null Beeld

Hanneke: “Nu moest ik dus wel iets zeggen, en wilde ik dat ook”

Hanneke Mijnster (aanstormend 40’er) leest, praat en schrijft het liefst over liefde. Co-oudert vol overtuiging en vindt cola bij de lunch helemaal niet gek. Ze woont vlak bij de kust en zoekt al jaren een hobby. 

Feestdagen vieren we samen. De kinderen, de ex en ik (we tellen onszelf nog steeds al huishouden, maar dan met twee huizen). En opa en oma, deze kerst. Cadeautjes vlogen, tranen vielen, er was de hangop van zijn oma. Maar vooral: de harde kern was compleet. Gelukkig.

Toen we vijf jaar geleden uit elkaar gingen, was dat pijnlijk, maar niet lelijk. We riepen prematuur wat regels over toekomstige partners en daarna hadden we het nooit meer over de liefde na onze liefde. Tot deze zomer, toen ik meteen na de eerste ontmoeting met mijn dame-du-date aanvoelde dat het wel eens verkering zou kunnen worden.

Over eerdere rakkers heb ik nooit met een woord gerept, laat staan over die lesbische lente. Het was een gebied dat we allebei angstvallig vermeden, ook al bespraken we verder bijna alles. Al sinds de eerste week uit huis, drinken we elke week wel een kop koffie samen en ook voor het delen van feest en leed weten we elkaar nog steeds te vinden. Maar nu moest ik dus wel iets zeggen, en wilde ik dat ook. De deal was ooit dat we eerst elkaar op de hoogte zouden brengen, onze nieuwe partner aan elkaar zouden voorstellen en dan pas aan de kinderen. Inmiddels is die middelste schakel er wel tussenuit gehaald, want dat voelt nu toch wel gek. Hij stelde hier en daar een vraag en ik merkte hoe het fijne daarvan de ongemakkelijkheid overheerste. Uiteindelijk zei hij: ‘Ik vind het geloof ik wel fijn dat het een vrouw is. Dan heb ik je in ieder geval niet aan een stoere man verloren.’

In het begin hoopte ik altijd dat hij als eerste een nieuwe liefde bij onze moderne familie zou aanhaken. Ik riep om het hardst dat ik hem dat zo gunde, terwijl ik nu weet dat het ook - of misschien zelfs vooral - te maken had met het dempen van het eeuwig terugkerende schuldgevoel. Bijna alle gescheiden vrouwen hebben er last van ontdekte ik later. Nu was ik dan toch de eerste, en blij toe met de milde ontvangst.

Een week voor kerst kwam de ex de ingepakte cadeaus alvast onder de boom leggen. Kinderen hysterisch, ik trots. En dankbaar ook, dat wij nog steeds als gezin kerst vieren, dat we dat gewoon kunnen. Natuurlijk begonnen die knapen al te raden. “Lego!” riep Guus. “Een knuffel!” riep Freek. “Een vriendin voor papa!” grapte Guus. “‘Nee,” gilde Freek. “Ik wil geen stiefmoeder.”

“Die heb je al,” grapte de ex. En ik gloeide van trots. In alle opzichten.

Uiteindelijk werd het een kerst zoals alle andere. De ex grapte met mijn ouders, de kinderen waren dol en dwaas en ik probeerde al stokbrood snijdend een moment van rust te vinden. Het was druk, warm en de buit onder de boom was met dank aan corona licht teleurstellend, maar die tofferds deden hun best om dat niet te laten blijken. En de volgende dag was het opnieuw feest, want toen reed ik naar haar.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Beeld: privé.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden