null Beeld

PREMIUM

Deze 3 vrouwen maakten een verrassende carrièreswitch: ze werden leerkracht

Internet ontplofte dit voorjaar toen de bestuursvoorzitter 
van de Autoriteit Financiële Markten een carrièreswitch 
aankondigde: ze werd juf. Zij en nog 2 vastbesloten vrouwen vertellen waarom ze kozen voor dit schitterende beroep.

undefined

"Door mijn zoon zag ik waar kinderen met een beperking tegenaan lopen"

Wie: Merel van Vroonhoven (51)

Was: bestuursvoorzitter van toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM)

Is: vanaf september student aan de deeltijd-Pabo

Waar: na een aantal stages zal ze een school kiezen waar ze gaat solliciteren

“Eigenlijk is mijn verhaal niet zo bijzonder, er zijn zo veel mensen die in het onderwijs werken of er op latere leeftijd voor kiezen. Maar toen ik begin maart aankondigde dat ik de Pabo ging doen om leerkracht in het speciaal onderwijs te worden, werd ik overstelpt door reacties. Dezelfde dag al was mijn bericht ‘trending’ online en ik kreeg allerlei uitnodigingen van media. Maar het indrukwekkendst vond ik de reacties van onbekenden.

Ik werd op straat aangesproken en kreeg duizenden berichten via mail en social media. Sommige mensen schoven ’s avonds post voor mij over de drempel van AFM, waar ik bestuursvoorzitter was. Het was zó bijzonder en hartverwarmend, ik werd er stil van. Toch had ik mijn keuze voor het onderwijs absoluut niet gemaakt om reacties krijgen. Ik deed het omdat ik niet anders kón. Ik voelde aan alles: dit wil ik. Dat ik daarmee onbedoeld andere mensen inspireerde, zag ik totaal niet aankomen.”

Iedereen mag meedoen

“Ik heb lang nagedacht over deze stap, want wat ik ga doen heeft grote impact op mijn persoonlijke leven. Ik ga een nieuw vak leren en verlaat een vak waarvan ik weet dat ik het goed kan. In mijn oude baan gaf ik leiding aan 700 mensen en was ik een publiek figuur. Wat ik nu ga doen, ligt dan niet voor de hand. Toch was de keuze niet moeilijk. Vorig jaar november kreeg ik het idee, ik wilde me graag breder inzetten voor de maatschappij. Daarna liep ik een aantal snuffelstages op scholen. In februari dacht ik ineens: hoeveel wil je er daar nog van doen, Merel? Wanneer weet je het zeker? Toen heb ik gewoon hardop gezegd dat ik het ging doen. Mijn gezin vond het een goed idee. Mijn oudste zoon zei: ‘Ik denk wel dat je dat kunt mama, want jij houdt van mensen met een beperking.’ Dat raakte me, want mijn zoon heeft autisme. Via hem kwam ik er jaren geleden achter waar kinderen die nét even anders zijn allemaal tegenaan kunnen lopen. Hij wilde bijvoorbeeld graag voetballen, maar kon niet tegen alle drukte of vals spel. Als het hem te veel werd op het veld, rende hij naar een hoekje van de kleedkamer. Dat werd gek gevonden. Vaak kreeg ik het idee dat anderen vonden dat ik hem maar even moest ‘aanpakken’, terwijl ik dacht: het is toch best vreemd dat een kind niet mee kan doen in een elftal omdat de ouders daar niet op ingesteld zijn? In die tijd leerde ik een gymleraar kennen die een voetbalteam voor kinderen met autisme had opgericht. Van deze kinderen wordt vaak gezegd dat ze geen teamsport aankunnen, maar bij hem leerden ze samenspelen, winnen én tegenslag incasseren.

"Ik heb zo veel respect voor al die bevlogen leerkrachten"

Ik werd gegrepen door zijn inzet. Bovendien zag ik hoe mijn zoon groeide en gelukkiger werd door dat team, waardoor ik ook weer beter met de situatie kon omgaan. De dankbaarheid die je als ouder kunt voelen als iemand echt een verschil maakt voor je kind, was de basis van mijn besluit om zelf het speciaal onderwijs in te gaan. Ik heb zo veel respect voor leerkrachten. In de tijd dat ik op scholen ging meekijken, merkte ik hoe bevlogen ze vaak zijn om het beste uit elk kind te halen, wat voor kind dan ook. Ik ga tijdens mijn studie dan ook op zo veel mogelijk scholen stages lopen. En niet alleen op scholen, ook in de zorg. Onderwijs en zorg zijn gesplitst in Nederland, maar een kind in het speciaal onderwijs is vaak niet alleen een leerling, hij of zij heeft ook zorg nodig. Mijn ervaringen in de praktijk wil ik combineren met bestuurlijke activiteiten. Misschien kan ik er een rol in spelen om praktijk en beleid beter op elkaar te laten aansluiten.”

Lekker direct

“Voorlopig moet ik eerst natuurlijk de opleiding gaan doen. Ik verheug mij erop om voor de klas te staan, ik heb dat al een paar keer mogen doen. Kinderen zijn zo puur, en in het speciaal onderwijs misschien nog wel extra. Laatst zei een jongetje: ‘Juf Merel, mag ik vragen hoe oud je bent?’ ‘Heel oud, al 50’, antwoordde ik. Zegt hij: ‘50 pas? Ik dacht dat je véél ouder was!’ Dat directe vind ik leuk. In mijn vorige baan was er altijd een zekere afstand, mensen maken nu eenmaal niet graag ruzie met een toezichthouder. Kinderen zijn daar héél anders in kan ik je vertellen!” Meer weten over zij-instromen in het onderwijs? Kijk op rijksoverheid.nl

"Een meisje met toets-angst gaf voor mij de doorslag"

null Beeld

Wie: Marieke Noz (48)

Was: projectmanager bij War Child

Is: sinds februari zij-instromer in het basisonderwijs: 2 dagen voor de klas, een dag opleiding

Waar: Pro Rege school Amsterdam, groep 4 & 6

“De keus om voor de klas te gaan staan, heb ik niet van de ene op de andere dag gemaakt. Ik werkte lang in de kinderrechtenlobby, onder andere bij Plan Nederland en War Child, waar ik een jongerenraad oprichtte. Erg leuk, maar ik miste het directe contact met kinderen. Daarom ging ik aan de slag als vrijwilliger bij de Kindertelefoon. Ik kreeg toen een telefoontje van een meisje met toets-angst, dat gaf voor mij de doorslag. Tijdens het gesprek lukte het me om haar inzicht te geven in wat er met haar gebeurde op momenten dat ze bang was. Dat was zo fijn, ik kon echt een verschil maken. Toen wist ik: dit wil ik vaker. Want ik kan dit en ik wil mijn steentje bijdragen.”

Verwondervragen

“Ik woon in Amsterdam, daar is het leerkrachtentekort groot. Voor mij is dat een voordeel, daardoor kon ik zij-instromen: met medewerking van de school die mij heeft aangenomen doe ik sinds februari van dit jaar verkort de Pabo. Na de verplichte assessment ben ik meteen voor de klas begonnen. Mijn allereerste les kan ik me nog goed herinneren, het was in groep 5. De les ging over hun lievelingsgerecht, dus mijn openingsvraag was: ‘Wie heeft er weleens pannenkoeken gegeten?’ Iedereen begon door elkaar heen te tetteren – je moet ze natuurlijk hun vinger laten opsteken. Binnen een halve minuut had ik dát geleerd. De les ging redelijk, geloof ik. Tenminste, na afloop van de les kwam een van de leerlingen naar me toe en zei: ‘Goed gedaan hoor, juf Marieke, uw les was maar een heel klein beetje saai!’

Met mijn 48 jaar ben ik ouder dan de gemiddelde docent die start in het onderwijs, maar dat zie ik als een voordeel. Ik heb bijvoorbeeld zelf kinderen, dus ik heb al ervaring met het organiseren van feestjes, schoolreisjes en de avondvierdaagse. Maar nog belangrijker vind ik dat ik altijd veel heb gereisd voor mijn werk en in verschillende landen kinderen heb ontmoet. Die multiculturele blik neem ik mee de klas in. Ik ben zelf van Nederlands-Pools-Indonesische afkomst, opgegroeid op de Nederlandse Antillen. Ik hoop dat ik ook de blik van kinderen kan openen, zodat ze zien dat er veel mogelijk is. Daarom stel ik ze graag ‘verwondervragen’. Wat zie je? Hoe zou dat komen? Door kinderen zelf te laten nadenken en antwoorden te laten zoeken, krijgen ze zelfvertrouwen. Dat gaat veel verder dan een toets goed maken. Als leerkracht kijk je naar het héle kind.”

Topsport

“Op de school waar ik werk, is veel ouderbetrokkenheid. Dat is fijn, maar soms denk ik dat ouders te veel willen voor hun kinderen, zoals bijles of juist extra lesstof. Ik begrijp dat wel, als ouder wil je dat je kind het zal redden in de maatschappij. Maar pushen is niet altijd de beste manier, het gaat erom dat een kind met zelfvertrouwen naar een middelbare school gaat die bij hem of haar past. Gelukkig ontmoet ik vooral ouders die hun kind goed kennen en er vertrouwen in hebben. Maar het onderwijs wordt in de media niet altijd even positief geportretteerd. Docenten zouden ‘ambtenaren’ zijn die niet vernieuwend kunnen denken. Geen idee waar dat beeld vandaan komt, ik heb nog nooit zo veel leuke en gemotiveerde mensen bij elkaar gezien.

"Mijn multiculturele blik neem ik mee de klas in"

Wel is de werkdruk hoog, we moeten veel zelf doen. Leerkracht zijn is topsport, op meerdere niveaus. Je moet een goede relatie met de kinderen opbouwen, ze motiveren én boven de stof staan. Niet alle kinderen gaan even snel, maar de middenmoot moet het ook leuk blijven vinden. Met rekenen zie je meteen hoe dat werkt: met één simpele som kun je de halve klas kwijtraken. Voor mij is het een steile leercurve, ik leer elke minuut. Als ik iets fout doe, lukt het na een uurtje vaak wel. En het is waar wat over lesgeven wordt gezegd: je krijgt er ontzettend veel voor terug. Ik kijk uit naar het nieuwe schooljaar. De eerste maand noemen we ‘gouden weken’, dit is de periode waarin de klas aan elkaar en de docent went en nieuwe lesstof krijgt. Tegelijkertijd is dat hét moment om een sterke, veilige groep neer te zetten voor de rest van het jaar. Ik ga dat straks voor het eerst meemaken en ik ben vastbesloten om van ‘mijn’ klas een fijne klas te maken.”

"Het risico om een zij-instromer zoals ik aan te nemen, is groot"

null Beeld

Wie: Daphne Spijkstra (40)

Was: communicatie- en marketingmedewerker bij een cybersecuritybedrijf

Is: sinds mei student aan de Pabo via het ‘zij-instroom- en maatwerktraject leerkracht basisonderwijs’ van Hogeschool Windesheim: 2 dagen voor de klas en een studiedag

Waar: Het Meesterwerk in Almere, groep 4

“Ik heb altijd al voor de klas willen staan, maar toen ik op mijn 17e een opleiding moest kiezen, had ik het gevoel dat ik er niet klaar voor was. Ik ben enig kind en had weinig ervaring met kinderen, al ging ik natuurlijk wel om met leeftijdgenoten. Ik ben nog naar de open dag van de Pabo geweest, maar koos uiteindelijk voor de School voor Journalistiek. Na mijn studie had ik verschillende banen in de communicatie en de voedingsmiddelenwereld. Mijn laatste baan was bij een cybersecuritybedrijf dat educatie hoog in het vaandel had. Helaas hield dat vorig jaar op en ik belandde in de WW. Bij het UWV vroegen ze: ‘Heb je weleens aan lesgeven gedacht?’ Via hen kwam ik in contact met een scholengroep in Almere, daar ga ik straks aan de slag. Het personeelstekort in het onderwijs is verschrikkelijk groot, op vrijwel alle scholen die ik sprak, werd meteen gevraagd: wanneer kan je beginnen? De nood is hoog, maar het risico om een zij-instromer zoals ik aan te nemen, is groot. Het vraagt om begeleiding en investering van de school, en het kan tegenvallen want ik heb geen ervaring. Ik verwacht dat het hard werken wordt, dat ik stevig in mijn schoenen moet staan. Maar ik zie het vooral als een enorme kans. Het onderwijs lonkte altijd al, nu kan ik er eindelijk in stappen.”

Die ene leraar

“Mijn eigen schooltijd was fantastisch. Ik had een leraar op de basisschool op wie ik dol was, hij kon zo mooi vertellen en voorlezen. Kruistocht in spijkerbroek is dankzij hem nog steeds mijn lievelingsboek, ik hoop dat ik zijn enthousiasme ooit zelf ook kan uitstralen voor de klas. Mijn dochters van 8 en 11 zitten allebei nog op de basisschool. In mijn onderzoeksfase naar scholen heb ik een dag op hun school meegelopen en kijkjes in de klas gehad, dat was heel mooi. Ik vond het fijn om zulke kundige, doorgewinterde leerkrachten aan het werk te zien. Want lesgeven is een vak dat je moet leren.

"Diep in mijn hart wil ik ieder kind 'redden', maar dat kan niet"

Die 4 jaar Pabo zijn niet voor niets. Laatst moest ik de WISCAT doen, de verplichte rekentest waarvoor je moet slagen om het onderwijs in te mogen. De eerste keer zakte ik, ik vond het ingewikkeld. Het was alsof ik ineens mijn oude rekenniveau weer moest halen, maar dan een tandje hoger. Maar ik moest de test halen, ik was al aangenomen op mijn school in Almere! De 2de keer ging het wel goed, een pak van mijn hart. Ik sta nog aan het begin, dat realiseer ik me heel goed. Diep in mijn hart wil ik ieder kind ‘redden’, maar dat kan niet. Ik heb me aan lesprogramma’s te houden en draag straks ook verantwoordelijkheid naar ouders. Gelukkig krijg ik een duo-partner met veel ervaring naast me, zij wordt ook een beetje mijn ‘juf’. Van haar kan ik straks een jaar lang de kunst afkijken, daar heb ik alle vertrouwen in. Daarnaast zorgt de school voor goede verdere begeleiding.”

Emotioneel moment

“Een paar weken geleden heb ik mijn eerste les gegeven. Ik had er veel zin in en was niet zenuwachtig, mijn dochters hadden me nog tips gegeven. Maar op het moment dat ik daar stond, werd ik toch emotioneel. Ik zag al die koppies die niet mij zagen, maar ‘juf Daphne’. Een bijzonder moment, ik was echt even van slag. Uiteindelijk ging de les goed, al kreeg ik als feedback dat ik meer leiderschap moet tonen. Dat is niet erg, en ik wil niet te hard zijn voor mezelf. Het gaat om de interactie met de klas en hoe snel ik leer. Als docent ‘zend’ je veel, maar het moet ook aankomen bij de kinderen. Je moet dus niet te veel aan het woord zijn, die technieken moet ik nog leren. Lesgeven is learning on the job; een kind dat het niet snapt, raak je zó kwijt. Ik was kapot na die eerste les, het was zó intensief. Maar als dit het is, teken ik ervoor. En ik hoef maar aan die koppies te denken om te weten dat het straks heel leuk wordt.”

Tekst: Liesbeth Smit

Fotografie: Karlien van der Geest
Styling: Liselotte Admiraal. Haar en make-up: Luna van Herwijnen @Carmen Zomers Agency. M.m.v. &OtherStories (broek), C&A (jumpsuit), Fred de la Bretoniere (bruine pumps), Graumann (jurk), Ivy Lee (enkellaarzen), Julia Otilia (sieraden), Zara (zwart-witte pumps)

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden