenberg soms niet wat ze met deze nieuwe situatie aan moet.

“Wat doe je als je op je bruiloft wordt neergeschoten door je baas en je collega’s? Juist ja, dan neem je wraak. Bloederige, zoete wraak. ‘The Bride’ overleeft de kogel door haar kop, maar ligt vervolgens een paar jaar in coma. Als ze eenmaal bijkomt, wil ze maar één ding: de leden van haar huurmoordenaarsbende een voor een vermoorden.” Grijnzend leest mijn man de synopsis van de film Kill Bill voor. “Zal ik deze gaan kijken, of toch maar Reservoir Dogs?” Hij heeft tijd zat. Als ik naar ons thuiskantoor loop voor de zoveelste online meeting, zie ik nog net hoe hij zijn benen op de bank zwaait en zijn hand op de kat legt. Nadat hij jarenlang keihard heeft gewerkt, gun ik hem zijn vrije tijd. Die nieuwe baan, die komt er wel, toch? Maar mijn irritatie laat zich niet bedwingen. Terwijl de badkamer vol vieze was ligt, gaat hij op dinsdagochtend tien uur doodleuk een film zitten kijken. Ondertussen werk ik me te pletter, vanwege de lockdown thuis. Ook dat nog. Daardoor zie ik alles wat hij doet. Veel te weinig, naar mijn zin.

Afwijzingen

Tussen maart en augustus nam volgens het CBS het aantal werklozen met ruim 150 duizend toe. Mijn man was een van hen. Van succesvol organisatieadviseur werd hij thuiszitter. Zijn opdracht liep op 1 maart af, vijftien dagen voordat Nederland op slot ging. Hij is al jaren zzp’er en gleed al die tijd soepeltjes van de ene in de andere klus. Liep een opdracht af, dan was er zo weer een nieuwe. Maar nu is een economische crisis door corona een feit en liggen de banen niet voor het oprapen. In eerste instantie geniet hij ervan, even niet vroeg op en laat thuis. Er meer zijn voor mij en onze drie pubers, vaker op bezoek bij zijn ouders. Maar de stapel afwijzingen groeit en zijn zelfvertrouwen slinkt. Hij is met zijn vijftig jaar óf te oud, óf te duur, óf te weinig senior. Met andere woorden: voor opdrachtgevers is de keuze reuze, waardoor er altijd wel iemand beter, goedkoper of dichterbij wonend is.

Godzijdank is mijn man niet het type dat definitief wegzinkt in de bank. Nadat hij de hele Tarantino-dvd-box heeft gekeken, komt hij in actie. Hij zegt de schilders af en gaat zelf het huis schilderen, scheelt weer geld ook. Hij doet boodschappen, kookt en loopt veel hard, dat is de goede kant. Zijn wereld wordt kleiner en hij mist de dynamiek van het contact met collega’s. Die zoekt hij bij mij, maar ik kom om in het werk. Ik vind het sneu, ik wel, hij niet, en het irriteert me ook. Als ik met een hyperfocus midden in een artikel zit, komt hij me geregeld storen met stomme vragen als ‘Waar liggen de blikopener/vuilniszakken/badhanddoeken?’. Als ik hem toesnauw dat-ie gewoon even goed moet kijken, krijg ik een gekwelde blik. Ook dat nog, hij is gekwetst. Zucht. Hij is mijn man van wie ik hou, dus maak ik tijd voor hem. Ik klap mijn laptop dicht om samen koffie te drinken, terwijl de stress van mijn naderende deadline door mijn lijf giert. Waar ik me dan vervolgens weer schuldig over voel, want ik begrijp heel goed dat het vervelend voor hem is dat mijn werk gewoon doorgaat, terwijl hij stilstaat.

Ingrijpend

Noem het houden van, het hem niet nóg moeilijker willen maken of desnoods gewoon medelijden, het zorgt er in elk geval voor dat ik best vaak kritiek inslik. Bijvoorbeeld als ik na een intensieve dag hongerig aanschuif voor het avondeten en hij te weinig heeft gekookt, alweer. Is het nou echt zo moeilijk om te bedenken dat een recept voor vier onvoldoende is voor vijf, inclusief drie pubers? Ik moet me bedwingen om niet met mijn ogen te rollen als hij zegt dat hij gespannen is over hoe het verder moet, soms wel drie keer per dag. Hij is eindeloos met zijn telefoon in de weer, gék word ik ervan. Volgens Jean-Pierre van de Ven, relatietherapeut en auteur van het boek Het moet helemaal anders, is het heel logisch dat mijn man zich zo voelt. “Werkloos raken staat hoog in de lijstjes van ingrijpende gebeurtenissen”, vertelt hij. “Ik merk in mijn praktijk dat het er bij relaties inhakt. Je kunt wel denken: ‘Ik kan dit relativeren, ik vind wel weer een andere baan, als er ergens een deur dicht gaat, gaat er ergens anders ook weer een open’, het heeft toch een enorme impact. Want wie zijn baan kwijtraakt, komt vaak in een rouwproces terecht. Dat gaat over verlies en ook over

je afgekeurd en weggestuurd voelen, je minder voelen dan daarvoor. Dat heeft emotionele gevolgen, ook binnen een relatie. Ofwel je gaat compenseren door je thuis heel bazig te gedragen, of je gaat extra veel bevestiging vragen, of je bent gewoon erg met jezelf bezig en niet in staat om veel aandacht aan je relatie besteden.”

Ruzie mijden

Dat laatste is bij ons niet aan de hand. Mijn man wil niets liever dan lekker samen wandelen, lunchen, naar een museum, terwijl ik heel graag even op mezelf wil zijn – zeker nu wij alle vijf thuis zijn. Als het even kan, ga ik met de trein naar een opdrachtgever. Weg van het thuisonderwijs en de echtgenoot die soms met zijn ziel onder de arm loopt, vraagt of ik echt denk dat hij goed genoeg is voor een bepaalde functie en ook – hoe verwarrend – geregeld als een soort van generaal door het huis moppert dat de kasten een bende zijn en de tafelmanieren van onze kinderen waardeloos. Dingen waarvan hij eerder nooit een punt maakte, zijn nu opeens een issue.

Ik wil zeggen dat hij positief moet blijven, netwerken, solliciteren, maar mij er niet steeds mee moet lastigvallen. Uit angst voor ruzie houd ik me stil. Niet omdat ik een ruziemijder ben, ik kan het er gewoon niet bij hebben. Ik vind het een moeilijke periode: tieners die thuis tegen de muren op vliegen omdat hun sociale leven noodgedwongen stilligt, veel deadlines en dan die man zonder werk. Dat we allebei de hele dag thuis zijn, helpt niet. Hij moppert dat ik te hard praat aan de telefoon, ik vind dat hij aan onze keukentafel te luidruchtig met een vriend koffie drinkt. Ergens ben ik jaloers, want hij heeft dus eigenlijk gewoon een soort sabbatical. Als hij fris en opgewekt terugkomt van een kilometer of tien rennen, moet ik eerst mijn vermoeide beeldschermogen scherpstellen voordat ik kan zien hoe ontspannen en knap hij er eigenlijk uitziet. Voor dat laatste heb ik namelijk te weinig oog. Ik vind het vreselijk om aan mezelf toe te geven, maar ik vind succes aantrekkelijk. Als ik daar tijdens een boswandeling eens goed over nadenk, realiseer ik me hoe onzinnig dit is. Maakt het gebrek aan succes hem een minder leuk mens? Nee, natuurlijk niet. Hij heeft het moeilijk, maar is nog steeds dezelfde.

Onzekerheid

Als mensen vragen of hij al een baan heeft en of ik me daar zorgen over maak, hoor ik mezelf zeggen dat het wel goed komt. Dat het altijd goed is gekomen, dat hij heel veel ervaring heeft en een enorme spaarpot, dus niks aan de hand. Dat laatste is waar, de rest niet helemaal. Want natuurlijk voel ook ik de stress van niet weten hoe dit eindigt. Waarom zeg ik dat dan niet? Heel eerlijk, ik wil gewoon dat er geen zorgen zijn. Ik wil dat alles bij het oude is, of desnoods bij het nieuwe, in elk geval niet het onbekende tussenland waarin we ons nu bevinden. Dus doe ik of het er niet is, maar ondertussen wringt het aan alle kanten. Vraag ik daar aandacht voor? Nee. Heel dom, aldus relatietherapeut Jean-Pierre: “Je mag best zeggen hoe jij je voelt”, vindt hij. “Een relatie is namelijk een soort deal. Je houdt van elkaar en wil bij elkaar zijn, maar er is ook een deal van hoe je met elkaar omgaat. Bij werkloosheid komt die deal onder druk te staan. Bijvoorbeeld doordat inkomen onzeker dreigt te worden, of doordat de partner die werkloos is geworden meer steun nodig heeft en zaken uit balans raken. De enige manier om daarmee om te gaan is zeggen hoe jij je voelt. Dat je zorgen hebt over de hypotheek bijvoorbeeld. Eerlijk zijn is héél belangrijk in een relatie. Je kunt beter je zorgen delen, dan dat je ze voor jezelf houdt en worstelend ten onder gaat.”

Minder mild

Dat de situatie van geen baan het er thuis meestal niet gezelliger op maakt, blijkt ook uit Brits onderzoek. Wetenschappers bekeken wat werkloosheid met je persoonlijkheid doet. Wat bleek: mensen worden door de situatie vooral minder mild. Ook wordt de levensstijl door ongezond eten en weinig beweging een stuk minder verantwoord. Hoe langer het duurt, hoe vervelender het wordt. Vooral mannen werden er na twee jaar werkloosheid minder vriendelijk op en hadden weinig zin in nieuwe uitdagingen. Dat maakt de kans om een baan te vinden zeker niet groter. Nu is dit bij ons allemaal nog niet zo erg, daarvoor zit hij te kort thuis. Toch merk ik wel dat er iets verandert. Was hij eerder heel actief en deed tig dingen tegelijk, in het huidige rustige en voorspelbare leven komt zijn inflexibele kant boven. Als we vroeg moeten eten omdat een van de kinderen een afspraak heeft, schiet hij onmiddellijk in de stress, en ga ik nog meer op mijn tenen lopen.

Vertrouwen

Zo kan het niet langer. Tijd voor een gesprek. Op een avond, na de afwas, laat ik mijn kwetsbare kant zien. Ik vertel dat ik het allemaal best spannend vind, dat ik me zorgen maak over de toekomst. Waarom was ik toch zo bang dat dit bij hem hard aan zou komen, want het leidt tot een mooi gesprek waarin we onze zorgen uitspreken en delen. Waarin ik gelijkwaardigheid voel en vooral ook: we redden het wel. Hij zegt dat hij desnoods iets gaat doen wat hij niet zo leuk vindt. Dat hij zijn taak om samen met mij voor ons gezin te zorgen heel serieus neemt, stelt me gerust. Het zware gevoel maakt ruimte voor vertrouwen. Desnoods neem ik er een krantenwijk bij, lacht hij. Het gevoel dat we het samen doen, de saamhorigheid, het is er weer.

Weemoed

Het gesjouw met een stapel dagbladen in de vroege ochtend was niet nodig, natuurlijk niet. Want opeens is het er: De Baan. Nog een leuke ook. Als vanouds is hij vroeg weg en laat thuis en denk ik soms met weemoed terug aan de tijd waarin hij zonder werk zat en een groot deel van het huishouden op zich nam. Oké, het was even niet het perfecte plaatje dat ik voor ogen had, maar ik had hem best wat meer van stomme vechtfilms kunnen laten genieten.

7x omgaan met een partner zonder werk

  1. Geef hem wat hij nodig heeft. Troost als dat nodig is, maar ook een beetje peper als hij apathisch op de bank zit.
  2. “Hoe staat het ermee? Heb je al een gesprek? Moet je die en die niet eens bellen?” Al dit soort vragen gaan hem niet helpen, ze werken alleen maar averechts.
  3. Ga geen vacatures voor hem zoeken. Daarmee zeg je eigenlijk dat je er geen vertrouwen in hebt dat hij zelf een baan vindt.
  4. Voel jij je er ongelukkig over dat hij weinig solliciteert? Zeg dat dan en houd de boodschap bij jezelf. Dus niet het verwijtende “Je doet te weinig”, maar liever: “Ik word er ongelukkig van dat je nergens op reageert.” Als jij je kwetsbaar opstelt en je gevoel verwoordt, nodigt dat eerder uit tot een goed gesprek.
  5. Een relatie is niet alleen maar vertrouwen en gevoel, het is ook een zakelijke afspraak, bijvoorbeeld dat je allebei de helft van de hypotheek betaalt. Kan je partner daar niet aan voldoen? Dan is dat zijn verantwoordelijkheid. Houd het zakelijk door te vragen hoe hij het wil oplossen. Misschien is dat een baan met wat minder status, of desnoods verhuizen naar een goedkoper huis.
  6. Blijf een stel en blijf dingen samen doen, net als vroeger. Zonder gedoe over het gebrek aan werk.
  7. Kinderen voelen van alles aan. Daarom kun je best over de situatie praten en zeggen dat het spannend is, zeker als de sfeer in huis is veranderd.

Tekst: Deborah Ligtenberg

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden