null Beeld

Els overleefde een schipbreuk: “Niemand wist dat we gezonken waren”

Tijdens een zware storm op de Indische oceaan slaat een boot vol toeristen lek. Er is geen bereik. In die nachtmerrie raakte Els Visser (29) in 2014 verzeild. Ze zwom maar liefst 8 uur lang naar een onbewoond eiland. Het veranderde haar leven voorgoed.

“Blijven zwemmen, blijven zwemmen, herhaal ik in mijn hoofd als ik in open water lig. Sinds het ongeluk zwem ik bijna elke dag. Ik ben topsporter en train voor triatlons, waarbij ik kilometerslang moet zwemmen in open water, fietsen en hardlopen. Soms – als ik in woeste zee zwem – komt de herinnering aan Indonesië weer boven. Alsof ik voor een paar seconden die vreselijke zwemtocht herbeleef.”

Reddingsvest

“Het was hartje zomer en ik had net mijn co-schappen op Bali afgerond. Ik wilde de laatste 3 weken met mijn rugzak door Indonesië reizen. Mijn oog viel op een boottocht, van het eiland Lombok naar het eiland Komodo. De houten boot waarmee we 4 dagen zouden varen, was heel basic. We sliepen op dunne matjes naast elkaar. Ik ging het meest om met 2 Duitse meisjes en de Nieuw-Zeelandse Gaylene met wie ik meteen een klik had. We wisselden reisverhalen uit en Gaylene vertelde over hoe zij en haar man in de outback van Nieuw-Zeeland woonde. De sfeer was goed, tot het de tweede avond uit het niets begon te stormen. Ik werd zo misselijk van het geschommel dat ik besloot vroeg naar bed te gaan in de bovenkajuit. Heel even sliep ik, maar al snel werd ik wakker van tumult. Ik hoorde de andere passagiers onrustig met elkaar praten. De zee was ruig en de boot vloog alle kanten op. Ik zag dat de raampjes eruit sloegen door de hoge golven. Waarom vaart de kapitein zo hard?, dacht ik en besloot voor de zekerheid mijn oranje reddingsvest aan te trekken. Eén van de bemanningsleden kwam ons wekken. Hij riep dat hoge golven een gat in de romp van het schip hadden geslagen en dat we aan het zinken waren. We moesten onze reddingsvesten aandoen en naar beneden komen. Vlug liep hij weg om contact te maken met het vasteland.”

Paspoort in heuptasje

“Ik was compleet overrompeld, maar veel tijd om daarbij stil te staan had ik niet. De bemanning en ook wij konden met niemand contact krijgen. Gps, noodnummers – niets werkte. Niemand kon op de hoogte worden gebracht van onze situatie. Iemand schepte water uit de boot, maar dat was zinloos: de boot was aan het zinken en niemand wist ervan. Om mij heen zag ik sommige mensen huilen, anderen maakten zich klaar en verzamelden flessen water. Ik schoot in de overlevingsmodus. Ik blokkeerde mijn gevoelens en voerde uit wat ik had geleerd tijdens mijn studie geneeskunde: kalm en gefocust blijven op wat er belangrijk is op dat moment. Ik dronk zo veel mogelijk water zodat ik niet zou uitdrogen, pakte mijn heuptasje en stopte daar mijn paspoort in. Er was een grote kans dat ik dit niet zou overleven en ik dacht direct aan mijn familie. Als mijn lichaam zou worden gevonden, wilde ik wel kunnen worden geïdentificeerd. En ik stopte het SD-kaartje van mijn camera erbij. Als ik het wél zou overleven dan kon ik nog een fotoboek maken.”

Haaien

“Plotseling kwam er een enorme vloedgolf over de boot heen en alles werd zwart. Ik kon geen adem krijgen en het voelde alsof ik in een wasmachine was terechtgekomen. Ik wist niet wat boven of onder was en het enige wat ik dacht was dat het nu echt ging gebeuren. Ik zou doodgaan. Ik kon niet vechten, ik kon niets. Tot ik abrupt naar de oppervlakte werd getrokken. Ik weet niet of het door mijn reddingsvest kwam of doordat iemand me naar boven trok, maar ik hapte naar adem. Ik keek om me heen en was verbijsterd: ik leefde nog. Het was midden in de nacht en de zee was pikzwart. Met een groep van 25 mensen dreven we in zee. 6 mensen zaten in de kleine reddingsboot – een soort badkuip zonder paddels en motor – de rest lag ernaast in het water en hield zich vast aan de rand. We wisselden de plekken in de boot af. Het was ijskoud. ‘Zitten er hier geen haaien’, vroeg één van de passagiers zich af. Ik besloot niet naar beneden te kijken. Door mijn medische achtergrond wist ik dat ik banger moest zijn voor onderkoeling en uitdroging. Zou ik de nacht overleven? Na uren ronddobberen werd het licht. In de verte zag ik een eiland opdoemen. ‘Daar moeten we heen’, besloot ik meteen. Ik heb als kind aan wedstrijdzwemmen gedaan. Ik wist dat de zwemtocht levensgevaarlijk was, maar op dat eiland had ik tenminste een kans om te overleven. Een deel van de groep wilde niet mee. Ze vonden de zee te ruig en waren bang voor de sterke stromingen. Ze waren van mening dat we bij elkaar moesten blijven omdat juist degenen die bij de reddingsboot blijven het vaakst gered worden. Ik begreep het, maar was bang dat ik een tweede nacht niet zou overleven. Ik wilde niet wachten op het noodlot. Niemand wist dat we gezonken waren, dus we zouden niet gered worden. Ik wilde liever doodgaan tijdens een overlevingspoging, dan dat ik het niet eens zou proberen.”

Golven over mijn gezicht

“Vroeg in de ochtend zwom ik samen met 2 Duitse meisjes, een Fransman en Gaylene weg van de reddingsboot, richting het eiland. We zwommen op onze rug, met onze armen gevouwen langs onze reddingsvesten terwijl onze benen zwembewegingen maakten. De golven sloegen over onze gezichten, we konden elkaar niet zien. We floten regelmatig op de fluitjes aan onze reddingsvesten, zodat we wisten dat we bij elkaar in de buurt waren. Tijdens het zwemmen dacht ik alleen maar dat ik niet wilde doodgaan. Mijn leven in Utrecht flitste aan me voorbij. Mijn vriendinnen. Mijn lieve familie. Ik wilde niet dat mijn ouders het bericht zouden krijgen dat zij hun dochter hadden verloren. Die gedachtes waren zo pijnlijk dat ik ze probeerde te blokkeren en mezelf opdroeg door te zwemmen. Het was lastig om bij elkaar te blijven omdat de golven hoog waren. Gaylene en ik zwommen harder dan de anderen, dus na enkele uren viel de groep uiteen.”

“We zwaaiden met onze reddingsvesten, maar de boot verdween”

Onbewoond eiland

“Na een aantal uur konden we bomen op het eiland onderscheiden. We kwamen in de buurt. De laatste paar uur waren het zwaarst. De stroming was heel sterk: met elke paar meter vooruit, gingen we er weer een paar achteruit. Maar na 8 uur zwoegen door het zeewater raakten mijn voeten eindelijk land. Ik was zo blij dat ik Gaylene direct een knuffel gaf. In de zee was ik zo afhankelijk van de kracht van de onvoorspelbare zee, op het eiland voelde ik me direct een stuk veiliger maar Gaylene was realistisch en zei: ‘Weet wel dat we ons op een onbewoond, kaal en vulkanisch eiland bevinden.’ Het begon al te schemeren. Snel legden we onze kleren te drogen en gingen op zoek naar voedsel en zoet water. We vonden niets, maar beseften dat we moesten drinken. Het maakte niet meer uit wát, als we maar niet stierven aan uitdroging. Daarom vingen we onze urine op in aangespoelde plastic flessen en dronken dat om beurten. Onze lichamen hadden vocht nodig. Ik was zo moe en mijn benen deden pijn. Morgen zouden we wel op onderzoek uitgaan. We kropen beschut tegen de wind tegen elkaar aan in een kuil. Voordat ik slaap viel, keek ik naar boven en de hemel was zo mooi. Ik had nog nooit zo veel sterren gezien.”

Redding

“De volgende dag was ik er nog steeds van overtuigd dat we niet gered zouden worden, maar ik geloofde wel dat we een tijd zouden kunnen overleven op het eiland. Er liepen everzwijnen rond, dus er moesten voedingsbronnen zijn. Terwijl Gaylene en ik overlegden wat we moesten gaan doen, zagen we een boot langsvaren. We zwaaiden met onze oranje reddingsvesten aan stokken, maar de boot verdween uit zicht. Natuurlijk was het een teleurstelling, maar ik had al verwacht dat men ons niet zou kunnen zien. Het was een bevestiging dat niemand naar ons op zoek was. Ik ging weer op zoek naar water. Een paar uur later – net toen ik een plas water gevonden had – hoorde ik de boot terugkomen. De bemanning had 3 anderen – de zwemmers die van ons vervreemd waren geraakt – aan de andere kant van het eiland zien zwaaien en waren daar gaan kijken. Pas toen ik aan boord klom, kon ik huilen. Toen pas kon ik me laten gaan. Nadat wij waren gevonden, is de rest ook gered. Van de 25 mensen zijn er uiteindelijk 23 gered, 2 mannen – die na ons waren gaan zwemmen – overleefden het niet.”

“Het voelde niet langer logisch dat ik nog leefde. Ik had dood moeten zijn”

Studentenkamer

“2 dagen later vloog ik terug naar Nederland en thuis ging het leven direct weer door. Een week later zat ik weer in mijn studentenkamer in Utrecht en begon het nieuwe studiejaar. Het was snel, maar ik wilde graag tegelijkertijd starten met een studievriendin. Ik hoopte dat zij mij erdoorheen zou slepen. 3 maanden later kwam pas echt het besef wat me was overkomen. Achteraf gezien stond ik voor die tijd nog steeds in een overlevingsmodus en was ik continu alert en gejaagd. Over het ongeluk praatte ik makkelijk, maar niemand kon écht begrijpen hoe het was geweest. Ik voelde me onbegrepen. Het is moeilijk om uit te leggen, maar ik was er zó van overtuigd geweest dat ik zou sterven, dat het niet langer logisch voelde dat ik nog leefde. Mijn coach stelde mij gerust: al mijn gevoelens en gedachtes waren normaal. Tijdens deze periode herontdekte ik het hardlopen. Ik vond sporten altijd al fijn, maar nu lukte het door te sporten om mijn gedachten te verzetten en weer rustig te worden. Impulsief schreef ik me in voor een triatlon en tot mijn verrassing won ik. Sindsdien heb ik de smaak te pakken en heb ik mijn werk als arts op een lager pitje gezet. Ik wil nu helemaal voor de topsport gaan en heb getraind voor Hawaii 2019, het WK waar ik mij voor heb gekwalificeerd. Als ik tijdens een wedstrijd een zwaar moment heb, denk ik soms terug aan Indonesië. Ik heb een scheepsramp overleefd, die finish haal ik ook. Vroeger geloofde ik nooit dat dingen lopen zoals ze moeten lopen, maar nu wel. Het was nog niet mijn tijd om te gaan. Ik wacht nu niet langer met doen wat ik wil, omdat ik wéét dat het zo over kan zijn.”

Interview: Marjolein de Jong. Fotografie: Nout Steenkamp.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden