Interview

Edwin Evers: “Ik verlangde naar meer vrijheid en ruimte in mijn hoofd”

null Beeld Ester Gebuis
Beeld Ester Gebuis

Muzikant en voormalig radio-dj Edwin Evers (50) heeft het afgelopen coronajaar gebruikt om zijn eerste soloalbum te maken. “Ik hoop vooral dat mensen er onbevooroordeeld naar kunnen luisteren.”

Edwin Evers is acht als hij zijn eerste drumstel krijgt en zestien als hij zijn carrière als dj begint bij discotheek Celebration in Hardenberg. Via de ziekenomroep, de Amsterdamse muziekzender Extra 108 en Power FM komt hij terecht bij Veronica. Hier wil hij graag een ochtendprogramma presenteren, maar Jeroen van Inkel is al de succesvolle ochtend-dj. Bij de KRO kan Edwin zijn droom waarmaken met het programma Evers staat op. In 1999 krijgt hij voor het eerst een Marconi Award als beste radioman en van 2000 tot 2018 is hij te horen bij Radio 538 met Evers staat op, dat uitgroeit tot het best beluisterde ochtendprogramma van Nederland. Na zijn loopbaan als dj legt Edwin zich meer toe op zijn andere passie: de Edwin Evers Band. De plaat Tijd is zijn eerste soloalbum.

Lege agenda

Het was een andere muzikant die het ooit zo treffend verwoordde: ‘Life is what happens while you are busy making other plans.’ Het had de slogan van 2020 kunnen zijn. Ook is het een treffende weergave van het gevoel waarmee Edwin Evers terugkijkt op het afgelopen jaar waarin alles anders liep dan gepland. De agenda van zijn Edwin Evers Band, waarmee ze een uitverkochte eighties tour zouden doen, zat vol. Zo vol zelfs dat Edwin ergens vorige winter lichtelijk bezorgd bij het management informeerde of ze misschien in het najaar ook nog ergens een weekendje vrij konden plannen. En toen werd opeens alles gecanceld en was de agenda helemaal leeg.

Vrijheid

Natuurlijk baalde de voormalig radiomaker en voorman van de succesvolle coverband enorm. Maar al vrij snel lonkte toch ook iets van een gevoel van vrijheid. Lege weekenden, die had hij sinds mensenheugenis niet meer gehad. Ook de vleugel midden in zijn woonkamer trok, elke dag kroop hij er wel even achter. En in plaats van een zwart gat ontstond er voorzichtig ruimte voor nieuwe mogelijkheden. Edwin begon liedjes te schrijven, niet voor anderen zoals hij al weleens deed, maar liedjes die zo persoonlijk waren dat ze eigenlijk door niemand anders gezongen konden worden dan door hem zelf. En zo groeide er, even ongepland als onverwacht, een debuutalbum met de toepasselijke titel Tijd.

Logische stap

Je bent bijna vijftig en komt na een imposante carrière bij de radio en jarenlang touren met je eigen band voor het eerst met een eigen album. Hoe voelt dat?

“Spannend natuurlijk. De meeste mensen kennen mij van iets heel anders, namelijk van de radio en nu kom ik hiermee. Voor mij een logische stap want ik maak al van jongs af aan muziek. Ik drumde vroeger in de schoolband en sinds 2002 speel ik al met de Edwin Evers Band. Maar voor mensen die dat niet weten, ben ik misschien die radio-dj die gestopt is en nu zo nodig zelf de zanger moet uithangen. En tuurlijk, op je bijna vijftigste debuteren met een album is vrij laat. Maar het voordeel is wel dat ik lang genoeg meeloop om niet zo onder de indruk te zijn van ‘het wereldje’. Ik ben goddank niet een 25-jarig jochie dat het zo graag wil gaan maken als popster. Ik breng een plaat uit met liedjes die ik leuk vind en die we met super veel plezier hebben opgenomen.”

Was het een langgekoesterde droom?

“Het was wel iets wat ik graag nog wilde doen en nu was daar opeens het moment. Doordat alle optredens wegvielen, was er ook geen tijdsdruk en dat werkte heel fijn. Ik heb een muziekstudio onder mijn huis, daar hebben we het album opgenomen. Een te gek proces was dat. Meestal trokken we eind van de middag een wijntje open, gingen we daarna lekker eten en dan rond een uur of tien weer naar beneden en verder tot een uur of een ’s nachts. En dan vaak nog een afzakkertje in de woonkamer voor de haard en dan kon het zomaar zes uur worden. Dat is voor mij hoe het moet zijn; muziek maken zonder haast of druk en met veel lol.”

Moeder

Wat is het persoonlijkste liedje op je album?

“Dat is het titelnummer Tijd dat ik schreef voor mijn moeder. Ik kan in materieel opzicht alles aan haar geven; heeft ze een nieuwe ijskast of gehoorapparaat nodig, dan komt dat er. Maar het mooiste wat ik haar kan geven, is een beetje van mijn tijd. Ik kan haar niet blijer maken dan door even een bakkie koffie te komen drinken en een beschuit met kaas te eten. Dus dat doe ik graag en niet alleen voor haar hoor, ik vind het zelf ook erg fijn.”

Je bent heel close met haar?

“Ja, zeker sinds mijn vader een paar jaar geleden is overleden, zie ik mijn moeder elke dag wel even. Omdat het gezellig is, maar ook omdat ik gewoon even wil weten hoe het gaat. Daar gaat het liedje ook over; hoe door de tijd heen de rollen veranderen. Ze is nu 85 en vorig jaar kwam ik een keer bij haar, het was mooi weer en ze wilde een eindje lopen. Ik zat voor haar op de grond om haar veters te strikken toen ze zei: ‘God het is toch wat; vroeger trok ik jou de schoenen aan en nu doe jij het voor mij.’ En zo is het natuurlijk met alles. De zorg die zij vroeger voor mij had, heb ik nu voor haar. Maar we komen nooit meer gelijk, als ik kijk naar wat zij voor mij allemaal heeft gedaan. Dat is zo ontzettend veel en daar heb ik alles aan te danken, zo zie ik dat echt.”

null Beeld Ester Gebuis
Beeld Ester Gebuis

Thuis

Jij en je broers wonen ook nog allemaal in Hardenberg, het stadje aan de IJssel waar jullie zijn opgegroeid.

“Klopt. Ik heb wel een appartement in Amsterdam waar ik ben als ik in het westen moet optreden. En als ik daar een tijdje ben geweest, krijg ik altijd weer zin om terug te gaan naar Hardenberg. Omgekeerd heb ik dat eigenlijk nooit. Ik houd van de rust en de ruimte in Hardenberg. Mijn familie woont er, mijn vrienden, ik heb daar mijn café, mijn voetbalclub, mijn leven is daar. Het grappige is ook dat mijn moeder nog steeds in ons ouderlijk huis woont. Dus als ik daar binnen loop, kom ik ook echt ‘thuis’.

In de woonkamer van mijn moeder staat al zestig jaar hetzelfde bankstel. Zestig jaar, dat is toch ongelooflijk? Het zit denk ik in de familie dat we zo honkvast zijn. Twee keer per jaar, bij het wisselen van zomer- en wintertijd, zet ik voor mijn moeder alle klokken in huis een uur voor- of achteruit. En als ik dan op haar slaapkamer ben, realiseer ik me altijd even dat dit ook de plek is waar mijn broers en ik zijn geboren. Dat is wel echt een bijzonder gevoel.”

Leven en laten leven

Over tijd gesproken, op je album staat ook een aantal liedjes waarin je je enigszins kritisch uitlaat over de tijd waarin we leven. Waar erger jij je aan?

“Het is geen ergernis, want je ergeren is zo zonde van je tijd. Maar het is wel verwondering over het feit dat tegenwoordig iedereen maar zo ongefundeerd overal zijn mening over geeft. Vooral op sociale media en met een stelligheid waarvan je soms schrikt. Daar wordt de wereld gewoon niet leuker van, denk ik dan. In het liedje Laat het los zing ik: ‘Je mag zeggen wat je wilt, maar het hoeft niet’. Kijk, in mijn radioprogramma Evers staat op werden natuurlijk ook een hoop meningen verkondigd, maar wij maakten dat programma met zijn drieën en we waren het eigenlijk nooit eens. Ik vond het ook belangrijk dat alle kanten aan bod kwamen en zelf zat ik vaak ergens in het midden. Ik ben niet zo uitgesproken, leven en laten leven, dat vind ik belangrijk. Ik eindigde mijn afscheidsuitzending bij Radio 538 dan ook met de woorden: ‘Geniet van alles en gun elkaar wat’.”

Ruimte in mijn hoofd

Na twintig jaar radiomaken ben je in 2018 gestopt met je eigen programma. Zijn er dingen die je mist?

“Niet zo veel eigenlijk. De lol onderling en de mensen met wie ik werkte kan ik soms wel missen. Maar het werk zelf en de bijbehorende aandacht mis ik gek genoeg niet. Dat komt misschien doordat ik nu meer tijd heb voor iets wat ik ook te gek vind, muziek maken. Ik heb fantastische jaren gehad bij de radio, maar ik ben gestopt omdat ik meer zeggenschap over mijn tijd wilde hebben. Het programma dat ik maakte, was er altijd. Zelfs in het weekend als ik geen uitzending had, was ik ermee bezig, las ik de kranten, keek ik alle praatprogramma’s om op de hoogte te zijn van wat er speelde. Ik verlangde naar meer vrijheid, naar ruimte in mijn hoofd voor andere dingen. En die is er nu.”

Geen romanticus

Heb je nu ook meer tijd over voor een liefde in je leven?

(Lachend:) “Ik heb veel te geven, maar op dit moment heb ik geen relatie. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik geen liefdesliedjes kan schrijven. Die heb ik dus ook op mijn album staan, twee om precies te zijn. Het zijn geen gevoelige love ballads, dat is meer iets voor Borsato. Ik ben gewoon niet zo’n romanticus, dus het zou heel ongeloofwaardig zijn als ik op die manier over de liefde zou schrijven. Ik heb er een iets nuchterdere kijk op. In het liedje 1 uit een miljoen zing ik: ‘Ik ben niet van de kaarsen en van de rode wijn, ik doe niet aan dat gelul van eeuwig samen zijn’.”

Als je geen romanticus bent, hoe ben je dan wel in een relatie?

“Ik ben misschien niet die attente man die lieve briefjes op je kussen neerlegt, maar ik ben wel iemand waar je van op aan kunt. Als er iets aan de hand is, dan ben ik er. Dat geldt overigens niet alleen voor een vrouw, maar voor iedereen die mij lief is.”

Onbevooroordeeld luisteren

Wat hoop je van dit debuutalbum?

“Nou, dat ik volgend jaar een Edison krijg, haha. Nee serieus, natuurlijk hoop ik dat mensen het fantastisch vinden, maar ik hoop vooral dat mensen er onbevooroordeeld naar kunnen luisteren. En dan mogen ze daarna lekker zelf bedenken wat ze ervan vinden. Ik kijk met een dubbel gevoel terug op het afgelopen jaar. We hebben een hoop dingen moeten missen, maar het gaf mij ook de ruimte om dit album te kunnen maken en ik ben er ontzettend trots op.”

Interview: Nienke Pleysier. Fotografie: Ester Gebuis

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden