null Beeld

Guido Weijers: “Het leven is een kwestie van: betreden op eigen risico”

In zijn oudejaarsconference van 2020 zal Guido Weijers (43) het woord ‘corona’ niet noemen. Er blijft genoeg over om het wél over te hebben. “Mensen laten lachen vind ik nuttig. Als ik ze dan ook nog kan laten nadenken over het leven, word ik ook nog eens gelukkig.”

Buiten het podium is Guido Weijers veel rustiger dan in zijn shows. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, neemt de tijd om over een antwoord na te denken en lacht vrijwel niet tijdens dit gesprek. Niet omdat hij het niet leuk vindt, juist niet, praten met mensen vindt hij het leukste wat er is. Bang om verkeerd begrepen te worden is hij ook niet. “Vanochtend vroeg iemand me: ‘Ben je kwaad, of gefrustreerd over iets?’ Dat ben ik helemaal niet, ik kan gewoon niet goed stilzitten. Toen ik de afgelopen maanden vanwege corona mijn creativiteit niet op het podium kwijt kon, moest ik andere manieren zoeken om van waarde te zijn. Dus dacht ik: ik ga theaters helpen, of mensen. Alles beter dan stilstand. Misschien was dat ook wel ongeduld, ik weet het niet.”

Je haalde het nieuws, je had het zelfs over optreden in vliegtuigen.

“Dat was allemaal bedoeld om de creatieve sector van ideeën of oplossingen te voorzien. Iedereen ging dicht. Nog steeds wachten de meeste theaters af, ze doen al een halfjaar niets. Ik vond het een totale openbaring hoe niet-creatief er op de situatie werd gereageerd door mijn eigen sector. Dat was bij de kappers, horeca en sportscholen wel anders.”

Maakte jij je geen zorgen over je toekomst?

“Dat niet, maar die anderhalve meter is voor ons wel een doodvonnis. Theater heeft twee dingen nodig: sfeer en omzet. Die sfeer ram je er op deze manier uit en die omzet haal je ook niet. Ik denk dat door die ene anderhalvemeterregel in te wisselen voor vijf andere regels, er meer mogelijk is. Mondkapjes, schermen, een ballonpak voor mijn part, zodat we bij elkaar kunnen zitten. Want met humor en publiek is het net als met dominosteentjes: als je die te ver uit elkaar zet, werkt het niet meer.”

Je gaat straks weer een oudejaarsconference geven. Wat wordt daar leidend in?

“Van tevoren leek het me hartstikke leuk, want er ging veel gebeuren: het EK voetbal, het Songfestival. Dat ging allemaal niet door, dus zijn we ons druk gaan maken om dingen die er niet toe doen. Waar Johan Derksen normaal gesproken zijn mening over de Olympische Spelen had gegeven, vond hij nu iets van iemand die ook ergens iets van vond. Het gaat heel erg over iets mogen vinden, een mening hebben, maar dat komt ook doordat er zo weinig nieuws is. En we hebben nog steeds behoefte aan nieuws, want alle kranten en journaals moeten gevuld worden.”

Maar er gebeurde intussen toch nog steeds heel veel?

“Ja, maar ik heb me voorgenomen om corona dat hele anderhalf uur niet te noemen.”

Waarom?

“Ik maak er misschien geen vrienden mee, maar ik vind dat we ons door angst in de val hebben laten lokken en het land op slot hebben gegooid voor iets wat voor een relatief kleine groep gevaarlijk blijkt. Daarmee wil ik niets afdoen aan hoe erg dat voor de getroffenen is, maar consequent is het niet. We geven ook geen negentig miljard overheidssteun uit om longkanker tegen te gaan. Per jaar sterven er op deze wereld vijfenhalf miljoen kinderen van onder de vijf aan ondervoeding, waarvoor we ook geen economie platleggen. De overheid zou eens opnieuw moeten kijken naar wat echt belangrijk is en de zorg meer prioriteit mogen geven. Die staat altijd paraat als wij ze nodig hebben. Daarvoor ben ik alle medewerkers in de zorg extreem dankbaar. Nu wordt het tijd dat de overheid wat structureels terugdoet voor hen.”

Hoe het ook zij: ook Guido’s werk lag de afgelopen maanden stil. Samen met zijn vriendin Regina verbouwde hij een huis in Limburg, hun derde plek naast hun woonplaatsen Breda en Amsterdam. “Daar lopen hazen en herten. Ik had behoefte aan zo’n plek, want ik ben altijd aan het spelen als andere mensen vrij zijn. Ik hoop dat onze vrienden daar straks naartoe komen en meteen een weekendje blijven, zodat we wat meer tijd met elkaar kunnen doorbrengen en kunnen praten, nieuwe herinneringen kunnen maken.”

Dat rondreizen van huis naar huis klinkt als een vrij leven, klopt dat?

“Ja, al is het soms iets te veel leven uit de kofferbak. Wat dat betreft waren de afgelopen maanden ook wel even goed voor ons, omdat we veel op één plek samen waren.”

Je noemde Regina eerder je grote liefde. Hoe ziet jullie relatie eruit?

“Dat klussen was een relatietest, maar dat ging hartstikke goed. En al reizen we tussen verschillende plekken: mijn thuis is waar Regina is. Als ik met haar ben, is het goed. In de vijftien jaar voor ik haar kende was dat anders. Ik zal niet zeggen dat ik in elk stadje een schatje had, maar het was een los leven en ik heb alles gedaan wat God verboden heeft. Ik denk dat het goed was dat ik dat deed, want ik heb nu niet het gevoel dat ik iets mis. Het klinkt arrogant, maar voordat ik Regina leerde kennen had ik alles al. Een huis, een auto. Het enige wat ontbrak was een vrouw. En kinderen, maar die hoeven niet zo voor mij. Voor Regina ook niet.”

Mag ik vragen waarom niet?

“Ons leven is nu zo leuk, we hebben vrijheid en kunnen reizen, dat vinden we fijn. Kinderen zijn toch een soort zelfverkozen gedoe. Op de langere termijn kunnen ze een leven zinvol maken, of het gevoel geven dat je iets hebt bijgedragen aan de wereld, maar die behoefte heb ik niet. Tenminste, niet wat kinderen betreft.”

Op welke manier geef jij vorm aan die zingeving?

“Ik laat mensen lachen, dat vind ik nuttig. Als ik ze dan ook nog een beetje kan laten nadenken over het leven, word ik ook nog eens gelukkig. Ik geef mijn leven al jaren een negen plus. Ik heb zo veel korte en lange momenten van geluk en ik vind het zinvol wat ik doe. Als je dat kunt zeggen, ben je een heel eind.”

Volgend jaar zit je twintig jaar in het vak. Waarom koos je er ooit voor?

“Ik weet niet waarom ik op een podium ben gaan staan. Ik vermoed dat ik een drang had naar aandacht en bevestiging, zoals iedereen in de puberteit. Terwijl ik een heel rustig kind was – en nog steeds ben ik helemaal niet druk. Maar als ik voor een groep stond, kreeg ik vleugels, wilde ik zo veel mogelijk energie die zaal in flikkeren. Toen ik eenmaal aan het cabaretfestival Cameretten meedeed, had ik honger naar applaus, wilde ik winnen. Mijn drijfveer was toen groei, en succes. Maar als je me nu vraagt waarom ik het doe, is het omdat ik mensen gewoon een leuke avond wil bezorgen en van waarde wil zijn.”

Heb je er veel voor moeten laten om op het punt te komen waar je nu staat?

“Rond mijn twintigste was ik extreem rechtlijnig. Ik werd bij drie toneelscholen afgewezen, dus deed ik een opleiding voor toerisme – maar ik verloor mijn doel nooit uit het oog. Mijn stage liep ik bij een sprekers- en trainingsbedrijf; zo kon ik afkijken hoe andere mensen het deden. Ik werkte ook in een animatieteam van een hotel in Mallorca. Tussendoor ging ik dan zelf het podium op met sketches, daar heb ik veel van geleerd.”

Je eerste shows en conferences draaiden om spektakel en technische effecten. Hoe kijk je daarop terug?

“Die effecten zijn veel minder geworden, maar toen wilde ik dat zo en er was niemand die zei dat dat niet mocht. Ik dacht: misschien is het handig dat als je het over Obama hebt, er een plaatje van hem op de achtergrond verschijnt. Dat was destijds een nieuwe vorm, maar ik kon dan ook niet zingen of een instrument bespelen. Met een glas water achter de piano zitten zat er niet in, dus ik dacht: ik geef de mensen waar voor hun geld met een mooi decor, de rest praat ik wel aan elkaar. Ik was een jonge hond, ik deed van alles zonder me af te vragen of het zou lukken.”

Inmiddels ben je ook een ‘inspirational speaker’ geworden, mag ik dat zo noemen?

“Ja, ik geef ook theatercolleges. Daarin geef ik inhoud met een beetje humor. In mijn shows is dat andersom.”

Je spreekt dan over geluk. Hoe kwam je daarbij?

“Als je me vraagt wat het allerbelangrijkste is in mijn leven, is dat mensen aan het lachen maken en eindeloos met vrienden aan tafel zitten. Je maakt mij niet gelukkiger dan met goede gesprekken, over het leven of over waar iemand blij van wordt. Dus bedacht ik een soort filosofisch café, waarin we dan met een mannetje of veertig in een klein theater over dat soort dingen zouden praten. Toen ik dat ging opzetten, kwam ik er alleen achter dat ik een bepaald imago heb.”

En dat is?

“Commercieel. Een partij als GroenLinks kan de Melkweg in Amsterdam wel afhuren, maar de Melkweg vindt mij waarschijnlijk te mainstream. Terwijl mensen die mij kennen, weten dat ik vegetariër ben en een auto met een stekker heb. Ik heb nooit hoeven adverteren en ook nooit concessies gedaan in mijn shows om meer mensen te bereiken. Ik maakte wat ik wilde maken. Tegelijk wil ik mezelf nu ook niet als gutmensch neerzetten. Ik heb mijn tekortkomingen. Al zou ik wel wat meer rafelrandjes willen hebben. Ik heb niet eens een drankverslaving.”

Vind je jezelf saai?

“Je wilt altijd zijn wat je niet bent. Ik ben stabiel en laat me niet snel van de wijs brengen, dan is een groots en meeslepend leven waarin mensen zich totaal verliezen natuurlijk ontzettend interessant. Herman Brood was mijn tegenpool, maar schreef wel briljante nummers. Van de tweeduizend voorstellingen die ik ooit speelde, heb ik er één afgezegd omdat ik ziek was, verder was ik overal netjes op tijd. Ik zou af en toe wel wat meer willen loslaten, minder controle hebben. Daarom ga ik soms ook met een rugzak op reis. Om te merken wie ik ben zonder status of geld, en om te kijken of mensen mij ook een aardige gast vinden zonder dat ze me kennen van tv. Want dat is de essentie van het leven, volgens mij.”

Is dat de enige essentie voor jou?

“Ik kom er steeds meer achter dat ik niet perfect ben, en dat vind ik prima. Als je niet perfect bent, kun je jezelf in allerlei bochten wringen om het wel te worden, of je legt je erbij neer dat je het niet bent. Dat laatste doe ik wel pas sinds een paar jaar. Ik ben heel iemand anders dan tien jaar geleden.”

En wie ben je nu?

“Ik ben drieënveertig geworden, de laatste jaren heb ik afscheid moeten nemen van mensen die jonger waren dan ik. Het leven is een kwestie van: betreden op eigen risico. Ik heb daarin steeds minder te verkopen of te pitchen. Ik heb oprecht het idee dat ik meer diepgang heb gevonden, in mijn werk en privé. Maar als je mij van vroeger kent en daar bepaalde ideeën over hebt, kan ik die niet veranderen. En dat wil ik ook helemaal niet, het leven is veel te kort om je zorgen te maken over andermans mening.”

Interview: Liesbeth Smit. Fotografie: Petronellanitta

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden