null Beeld

Exclusieve voorpublicatie: fotograaf Jeroen Swolfs over zijn avontuur in Somalië

Fotograaf Jeroen Swolfs reisde in zeven jaar tijd naar 195 landen om het leven in álle hoofdsteden ter wereld in beeld te brengen. In zijn boek 'Streets of the world - Verhalen' neemt hij je mee op avontuur. "In feite kan elk moment het schieten losbarsten." 

Online redactie Libelle

Noot van de redactie: in de rubriek 'Libelle Leest' in Libelle 3 is bij het boek van Jeroen Swolfs helaas de verkeerde prijs en uitgeverij vermeld. 'Streets of the world - Verhalen' kost €19,95 en is hier te bestellen.

Een van die verhalen, over zijn reis naar Mogadishu, is hier nu exclusief te lezen én je maakt kans om het boek te winnen.

Somalië, Mogadishu

In de rij op het vliegveld in Dubai zie ik de lange rij Somaliërs. Rijzige mannen met hoge jukbeenderen, lange, vaak vooruitstekende gelige tanden en kort kroeshaar. De vrouwen dragen kleurrijke gewaden. Veel van hen dragen een baby op de arm. Ze gaan naar huis. Het vliegtuig van Jet Airlines maakt een scherpe bocht en zet een heftige daling in. Er zijn al eerder raketten afgevuurd op landende of opstijgende vliegtuigen, zo getuigen de uitgebrande karkassen rond de landingsbaan. Mijn landing gaat goed. Uit het raampje zie ik de nieuwe aankomst- en vertrekhal. Eromheen staan kapotgeschoten en afgebrande gebouwen. Ik zie de eerste pantservoertuigen staan met in grote letters AU erop geschreven.

Het vliegveld is goed beschermd. Het is de levensader van wat het nieuwe Somalië moet worden. Als het goed is staat Jimmy me hier al op te wachten. Vanachter een hek zie ik een mollig, goed gekleed mannetje met een vriendelijk gezicht en een grote glimlach naar me zwaaien. Jimmy! Hij helpt me snel de douane door waarna we buiten naar een pick-up lopen. In de achterbak zitten vier met kalasjnikovs bewapende mannen met doorleefde gezichten. Eentje heeft zijn mitrailleur losjes op de laadklep liggen en de loop ligt me zwijgend aan te gluren. Over zijn schouders hangen lange banden met grote kogels. De pick-up voor ons hoort ook bij het transport. Dit zijn mijn bodyguards. Ik moet op de achterbank van de eerste pick-up met geblindeerde ramen. Jimmy zit voor me.

Hij begint uitbundig te vertellen over zijn stad en over wat we allemaal kunnen bekijken. Het ene na het andere pantservoertuig komt voorbij. Eerst gaan we naar mijn hotel. Op weg erheen stoppen we even om te kijken naar wat er over is van het hotel dat twee dagen geleden is opgeblazen en uitgemoord. ‘No, but this hotel has very bad security, you see? You can drive up to it straight from the road. This is no good. It makes it easy for Al-Shabaab. My hotel can’t be reached from the road and has many armed guards. I know these Al-Shabaab guys, they won’t ever attack my hotel. It’s all politics.’ ‘Really? All politics?’ ‘Yes, my friend, it’s political parties, families, who want the power. They hire Al-Shabaab to attack and make it look religious. But it’s all politics. In my hotel there are no political people. So you will be safe.’

Liido Beach

Het hotel ligt wel degelijk aan de weg maar alleen de achteringang wordt nog gebruikt en daarvoor moet je door betonnen wegversperringen slalommen. Bij de achteringang staan vier soldaten met kalasjnikovs. Daarna moet je door een corridor waar je wordt opgewacht door weer een soldaat met een mitrailleur in een schuttersputje van zandzakken. De muren zijn hoog. Er lopen overal mensen rond. Er is een binnenplaatsje waar wat plastic tafeltjes en stoeltjes met parasols staan in de verzengend hete zon. Buiten de muren klinkt de stad met getoeter en geschreeuw. Ik krijg een kamer op de tweede verdieping van het vijf verdiepingen tellende hotel. Ik had liever hoger gezeten want mochten we aangevallen worden dan duurt het langer voordat ze helemaal daar zijn. Maar wat weet ik er nou eigenlijk van?

Voor vertrek heb ik met Boris overlegd en online research gedaan. Ik wil mijn volledige tijd richten op het strandleven. Blijkbaar bestaat dat hier. Vooral het befaamde Liido Beach is een enorm populaire plek voor de inwoners van Mogadishu. Zeker op donderdag en vrijdag, wordt mij door Jimmy verzekerd. Het is nu woensdagmiddag. Ik leg mijn spullen in mijn kamer, neem snel een koude douche en pak mijn camera. Jimmy staat te wachten bij de poort. De mannen springen achterin. Een bewaker gaat op de rand van het dak zitten met zijn wapen in de aanslag en zo rijden we de poort uit Mogadishu in. Rond een uur of vier is het nog steeds 35 graden. Het is druk op straat. Rood en stoffig zoals Afrika altijd is, door het bloed dat er gevloeid heeft, zoals de Afrikanen zeggen.

De meeste voertuigen zijn van militaire aard of iets wat daarop lijkt. Mannen op ezeltjes met karretjes erachter slepen wat koopwaar rond. De felgekleurde kleding van gesluierde vrouwen wappert in de warme wind. Ik heb het kogelwerende vest aan dat ik voor vertrek gekocht heb. Het zit niet lekker en irriteert mijn bezwete huid. ‘That’s not going to help,’ zei Jimmy toen hij het zag. Maar het zou maar net wel helpen, Jimmy. Eerst rijden we naar de oude vuurtoren die naast een strandje staat waar vissersbootjes binnenkomen. De toren was ooit een schitterend en voor Mogadishu typerend bouwwerk maar is tijdens de burgeroorlog totaal kapotgeschoten. Zoals heel Mogadishu eigenlijk, zie ik als ik erdoorheen rijd. Hier en daar zie ik toch dat er gebouwd wordt. Sommige nieuwe gebouwen steken schril af bij hun gedecimeerde buren.

Op een kruispunt staat een witte AU-tank de wacht te houden. Om de zoveel tijd komen we langs een checkpoint. Jimmy schijnt iedereen te kennen. Hij maakt wat grappen door het open raam voordat we worden doorgewuifd. Ik kom langzaam bij van de eerste schrik. Dit doet me denken aan Afghanistan en de C.A.R. Door Jimmy’s gebabbel lijkt het allemaal wat minder bedreigend en ik ontspan. We komen aan bij de Lighthouse. Deze toren heb ik op veel foto’s gezien en ik heb me afgevraagd hoe het zou zijn om er zelf onder te staan. Het was ooit een mooi bouwwerk. In de tijd dat Mogadishu nog ‘The white pearl of the Indian Ocean’ werd genoemd. Nu is het een bewijsstuk van vernietiging en van haat. Op het strandje ernaast, aan de kleine baai, liggen wat vissersbootjes te deinen in de branding. Er wordt wat vis uitgeladen maar veel is het niet. Een sterke Somaliër komt met een gigantische zwaardvis op zijn nek voorbij. We maken een praatje hier en daar. Morgenochtend weer vis. We rijden door naar Liido Beach.

Voetballende jongeren

Liido Beach is eigenlijk de enige plek in Mogadishu waar even lekker gechild kan worden en dat gebeurt dan ook. Het strand is wit, de zee mooi blauw en er zijn zowaar een paar strandtentjes. Twee daarvan zijn recent aangevallen door Al-Shabaab. Ook hier wemelt het van de soldaten met AK’s. Maar de lokale jeugd ziet dat niet eens meer. Jonge vrouwen waden in weelderig gekleurde kleding door de branding, hoge gilletjes slakend bij elke golf. Tot zover het oog reikt voetballende jongens op het strand, gekleed in een ware regenboog aan voetbalshirtjes van helden van over de hele wereld. Ze zijn nog goed ook. Met hun gezichten onder de zeezandspetters gaan ze zo op in hun spel onder de langzaam ondergaande zon dat ze door hun bezwete wenkbrauwen heen de blanke met de camera niet eens zien. Ze joelen en rennen door elkaar heen, veld na veld.

null Beeld

Beeld: Jeroen Swolfs.

We struinen het strand af. Voor mij twee soldaten en achter mij ook. Boven aan het strand loopt er ook nog eentje mee. Hier en daar stop ik om te kijken, een praatje te maken en soms maak ik een teamfoto. Aan het einde van het strand staat een lange rij kapotgeschoten gebouwen. Ook daar wordt een serieuze pot voetbal gespeeld met veel verschillende shirtjes van de grote clubs. Wie nou precies met wie en tegen wie speelt, is mij geheel onduidelijk maar zij schijnen het te weten. Er blijkt een neefje van Jimmy mee te spelen. Ik ben van harte welkom om foto’s te maken van hun spel. Tegen de achtergrond van de oorlog spelen deze jongens een nieuwe toekomst tegemoet. Ik vind het een treffend beeld. Het licht is perfect, de compositie ook. Hun gekleurde shirts doen het prachtig in de ondergaande zon. Ik sta tot mijn knieën in de aanspoelende golven van de warme Indische Oceaan en schiet naar hartenlust.

Als de zon ondergaat, is het tevens direct curfew dus we moeten snel terug naar het hotel. Na curfew word je door elke patrouille aangehouden. Met de laatste zonnestralen mee rijden we de stad weer in. Ik ben tevreden. Al echt een heel eind gekomen op dag één. Ik neem afscheid van Jimmy voor vandaag. Morgen hebben we om negen uur afgesproken. Voor tien uur gebeurt er niks op het vissersstrandje bij de Lighthouse en voor elven niet op Liido Beach. Op mijn kamer bekijk ik wat ik heb. Er zit al heel veel moois bij. Beneden in het restaurant eet ik rijst met tomatensaus en vis.

Ontsnappingsplan

Na het eten doe ik een verkenningsronde door het hotel. Het is nog steeds wel Somalië. In feite kan elk moment het schieten losbarsten. Ik vind alle uitgangen, bekijk wat de snelste route is vanaf mijn kamer naar die verschillende uitgangen en loop de trappen op naar het dak. Dat lijkt me de beste optie als ik op mijn kamer zit en het knallen begint. Voordat ze bij de receptie zijn zou ik genoeg tijd moeten hebben om mijn vest aan te trekken en de trappen op te snellen. Er is een deur naar het dak die open is. Het is veel te hoog om daarvandaan omlaag te springen. Vanaf de hoeken lopen elektriciteitskabels van het dak omlaag naar lagere daken maar ik betwijfel of die het houden als ik eraan ga hangen. Er is ook nog een hoger dakje waar binnen geen trap naartoe is. Maar buiten staat er wel een houten trap tegenaan. Dat wordt mijn ontsnapping. Dan klim ik die trap op naar het hoogste dak, trek de trap omhoog, verstop me en houd me gedeisd tot de strijd gestreden is. Dat is mijn plan, mijn belachelijke plan voor als het schieten losbarst. Ik time de hele route van het bed op mijn kamer tot met mijn vest aan op het dakje klimmen en de trap omhooghalen. Het duurt twee minuten.

Vreemd hoe je probeert de illusie van controle te creëren op zo’n plek. Zou het echt werken? Maakt het wat uit om een vest en een ontsnappingsroute te hebben? Who knows. Het voelt in ieder geval een klein beetje beter als ik in bed ga liggen en het licht uitknip. Ruim op tijd schrik ik wakker. Waar ben ik? Kut, in Somalië. Maar wacht, ik heb al wel een goede foto. Vandaag zonder incident doorkomen. Nog een nacht hier en dan exit. Dat zou toch te doen moeten zijn? Jimmy wacht mij op in het restaurant. Een kerel loopt binnen en schudt hem de hand. ‘That’s the director of the Secret Police,’ fluistert hij me toe. ‘He lives in this hotel.’ ‘He lives... What? I thought you said this place was not political. No one important here. He would be like the biggest target of Al-Shabaab ever, man! And he has breakfast here every morning!’ sis ik Jimmy toe. ‘Yes, but if something was happening he would know about it right?’ grapt Jimmy terwijl ik een laatste hapje ei door mijn keel probeer te persen.


We zijn onderweg naar de Lighthouse. Omdat ik al een goede foto heb, heb ik besloten om vandaag zo veel mogelijk te filmen. Ik vraag Jimmy om te stoppen op een paar plekken met een hoop oorlogsschade zodat ik wat stills kan maken. Ook bij de Lighthouse film ik zowel buiten als binnen in het krakkemikkige karkas. We kunnen wegens het instortingsgevaar niet meer naar boven over de kapotgeschoten trap. Buiten op het strandje is het weer rustig. Geen vis. Wel mooie filmshots. Op doorreis naar Liido Beach klim ik achterin bij mijn bodyguards in de laadbak. Rijdend door Mogadishu film ik de gebroken stad en mijn zwaarbewapende vrienden in de achterbak van de pick-up. Camera wel snel uit het zicht bij de checkpoints. Ze kijken er raar van op, zo’n pick-up met een blanke in de bak.

Geweld

Bij Liido Beach is het onverwacht veel rustiger dan gister. Het is kennelijk vloed want er is vrijwel geen strand meer over voor voetbal. We besluiten om een tijdje te wachten en te lunchen in een van de tentjes. Ik tref een tafel met Somaliërs uit Toronto die speciaal naar Mogadishu zijn gekomen om hier te trouwen. Ik had ze al zien staan in de rij op het vliegveld. Ook hun ouders zijn toen ze nog kinderen waren gevlucht voor het geweld. Maar nu durfden ze het aan om hierheen te komen voor een Somalisch huwelijk op Somalische bodem. Zo ver gaat de liefde van deze mensen voor hun geboorteland.

Jimmy heeft meer verhalen. Veel Somaliërs uit het buitenland keren terug. Vaak zijn zij goed opgeleid en hebben een duidelijke visie voor hun land. Ze zijn modern (ook de vrouwen) en hebben vaak ook nog eens geld. Dit is precies de allergrootste nachtmerrie van Al-Shabaab en een van de redenen waarom ze zoveel aanslagen plegen. Door op die manier terreur te blijven zaaien, hopen ze mensen af te schrikken zodat ze niet terug durven komen. Dat vergroot hun kansen op de macht in Somalië. Onlangs verkondigde Al-Shabaab dat ze vanaf nu terugkerende Somaliërs gaan targetten, legt Jimmy uit. Maar deze ‘newlyweds’ laten zich er niet door afschrikken en vieren vanavond hun feest. Ik word ervoor uitgenodigd maar het is na de curfew.

De zee trekt zich niet merkbaar terug en het wordt niet echt drukker. Het is alweer middag. Ik zit met een paar vrienden van Jimmy achter een kapotgeschoten raam in wat ooit een restaurantje was. Ze hebben het zich toegeëigend voor vandaag. Er zitten twee Somaliërs die een tijd in Rotterdam hebben gewoond en een goed woordje Nederlands spreken. We praten over hun land, hun hoop en hun verwachtingen hier. Als ik zeg dat dit strand wel een goed voorbeeld is van hoe relaxed het zou kunnen zijn, wordt me haarfijn uitgelegd dat ook hier Al Shabaab-aanhangers rondlopen met pistolen die, als ze de kans krijgen, mij dwars door mijn hoofd schieten. Gelukkig zitten er ook minstens dertig veiligheidsagenten gewapend en wel op het strand een oogje in het zeil te houden, verzekeren ze me lachend als ze mijn gezicht zien. ‘Don’t worry! Jimmy will take care of you!’

Al-Shabaab

De zon gaat onder maar dit keer zonder voetballende jeugd. Ik heb geen foto kunnen maken vandaag, maar wel veel gefilmd en dat is ook mooi materiaal. De curfew komt er alweer aan. Ik spring in de achterbak en film de terugweg door deze verwoeste maar toch ook verwelkomende stad. Of liever gezegd, het zijn haar inwoners die verwelkomend zijn, althans mensen als Jimmy, zijn vrienden, de voetballende jeugd, de newlyweds. In het hotel zie ik op het nieuws dat Al-Shabaab de Garissa University in Kenia heeft aangevallen. Er wordt gesproken over 147 dode studenten. Jimmy kijkt mee.

‘Bloody bastards, they are ruining this beautiful place, my brother.’ De volgende ochtend loodst hij me door de volstrekt dichtgetimmerde beveiliging van het vliegveld heen. We nemen afscheid. Jimmy heeft het ook wel mooi gehad. ‘Two days on the beach! You were a good customer, Jerry!’ Hij zegt me stralend vaarwel. ‘Good luck in your new Somalia, Jimmy! I’ll tell everybody about you. Keep up the good work. And thanks!’

Na uren vertraging stijgt de kist op van Mogadishu Airport. Hij draait direct weg de zee op, weg van dit vervloekte land. Vijf maanden later wordt de poort van Hotel Sahafi geramd door een pick-up vol explosieven. Het hotel wordt bestormd door Al-Shabaab en de manager krijgt een kogel door zijn hoofd. Twee van mijn bewakers komen om in het vuurgevecht en nog eens twaalf hotelgasten worden geëxecuteerd. Jimmy was er ook. Hij wordt met een AK in zijn been geschoten maar overleeft het. In januari 2016 wordt ook Liido Beach aangevallen. De plek die voor mij het goede verhaal van Somalië vertelde.

Er komen 25 mensen om het leven in het bloedbad, allen bezoekers van afstudeerfeestjes en huwelijken. Toch ben ik ervan overtuigd dat de Somaliërs terugveren en hun strand weer zullen terugwinnen. Temeer omdat er via een Twitteractie wordt opgeroepen om de dag na de aanslag massaal naar het strand te komen om een dikke vinger aan Al- Shabaab te geven. Het bloed is nog niet weggespoeld maar het is de volgende dag drukker dan ooit op het strand.

WINNEN

Kans maken op een van de 10 exemplaren van Streets of the world - verhalen? Vul dan onderstaand formulier in voor 21 januari om 9.00 uur in.

MEER STREETS

Niet gewonnen of wil je niet wachten tot het boek in januari in de winkel ligt? Hij is hier al exclusief online te bestellen. Klik hier voor meer informatie over Streets of the world.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Beeld: Pepijn Vanthoor (portret), Jeroen Swolfs

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden