null Beeld

Exclusief interview met de auteur van het nieuwste Bookazine

Het bijzondere leven van zijn moeder inspireerde Marcel Vaarmeijer (54) tot het schrijven van Libelle's Bookazine 'Voor wie ik heb liefgehad'. Een aangrijpend verhaal over de krasse Louise die terugkijkt op haar turbulente verleden.

Marleen Koolmees

“Ik was niet gewenst. Toen mijn moeder zwanger was van mij dacht de dokter dat ze in de overgang zat. Zij was 45 jaar en mijn vader 55 jaar en ze waren net een jaar getrouwd. Nog geen twee jaar na mijn geboorte werd mijn vader ziek en zes weken voor mijn derde verjaardag overleed hij. Als reactie blokkeerde ik volledig. Letterlijk en figuurlijk. Ik was als het ware bevroren. Ik zei niets meer en raakte zo ernstig verstopt dat ik met spoed in het ziekenhuis werd opgenomen, waar ik lange tijd moest verblijven. Ik ging er opgeblazen in en kwam er graatmager weer uit. Ze bedachten destijds dat ik moest aansterken in een herstellingsoord, toen beter bekend als kinderkolonie. Twee jaar later ben ik daar nog een keer beland, toen ik moest herstellen van paratyfus. Die twee keren lang van huis waren nog verklaarbaar. Maar waarom mijn moeder me daarna nog twee keer heeft weggebracht, heb ik nooit begrepen.”

We zitten in de voormalige regentenkamer van een 19e-eeuws Amsterdams hofje, ooit gebouwd om weduwen en hun kinderen onderdak te bieden. Inmiddels wonen er ook stellen, zoals Marcel Vaarmeijer en zijn vrouw. De hoge ramen bieden uitzicht op de zonnige gemeenschappelijke binnentuin. Een oase van rust midden in de drukte van de stad van zijn geboorte en kindertijd.

Waarom besloot u over uw moeder te schrijven?

“Dat had ik al heel lang in mijn hoofd. Ik wilde haar graag begrijpen en hoopte dat via mijn boeken te bereiken. Als kind voelde ik dat ze diep weggestopte geheimen had. De oorlog was een teer punt. Ik heb nooit iemand meegemaakt die de Duitsers zo haatte als zij. Ernaar vragen deed ik niet, dat was een stilzwijgende afspraak. Het eerste wat ik over haar en de oorlog hoorde, was dat ze een jaar na de bevrijding in een jeep werd thuisgebracht door een hoge officier. Dat is raar natuurlijk. Wat was er gebeurd? Waarom werd ze persoonlijk thuisgebracht? De meeste mensen kwamen met de trein terug. Af en toe liet ze iets los, maar de waarheid bleef verborgen. Van anderen hoorde ik meer. Ik heb zo veel mogelijk feiten verzameld en die in een lijn gelegd. De leemten heb ik opgevuld met fictie. Ze was geen normale moeder, verre van dat. En ik was ook geen normaal kind. Ik weet nog dat mijn moeder een keer kennis had aan een man. Ik moet een jaar of zes zijn geweest en was in die tijd zo’n echt Amsterdams straatjongetje. Die man kwam op visite, maar is nooit over de drempel gekomen. Ik rende langs mijn moeder en schold hem zo uit dat hij is weggegaan en nooit meer terug is gekeerd. Als jongetje was ik heel beschermend naar mijn moeder. Er was al een ouder weggevallen en ik zag mijn moeder ook ziekelijk worden. Dan schreeuwt je instinct dat iedereen uit de buurt moet blijven. We leefden geïsoleerd.”

Hoe was uw band met uw moeder?

“We hadden geen warme band en ik heb me nooit goed kunnen hechten. Eigenlijk waren we vreemden voor elkaar. Pas op het laatst hebben we echt kunnen praten. Achteraf ben ik blij dat we dat moment samen hebben gehad en dat we het hebben kunnen uitspreken. Ze was toen al ernstig ziek en wist dat het niet goed zou aflopen. Ik was bij haar op bezoek en toen ik wegging vroeg ze me ineens of ze een goede moeder was geweest. Na lang aandringen heb ik opgebiecht dat ik vond dat ze geen goede moeder voor mij was geweest. Ze had me nooit naar die kindertehuizen moeten brengen. Daar gaan kinderen kapot.”

Hoe reageerde uw moeder daarop?

“Ze was in tranen, natuurlijk. Gek genoeg begrijp ik nu wel waarom ze het had gedaan. Ik begrijp waarom je geen kinderen aan kunt, maar ze had voor een andere oplossing kunnen kiezen. Mijn vader had uit zijn eerste huwelijk twee oudere dochters bij wie ik als kind regelmatig ging eten. Ze hadden zelf gezinnen, ze hadden me er makkelijk bij kunnen hebben. Mijn moeder piekerde daar niet over. Dat was voor haar natuurlijk gezichtsverlies. Ze vroeg niemand om hulp en nam ook nooit iets van een ander aan.”

Hield ze wel van u?

“Ze zorgde goed voor me, dat was de enige manier waarop ze haar liefde kon uiten. We hadden weinig geld, maar mijn moeder kon goed met geld omgaan. Het ontbrak me aan niets. Ze wist het op de een of andere manier altijd gezellig te maken. Later, toen ik wat ouder was, ging ik graag naar haar toe. Ze had van alles in huis en kon goed koken. Ik nam altijd vriendinnetjes mee, die werden heel hartelijk ontvangen. Ze deed veel hartelijker dan ze voor mij was geweest. Verder dan een hand en later de plichtmatige drie zoenen op een verjaardag, kwam het nooit tussen ons. Het is jammer dat mijn vrouw haar niet heeft gekend. Mijn moeder was dol op meisjes. Als ik een meisje was geweest, was het tussen ons waarschijnlijk heel anders gelopen.”

Hoe was de tijd in de kindertehuizen?

“Pittig. Ik was een stil, verlegen en meegaand jongetje, maar kon ook verschrikkelijk uit mijn slof schieten. Op mijn derde en vijfde kwam ik terecht in het kleuterhuis in Petten. Dat was een verschrikking. Het werd gerund door katholieke zusters met zo’n wit kapje op hun hoofd. Ik moest slapen zonder kussen en ik werd gewassen alsof ik een oude auto was, zo ruw dat ik helemaal rood werd. Na het tandenpoetsen ’s avonds stonden we in de rij voor de verplichte tomaat. Zo vies, zo’n rode bol met snot. Ik proef hem nog! Al die kinderen stonden te kokhalzen.”

En hoe ging het na het kleuterhuis?

“Later heeft mijn moeder me nog twee keer weggebracht. Dat viel niet uit te leggen. Er was niets met me aan de hand, maar ineens moest ik naar het Burgerweeshuis. In mijn eigen stad nog wel. Ik was toen een jaar of zeven, acht en werd vanwege mijn schoolprestaties bij de oudere kinderen gezet. Dat was puur overleven. Een paar jaar later, toen we waren verhuisd naar de geboortestreek van mijn moeder, heeft ze me naar een kindertehuis in Egmond aan Zee gebracht. Ik was tien en zat net op een nieuwe school in Enschede. Mijn klasgenoten vonden mij, zo'n Amsterdams jongetje, heel interessant. Mijn moeder heeft me er in april met de trein en de bus naartoe gebracht. Bij het afscheid gaf ze me een hand. Ze stuurde me af en toe een kaartje met Pipo de Clown of Swiebertje erop. Alsof ik een kleuter was. Met groetjes van mama, stond er op de achterkant. Meer niet.”

Kwam ze wel langs?

“In die bijna negen maanden heeft ze me één keer bezocht. Natuurlijk was ik boos op haar, maar wat kon ik doen? Vlak voor Kerst haalde ze me op en toen werd ze ernstig ziek. Ze had kanker. In de zomer, voordat ik naar de brugklas ging, dachten de artsen dat ze het niet zou halen. Toen ben ik tijdelijk bij een pleeggezin ondergebracht. Op mijn vijftiende zag het er weer heel slecht uit voor haar. Ik wilde niet nog eens naar een pleeggezin, dus meldde ik me aan bij de Marine. Dat moest mijn ontsnappingsroute worden. Tot mijn stomme verbazing werd ik goedgekeurd. Op de dag dat ik naar de marine ging, werd mijn moeder geopereerd. Ze heeft het gered. De Marine was voor haar ook een zegen, ik had het daar goed. Ik kwam in een wereld met broers en vaders. We hadden vrijwel dezelfde achtergrond. Allemaal jongens die het thuis moeilijk hadden of uit gebroken gezinnen kwamen. Een enkeling koos uit idealisme voor de Marine. Voor mij was het een feest. Dat ik er na zeven jaar ben uitgestapt, is het domste wat ik ooit heb gedaan.”

Uw jeugd leest als een roman. Wanneer gaat u die schrijven?

“Dat boek over mezelf probeer ik al 25 jaar te schrijven. Ik ben er verschillende keren aan begonnen, maar nu gaat het ervan komen. Ik moest eerst mezelf opnieuw uitvinden en heb eindelijk de juiste vorm en stijl gevonden. Ik hoef het alleen nog maar op papier te zetten. Daar kan ik me nu al op verheugen.”

Interview: Margriet de Groot. Beeld: Ineke Oostveen

Meer over Marcel

Na een roerige jeugd meldde Marcel Vaarmeijer (54) zich op vijftienjarige leeftijd aan bij de Marine. Zijn columns over die periode waren de springplank voor zijn schrijfcarrière. Hij schreef diverse romans, thrillers en jeugdboeken. Zijn laatste boek Heelmeester gaat over een tragikomisch doktersgezin dat niet onbeschadigd uit de oorlog komt (Luitingh Sijthoff € 19,99).

Nu in de winkel!

De negentigjarige Louise Veldman slijt haar laatste dagen in een verpleegtehuis, waar ze op vileine wijze alles naar haar hand zet. Hoewel ze haar verleden wil vergeten, wordt ze gedwongen het onder ogen te zien als iemand haar twaalf dagboeken

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden