null Beeld

Hannelore groeide op in een sekte: “Om te overleven, schakelde ik mijn gevoel uit”

Drie jaar is Hannelore (42) als ze terechtkomt in de sekte ‘Gemeente Gods’. Op haar 10e wordt ze hier gescheiden van haar moeder en jarenlang staat haar leven in het teken van angst en misbruik. Ze weet niet beter. Na haar bevrijding moet ze opnieuw leren leven. “Ik had geen idee wat liefde was, of vriendschap.” 

“Toen ik het manuscript van het boek over mijn jeugd in de sekte begon te lezen, voelde ik in eerste instantie geen emotie. Pas naarmate het verhaal dichter bij mijn bevrijding kwam, begon ik van alles te voelen: boosheid, frustratie, verdriet, onmacht. Ik begrijp wel waarom veel van wat ik las niet echt binnenkwam. In die periode van mijn jeugd heb ik mijn gevoel heel bewust uitgeschakeld. Dat was de enige manier om te kunnen overleven. Ik herinner me zelfs nog het precieze moment waarop dat gebeurde.

Mijn jongere zusje was een jaar eerder, op bevel van de leider, weggestuurd uit het klooster waar we met de andere aanhangers van de profeet woonden. Ze werd bij mijn oom en tante ondergebracht. Ik bleef bij mijn moeder, maar op mijn tiende werden ook wij uit elkaar gehaald. Ze verplaatsten mij naar een andere verdieping in het klooster, bij de andere meisjes van mijn leeftijd. Mijn moeder en ik mochten geen contact meer hebben.

Op een avond zag ik haar boven aan de trap staan, de tranen liepen over haar wangen. Ik wilde naar haar toe rennen, haar knuffelen en troosten, maar ze liep door. En ik wist dat ik ook door moest lopen. Die nacht huilde ik onder de dekens. Toen een van de zusters mijn gesnik hoorde en vroeg wat er was, vertelde ik eerlijk dat ik huilde om het verdriet van mijn moeder. De volgende dag, tijdens de bijbelstudie, richtte de leider het woord tot haar. Hij begon tegen haar te schreeuwen. Hij riep dat ze een demonische huilebalk was. Ik verstijfde. Mijn moeder werd in het bijzijn van alle volgelingen gestraft, en dat kwam door mij. Dat was het moment waarop ik besloot dat ik mijn gevoelens moest onderdrukken, omdat ze alleen maar problemen veroorzaakten. Ik moest worden wie zij wilden dat ik was. Ik, Hannelore, bestond niet meer. Pas toen ik zeventien was, en door de politie werd weggehaald bij de leider die zichzelf had omgedoopt tot Jusaiah de Profeet, ben ik gaan ontdekken wie ik zelf ben.”

Schrikbewind

“Mijn moeder is degene die mij in handen van de Gemeente Gods heeft laten vallen, en ze is ook degene die mij daar uit heeft bevrijd. Als jonge vrouw was ze op zoek naar diepgang en zingeving. Bij haar eigen kerk vond ze die niet voldoende en een kennis nam haar een keer mee naar een bijbelstudie van de Gemeente Gods. Ze was direct gegrepen door de charismatische leider Vrieswijk, die preekte met een donderstem en verklaarde een rechtstreekse verbinding met God te hebben. Ook mijn vader werd, hoewel hij een stuk nuchterder dan mijn moeder was, door hem gegrepen en steeds vaker woonden ze zijn diensten bij. Langzaam raakten ze in zijn ban. Als er handboek voor indoctrinatie zou bestaan, dan zou Vrieswijk het geschreven kunnen hebben. Stapje voor stapje kreeg hij zijn volgelingen steeds meer in zijn macht. Hij probeerde uit hoever hij kon gaan, en hoe ver zijn volgelingen bereid waren te gaan. Bij ons gezin begon het met een, volgens hem, ‘duivels’ schilderij dat boven de bank hing. Mijn moeder haalde het braaf weg. Niet lang daarna moest onze hond eraan geloven omdat hij volgens Vrieswijk ‘bezeten was door de duivel.’ Ook wist hij mijn moeder ervan te overtuigen om, samen met vijftien andere volgelingen, in het door hem opgerichte klooster te komen wonen. Vanaf mijn zesde speelde mijn leven zich hoofdzakelijk daar af. De kinderen uit het klooster gingen naar een door de profeet uitgezochte reformatorische school.

“De sekteleider bleek ongeveer elk mogelijke psychische afwijking te hebben”

In de jaren die volgden, brak mijn moeder met haar ouders en scheidde ze van mijn vader. Uiteindelijk deed ze afstand van mijn jongere zusje, die volgens Vrieswijk ook ‘bezeten’ was en volgens hem beter af was bij mijn oom en tante. In het klooster voerde hij een schrikbewind en zijn, veelal vrouwelijke, volgelingen werden emotioneel en lichamelijk door hem misbruikt. Ook ik ben vanaf mijn elfde seksueel misbruikt. Het bizarre is dat als je me toen had gevraagd of ik gelukkig was, ik volmondig ‘ja’ had geantwoord. De mensen met wie ik in het klooster woonde, voelden als familie, als mijn zusters. Ik was me er niet van bewust dat iedereen continu bang was, dat we elkaar wantrouwden, en altijd op ons hoede waren. Voor mij was dat normaal. Zelfs het misbruik was normaal. Het bracht je dichter bij God. Een kind volgt de volwassenen, en als zij zeggen; het is goed, dan geloof je dat als kind.”

Ontvoerd

“Uiteindelijk is mijn moeder degene geweest die de politie heeft gebeld. Nadat er van oud-leden beschuldigingen naar buiten waren gekomen aan het adres van Vrieswijk, werd de grond hem te heet onder de voeten en vluchtte hij. Ook de Belastingdienst en de kinderbescherming zaten achter hem aan. Samen met zijn nieuwe vrouw vertrok hij naar Israël en ik en een andere zuster moesten met hem mee. Het is nu moeilijk voor te stellen dat een minderjarig kind kon reizen met volwassenen die haar ouders niet waren, maar ruim 25 jaar geleden, ver voor de aanslagen op het WTC, stelden de controles op vliegvelden nog niet zo veel voor. In feite ben ik van mijn vijftiende tot mijn zeventiende door hem ontvoerd geweest; alleen voelde ook dat niet zo voor mij. Ik volgde hem gewoon, voelde me zelfs bijzonder dat ik mee mocht.

“Als je me toen had gevraagd of ik gelukkig was, had ik volmondig ja had geantwoord”

We verbleven een tijd in Israël en daarna op Cyprus. Ondertussen werd in Nederland het klooster ontmanteld. Er werd beslag gelegd en na belastende verklaringen van oud-leden, werd er ook een aanhoudingsbevel voor Vrieswijk uitgevaardigd. Uiteindelijk hebben mijn moeder en de rechercheur die deze zaak in behandeling had, ervoor kunnen zorgen dat mijn visum niet verlengd werd waardoor ik op het vliegtuig terug naar Nederland werd gezet. Vervolgens kwam ik terecht bij mijn oom en tante, die ook al jaren voor mijn zusje zorgden. Ik weet nog dat ik in eerste instantie alleen maar boos was. Ik wilde niet mee. In de taxi op weg naar mijn oom en tante zei ik: ‘Zodra ik achttien ben, ga ik weer terug.’”

Hereniging

“Er volgde een verwarrende tijd. Aan de ene kant miste ik geborgenheid en zekerheid van de Gemeente. Een plek waar ik geen keuzes hoefde te maken en alles voor mij werd besloten. Het voelde alsof ik bij mijn familie weg was gehaald en ineens werd neergezet bij mensen die zogenaamd mijn echte familie waren. Zo verliep de eerste ontmoeting met mijn zusje stroef. Ze voelde als een vreemde voor me. Maar aan de andere kant vond ik de rust, ontspanning en de gezelligheid van het leven in een normaal gezin ook prettig. Ik verbaasde me ook over de liefde en vanzelfsprekendheid waarmee iedereen binnen het gezin met elkaar omging.

Ook het contact met mijn moeder was in het begin moeizaam, maar herstelde voorzichtig. En mijn vader, die ik al jaren niet had gezien, schreef ik op een gegeven moment een brief waarin ik vertelde dat ik graag weer contact met hem wilde. In eerste instantie hield hij de boot af: het verliezen van zijn gezin had hem te veel pijn gedaan, maar in de jaren die volgden, kwamen ook wij weer nader tot elkaar.

Stapje voor stapje ontdekte ik dat de wereld buiten de gemeente misschien wel helemaal niet zo slecht was als mij altijd was voorgespiegeld. In feite moest ik opnieuw leren leven. Moeten leren wie ik zelf eigenlijk was. Wat ik lekker vond om te eten, wat mijn lievelingskleur was, welke kleren ik mooi vond – ik had geen idee. Eigenlijk wist ik ook niet eens wat liefde was, of vriendschap.”

Leren leven

“In het gezin van mijn oom en tante van mijn moeders kant heb ik geleerd hoe je in gezinsverband en vanuit vertrouwen samenleeft. Toen mijn opa, de vader van mijn moeder nog leefde, heeft hij talloze malen tevergeefs geprobeerd mijn moeder weg te halen bij de sekte en ook mijn oom en tante hebben tot aan mijn bevrijding gestreden tegen de macht van de Gemeente Gods. Maar pas toen ik, na een paar maanden in vrijheid Eduard ontmoette, leerde ik wat onvoorwaardelijke liefde is. Hij is er altijd voor mij geweest. Hij luisterde naar mijn verhalen, had eindeloos geduld met mij. Dat ik hem heb ontmoet, is van zo’n groot belang geweest. En ook mijn geloof is een groot houvast geweest, en is tot op de dag van vandaag heel belangrijk voor mij. Nadat ik me los had gemaakt van de Gemeente Gods, heb ik me ook losgemaakt van alles wat ik daar heb geleerd over God en de Bijbel. Net zoals ik opnieuw heb leren leven, heb ik ook opnieuw leren geloven. Een geloof vanuit liefde en vertrouwen, in plaats vanuit angst. Dit alles bij elkaar; het mezelf leren kennen, een nieuw wereldbeeld vormen, leren leven en liefhebben, is een enorm lang en ingewikkeld proces geweest. Een proces waarin ik ook waanzinnig boos ben geweest op alles en iedereen. Op mijn moeder, op de leiders van de sekte, op God. Mijn moeder heb ik al vrij snel kunnen vergeven. Omdat ik ervan overtuigd ben dat zij altijd heeft gedacht dat ze het goede deed, voor haar gezin. Zij had dit nooit kunnen voorzien en is zelf ook slachtoffer geworden van Vrieswijk. Ook met God heb ik een nieuwe band op kunnen bouwen.”

Loslaten

“Het moeilijkste was het vergeven van Vrieswijk zelf, de grote dader. Hij is uiteindelijk veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. Hij is opgepakt in Engeland, waar hij zich schuilhield. Uit het rapport van het Pieter Baan Centrum bleek dat hij gewoon hartstikke krankzinnig was: hij had zo ongeveer iedere psychische afwijking die je maar kunt hebben. Tot aan zijn dood, afgelopen winter, heeft hij geloofd dat hij een profeet van God was. Die letterlijke tekst staat ook op zijn grafsteen. Er zijn jaren overheen gegaan voordat ik mijn woede naar hem los kon laten. Zo bleef ik over hem dromen, en in die dromen schold ik hem uit en schopte en sloeg ik hem. Maar op een gegeven moment realiseerde ik me dat hij, zolang ik boos op hem bleef, in feite nog steeds macht over mij had. In zekere zin beheerste hij nog steeds mijn leven en dat gunde ik hem niet. Vergeven is iets anders dan vergeten, maar door mijn woede los te laten, heb ik mezelf van hem en mijn verleden bevrijd. Vergeven doe je uiteindelijk niet voor de ander, maar voor jezelf.

Ik wil mijn verhaal vertellen omdat er nog steeds kinderen opgroeien in sektes. Op dit moment zijn er alleen al in Nederland nog minstens tachtig sektes actief, met bij elkaar tienduizenden leden. Ik hoop ook te kunnen laten zien, dat welke klappen je ook krijgt van het leven, je eroverheen kunt komen. Ik ben moeder van vier prachtige kinderen, ik ben samen met mijn grote liefde. Ik ben dankbaar. Ondanks mijn valse start is het mij gelukt om alsnog een goed leven te hebben.”

Frank Krake schreef een boek over het leven van Hannelore in de Gemeente Gods Hannelore, het meisje uit de sekte (Uitgeverij Achtbaan).

Interview: Deborah Ligtenberg. Fotograaf: Petronellanitta.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden