null Beeld

Deze 7 vrouwen haalden het nieuws: “Ze noemden me een kindermoordenaar”

Ze waren standvastig, begaan met anderen, moedig of strijdvaardig. Deze 7 vrouwen volgden hun hart én werden voorpaginanieuws.

Alien (foto boven)

“Wat ik allemaal niet over me heen kreeg. ‘Je vermoordt kleine kinderen!’, zeiden ze”

“De brieven van mensen die om religieuze overtuigingen hun kind niet laten inenten, kon ik nog wel waarderen. Die waren over het algemeen heel netjes. Een bijbeltekst, de woorden ‘God beslist of een kind wel of niet ziek wordt’, dat was het wel. Ik ben het niet met ze eens, maar heb er respect voor. Dat was anders bij de groep die compleet tegen vaccineren is, de antivaxers. Wat ik allemaal niet over me heen kreeg… ‘Nazi. Je lijkt Hitler wel!’, ‘Je vermoordt kleine kinderen!’

Ook werd ik bedreigd. Als we ons nieuwe beleid niet terugdraaiden, wisten ze me te vinden. Toch ben ik geen moment bang geweest. Het is een groep die schreeuwt, maar niets doet. Met mijn dochter Gaby, die ook in de directie zit, was ik te gast in de talkshow van Eva Jinek. De journalist die aan tafel zat, had naar aanleiding van zijn publicaties exact dezelfde brieven gekregen. De bedreigingen brachten me niet op andere gedachten. Door mazelen kunnen jonge kinderen een hersenontsteking krijgen met het risico op blijvende invaliditeit. Ik moet er niet aan denken dat een kindje van een van onze kinderdagverblijven overlijdt terwijl dat had kunnen worden voorkomen. Ik voel me verantwoordelijk voor alle vierduizend kinderen van Berend Botje. Als we een pittige maatregel moeten nemen om ze te beschermen, dan moet dat maar.

Dat de BMR-prik kinderen ernstig ziek kan maken en zelfs kan leiden tot homoseksualiteit en autisme is onzin. Dat blijkt uit geen enkel wetenschappelijk onderzoek. Wij hebben in Nederland supergoede vaccins, die in eigen land onder hygiënische omstandigheden worden gemaakt. Maar als je kijkt naar het aantal gevallen van mazelen, schrik je. In 2018 waren er in heel Europa 84.000 besmettingen. In 2019 van januari tot mei alleen al 80.000. Dat komt doordat te weinig kinderen worden ingeënt en mensen zich gek laten maken door verhalen. Iedereen kent wel de zwager van de zus van de buurvrouw, die weer iemand kent die doodging door een vaccinatie. Het gekke is dat de overheid die verhalen niet kent, ze worden niet gemeld. Het komt namelijk niet voor.

Door de uitbraken in Den Haag en Leiden besloten wij kinderen die niet zijn ingeënt bij Berend Botje te weren. Het risico is gewoon te groot. Mazelen is voor baby’s heel gevaarlijk. Omdat zij pas vanaf veertien maanden kunnen worden ingeënt, kunnen ze niet op een andere manier worden beschermd. Dit konden we aan de ouders heel goed uitleggen. Een aantal liet hun kinderen alsnog vaccineren. Uiteindelijk zijn er vijftien kinderen vertrokken. Sommige ouders waren boos, maar begrepen ook dat alle kinderen veilig naar een kinderdagverblijf moeten kunnen. Eigenlijk ging het in goed overleg. Het verbaasde me dat ons besluit zo veel landelijke aandacht trok. Op 30 april lieten we aan de ouders weten wat we gingen doen en vrijwel meteen stond de telefoon roodgloeiend. Mijn man en ik waren toen net lekker een dagje weg, maar ik heb die hele dag de pers aan de lijn gehad. Een van de ouders bleek bij het ANP te werken, waardoor heel Nederland het wist. Dat vond ik niet erg, want daardoor kwam de vaccinatiediscussie op gang. Jammer alleen dat het zo uit de hand liep met de antivaxers, maar inmiddels heb ik dat naast me neergelegd. Andere kinderdagverblijven zijn ons gevolgd, dat is ook positief.

Ik begrijp dat het moeilijk is om een spuit in een baby te zetten, als moeder moest ik zelf ook altijd even slikken. Toch heb ik nooit geaarzeld. Dat komt denk ik door mijn eigen moeder, die als de dood was dat haar kinderen polio zouden krijgen. Kinderverlamming heette dat toen. Ze was zó blij toen daar een vaccin tegen kwam, we gingen meteen met het hele gezin een injectie halen. Door het rijksvaccinatieprogramma komt polio niet meer voor in Nederland. Ik hoop enorm dat dit met mazelen ook gebeurt. Het bespaart ontzettend veel ellende.”

null Beeld

Jennifer

“Ik kan in mijn eentje niet de hele zorg veranderen, maar weleen verschil maken”

“De enorme kerstboom vol flonkerende lichtjes op ons ‘dorpsplein’, de kerstversiering in de lantaarnpalen, het voelt warm, gezellig en welkom. Hiervan droomde ik toen ik 3 jaar geleden een stuk grond in Anna Paulowna kocht. Met bonkend hart, dat wel, want het was een enorme investering. Zouden mensen in mijn dorp willen wonen? Toch heb ik er geen nacht slecht van geslapen, omdat ik erin geloofde. Gelukkig bleek ik niet de enige, want onze 20 seniorenwoningen waren vrij snel verkocht. Ik verheug me op de gezamenlijke kerstviering in Het Polder Hofje, met een koor, glühwein en vuurkorven. Die verbinding met elkaar is precies waarom ik eraan ben begonnen.

In mijn werk als verpleegkundige heb ik veel ellende gezien. Vroeger waren het de slaapzalen in verpleeghuizen die me raakten. Weinig privacy, meerdere bedden op een stinkende kamer, afschuwelijk. Tegenwoordig blijven mensen langer thuis wonen, maar ligt eenzaamheid op de loer. Partners, vrienden en familie overlijden, kinderen wonen ver weg: er zijn zo veel ouderen die nauwelijks bezoek krijgen. Toen ik nog op de ambulance werkte, werd ik regelmatig geconfronteerd met kwetsbare ouderen. Er waren zelfs weleens mensen die 112 belden, gewoon om even iemand te zien. Ik heb een zwak voor deze groep. Als zij verkommeren, vind ik dat vreselijk. Dat moest toch anders kunnen?

Ik kan in mijn eentje niet de hele zorg veranderen, maar ik kan wel een verschil maken. Zo begon ik in 2011 een huis voor mensen met dementie. Particulier, omdat ik ze op die manier de zorg kan geven die ze verdienen. Dus niet de hele dag achter een kopje koffie omdat er te weinig personeel is, maar voldoende mensen om ze goed te verzorgen, met ze te zingen, naar buiten te gaan en te kletsen. Al heel snel kreeg ik van alle kanten de vraag of ik ook andere kwetsbare en chronische zieke mensen een plek kon geven. Húp, ik bouwde er een huis naast, waar ook deze mensen samen met de dementerende ouderen konden wonen. Ondertussen hadden we steeds meer aanloop van ouderen die nog prima zelfstandig konden wonen, maar behoefte hadden aan een praatje. Of hulp bij het invullen van formulieren of iets op de computer. Daar moest ik iets mee. De overheid maakt onbegrijpelijke keuzes waar het gaat om ouderen, zoals de bezuinigingen in de zorg. Daar kan ik me aan ergeren, maar ik kan ook iets dóen. Een eigen plek, een klein dorpje, waar ouderen samenleven, elkaar uit een isolement trekken en zorg krijgen. Dat moest het zijn.

Ik vind hofjes geweldig, ze bestaan al honderden jaren en hebben een knusse, sociale sfeer. Als je een hofje binnenloopt, voel je wat ik bedoel. Het is veilig en geeft geborgenheid. Je wordt gezien. Ook in ons hofje hebben de bewoners contact en houden elkaar een beetje in de gaten. Daarnaast is er 24 uur per dag zorg mogelijk. Ik heb elke vrijdag zelf dienst en dan geniet ik me suf. Ik voel me rijk met deze mensen om me heen. Ik houd van hen allemaal.”

null Beeld

Trudy

“Ik verdien excuses, en al die duizenden vrouwen en kinderen met mij. Dit had nooit mogen gebeuren”

“Het schokkendst is misschien wel het systeem, waarin rechters eraan meewerkten dat kinderen bij hun ongehuwde moeders konden worden weggehaald. Een systeem waarin de kinderbescherming maar op me bleef inpraten dat mijn zoon moest worden geadopteerd. Net zolang tot ik brak. Toen ik in februari mijn dossier in handen kreeg en allerlei leugens las, dacht ik: nu is het klaar. Er stond in dat ik mijn kind afstond omdat ik er niet alleen voor kon zorgen. Dat is niet waar. Ik móest mijn kind in het tehuis achterlaten, want er was geen andere optie. Mijn zoon miste me en om hem rustig te houden, kreeg hij kalmerende medicijnen. Ik heb de staat aansprakelijk gesteld, omdat ik erkenning wil voor wat mij en mijn zoon is aangedaan. Ik verdien excuses, en al die duizenden vrouwen en kinderen met mij. Dit had nooit mogen gebeuren.

Ik was 21 toen ik in 1967 ongepland zwanger raakte. Ik had al 2 jaar een relatie en wilde trouwen, mijn kind houden en het samen opvoeden. Toen ik het mijn vriend vertelde, bleek dat hij niet zo braaf was geweest. Er was nog een ander meisje en zij was óók zwanger. Haar ouders hadden hem gedwongen met haar in ondertrouw te gaan. Ik was toen vastbesloten om het alleen te gaan doen, maar het werd me onmogelijk gemaakt. Een maand na de bevalling werd ik uit de ouderlijke macht ontzet en had ik niets meer te vertellen.

Ik hield mijn zwangerschap geheim. Mijn moeder ontdekte het toen ik zes maanden in verwachting was. Zij had heel andere plannen dan ik, vond dat ik het moest afstaan. Achteraf begrijp ik het, want het was een schande om ongehuwd zwanger te raken. Dat vond iedereen, en mijn ouders en de rest van het gezin zouden erop worden afgerekend. Alles moest zo snel mogelijk weer naar het oude. Ik was te beduusd om tegen te stribbelen toen mijn moeder me naar een tehuis voor ongehuwde moeders stuurde. Daar was alles erop ingericht dat ik mijn kind zou afstaan. Iedereen deed dat, ook de vrouwen die het eigenlijk niet wilden. Ik denk dat zij zich net zo eenzaam voelden als ik, maar niemand sprak erover. Om te voorkomen dat ik me aan mijn kindje zou hechten, moest ik bevallen met een blinddoek om. Dat weigerde ik. Ik wilde hem zien, horen. Het liefst ook vasthouden. Ik heb echter maar een glimp van hem opgevangen en pas na drie dagen mocht ik hem weer even zien. Heel even, zodat ik geen band met hem zou krijgen. Belachelijk natuurlijk, want die band was er allang. Ik had hem tenslotte negen maanden onder mijn hart gedragen.

Tot mijn zoontje 1,5 was, bezocht ik hem een paar keer per week. Ik had een baan en een kamer in de buurt gevonden. Op een gegeven moment ging het niet meer. Hij begon te lopen, tussen de bedjes van het kindertehuis, maar hij kon geen kant op. Er was geen warmte, geen fijne speelplek en zijn ontwikkeling stagneerde. Uit liefde voor hem heb ik er uiteindelijk mee ingestemd dat hij geadopteerd zou worden, zodat hij in een gezin kon opgroeien. 50 jaar lang heb ik elke dag aan hem gedacht.

Ondertussen ging ik verder met mijn leven en kreeg ik een lieve man en drie kinderen. Mijn dochters en jongste zoon heb ik dit verhaal pas vorig jaar verteld. Ik was 72, ik wilde niet doodgaan met een geheim dat zo’n groot deel van mij is. Mijn oudste dochter vond dat ik contact moest zoeken en dit voorjaar heb ik mijn zoon opgespoord. Onze ontmoeting was onbeschrijflijk mooi. Hij heeft heel fijne ouders. Een echte moeder-zoonband zullen wij misschien niet krijgen, daarmee moet ik leren leven, maar dat geldt niet voor het leugenachtige dossier dat ik in februari in handen kreeg. Mijn zoon en ik zijn mensonterend behandeld, ik kan en wil dat niet accepteren. Door dit proces aan te spannen, kom ik als een moeder op voor mijn kind. Vroeger kon dat niet, nu wel. Iedereen mag weten dat dit nooit had mogen gebeuren.”

null Beeld


Daisy

“Ik was blij dat de prijs van 1.000.000 dollar naar een leraar uit Kenia ging, waar het geld hard nodig is”

“In mijn klas zitten 25 kinderen en ik houd van ze allemaal. Groep 8 heb ik, het laatste jaar van de basisschool. Als ik straks afscheid van ze neem, wil ik graag dat we bij elk kind eruit hebben gehaald wat erin zit. Of ze nu naar het vwo of vmbo gaan, als het maar bij ze past. Er zijn heel veel kinderen die een moeilijke thuissituatie hebben. Ik wil ze het gevoel geven dat ze bij mij veilig zijn, dat ze er mogen zijn en ik wil ze zo’n stevige basis geven dat ze klaar zijn voor de wijde wereld. Dat ze het vertrouwen voelen om eigen keuzes te maken, hun talenten te ontwikkelen en, héél belangrijk, fouten te maken.

Ik weet nog dat ik zelf als klein meisje in groep twee een werkje maakte met ecoline. Iemand uit mijn groepje stootte een potje ecoline van tafel. Ik had het niet eens zelf gedaan, maar ik schrok en was bang. De juf zou vast heel boos worden. Tot mijn grote verbazing gebeurde dat niet. Ze bleef rustig en met elkaar ruimden we het op, terwijl ecoline toch echt spul is dat enorme vlekken achterliet. Haar reactie was goud. Eigenlijk zei ze: ‘Het geeft niet als iets fout gaat. We lossen het wel op.’ Dat was voor mij heel belangrijk, want thuis was dat soms anders vanwege een onveilige situatie, waar ik niet te veel over kwijt wil. Op school voelde ik me echt vrij, want daar mocht ik ontdekken wie ik was en mezelf ontwikkelen. Dat zou elk kind zo moeten voelen. Dat ik daar nu een aandeel in heb, emotioneert me gewoon. Het is zo’n mooi vak. Zo ontzettend waardevol.

Toen ik in februari hoorde dat ik bij de laatste tien van tienduizend aanmeldingen zat voor de Global Teacher Prize, heb ik eerst keihard gegild. Serieus? Ik? Bij de laatste tien? Niet te geloven. In 2016 was ik Leraar van het Jaar in Nederland. Dat was al heel tof, en nu dit! En dan te bedenken dat ik bijna van de pabo werd gestuurd, omdat ik niet echt gemotiveerd was. Althans, wél om juf te worden, maar ik had geen zin om allerlei rapportages en verslagen te schrijven. Elke keer weer hetzelfde riedeltje, ik vond er niets aan. Toen mijn tutor vroeg waarom ik deze opleiding deed, ging ik ‘aan’. Hier begon mijn visie, die ik in de loop der jaren steeds verder heb aangescherpt. Het belangrijkst vind ik verbondenheid, vertrouwen en dat elk kind zijn eigen weg mag gaan. Niet omdat volwassenen dat een goed idee vinden, maar omdat kinderen zelf ergens enthousiast van worden. Kinderen komen met de mooiste oplossingen, ze zijn creatief, onbevangen en hartstikke open. Ooit zei een meisje uit mijn klas dat ze een beetje bang van me werd als ik mijn wenkbrauwen optrok. Dat bleek ik nogal eens te doen en het kwam streng over, zei ze. Ik vond het zó fijn dat ze me hierop wees, ik was me er namelijk totaal niet van bewust. Van haar kon ik het heel goed hebben, maar als het uit de mond van een volwassene was gekomen, had ik het misschien anders opgevat. Kinderen kunnen dingen op zo’n manier verwoorden dat het meteen binnenkomt. Recht uit hun hart.

Dat ik uiteindelijk niet de beste leraar van de wereld werd, vond ik niet erg. Ik was heel blij dat de prijs van een miljoen dollar naar een leraar uit Kenia ging, waar het geld hard nodig is. Niet dat ik niet had geweten wat ik met de prijs had gedaan: investeren in het project dat ik samen met prinses Laurentien doe. We werken eraan om kinderemancipatie meer van de grond te krijgen, om kinderen meer te horen en te betrekken bij beslissingen die hen aangaan. Eigenlijk zoals ik in mijn klas al doe. Dat ik genomineerd was als beste leraar van de wereld vond ik een prijs op zich. Geweldig dat ik daardoor ambassadeur ben van het mooiste beroep ter wereld!”

null Beeld

Tineke

“De saamhorigheid heeft me geraakt. Toeristen, eilandbewoners: iedereen hielp mee”

“Kuipstoeltjes, fleecedekens, jassen, gloeilampen, piepschuim, plastic… Het strand lag bezaaid met onvoorstelbaar veel troep. Ik houd zó van de Wadden, van de zee, de duinen, het strand, de ruimte, openheid en het licht. Het landschap is elk uur weer anders, en nu was het één grote chaos. Het waaide gigantisch – het was windkracht acht – en heel veel spullen verdwenen al onder het zand. We moesten opruimen, meteen.

De dag begon zo rustig. Ik had ’s ochtends mijn man naar de boot gebracht, hij zou naar het vasteland gaan. Ik had een week vrij en verheugde me erop: een beetje bijkomen van de drukke feestdagen, wat rommelen, heerlijk. Ik was nog niet eens thuis toen het hoofd van de buitendienst belde. Er was wat aangespoeld op het strand en hij vroeg of ik mee ging kijken. Natuurlijk ging ik mee: ik ben verantwoordelijk voor Vlieland en als er iets aanspoelt, moet ik kijken of het terug kan naar de eigenaar.

Toen we het strand op reden, greep het me zó aan. Het was een afschuwelijk gezicht. Er lagen kuipstoelen, pakketten met stoelpoten, groene fleecedekens volgezogen met zeewater, kinderjasjes… Ik realiseerde me meteen dat dit onze natuur kon bedreigen, vooral het plastic verpakkingsmateriaal dat over het strand waaide. We moesten heel snel actie ondernemen, anders zou het in de duinen belanden en waren we nog verder van huis. Vind het dan maar eens terug. Dit was al ernstig, maar inmiddels had ik ook gehoord dat er containers met schadelijke stoffen overboord waren geslagen. In de branding lagen drie containers, maar gelukkig bevatten die geen gifstoffen. We piepten vrijwilligers op, onder andere van de brandweer en de KNRM, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Defensie heeft een schietterrein op het eiland en kwam met een flinke truck en een shovel. Ondertussen stond mijn telefoon roodgloeiend. Allemaal mensen met goedbedoelde adviezen. Dat we het strand moesten afzetten bijvoorbeeld. Hoe dan? Op Vlieland hebben we maar twee agenten. Met man en macht aan het werk, dat moesten we! In de kou en snijdende wind begon ik enigszins moedeloos aan de opruimactie. Ik was bang dat het weken ging duren, maar de man van Rijkwaterstaat stelde me gerust. Binnen twee dagen hebben we alles opgeruimd, voorspelde hij. Dat hij gelijk kreeg, was een enorme opluchting. Talloze mensen kwamen helpen. Het grote spul dumpten we in containers, het kleine zeefden we uit het zand met de beachcleaner, een grote machine waarmee we in de zomer het strand schoonmaken. Het rampenteam functioneerde perfect. Samen met ons hoofd buitendienst hield ik alles in de gaten, hielp ik mee met opruimen en zorgde ik vanuit de laadbak van een pick-uptruck voor koffie, thee en soep. De plaatselijke middenstand zorgde voor broodjes.

Die saamhorigheid heeft me geraakt. Toeristen, eilandbewoners, iedereen hielp. In zekere zin hebben we geluk gehad, want op Schiermonnikoog spoelde een lading kleine plastic bolletjes aan die veel schadelijker zijn voor de natuur. De containers met gifstoffen die overboord sloegen zijn geborgen, maar toch maak ik me zorgen. Elke dag vaart er groot materieel boven de Wadden langs, het is een soort snelweg te water. Nu kwamen we er redelijk goed van af, maar wat als er schadelijke stoffen overboord slaan? De zeebodem ligt al vol troep, door deze ramp zijn duizenden kilo afval in zee achtergebleven. Dat is toch verschrikkelijk? De burgemeesters van de Wadden hebben hierover veel contact en trekken gezamenlijk op. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd, daarvoor is dit gebied veel te mooi en bijzonder.”

null Beeld

Erica

“Er staan continu mensen op het grind die met ons op de foto willen”

“Wij zijn heel gewone mensen die een chateautje hebben verbouwd. Dat we daar de Televizier-Ring mee wonnen, is bizar. Wat een avond was die negende oktober. Martien in pak en de meiden en ik in prachtige jurken van Addy van den Krommenacker. Ja, natuurlijk wilde ik in een jurk. Júist! Iedereen ziet mij altijd maar in die stomme kleren met rubberlaarzen, maar ik heb ook een vrouwelijke kant. Toen we daar zo stonden, helemaal opgedoft en met al die fotografen voor onze neus, voelde ik me gelukkig. Het is zó apart wat er allemaal is gebeurd, het was een gek jaar. En fantastisch.

Op 1 februari kregen we de sleutel van het chateau en honderd dagen later was het af. Het meeste dan. Ik ben supertrots dat we dit met elkaar voor elkaar hebben gekregen. Mán, wat was het hard werken. Al kan Martien ook goed klussen, hij doet met name de styling en ik het aanpakken. ‘Mama is papa en mama tegelijk’, heeft Maxime eens gezegd. Dat is ook wel zo. Op Vaderdag gaf ik mezelf ooit een elektrische grasmaaier cadeau. Waarom zouden vrouwen geen mannendingen doen? Als er een boom op het pad ligt, pak ik de kettingzaag en zaag ik hem in stukken. Zo ben ik altijd geweest. Ik trek me niet zo snel iets aan van wat anderen vinden, en dat moet ook wel als opeens zo veel mensen je wekelijks op televisie zien. Ik hoop dat ik een beetje een voorbeeld ben voor andere vrouwen, zodat zij ook doen wat ze leuk vinden.

‘Heb je nooit gezien dat hij homo is?’ Het is me zo vaak gevraagd. Om eerlijk te zijn, was dat het eerste wat ik dacht toen ik Martien 26 jaar geleden leerde kennen. Gewoon door wie hij was en hoe hij deed, dat vrouwelijke. Al was dat minder aanwezig dan nu. Toch kregen we verkering en ik heb hem in het begin vaak gevraagd of hij zeker wist dat hij niet op mannen viel. Na het zoveelste ‘Hou op nou, ik ben gewoon zo!’ ben ik daarmee gestopt. Dat het echt niet altijd leuk is om gelijk te hebben, merkte ik toen Martien in 2001 uit de kast kwam. Nadat hij in een café zomaar door een man was gezoend, ontwaakte er iets in hem. Na mijn eerste verdriet kwam de boosheid, ik voelde me verraden en in de steek gelaten. Voor Martien was het ook moeilijk, hij wilde zich helemaal niet zo voelen en ook hij was wanhopig. Na enkele maanden heb ik hem gezegd dat hij beter ergens anders kon gaan wonen om te ontdekken wat hij wilde. ‘Wie ís die man?’, dacht ik vaak. Ik herkende hem niet meer. Hij deed zo overdreven ook. Hij moest ontdekken wie hij was, dat begreep ik ook wel.

Ik ben blij dat we jaren later een balans hebben gevonden. Dit voorjaar zijn we zelfs weer getrouwd, omdat het zakelijk handiger was, maar ook omdat ik van hem houd. Als mijn beste vriend. Ik zit niet te wachten op een nieuwe relatie, want waar háál ik de tijd vandaan, maar we geven elkaar wel die ruimte. Ik hoop dat hij een ontzettend leuke vent tegenkomt, iemand met wie de meiden en ik goed kunnen opschieten.

We genieten enorm van het enthousiasme van onze gasten, dat is voor ons een dagelijkse oppepper. Maar hoe leuk het ook is, we gaan het chateau misschien toch verkopen. Het is gewoon geen doen joh, ik heb te weinig rust en naast het harde werken, staan er continu mensen op het grind die met ons op de foto willen. Ik heb daar niet altijd zin in. Een groter kasteel wordt het zeker niet, maar misschien komt er wel iets met huisjes, waarbij wij af en toe voor de mensen koken. We weten het nog niet. Wij zijn ook geen mensen die ergens jaren blijven, we houden van uitdaging en verandering. Het is tijd voor een nieuw avontuur.”

null Beeld

Sjaan

“Bij het UWV zeiden ze dat ik nooit meer hoefde te werken. Dat vond ik zó raar”

“Alle ogen die op mij zijn gericht als ik in het exoskelet de catwalk op loop, het applaus… Ik voel me zo trots! Kijk mij hier nou staan, wie had dat ooit gedacht? Sinds 2017 werk ik mee aan Project MARCH, waarin elk jaar een nieuwe groep studenten aan de TU Delft het exoskelet verder ontwikkelt. Zij bedenken het, ik test het pak en zeg wat er beter kan. Het pak van dit jaar kan zijstappen maken en heeft kleinere en lichtere elektronica. Nog steeds is het met zijn 34 kilo zwaar, maar het doet wat het moet doen: mensen met een dwarslaesie aan het lopen krijgen. Dat moment in augustus op die catwalk, toen ik het nieuwe type exoskelet presenteerde, is voor mij het hoogtepunt van 2019. Niet zozeer omdat ik er zelf mee kan lopen, maar voor al die mensen die er in de toekomst wat aan gaan hebben. Ik vind het geweldig dat ik daaraan mag bijdragen.

Toen ik in 2000 bij een sport-ongeluk een dwarslaesie opliep, had ik niet gedacht dat ik weer zou lopen. Ik wil niet meer praten over wat er precies gebeurde, dat is geweest. Het is een complete dwarslaesie, vanaf boven mijn middel heb ik geen gevoel meer. Het verbaasde me dat ik me daar vrijwel meteen bij kon neerleggen. Weer willen lopen, was verspilde energie, die kon ik beter gebruiken bij het terugkrijgen van mijn leven. Ik werkte in de grafische sector en alleen al de gebouwen die ik daarvoor moest bezoeken, waren totaal niet rolstoeltoegankelijk. Leren omgaan met een rolstoel, een aangepast huis en auto, opnieuw mijn rijbewijs halen: ik richtte me op al die dingen die nodig zijn om zelfstandig te kunnen leven. Én een baan, die wilde ik ook. Gek genoeg zeiden ze bij het UWV dat ik nooit meer hoefde te werken. Dat vond ik zó raar. Hoezo? Ik kan dan misschien niet meer lopen, maar dat betekent niet dat ik niet van waarde kan zijn in de maatschappij. Na héél veel sollicitaties, waarbij ik de gedachte ‘Ze willen me vast niet omdat ik een handicap heb’ steeds moest wegdrukken om de moed erin te houden, vond ik een baan bij de Hogeschool Utrecht. Ik werk daar alweer ruim vijftien jaar, inmiddels als adviseur onderwijslogistiek. Ook heb ik samen met mijn broer een bedrijfje dat tassen maakt voor mensen in een rolstoel. Via een vriendin maakte ik twee jaar geleden kennis met het exoskelet. Zij trainde ermee in een revalidatiecentrum. Ik voelde geen emotie toen ik mijn eerste stappen zette, wél was ik heel nieuwsgierig of mijn lijf het kunstje nog kende, of mijn spieren en gewrichten nog meededen. Het bleek zo goed te gaan, dat ik testpiloot werd. Het kost me zo’n tien uur per week, waardoor ik mijn sociale leven op een lager pitje heb gezet, maar ik vind het érg leuk om eraan mee te doen. Het is een combinatie van sport en wetenschap: je moet sportief en fysiek sterk zijn om in het pak te kunnen lopen. Voor mijn organen is het heel fijn. Ik voel meteen dat mijn longen meer ruimte krijgen en de huid op mijn billen, die door het vele zitten dunner is geworden, wordt er steviger door.

Het allermooist zou natuurlijk een lichtgewichtpak zijn, dat je gewoon in een rugzak kunt meenemen. Nu is het echt nog niet geschikt voor dagelijks gebruik. Als ik ermee op straat loop tijdens een test gapen mensen me aan. ‘Kijk, een robotmevrouw!’ Ik heb het kinderen al zo vaak horen roepen. Het ziet er natuurlijk ook gek uit. In mei doe ik mee aan de

Cybathlon, de Bionische Spelen. Mensen met verschillende beperkingen uit vijftien landen nemen het in exoskeletten tegen elkaar op. We moeten verschillende obstakels overwinnen, we moeten traplopen en een helling op lopen. Ik ben volop in training, want als sportvrouw wil ik natuurlijk winnen.”

Interviews: Deborah Ligtenberg. Fotografie: Ester Gebuis.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden