null Beeld

Exclusief leesverhaal: ‘Mio Dio’ een mini-thriller door Marelle Boersma

Vanaf het eerste moment dat Sylvia arriveert in Corniglia, sluit ze het idyllische Italiaanse dorpje en de vriendelijke inwoners in haar hart. Na een schildercursus besluit ze er te gaan wonen en gaat ze in de leer bij kunstenaar Giovanni, die haar tot zijn opvolger benoemt. Dan, op een ochtend, klinkt een ijselijke kreet: “Kom snel, het is Giovanni, il è morto”… 

OCHTEND

De kop cappuccino is net voor Sylvia neergezet, als de 70-jarige Donna komt aanrennen. Korte benen, bloemetjesschort, haar armen wijd om zichzelf in balans te houden. De snelheid waarmee de vrouw over de ronde keitjes op Sylvia’s vaste ontbijtplekje komt afsnellen, past totaal niet bij haar. Normaal is deze dorpsgenoot de rust zelve.

“Het is Giovanni! Kom snel!” Daarna volgt er een reeks Italiaanse kreten.

Sylvia komt verschrikt overeind. “Wat is er aan de hand?”

“Giovanni. Het is vreselijk. Ik kwam binnen om…” De rest van de zin blijft steken in haar keel.

“Dus je was bij Giovanni om schoon te maken, en toen?” Sylvia staat nu tegenover de Italiaanse vrouw en legt haar handen op haar schouders. Ze wil haar kalmeren, maar in plaats daarvan barst de vrouw in een hartverscheurend gesnik uit.

Mio Dio. Arme Giovanni. Waarom?”

“Is hij ziek? Ik kom direct met je mee!” Sylvia geeft Donna een arm en troont haar mee over het steile pad dat via trappetjes en bochtige wegen terugleidt naar haar huis.

Gisteravond heeft ze nog met haar buurman Giovanni op het stoepje voor het huis gezeten, genietend van de ondergaande zon met een glas wijn. “Deze wijn geeft meer warmte dan het avondrood tijdens de mooiste zonsondergang”, had hij

gezegd met zijn zware stem, die ze regelmatig door de muren hoorde galmen.

Ze hadden geklonken op haar toekomst

in het kleurrijke dorp Corniglia.

“Wat is er gebeurd?”, vraagt ze als ze merkt dat Donna steeds langzamer gaat lopen.

“Ik begrijp niet hoe het kon gebeuren. De politie is er nu bij.”

Sylvia stopt abrupt. Ze denkt terug aan wat Giovanni zei voordat ze gisteren afscheid namen: ik ben bang. Dat had hij gezegd. Ze had een kus op zijn rimpelige wang gedrukt en zijn angst weggelachen.

“Waarom de politie?”, vraagt ze ademloos.

Il è morto. Hij is dood.”

EEN JAAR EERDER

De zon scheen uitbundiger dan ooit. Toen Sylvia het dorpje in de verte tegen de rotsen zag liggen, voelde ze de opwinding kriebelen. Eindelijk was het zover. Ze had de dagen afgeteld tot aan deze schilderweek. Het was nog steeds onvoorstelbaar dat ze dit op internet had gevonden: een week schilderen in haar favoriete streek aan de Italiaanse westkust: Cinque Terre. Het maakte haar niet uit dat net dit dorp geen strand had, maar hoog op de rotsen lag. Ze kwam om haar passie uit te oefenen, niet om aan zee in de zon te liggen.

Vanaf de eerste dag sloot ze de man die de cursus begeleidde in haar hart. Giovanni Ricci lachte altijd en zijn stem liet het Italiaans klinken als een opera. Hij bleek niet alleen vrolijk, hij was ook een geweldige leermeester, die niet alleen de techniek, maar vooral zijn liefde voor het vak deelde. Ze genoot van elk uur, waarbij het heerlijke eten een extra smaakmaker was. Elke dag ontdekte ze nieuwe plekjes waar het dorp met in pasteltinten geschilderde huizen prachtig afstak tegen de omringende olijfboomgaarden. Ze leerde verschillende technieken, waarbij Giovanni zonder aarzelen zijn vinger op haar tekortkomingen legde. Perspectief, lijnenspel, schaduwwerking, ze verfijnde haar techniek totdat hij zijn handen alleen maar dichtvouwde en lachend haar werk bekeek. “Goed gedaan”, was zijn enige commentaar. Waarna hij toch nog die kritische vinger op de stam van de olijfboom legde. “Leeftijd vraagt om harde lijnen”, zei hij slechts.

Ze genoot. Haar passie kwam nog meer tot leven. Tot Giovanni haar betrapte met het portret dat ze in een verloren moment had geschilderd nadat ze zijn kunstwerken had bestudeerd. “Wat is dit?”, vroeg hij, en balde zijn vuisten. “Dit was niet de opdracht, signorina Sylvia!”

Ze schrok en staarde naar zijn serieuze gelaat waarin de plooien in zijn wangen strakker waren dan anders. “Het spijt me, maar het schilderij…” Haar ogen vlogen naar de muur waar ze het portret ontdekt had. “Het raakte me.” Schaamrood steeg naar haar wangen.

Giovanni krabde aan zijn kin, richtte zijn blik op de muur waar het bewuste portret hing en daarna weer op haar doek. Hij zweeg. Was het zo slecht? Ze had haar best gedaan om de grote snor tot leven te brengen en de leeftijd van de man in harde lijnen neer te zetten. Net toen ze wilde zeggen dat ze nog diezelfde dag het portret zou overschilderen, zei Giovanni: “Sylvia, jij moet blijven schilderen. Je bent een groot kunstenares.”

MIDDAG

Met haar arm om Donna’s schouders kijkt Sylvia naar het geel-zwarte lint waar een agent mensen op afstand houdt. Daarachter woont Giovanni, naast het atelier dat zij nu beheert. Nu pas dringt de vreselijke werkelijkheid tot haar door. Giovanni is dood. Ze kan het nog nauwelijks geloven. Hij is degene geweest die haar droom heeft laten uitkomen. Nog geen maand na de schilderweek had hij haar gebeld: “Kom naar Corniglia, Sylvia. Je kunt in mijn

atelier beginnen. Ik ben te oud om mijn werk in beide panden aan te houden.”

De zomer daarna was Sylvia opnieuw aan de kust gearriveerd. Ze moest aan de toegangsweg parkeren omdat in het pittoreske dorp geen ruimte was. Het had haar totaal geen moeite gekost om de beslissing te nemen Nederland te verlaten. Hier kwam ze thuis. De kleurrijke huizen duwden haar mondhoeken omhoog. Dat was nu een maand geleden.

Ze voelt Donna’s schouders schokken, de vrouw jammert om mio Dio, die haar in de steek heeft gelaten. Heel even vraagt ze zich af of er soms meer in het vrouwenhart omgaat.

Pas ’s middags komt de straat tot rust en kan Sylvia haar appartement in, boven het atelier. Geen wijntje op het stoepje, geen galmend gezang. De politie heeft haar ondervraagd, waarbij ze te weten is gekomen dat Giovanni is overvallen. Roofmoord, dat was de voorlopige conclusie van de polizia. Op haar vraag wat er dan was buitgemaakt, kwam geen antwoord.

De spaghetti smaakt die avond naar taaie draden. Zelfs de met veel knoflook bereide tomatensaus maakt het geheel niet smakelijker. Sylvia schuift haar bord opzij en loopt naar het raam. Ergens in de diepte golft de Ligurische Zee, die door de ondergaande zon zo diep oranje kleurt dat het haar tot tranen roert.

AVOND

Met wijd open ogen staart Sylvia naar het plafond. Net als alle andere nachten is de duisternis onpeilbaar diep. In het begin was dat wennen geweest, maar na een paar dagen gaf het zo veel rust dat ze binnen een minuut al in slaap zakte.

Nu niet.

Het beeld van de vriendelijke Giovanni, die nog geen mier op straat doodtrapte, blijft terugkomen. Pas als de herinneringen blijven stromen, beseft ze hoe ze ingeburgerd is in het dorpje en welke belangrijke rol de oude leermeester hierin vervuld heeft. Hij stelde haar aan iedereen voor als zijn pupil, waarbij ze de trotse blik in zijn ogen zo weer voor zich kan halen. Ze zucht diep en sluit haar ogen.

Er klinkt gekraak. Dan een knarsend scharnier. Een venster? Haar spieren verstrakken. Ze houdt haar adem in en durft zich niet te bewegen. Is dit in het atelier? Of staat er nog iets open bij Giovanni? Ze spitst haar oren. Niets. Net als ze de lucht uit haar longen langzaam door haar neus laat ontsnappen, hoort ze het opnieuw. Het is de voordeur. Er is iemand in het atelier. Ze bedenkt zich geen moment. Kwaadheid borrelt in haar op. Wat denken die rotzakken wel niet? Dat ze nu bij haar kunnen inbreken?

Op de tast zoekt ze de stok die ze overdag onder haar schuifraam zet. Pas als ze die gevonden heeft, schuifelt ze naar de gang. Haar hart bonkt tegen haar ribben. Wat komen die lui doen? Durven ze wel? Eerst een oude man van het leven beroven en nu hier binnendringen? Mooi niet! Ze zal die gasten eruit slaan, alleen al om Giovanni te wreken.

Even overweegt ze om met veel bombarie naar beneden te stampen en hen direct te lijf te gaan. Dan bedenkt ze dat een verrassing beter is. Dus sluipt ze op blote voeten naar beneden. De smalle sikkel van de maan laat een streepje zacht licht langs de treden glijden. Ze spreekt zichzelf continu moed in, waarbij ze de gedachte aan haar buurman levend houdt.

Onder aan de trap blijft ze staan. Het enige wat ze hoort, is het ruisen van het bloed dat als een razende in haar lichaam wordt rondgepompt. Dan een harde bonk, daarna een gedempte kreet. Iemand sist. Het zijn er dus zeker twee. Behoedzaam beweegt ze de deurklink naar beneden, zet haar heup tegen de deur en duwt. Er gebeurt niets. Dan duwt ze wat harder.

Ineens gaat het snel. De deur wordt opengerukt. Sylvia valt de duistere ruimte binnen, stoot haar knie tegen een kast en valt op de grond. Een schreeuw wordt gevolgd door intens gevloek. Voetstappen bonken over de houten vloer. Er valt iets. Dan de harde klap waarmee de deur wordt dichtgegooid. Het dreunt na, waarna het compleet stil wordt.

Met de stok nog stevig in haar hand krabbelt ze overeind en met twee passen is ze bij het lichtknopje. Zodra de ruimte verlicht is, kreunt ze. Wat een ongelooflijke troep. Er liggen allerlei schilderijen op de grond. De rij lijsten is omgevallen, waardoor enkele gebroken zijn. De lege plekken aan de muur geven aan wat de indringers kwamen doen.

Terwijl ze het stuk hout eindelijk durft los te laten, loopt ze rond. Raapt kunstwerken op. Ziet met pijn in haar hart de beschadigingen op de doeken. Pas na een uur moed verzamelen is ze zo ver dat ze de politie kan bellen.

DE VOLGENDE OCHTEND

“Dat is nou juist zo vreemd”, zegt Sylvia tegen Donna, die de espresso met kleine slokjes naar binnen slurpt.

“Niets? Weet je dat zeker? Er staat zo veel. Misschien heb je niet goed gekeken?”

“Nee, er is echt niets weg.”

“Zouden het dezelfde mensen zijn als degenen die Giovanni…” De stem van Donna stokt. Moord is een moeilijk woord.

Dezelfde inbrekers. Die gedachte is bij Sylvia al ontelbare keren opgekomen. Elke keer kwam ze tot dezelfde conclusie: dit kan geen toeval zijn.

De hand van Donna gaat omhoog, ze vangt de blik van de eigenaar van het café bij wie ze een nieuwe espresso bestelt.

Het schuim van de cappuccino is hier van een zachtheid die Sylvia al vaak in haar eigen keukentje heeft geprobeerd te reproduceren. Het is nog nooit gelukt. Met haar ogen dicht neemt ze genietend een slok. Soms is het goed om je te focussen op klein geluk, zeker nu het leed te groot is om toe te laten. De hele ochtend is ze bezig geweest het atelier op te ruimen. De kapotte schilderijen heeft ze weggezet, de kunstwerken die nog intact waren heeft ze weer opgehangen. Dit alles deed haar meer pijn dan ze had verwacht. Een kunstwerk komt uit je hart. Niemand heeft het recht om zoiets te vernielen.

Donna schenkt de eigenaar een dankbare glimlach als die haar espresso komt brengen. “Ga je vandaag weer open?”, vraagt ze aan Sylvia.

Sylvia schraapt haar keel en tilt dan ferm haar kin op. “Natuurlijk. Ik buig niet voor dit soort kleinzielige kruimeldieven.”

“Pas goed op jezelf, Sylvia. Het zijn vast een paar van die grote jongens, die hebben meer op hun geweten dan een enkel schilderij. Mio Dio is mijn getuige.” Donna kijkt naar boven en slaat een kruis.

“Alleen al voor Giovanni moet ik het atelier openen. En weet je…” Sylvia buigt zich samenzweerderig naar voorover: “Als het aan mij ligt, komen die lui er niet mee weg. Laat ze maar komen, ik lust ze rauw.”

EIND VAN DE MIDDAG

“Mijn moeder vertelde al dat u in Italië was”, zegt Sylvia aan de telefoon, die ze op luidspreker heeft staan. Ze ziet Henriette zo voor zich: klein, op het magere af, een woordgebruik dat haar adellijke afkomst niet kan verloochenen. Ze is de beste vriendin van haar moeder en Sylvia is haar dankbaar omdat ze haar van kinds af aan heeft meegenomen naar musea. Niet alleen om te kijken, maar vooral om de verhalen achter de schilderwerken en hun meesters te vertellen.

“Het was ook hoognodig om eruit te gaan. Even een week rustig verpozen na een immens drukke tijd met diverse beurzen.”

“Waar zit u nu?” Sylvia trekt met haar tanden een velletje langs een nagel los. Ze weet dat Henriette daar een hekel aan heeft, maar dat doet nu niet ter zake.

“In Parma. Vanuit mijn hotel kijk ik uit op de rivier. Morgen staat er een museum-bezoek op mijn programma.”

Nog beter dan ze dacht. Parma is niet al te ver rijden. Snel vertelt ze waarom ze belt. “En u weet precies waar u op moet letten.”

Henriette zegt dat ze op haar kan rekenen.

“Dank u wel. En mocht u in de buurt zijn: de deur van mijn galerie staat altijd open.”

DIE NACHT

Al is ze ervan overtuigd dat het plan gaat lukken, toch heeft ze het aanbod van

Donna aangenomen om van haar logeerkamer gebruik te maken. Nu ligt ze met ijskoude voeten in bed. De spanning knijpt haar maag samen. Ze moet dit doen. Al was het alleen maar voor Giovanni.

Het weer is omgeslagen. De wind duwt de zee op, waardoor de golven hard tegen de rotsen beuken. In de zomer lijkt het dorpje meestal net zo zacht als de pasteltinten van de huizen, maar vandaag trok de lucht dicht; donkere wolken dreven in noodvaart het binnenland in.

Zoals ze van plan was, had ze het atelier na de lunch weer geopend. Alle lege plekken in de galerij waren gevuld. De winkel had die middag veel klanten getrokken, waaronder natuurlijk ook sensatiezoekers. Pas aan het begin van de avond had ze tijd om de laatste voorbereidingen te treffen om het atelier goed af te sluiten voor de nacht. In gedachten hoort ze Giovanni telkens weer die woorden uitspreken: ik ben bang. Zou alles anders gelopen zijn als ze beter naar hem had geluisterd?

Terwijl de wind het luik voor het venster laat klapperen, denkt ze terug aan dat ene moment waarop hij haar het grootste compliment had gegeven dat ze ooit had gehad. Niet alleen vanwege het portret dat ze had geschilderd, maar vooral omdat hij haar daarna zijn galerie had toevertrouwd. “Dit doe ik voor jou, Giovanni”, fluistert ze. Dan duwt ze oordoppen in haar oor en probeert een ontspannen slaaphouding te vinden.

DE VOLGENDE OCHTEND

Ze wordt gewekt door de zonnestralen die langs het losgeslagen luik naar binnen vallen. Het is onvoorstelbaar dat ze de hele nacht gewoon geslapen heeft. Ze springt uit bed, werpt een kushand naar een verbaasde Donna en roept: “Over een uurtje samen ontbijten?” Ze wacht het antwoord niet af, maar snelt over de smalle treden van de bochtige wegen naar de galerie.

Alles lijkt rustig. Geen drukte voor de ingang. Vannacht geen inbraak? Na alle voorbereidingen van de dag ervoor is dat bijna een teleurstelling. Dan ziet ze dat

de deur openstaat. Zodra ze de ruimte binnenstapt, schrikt ze van de vele agenten die tussen de schappen door lopen.

“Buongiorno”, zegt ze verbaasd, en kijkt rond. Geen puinhoop zoals de dag ervoor. Alles hangt nog keurig aan de wanden.

“U hebt geluk gehad”, zegt een jonge agent, die even tegen zijn pet tikt.

“Geluk?”

“Terwijl u elders uw schoonheidsslaapje deed, heeft iemand opnieuw de voordeur geforceerd. Goed dat u niet thuis sliep.”

Sylvia kijkt nu nauwkeuriger rond. “Weer diezelfde inbrekers?”

“Daar gaan we van uit. Kennelijk zijn ze gestoord, want voor zover we kunnen

beoordelen is er niets verdwenen.”

Ze loopt rond en bestudeert zorgvuldig alle schilderijen. Nergens liggen kunstwerken op de grond, het is alsof een tweede vernielronde haar bespaard is gebleven. Dan stopt ze abrupt. “Dat is vreselijk!”

De politieagent staat direct naast haar.

Ze wijst naar een plek aan de muur waar nu alleen een haakje te zien is. “Hier hing het schilderij dat ik van Giovanni heb gekregen. Ik had het expres om de hoek opgehangen, omdat het niet voor de verkoop was.”

De agent noteert alle details, terwijl ze moeite moet doen om haar tranen te onderdrukken. Dit was dus waar die smeerlappen op uit waren.

Even later doet Sylvia de agenten uitgeleide, waarbij ze belooft de rest van de collectie nog eens na te lopen. Wanneer ze haar adviseren om de komende dagen niet thuis te overnachten, knikt ze. “Op zich een goed idee, maar ik denk dat de inbrekers nu gevonden hebben wat ze zochten.”

ENKELE DAGEN LATER

Sylvia wordt gebeld door de politie: “We hebben de daders opgepakt.”

“Dat is mooi nieuws.” Ze zet haar telefoon op de luidspreker zodat Donna kan meeluisteren.

“Het was dankzij uw tip. Ze hebben inderdaad bij diverse partijen uw schilderij te koop aangeboden. Wist u dat u het beroemde zelfportret van Bellini in uw galerie had hangen?”

Sylvia werpt een steelse blik op Donna, die met open mond zit te luisteren. “Dat is het schilderij van Giovanni. Dat heeft hij me weleens verteld”, fluistert Donna.

“Wat fijn dat ze daardoor tegen de lamp zijn gelopen”, zegt Sylvia. “Zijn ze echt opgepakt?”

“U kunt gerust zijn. Die lui zitten nu veilig achter de tralies.”

Donna kijkt haar met zo’n brede glimlach aan dat de tranen in Sylvia’s ogen schieten. “Wat een geweldig nieuws.”

Aan de andere kant van de lijn klinkt zacht gekuch.

“Wilde u nog wat zeggen?”, vraagt Sylvia.

“Ja, er is nog iets. Weet u…” Weer het schrapen van een keel. “Het schilderij dat u in uw bezit had…”

“Ja?”, moedigt Sylvia hem aan.

“Het blijkt een reproductie te zijn. Wel een heel goede, zegt de expert die we hebben geraadpleegd, maar het is niet het oorspronkelijke werk van Bellini. Het is dus niet zo waardevol als u misschien had gedacht.”

Donna kijkt verbaasd. “Giovanni is een echte kunstkenner. Dus hoe is dat mogelijk?”, sist ze.

De agent vervolgt: “Het is een erg goede reproductie die nauwelijks van echt te onderscheiden is. De kopers hebben direct aangifte gedaan van vervalsing.”

Het ene stukje kaas na het andere verdwijnt in de mond van Donna, die sinds het telefoongesprek niets meer gezegd heeft.

“Nog een slokje wijn?”, vraagt Sylvia. Zonder op antwoord te wachten schenkt ze haar glas bij. Ze had de vrouw in haar appartement te eten uitgenodigd om haar te bedanken voor alle steun. Tegen haar verwachting in heeft Donna zelfs een tweede keer opgeschept. “Het lievelingskostje van Giovanni”, had ze gezegd.

“Het blijft een vreemd idee dat een kunstkenner als Giovanni vanwege een vervalsing om het leven is gebracht”, zegt Donna met een diepe zucht.

“Dat is een vreselijke gedachte”, beaamt Sylvia. “Vandaar dat ik iemand om hulp heb gevraagd.”

Het volgende blokje kaas blijft zweven voor Donna’s open mond.

“Mijn moeder heeft een vriendin die kunstkenner is. Henriette wordt vaak geraadpleegd als het gaat om het vaststellen van de echtheid van de grote meesters.” Sylvia staat op en pakt een schilderij dat tegen de muur staat. Ze draait het schilderij om. Een oudere man met een grote snor kijkt haar aan. Het zachte licht streelt de wangen vol rimpels. “Dit is het doek dat ik van Giovanni heb gekregen toen ik in zijn galerie kwam werken. Hij had het altijd in zijn eigen huis hangen, maar hij vond dat zo’n waardevol doek in de galerij thuishoorde. Een paar dagen voor zijn dood gaf hij het aan mij.” Ze weerstaat de neiging om met haar vinger de penseelstreken van de oude meester te volgen. “Ik wilde niet dat er iets mee zou gebeuren, dus hing ik het om de hoek. Toen Giovanni dood gevonden was, bedacht ik dat dit waardevolle schilderij weleens de reden kon zijn. Ze waren vast uit op het enorme bedrag dat het schilderij bij verkoop zou opbrengen.”

“En dit…?” Donna wijst naar het schilderij in Sylvia’s handen.

“Dit is het echte zelfportret. Na de inbraak heb ik de schilderijen omgewisseld en het waardevolle doek veilig boven neergezet. Daarna heb ik een kunstkenner ingeschakeld.” Met ogen vol tranen kijkt Donna haar aan. “Giovanni zou trots op je zijn geweest. Jij hebt ervoor gezorgd dat zijn… moordenaars opgepakt zijn.”

Sylvia zet het schilderij op de schoorsteenmantel. “Tijdens de schilderweek heb ik dit portret nageschilderd. Die reproductie hebben ze meegenomen.”

Donna knikt. “Dat bewijst dat Giovanni er oog voor had. Als er een kunstkenner voor nodig is om te zien dat jouw schilderij een vervalsing is, ben jij een groot kunstenares. Een waardige opvolger van Giovanni.”

Cin cin, Donna.” Ze proosten.

Vanuit haar ooghoek ziet Sylvia dat Donna een blik omhoog werpt in de richting van het portret en een kruis slaat.

Over Marelle:

Marelle Boersma weet uit ervaring hoe het is om elders een nieuw bestaan op te bouwen. In 2015 vertrok ze naar Portugal om daar te schrijven en schrijfvakanties te organiseren. In het najaar van 2019 verhuisde ze met haar man naar Zuid-Frankrijk. Marelle Boersma heeft inmiddels verschillende vertrekthrillers op haar naam staan, zoals Chateau de Provence, Ciao Sicilia en het net verschenen Terug naar Cornwall.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden