null Beeld

Dit is waarom sommige mensen zich maar niet kunnen binden

Liefde is een vreemd fenomeen: je kunt ernaar verlangen én er doodsbang voor zijn. Ervaringsdeskundige Tessel van Dongen zoekt uit waar bindingsangst vandaan komt en of er iets aan te doen is.

Ze is knap, slim, grappig en lief en toch is het alweer dertien jaar geleden dat Martine (50) een relatie had. Met Mike, ooit haar (getrouwde) baas, voor wie ze het huwelijk met de vader van haar zoon had opgeblazen. Als ze over Mike praat, raakt ze geëmotioneerd. “Met Mike had ik een diepe, intieme relatie en er was een ongelooflijke aantrekkingskracht. We verlieten allebei onze partner om bij elkaar te kunnen zijn. Maar zodra ik hem had, werd ik ontzettend bang om hem te verliezen aan een andere vrouw. Ook al probeer ik dat te verbergen, toch is het voelbaar.”

Beklemmend

Ze biecht op dat ze zichzelf geen leuke vrouw vindt als ze in een relatie zit: “Dan ben ik bang en wantrouwig, dat zit altijd ergens onder de oppervlakte en Mike voelde dat aan. Hij vond het beklemmend en wilde meer vrijheid. Eerst ging hij vreemd en na vier jaar keerde hij terug bij zijn vrouw. Dat deed zo veel pijn – die pijn kende ik uit mijn jeugd en die wilde ik niet nog eens voelen.”

Bindingsangst

Martines verhaal is heel herkenbaar. Het boek Liefdesbang van Hannah Cuppen ligt al heel lang op het stapeltje nog-te-lezen-boeken. Het is me jaren geleden aangeraden door mijn therapeut nadat we weer eens een sessie hadden gewijd aan het feit dat ik altijd val op onbereikbare mannen. Van mannen met bindingsangst en mannen die hun autonomie angstvallig bewaken tot getrouwde mannen. Mannen die mij leuk en aantrekkelijk vinden, maar ook weer niet zo leuk en aantrekkelijk dat ze alles en iedereen uit hun handen laten vallen om met mij te kunnen zijn. Sinds ik ruim twintig jaar ben gescheiden heb ik verschillende affaires gehad. Dat waren relaties die werden gekenmerkt door een spel van aantrekken en afstoten, waarin grootse gepassioneerde liefde werd afgewisseld met dramatische momenten en periodes van knetterende stilte. De never-a-dull-moment-relaties, zeg maar. Natuurlijk kwam er weleens een man voorbij die me wél helemaal wilde en die geen spelletjes met me speelde. Met één van hen heb ik het echt geprobeerd – ik was weliswaar niet verliefd, maar het leek me verstandig, zo’n stabiele lieverd op wie niks af te dingen viel. De man in kwestie beklemde me al snel. Ik kon me niet aan hem overgeven en wilde liever bevriend met hem zijn. Dat resulteerde in een sukkelende knipperlichtrelatie waarin hij en ik om beurten ongelukkig waren.

Liefdesdans

Dan moet ik het toch maar eens lezen, dat boek met die omineuze titel. Het blijkt schokkend herkenbaar, Cuppen schrijft: ‘Liefdesbang gaat over mensen die op zoek zijn naar een partner, maar bij wie het niet lukt om een langdurige, hechte en wederkerige relatie aan te gaan vanuit angst voor intimiteit. Of mensen die wel een relatie hebben, maar daarin intimiteit en het echte contact missen.’ Ze beschrijf uitvoerig hoe liefdesbange mensen zich tot elkaar aangetrokken voelen. Samen ontwikkelen ze een liefdesdans met steeds weer dezelfde moves: weglopen en achtervolgen, aantrekken en afstoten. Vaak zijn het vrouwen met verlatingsangst en mannen met bindingsangst die op elkaar vallen, maar de rollen kunnen ook omgedraaid zijn of de partners kunnen tijdens die uitputtende dans van rol wisselen. Volgens Cuppen is de kans groot dat kinderen die niet veilig zijn gehecht in hun volwassen leven verlatingsangst dan wel bindingsangst ontwikkelen. Verlatingsangst en bindingsangst, zo legt ze uit, zijn twee kanten van dezelfde medaille, door Cuppen samengevat in dat ene treffende woord: liefdesbang.

Vertwijfeling

De dans begint met achtervolgen en verleiden. De man met bindingsangst (laten we er even van uitgaan dat het een man is, het kan dus ook een vrouw zijn) doet er alles aan om de ander te versieren; hij negeert zijn angst en geeft de ander het gevoel heel bijzonder te zijn. Het is een heerlijke fase, vol verwachting en opwinding. De vrouw (laten we er even van uitgaan dat het een vrouw is, maar het kan dus ook een man zijn) met verlatingsangst geeft zich er volledig aan over, ze denkt de ware te hebben gevonden. Maar als de man de vrouw heeft veroverd, breekt bij hem de angst door. Wil ik dit wel, ben ik wel verliefd, wat is dat eigenlijk, liefde? In zijn vertwijfeling trekt zich terug, stuurt geen appjes meer, beantwoordt geen telefoontjes, is opeens erg druk met andere dingen.

De vrouw met verlatingsangst trekt zich niet terug – wat het meest logisch zou

zijn – maar doet juist alle moeite om bevestiging van de ander te krijgen. Ze mailt, appt, belt – alles om maar niet te voelen dat hij zich verschuilt achter een muur. Ten einde raad vraagt ze zich af wat deze relatie haar te bieden heeft en trekt zich terug. Zodra de man voelt dat hij niet langer in charge is, wisselt hij van rol. Hij doet er alles aan om haar weer te veroveren en de vrouw krijgt weer hoop. Beiden worden gerustgesteld en voor even is er weer nabijheid, intimiteit en woeste seks. Totdat de man weer wordt overspoeld door angst voor haar hoop en verwachtingen. Hij moet afstand creëren om zichzelf veilig te stellen, desnoods door vijandig te doen of vreemd te gaan. De vrouw heeft inmiddels een blinde vlek ontwikkeld voor zijn terugtrekkende bewegingen; ze wil niet zien dat hij afstand neemt, ze verzint excuses, stelt zichzelf gerust, ze past zich aan.

Vlinderman en Vos

Deze dans van aantrekken en afstoten kan een hele tijd duren. Járen, zo weten Martine en ik uit ervaring. Beide partners blijven om elkaar heen dansen, want ze willen elkaar niet kwijt. Maar waar de een alle ruimte wil, snakt de ander naar verbondenheid. Als ik Cuppen lees, moet ik denken aan mijn verhouding met K. Hij en ik kennen elkaar negen jaar en al negen jaar lang dansen we samen deze tango. Soms laten we elkaar met rust, omdat we uitgeput zijn, soms heb ik een kortstondige relatie met een ander. Ik sluit niet uit, nee ik weet wel zeker, dat ik ook niet de enige ben voor K. Maar altijd weer komt dat moment dat hij belt en achteloos vraagt: “Wat doe je vanavond?” In onze liefdesdans ben ik de vrouw met verlatingsangst en is hij de man met bindingsangst. Het is onuitstaanbaar, maar hij bepaalt de regels van het spel. Inmiddels weet ik precies in welke ingewikkeld patroon wij zitten, en toch kan ik geen afstand van hem nemen en hij niet van mij.

Prooi

In Cuppens beschrijving van een bindingsangstige man herken ik twee andere vrienden. Beiden heb ik via een datingsite ontmoet, met beiden had ik een kortstondige fling, maar al snel werd dat omgedoopt in vriendschap. Met beide mannen kan ik eindeloos over relaties praten. Ze hopen allebei, dat beweren ze tenminste, op een grote liefde, op diepe verbondenheid met een vrouw. Ondanks dat verlangen nemen beide mannen zelden de tijd om een vrouw écht te leren kennen. Liever nemen ze de benen, hup, op jacht naar een volgende prooi. Ik noem ze daarom plagend Vlinderman en Vos, allebei het prototype van de liefdesbange man. Ze kunnen éven stapelverliefd zijn op een vrouw totdat ze de buit binnen hebben. “Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak”, zegt de een ironisch. De ander zegt: “Ik ben zo gauw verveeld. Of ik ben bang om snel verveeld te raken. En waarom willen die vrouwen altijd meteen zo véél?”

Trauma’s

Waar zijn we nu eigenlijk zo bang voor, Vlinderman, Vos, K, Martine en ik? Volgens Hannah Cuppen moeten we voor het antwoord terug naar onze eerste kinderjaren, naar ouders die emotioneel niet beschikbaar waren, om welke reden dan ook. Naar trauma’s die ons als kind een gevoel van verlating, afwijzing, een gebrek aan veiligheid bezorgden. Vlinderman had een moeder die zich na de dood van haar zoon vastklampte aan hem, haar overgebleven zoon. Vos had een moeder die zijn hele jeugd ziek was en doodging toen hij achttien was. Martines vader werd ziek op haar derde. “Hij had kanker. Verschillende keren zijn we naar het ziekenhuis geroepen om afscheid van hem te nemen. Daarna knapte hij op wonderbaarlijke wijze op totdat hij weer levensbedreigend ziek werd, dat heeft ervoor gezorgd dat ik heel makkelijk afscheid kan nemen van mensen. Ik was dertien toen hij echt doodging. Daarnaast had ik een moeder die niet empathisch was, op het kille af, en ik werd gepest op de basisschool. In mijn puberteit werd ik heel boos en later

ontwikkelde ik depressies. En zodra ik me aan iemand bind, slaat de angst voor de pijn toe. Stel dat ik van deze man ook afscheid moet nemen? Ik heb liever niks dan de pijn van het verlies.”

En hoe zit dat met mij? Bij ons thuis was geen sprake van ziekte of dood. Ik vermoed dat ik bindingsangst ontwikkelde door een onstabiele moeder die niet voor een veilig gevoel zorgde en dat ik na een behoorlijk traumatische scheiding onbewust heb besloten me nooit meer met helemaal over te geven aan de diepste gevoelens voor een ander. Nooit meer die schrijnende pijn van het verlies, dat herken ik uit het verhaal van Martine. Zij kiest ervoor om geen relatie meer aan te gaan. Vos en Vlinderman gaan er bij een ontluikende liefde altijd weer vandoor. Ik val op niet-beschikbare mannen, die ik niet kan kwijtraken want ik ‘bezit’ ze toch al niet. Wat we gemeen hebben, is dat we onszelf immuun willen maken voor verlies en pijn.

Zelfinzicht

Rest de vraag: kunnen liefdesbange mannen en vrouwen ‘genezen’? Jawel, zegt Cuppen, maar daarvoor is wel nodig dat je je verlatingsangst onder ogen durft te komen, in plaats van altijd weer te vluchten voor je gevoelens. Sta stil bij de onderliggende emoties en aanvaard dat die óók onderdeel zijn van wie je bent. Cuppen: “Pas als je de veiligheid in jezelf voelt om bij je eigen gevoelens te zijn, wordt het veilig om je te verbinden met een ander.”

Ik vraag Martine of ze dit aandurft. “Door therapie weet ik inmiddels waar mijn verlatingsangst vandaan komt. Ik probeer ook de valkuilen te vermijden. Laatst kwam er weer zo’n leuke getrouwde man langs en ondanks alle spanning heb ik hem afgehouden. Voorlopig stap ik in geen enkele relatie, dat voelt het veiligst.”

En ikzelf? Durf ik het aan om mijn verhouding met K te verbreken? Ik merk dat alles in mij schreeuwt: nee. It’s a long and windy road, vast de moeite van het verkennen waard, maar of ik eraan toe ben? De eerste stap is in elk geval gezet: zelfinzicht.

Tekst: Tessel van Dongen. Fotografie: Getty Images

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden