null Beeld

PREMIUM

Francine vond een middel tegen snurken: “Dit was geen licht geluidje maar een diep ronkend en schurend geknor”

Als blijkt dat journaliste Francine Postma haar geliefde bijna elke nacht wakker houdt met haar gesnurk, gaat ze op zoek naar een oplossing. Ze vindt een onverwachte remedie.

“Je snurkt”, zei mijn man op een ochtend bij het ontbijt. “Túúrlijk”, reageerde ik lacherig. Maar hij keek bloedserieus. “Echt waar”, zei hij. “Ik word er wakker van.” “Wat doe jij dan?”, vroeg ik. “Ik geef je een por en dan stopt het… even.” “Hoe vaak gebeurt dat?”, vroeg ik, in de hoop dat het om een uitzondering ging. “Elke nacht…”

Omdat ik het niet kon geloven, vroeg ik mijn man mijn gesnurk op te nemen. De volgende ochtend pakte hij triomfantelijk zijn telefoon: “Luister en huiver.” Wat ik hoorde was geen licht zagend geluidje dat voor schattig kon doorgaan, maar een diep ronkend en schurend geknor. Dat dat weerzinwekkende geluid maakte ík. Volgens mijn man was het al een paar jaar aan de gang. Koortsachtig probeerde ik te bedenken waaraan het kon liggen. Ik heb een lichte vorm van astma en flinke hooikoorts, kwam het daardoor? Sinds een paar jaar slik ik antidepressiva, onder andere om beter te kunnen slapen. En dat werkte. Maar ja, nu dít weer. “Waarom heb je er niet eerder wat van gezegd?”, vroeg ik verwijtend. “Omdat ik er niet echt last van heb”, zei mijn man.

Droge mond

Zelf had ik er vanaf dat moment wél last van. Ik wil niet iemand zijn die snurkt. Ik vind het onvrouwelijk, afstotelijk. Dus maakte ik nog dezelfde dag een afspraak met de huisarts. Toen ik de assistente vertelde waarover het ging, moest ze hartelijk lachen. Sportief lachte ik mee, maar eigenlijk vond ik het vervelend. Het was niet om te lachen. Ook de huisarts glimlachte toen ik mijn verhaal vertelde. “Wat verwacht je nu van mij?”, vroeg ze. Ik vertelde dat ik er vanaf wilde omdat ik me ervoor schaam en het gênant vind. Toen ze informeerde of ik er verder geen last van had, realiseerde ik me dat ik vaak met een kurkdroge mond en een geïrriteerde keel wakker werd en me ’s morgens zelden uitgerust voelde. Dat waren klachten waar mijn huisarts iets mee kon. Ik werd doorverwezen naar een KNO-arts.

2 weken later zat ik tegenover de piepjonge coassistent van de KNO-arts. Nadat ik mijn verhaal had gedaan, vroeg ze of rookte en dronk. Nee. Of ik medicijnen gebruikte. Ja, anti-depressiva en een middel tegen een traag werkende schildklier. Ook vroeg ze of ik weleens stopte met ademen tijdens mijn slaap. “Geen idee”, zei ik. Met een lampje keek ze in mijn neus en keel. Ik moest ‘aaa’ zeggen. “Klopt het dat je keelamandelen zijn verwijderd?”, vroeg de coassistent. “Dan kan het daar niet aan liggen.” Ze overlegde met de KNO-arts. Resultaat: er zou een slaapregistratie worden uitgevoerd om te kijken of ik slaapapneu had. Daarna zouden we verder praten.

Vrouwen vs mannen

Snurken komt minder vaak voor bij vrouwen dan bij mannen, zegt KNO-arts Liane Tan. “Naar schatting 25% van de vrouwen snurkt, terwijl dat bij de mannen tussen de 25 en 50% ligt. Harde cijfers ontbreken, want niet iedereen die snurkt gaat naar de huisarts. Dat hangt ervan af of de omgeving er last van heeft. Een minderheid van de mannen en vrouwen die snurken heeft er zelf last van.”

De meest voorkomende oorzaak van snurken is volgens Tan overgewicht. “Maar het kan ook komen door anatomische afwijkingen in de neus en keelholte. Bij vrouwen kunnen de klachten verergeren tijdens zwangerschap, als er sprake is van een forse toename in gewicht, bloedvolume en vaak ook slijmvlieszwellingen in neus, mond of keel. Ook andere oorzaken zoals alcoholgebruik, een traag werkende schildklier of gebruik van antidepressiva kunnen voor gewichtstoename zorgen, waardoor het snurken verergert. Als je op je rug slaapt, kan de achterkant van de tong in de keel zakken waardoor het snurken erger kan zijn dan in zij- of buikligging.”

Toeters en bellen

Een paar weken later meldde ik me eind van de middag bij de longpoli, waar ik een kastje ter grootte van een flinke mobiele telefoon om kreeg. Met twee elastieken werd het op z’n plaats gehouden ter hoogte van mijn hart. Uit het kastje kwamen een slangetje dat naar mijn neus liep – ik kreeg een ‘snorretje’ waarmee ik het in mijn neus kon vastzetten – en een snoertje naar een sensor aan mijn been. Zo kon worden gemeten of ik in mijn slaap stopte met ademen en rare bewegingen maakte. De eerste uitdaging was: in slaap komen met al die toeters en bellen aan mijn lijf. Maar dat viel mee.

Een week later besprak ik de uitslag van de slaapregistratie met longarts Peter van Tilburg. “Dat je snurkt zagen we duidelijk in de registratie. Je snurkt de hele nacht. Maar je hebt ook obstructies, oftewel ademstops, soms van wel 51 seconden.” Terwijl hij me de grafiek van de registratie liet zien, legde hij uit: “Tijdens zo’n obstructie krijgt je lichaam tijdelijk geen zuurstof. Je hart reageert erop door harder te gaan pompen, zodat je lichaam in beweging komt. Dat maakt dat we draaien in onze slaap. Als je veel van die ademstops hebt, spreken we van slaapapneu. Jij hebt er gemiddeld 2,6 per uur en daarmee val je binnen de marge van wat normaal is.”

Wat te doen? Niets. Op de grafiek is te zien dat ik in zowel rugligging als op mijn zij snurk. Het heeft dus geen zin om iets aan mijn slaaphouding te veranderen. Van Tilburg vertelt dat als ik naast het snurken veel last zou hebben van vermoeidheid, ik een slaaponderzoek in het ziekenhuis zou kunnen laten doen. Bij zo’n slaap-EEG kijkt een neuroloog naar de hersenactiviteit tijdens het slapen. In een slaapmasker of snurkbitje heeft de longarts weinig vertrou-wen. Volgens hem is niets daarvan bewezen effectief.

Mysterieuze klanken

Geen slaapapneu, dus geen reden voor nader onderzoek. Maar ook geen oplossing voor mijn gesnurk. Mijn man houdt vol dat hij er niet echt last van heeft, maar zelf zou ik ook niet elke nacht naast snurker willen liggen. Als ik op Google op zoek ga naar een oplossing, vind ik iets grappigs: het bespelen van de didgeridoo zou helpen tegen snurken. Ik lees: ‘Door de ademtechniek die nodig is voor het bespelen van het Australische blaasinstrument train je je keelspieren, wat maakt dat snurken vermindert of zelfs overgaat.’ Enthousiast maak ik een afspraak voor een privéles met Niels de Lang van DidgeridooCentrum in Hoorn.

Een week later zit ik in de woonkamer bij een sympathieke vijftiger met een passie voor Australië en voor de didgeridoo in het bijzonder. Op tafel liggen diverse didgeridoos: lange houten pijpen, versierd met houtsnijwerk of beschilderd met kleurige figuren. Na een kop thee gaan we aan de slag. Om te beginnen moet ik door mijn mond uitademen met m’n lippen losjes op elkaar. “Brrrrrrrrr”, blaas ik. “Doe het nu eens door de didgeridoo.” Ik zet een van de pijpen aan mijn mond en na even oefenen stijgt er een diepe, brommende toon uit op. “Yes, daar komt-ie!”, roept mijn leraar. Hij doet voor wat er allemaal mogelijk is op het instrument. Minutenlang blaast hij mysterieuze, ritmische klanken. Moet hij tussendoor niet ademen? “Nee, ik gebruik de circulaire ademhaling. Die ga ik jou nu ook leren.” Ik moet m’n wangen bol blazen en dan een denkbeeldig straaltje water uitspugen. De wangpers, zo heet deze oefening. Het maakt een gênant geluid, maar ik zet mijn schroom opzij. Enthousiast zitten we tegenover elkaar vieze geluiden te maken. Ik krijg er zowaar plezier in. “Nu ga je, terwijl je de wangpers doet, door je neus inademen.”

Uitademen en inademen tegelijk? Kan dat? Hij doet het voor en ik hoor en zie dat hij door zijn neus inademt terwijl hij ook lucht uit z’n mond perst. “Nu jij.” Ik weet niet hóe ik het precies doe, maar het lukt in één keer. Tot slot moet ik deze oefening, circulaire ademhaling, door de didgeridoo doen mét een ononderbroken klank. Dat lukt niet. “Het was ook wel heel bijzonder geweest als je dat meteen had gekund”, word ik troostend toegesproken. Vanaf nu moet ik deze oefening elke dag 10 minuten doen, liefst door de didgeridoo die ik heb meegekregen, maar het kan ook zonder. Alleen al door de wangpers dagelijks te oefenen train schijn je de keelspieren te trai-nen, waardoor het snurken vermindert, volgens De Lang.

Hoe het nu gaat? Mijn man heeft tot dusver geen groot verschil gemeld, maar hopelijk komt dat nog als ik blijf oefenen.

Tegen snurken

  • Zorg voor een gezond gewicht, overgewicht verergert snurken.
  • Eet gezond en neem voldoende beweging.
  • Wees matig met alcohol en stop met roken.
  • Didgeridoo-les vermindert snurken of zorgt er zelfs voor dat het stopt.
  • Ga naar dokter bij ernstige vermoeidheid en concentratieproblemen door snurken.

Tekst: Francine Postma Beeld: Istock

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden