null Beeld

Elles (44) is bijstandsouder: “Kinderfeestjes konden we niet vieren”

Elles Heijnen-Kerssies (44) is acht jaar weduwe. Na het overlijden van haar man, werd het financieel steeds moeilijker, waardoor ze samen met haar twee kinderen in armoede terechtkwam. “Niemand ziet het, maar het is er wel.”

“Ik heb het gevoel dat ik faal als moeder, dat ik niet goed voor mijn zoon van dertien en dochter van tien zorg. Ze hebben geen vader meer en verdienen een leuk leven, maar ik kan ze niet geven wat ze zo hard nodig hebben; een onbezorgde jeugd. Als ze wat leuks zien op televisie, bijvoorbeeld iets over een dagje uit, zeggen ze zelf al dat we daar geen geld voor hebben. Er is geen buffer meer. Het geld van de levensverzekering dat vrijkwam toen Eugene overleed, is op. De spaarpotjes voor de kinderen, waarin Eugène en ik geld voor later hadden gestort, zijn leeg. Vanwege de mogelijke extra kosten ben ik bang om naar de dokter te gaan, dus stel ik dat zo lang mogelijk uit. Als de auto een APK moet, heb ik buikpijn. Ik ben bang voor rekeningen, bang om op mijn bankrekening te kijken, bang voor nog meer geldzorgen."

Bijstandsouder

Heel veel mensen weten niet dat mijn gezin zo krap zit. Zij zien een vrolijke Elles, die lacht en leuk doet, met twee kinderen die het goed doen op school. Ik werk, dus denken ze dat alles dik in orde is. Armoede heeft geen gezicht, maar het is er wel. Zeker onder weduwen. Ik heb een Anw-uitkering en werk, maar op potjes en toeslagen waarop een alleenstaande bijstandsouder recht heeft, kan ik geen aanspraak maken. Daardoor is het heel krap. Als ik in de bijstand had gezeten, had de gemeente de laptop die mijn zoon nodig had voor school betaald. Nu lag ik wakker van hoe ik het moest fiksen, want ik had geen idee hoe. Gelukkig was er een lieve vriendin die me geld leende. Ik vind het ontzettend moeilijk om het aan te nemen, ik wil veel liever onafhankelijk zijn, maar soms kan het niet anders. In mijn wanhoop heb ik wel eens gedacht dat ik beter de bijstand in kan gaan, maar ik wil dat niet. Ik werk zestien uur, wat heel belangrijk voor me is. Dan beteken ik iets voor de maatschappij en ben ik Elles, niet de moeder die piekert hoe ze rond moet komen.

Junk als buurman

Het fijne gezinshuis waarin we woonden, moest ik uit. Ik had geen geld om het te onderhouden, en verkocht het slecht tijdens de crisis. We kwamen in een huurhuis in een slechte buurt terecht, met een junk als buurman en een andere buurman die voor zijn huis iemand doodstak. Dat is geen omgeving waarin je je kinderen wilt laten opgroeien. Ik had altijd alles op slot. Mijn kinderen nodigden nooit iemand uit uit schaamte en omdat het onveilig in de buurt was. Kinderfeestjes heb ik soms niet gevierd, omdat er geen geld was. Uit schaamte zei ik tegen andere ouders dat het niet uitkwam of dat ik het was vergeten. Of soms zei mijn zoon dat het voor hem niet hoefde. Die lieve jongen.

Verhuizen

Gelukkig heb ik nu eindelijk een andere huurwoning gevonden. Deze kerst vieren we in ons nieuwe huis. Ook al had ik geen geld om te verhuizen, we hebben het toch gedaan. Ik heb her en der geld geleend, dat moest dan maar. We hebben nu een fijne plek, een veilig thuis. Als moeder móest ik mijn kinderen dit geven. We vieren de feestdagen bij familie en vrienden, vol dankbaarheid. Voor de lieve mensen om ons heen, die ons helpen en mijn kinderen wat extra’s geven. Voor het feit dat we gezond zijn en elkaar hebben. Eigenlijk is dat alles wat je nodig hebt om gelukkig te zijn.”

Tekst: Deborah Ligtenberg

Om te laten zien dat je echt iets kan doen tegen armoede besloot de redactie van Libelle aan de slag te gaan bij Voedselbank Haarlemmermeer.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

null Beeld

Coördinator Elselien van Dieren (28): “Ik mocht mee met de bus van de Voedselbank om producten op te halen bij de plaatselijke supermarkt, bakker én champignonkwekerij. Fantastisch dat deze ondernemers hun steentje bijdragen door bijvoorbeeld het brood dat aan het eind van de dag over is niet weg te gooien, maar in te vriezen en te doneren. Ik schrok toen ik zag hoeveel boodschappenkratten er moesten worden gevuld. We leven in een rijk land, en toch zijn er heel veel mensen die hun wekelijkse boodschappen niet kunnen betalen. Mooi dat zij ondanks hun problemen op deze manier toch gezond en gevarieerd kunnen eten.”

Coördinator Elsbeth Drijver (51): “Toen we binnenkwamen in de loods waar de pakketten worden samengesteld en uitgedeeld, bleek al meteen dat dit systeem werkte als een geoliede machine. Er stonden vrijwilligers klaar die duidelijk gewend waren om de handen uit de mouwen te steken, met een vanzelfsprekendheid die me ontroerde. We werden welkom geheten met een kop koffie en kregen instructies. De mensen kwamen met hun tassen binnen in groepjes van zes en liepen naar 'hun tafeltje' waarop wij de pakketten hadden klaargezet. Ik bood nog aan te helpen met inpakken, maar daar zat niemand echt op te wachten. Logisch, waarom zou ik een wildvreemde mijn boodschappen in laten pakken? Dat zijn dan dus wel spullen die ík heb uitgezocht. Zij niet. Zij kunnen dus niet door een supermarkt slenteren om in een karretje te gooien waar ze zin in hebben. Iedereen was nieuwsgierig naar het voedselpakket van deze week. Hier en daar werd nog wat geruild en teruggegeven: 'Sorry, ik drink geen koffie' of: 'Ik mag geen varkensvlees!' Hoewel de sfeer er geweldig was, hoop ik echt dat deze instantie snel kan worden opgeheven.

Zie hier de beelden van de redactie in actie:

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden