null Beeld

@Heleen van Royen: We zijn gewoon blij voor jou. En voor Bart. En je film natuurlijk…

Gisteren kwam Libelle met 't nieuws dat Heleen van Royen gaat trouwen. De ene helft van Nederland dacht dat 't om een 1 april grap ging; de andere startte een hotline met haar management om het nieuwtje bevestigd te krijgen. Zo werd een rel(letje) geboren. En omdat wij bij Libelle niet van het rellen zijn, publiceren we nu (bij hoge uitzondering) alvast het hele interview uit het blad.

Binnenkort gaat ‘haar’ film De Ontsnapping in première, ze is net vijftig geworden, ten huwelijk gevraagd door haar 22 jaar jongere vriend en de kinderen zijn het huis uit. Jan Heemskerk praat even bij met schrijfster Heleen van Royen. “Je kunt wel ontsnappen aan een situatie, maar niet aan jezelf.”

Even ons geheugen opfrissen: in De Ontsnapping vlucht hoofdpersoon Julia naar Portugal om te ontsnappen aan de wurgende sleur van haar huwelijk en het schuldgevoel over de dood van haar oudere broer. Ze ‘leent’ geld uit de kas van het bedrijf van haar vader, verbouwt haar complete lichaam, huurt een villa en verzekert zich van de ‘diensten’ van een knappe donkere gigolo, die – jawel – Romeo heet. Het boek werd, zoals alle boeken van Heleen van Royen, een bestseller. En nu komt dan de film. Een mooie aanleiding om even bij te praten met de schrijfster, die kortgeleden ook nog eens vijftig is geworden. Een gesprek vol mijlpalen en uitdagingen en de grootste verandering van alles: “Ik ben zo lekker rustig geworden!”

“Je kunt wel ontsnappen aan een situatie, maar niet aan jezelf”

Hoe is de film geworden?

“Het is altijd een beetje stom om zelf te zeggen, maar: hij is heel erg goed! En dat komt helemaal niet door mij, maar door Isa Hoes, zij speelt super. Ze is heel rauw en puur en ze durft ook - zo heet dat in acteurstaal -, ze durft ook lelijk te zijn of lelijk te spelen. Als je de scènes ziet die zich in Nederland afspelen, snap je echt heel goed dat ze weg wil. En als ze dan echt vertrekt, gelóóf je ook dat ze er onder lijdt dat ze de kinderen moet achterlaten. De chemie met Edwin Jonker, die Romeo speelt, is heel geloofwaardig. Er zit veel humor in, maar ook het verhaal van de broer die jong is gestorven. Echt heel mooi, maar toch ook heel zwaar. Ik was dat eigenlijk een beetje vergeten. Het is echt niet alleen maar 'holadiejee, leve de lol: wij gaan ontsnappen en feesten in Portugal'. Je ziet ook heel goed hoe moeilijk het is om te ontsnappen. Want je kunt wel ontsnappen aan een situatie, maar niet aan jezelf.”

Jouw grote thema dus: benauwdheid voor het burgerlijke, de behoefte om te ontsnappen en daar toch nooit helemaal in slagen.

“Ik weet niet of het afkeer van het burgerlijke is. Ik weet het zelf ook niet zo goed. Voor mij is het… ik wil niet vastzitten. Gebonden zijn, vind ik heel moeilijk. Als het is: 'Dit is het en zo zal het altijd blijven', zal ik altijd een manier zoeken om er toch weer onderuit te kunnen. Ik denk dat vrijheid en ruimte voor mij gewoon heel erg belangrijk zijn in mijn leven. Dat ik kan zijn wie ik ben en doen wat ik wil.”

In De Ontsnapping zit toch wel heel veel weerzin tegen die arme echtgenoot, zelfs tegen de kinderen. Alsof het hun schuld is dat Julia ongelukkig is.

“Die man is een beetje een controlfreak. Wel lief, maar heel erg van de routine. Het is een keurig huishouden. Met een denkmatje voor de kinderen waar de moeder op een gegeven moment ook op moet staan. Dat keurslijf is moeilijk. Ik heb er zelf ook moeite mee als je heel erg in de rol van huisvrouw of huismoeder wordt gedrukt. Dat iedereen je maar aankijkt van 'wat eten we vanavond?’ en ‘waarom is de koelkast leeg?'. Die verantwoordelijkheid van moeders om altijd maar alles perfect te doen voor anderen. Ik kan ook wel moederlijk en lief zijn. Maar ik vind dat niet altijd maar vanzelfsprekend.”

Je kunt er nog boos van worden! Wil je nog steeds ontsnappen?

“Het is nu allang niet meer zo sterk. Naarmate je ouder wordt, word je volgens mij sowieso rustiger.”

null Beeld

En de kinderen zijn toch lekker het huis uit…

“Ja, mijn dochter Olivia woonde al op kamers, die gaat nu samenwonen met haar vriend en Sam gaat in haar oude kamer.”

“Ik zie mijn zoon eigenlijk alleen horizontaal op de bank of in zijn bed. En die rotzooi… Ik erger me kapot”

Al last van het lege nest-syndroom?

“Misschien een beetje. Het is heel dubbel: ik voel dat het goed is dat hij op zichzelf gaat wonen. Hij is nu achttien jaar en ik zie hem eigenlijk alleen maar horizontaal op de bank of in zijn bed. En die rotzooi… Ik erger me daar kapot aan. Alles laten staan. Kommen, bakken. Wat de werkster af en toe uit zijn kamer haalt... vijf vuilniszakken met lege snoepverpakkingen en glazen. Die moet dus echt op kamers! Ik voel me als een moeder die het kind het nest uit moet duwen. Het is tijd! Ga maar! Veel succes en veel plezier. En natuurlijk mag je terugkomen als het echt een keer niet gaat of als je een weekend wilt crashen en verwend wilt worden. Helemaal prima, maar nu wegwezen.”

Terugkijkend op de opvoeding tot zover: is het goed gedaan?

“Ik denk het wel, het zijn echt leuke kinderen en voor zover ik weet, zijn ze ook gelukkig. Mijn dochter is echt zo'n modelkind dat iedere ouder wil hebben, die is verstandig, ambitieus, slim. Ze doet het ook heel goed, zit nu op de UvA en gaat binnenkort naar de Erasmus Universiteit. Ze is voorzitter van de Amsterdamse Carrièredagen, het is echt ziek hoeveel ik over haar opschep. En dan is ze ook nog lief en sociaal. Ik weet niet hoe het kan. Mijn zoon is dan weer heel erg grappig en heeft zijn eigen kwaliteiten. Hij studeert Communicatie in Amsterdam en werkt als steward in de ArenA. We hebben hetzelfde gevoel voor humor. Thuis is hij wat lui, maar buiten de deur schijnt hij heel beleefd en hulpvaardig te zijn.”

Hoe lang is het nu geleden dat je bij hun vader bent weggegaan?

“Dat was eind 2012, ruim twee jaar geleden.”

Jij en Ton hebben vlak daarvoor de huwelijksgeloften nog opnieuw gedaan, toch?

“Ja, dat was in juni, toen waren we twintig jaar getrouwd. Ik denk ook dat het een soort poging was, we wilden allebei echt heel graag dat het huwelijk goed zou blijven. We hielden en houden heel veel van elkaar. Dat is ook niet veranderd. Maar het samen zijn, het samenwonen, ging gewoon niet en dat moet je op een gegeven moment accepteren. Als het niet goed zit, is dat een soort wond. Je kunt wel doen of hij er niet is, maar je voelt het iedere dag.”

Heb jij niet het gevoel dat relaties sowieso een beperkte houdbaarheidsdatum hebben?

“Een enkeling lukt het om voor altijd bij elkaar te blijven. Maar volgens mij lukt het vaker niet dan wel. De meeste mensen hebben geen relatie voor het leven. De meeste relaties zijn eindig.”

“Ik sluit niet uit dat Ton en ik ooit weer bij elkaar terugkomen”

Misschien verwachten we wel gewoon te veel van relaties

“Ja! Het is toch raar dat je na twintig jaar denkt: het is mislukt. Nee, het is niet mislukt. Het is heel lang wel gelukt en op een gegeven moment werkt het niet meer. Het is niet dat al die twintig jaar zijn mislukt. Ik ben ook hartstikke blij dat ik die relatie heb gehad. Ik vind het ook geen verspilde tijd. Het hield alleen op. Hoewel ik niet uitsluit dat Ton en ik ooit wel weer bij elkaar terugkomen. Over tien of vijftien jaar. Dat we elkaar dan toch weer vinden en samen in het bejaardentehuis gaan zitten.”

“Toen Bart me een foto stuurde, schrok ik me dood: hij was pas 26!”

Maar nu heb je Bart

“Voor de duidelijkheid: ik kende hem echt niet toen Ton en ik uit elkaar gingen. Ik heb hem, heel stom, via Twitter ontmoet. Hij begon tegen me aan te twitteren en voor ik het wist, waren we aan het whatsappen. Ik woonde nog – alleen – in Portugal, hij in Utrecht. Ik had hem nog nooit gezien. Dus toen hij een foto stuurde, schrok ik me helemaal dood. Hij was pas 26! Maar ja, hij was wel heel leuk en hij appte heel grappig. En heel zorgvuldig met hoofdletters, leestekens en correcte spelling, geen infantiele taal, hij schreef gewoon als een normaal volwassen mens. Toen zijn we een keer wat gaan drinken en was het vrijwel meteen raak. We zijn ook vrij snel met elkaar op vakantie geweest naar Griekenland. Dat was zó tof, het had natuurlijk helemaal fout kunnen gaan. Voor hetzelfde geld stap je met een idioot het vliegtuig in. Maar het ging supergoed.”

“Bart heeft me net ten huwelijk gevraagd, we zijn dus verloofd!”

En iedereen maar denken dat je een woeste jonge dekhengst hebt opgeduikeld. Dit is gewoon een heel zoete verkering.

“Dat is het ook! We zijn echt net Jip en Janneke, we kunnen allebei echt kinderlijk blij zijn met elkaar en met de momenten die we hebben. En wat ook heel leuk is, en dat klinkt misschien een beetje gemeen: we gaan niet samen een gezin stichten of kinderen opvoeden, we hebben niet eens samen een huis, en dat vind ik wel héél prettig. Als ik jonge stellen zie met kleine kinderen, vind ik dat zielig. Dat geworstel. Dan ben ik blij dat ik dat niet meer heb. Dat gaat bij ons niet gebeuren en dus blijven we heel erg op elkaar gericht. Bart is echt super: hij heeft me net ten huwelijk gevraagd, dus we zijn verloofd.”

null Beeld

Maar wil hij dan geen gezin?

“Ik vind het ergens wel jammer dat we zo veel in leeftijd schelen, maar het enige voordeel dat er aan kleeft: als ik ooit écht te oud voor hem word, wat ik me heel goed kan voorstellen, is hij nog jong genoeg om een gezin te stichten. Als hij nu 35 was geweest, was dat lastiger geweest. Maar hij is 28, over tien of vijftien jaar kan hij nog makkelijk aan kinderen beginnen. Dat vind ik fijn. Ik wil zijn leven niet belemmeren.”

Over leeftijd gesproken: je bent dus vijftig geworden. Hoe voelt dat? Vijftig is het nieuwe veertig?

“Dat vind ik onzin, vijftig is gewoon vijftig. Ik vond veertig ook niet het nieuwe dertig. Dat slaat allemaal nergens op. Je bent gewoon een dier. We zijn natuur. Mijn lichaam wordt gewoon vijftig. In het leven zit een soort spanningsboog. De opbouw en de piek heb ik wel gehad en ik denk dat het nu langzaam naar beneden gaat.”

Je klinkt alsof je dat helemaal niet erg vindt.

“Nee, het is de natuurlijke gang van zaken. Je kunt niet je hele leven alleen maar pieken, pieken, pieken en blijven pieken. Als je dat doet, sterf je jong, dan gaat er ergens iets mis. Nee, ik heb er eigenlijk niet zo'n moeite mee.”

Het klinkt zo berustend, en dat voor iemand die altijd wil ontsnappen.

“Niet aan de onvermijdelijkheid der dingen. Daar kun je niet aan ontsnappen. En trouwens: ik las laatst in de krant dat mensen na hun vijftigste het gelukkigst zijn. Omdat het leven minder zwaar wordt. Ik voel dat wel hoor, ik heb al zo veel gedaan: relaties gehad, bestsellers geschreven, verfilmingen, twee kinderen, heel vaak verhuisd, in Portugal gewoond. Ik heb echt al een heel leven achter de rug. Ik heb niet meer die haast: 'ik móet nog dit of dat'. Het is nu veel meer: laat ik eens kijken wat ik nog allemaal kan doen. Ik voel geen bewijsdrang meer.”

Eigenlijk zeg je dus dat je de rest van je leven gaat doen waar je zin in hebt?

“Ja! Ik kan gewoon eigenlijk doen wat ik wil.”

Een nieuw boek schrijven, staat dat nog op de agenda?

“Nee. Dat staat nu niet op de planning. Ik ben met andere dingen bezig. Bij voorbeeld: mijn moeder wordt dit jaar 85, die is nu een beetje aan het dementeren en ik wil dat vastleggen. Ik zou het kunnen beschrijven, maar het is veel indringender om het met een camera te doen, omdat je haar dan ziet en hoort. Dat wil ik gaan doen. Ik heb het haar verteld en ze vond het goed. Het raakt me heel erg mijn moeder zo te zien. En ik vraag me af of ik, als ik zo oud ben, ook zo ga worden. Of ik dan inderdaad hetzelfde ben en net zo eigenwijs en net zo bot zoals zij is. Dat wordt heel confronterend.”

Geen boek, echt niet? We zijn in shock!

“Echt niet. Ik heb momenteel geen verhaal dat ik per se wil vertellen in boekvorm. En ik heb zin om dingen met mensen samen te doen. Schrijven is een heel eenzaam proces. Ik heb er totaal geen zin in. Er is weerstand. En mijn hersens raken altijd van slag van het schrijven. Het heeft iets... verwoestends is een groot woord, maar het trekt echt wel een wissel op me. En dan kan ik niet slapen en moet ik weer aan de slaappillen. Daar ben ik net eigenlijk allemaal vanaf. Voor het eerst sinds jaren kan ik gewoon slapen zonder slaappillen.”

Ik las dat je nog wel antidepressiva slikt

“Ja, maar nog maar een halfje, dat is echt niet veel. Ik durf er niet echt mee te stoppen, want het gaat nu net zo goed. Stel dat ik stop en het dan niet meer goed gaat? Het is bijna niks. Zonder slaappillen is voor mij al echt bijzonder. Het is lang geleden dat ik goed in slaap kon vallen.”

Je slikt die pillen tegen bipolaire stoornis. Ik weet er niet zo veel van, maar dan ga je toch van heel extreme momenten vol energie en blijheid ineens naar een diepe put?

“Ja. Zo was het tenminste vroeger. Toen had ik echt van die perioden dat ik het gevoel had dat alles kon, dat niets te gek was. Maar zo'n periode liep altijd ten einde. Op een gegeven moment kwam de klap. En dan is alles donker, zwart en somber. Nu is alles vlakker, minder dalen maar ook minder pieken. Eigenlijk zit ik nu ik ouder word gemiddeld meer aan de sombere kant, wat ik ergens wel jammer vind. Ik kan het ook wel missen hoor, dat je je heel erg kon opwinden over dingen. Dat tsjakka-gevoel, ergens vol voor gaan. Doordraven in dingen. Ik kan het wel missen omdat het heel veel energie gaf. Dat voel ik niet meer zo en ik kan het zeker niet oproepen. Heel soms komt het terug, maar toch vind ik dit lekkerder dan die pieken en dalen. Dit is waarschijnlijk normaal.”

PS: De man op de foto is overigens niet Bart maar Libelle ster-reporter Jan Heemskerk

Interview: Jan Heemskerk. Beeld: Chantal Ariëns

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden