null Beeld

Het lege nest syndroom: “Het is een soort liefdesverdriet van één kant”

Ze knipperde drie keer met haar ogen en haar kinderen waren uitgevlogen. Journalist Manon Sikkel over die nieuwe fase van loslaten én betrokken blijven: “Het is een soort liefdesverdriet van één kant.”

Ik was de eerste in onze vriendenkring die zwanger werd en toen mijn dochter was geboren, belde ik mijn vrienden om te vertellen hoe ongelooflijk bijzonder het was om je kind in je armen te houden. Een wonder, zo voelde het. En dan hadden we haar ook nog Maria genoemd. Na een lange periode van slapeloze nachten, geprakte courgettehapjes en een niet aan te raden experiment met herbruikbare luiers, ging mijn Maria naar school. In een heerlijk rustig ritme volgden er kinderfeestjes, zwemlessen en Cito-toetsen. Zo traag als die eerste jaren verliepen, zo snel gingen de laatste. Ik knipperde drie keer met mijn ogen en ineens waren alle kinderen het huis uit. Zelfs de jongste. In plaats van opluchting te voelen, werd ik overvallen door een verdriet dat ik nog niet kende.

Op straat kwam ik een vriendin tegen die vanwege haar werk te maken had met statushouders uit Syrië. Ze sprak dagelijks met mensen die alles waren kwijtgeraakt. Voor de ingang van de supermarkt vertelde ze me hoe al dat verdriet haar had uitgeput, maar hoe krachtig en mooi de menselijke ziel toch was. Zelfs bij de ergste tegenslag, was er altijd hoop, vertelde ze. Ik keek haar glazig aan. “En hoe gaat het met jou?”, vroeg ze. Ik begon keihard te huilen. “Ik mis mijn kind”, snotterde ik. Mijn verlies stond natuurlijk in geen verhouding tot het verdriet dat ze net had beschreven, maar ik kon mijn tranen niet meer stoppen.

Malle heks

Het duurde nog vier jaar, mijn verdriet. Een soort liefdesverdriet van één kant. Mijn dochter zat inmiddels veilig ver weg in Barcelona, waar ze na haar studie in Engeland een baan had gevonden. Toen ze klein was en in een draagzak op mijn buik hing, kreeg ik een keer ongevraagd advies van een oudere vrouw: “Geniet er maar van, nu het nog kan.” Ik begreep niet meteen wat ze bedoelde. “Het is voorbij voor je het weet”, vervolgde ze. Malle heks, dacht ik toen. Nu was ik zelf zo’n malle heks. Op straat moest ik me inhouden jonge ouders niet te waarschuwen. Vooral als ze achter de kinderwagen druk bezig waren met hun telefoon wilde ik ze het liefst tot de orde roepen. “Kijk naar je kind! Geniet ervan! Het is voorbij voor…”

In de vier jaar dat mijn dochter in Engeland studeerde, volgde ik als een verliefde puber haar sociale media. Ik zag haar als stralend middelpunt tussen jonge mensen die ik niet kende. Af en toe belde ik, maar niet te vaak. Toen ik een keer opperde om een weekend te komen logeren, appte ze in paniek terug: ‘Een HEEL weekend?!’

Gevolg van mijn verdriet om mijn dochter was trouwens wel dat ik mijn zoon in zijn laatste jaren van de middelbare school tot op het bot heb verwend. Zijn vertrek vond ik makkelijker, misschien juist doordat ik me erop had kunnen voorbereiden. Andere ouders hebben juist meer moeite met de laatste die vertrekt. Dat las ik in The Empty Nest van Celia Dodd. Zij was tien jaar geleden zo verbaasd dat er bijna geen boeken over het lege-nestverdriet waren dat ze er zelf maar een schreef. Ze vergelijkt de ouder in het lege nest met een badmeester: je zit op zo’n hoge stoel volledig onzichtbaar belangrijk te zijn. Je moet erop vertrouwen dat ze niet verdrinken, want je hebt ze zelf leren zwemmen.

De snowflake-generatie

Loslaten én betrokken blijven, een lastige combinatie. Uit onderzoek blijkt dat kinderen er tegenwoordig langer over doen om financieel en emotioneel onafhankelijk te worden van hun ouders. Het huis uit gaan was vroeger misschien een duidelijke scheidslijn. Het ene moment woonde je als kind bij je ouders, het volgende moment woonde je op jezelf of was je getrouwd. Tegenwoordig komen jonge mensen na hun studie soms als een boemerang terug naar het ouderlijk huis, wat het loslaten voor ouders ingewikkelder maakt. De snowflake-generatie worden ze genoemd: volwassen kinderen die door hun ouders nog volledig in de watten worden gelegd.

In het boek van Dodd zegt psycholoog Terri Apter van Cambridge University dat kinderen die lang nog op de support van hun ouders kunnen rekenen, zich beter aanpassen aan de overgang naar zelfstandigheid. Ze durven meer risico’s te nemen in de wetenschap dat er altijd een vangnet is. Juist dat aanwezig zijn op afstand maakt het lege nest soms wat zwaar. Je moet er zijn als die badmeester, maar je moet er ook op vertrouwen dat ze het alleen kunnen en hen hun eigen fouten laten maken. “Loslaten is een van de moeilijkste taken van elke opvoeder”, zegt Dodd. Je kunt ‘zorgzame ouder zijn’ niet zomaar uitzetten. “De overgangsjaren tussen de achttien en halverwege de twintig is de meest uitdagende fase van het ouderschap. Als ouder moet je je kind loslaten om door te kunnen gaan naar een meer volwassen relatie.”

Dat kinderen steeds meer afstand nemen van het gezin en dat ze zelf ook door fases gaan, hoort bij het proces. De afstand die ouders zien, is misschien geen emotionele verwijdering, maar een andere relatie. Twintigers willen geen verwijdering van hun ouders, ze willen een ander soort relatie. Daar hebben ze ook recht op. Ze zijn kind, maar hun nieuwe rol is ook volwassen zijn. Die afstand hebben ze nodig om jou als ouder in een andere rol te zien. Je bent niet alleen hun vader of moeder, maar ook een mens.

Een nieuw begin

Dodds eigen beste advies is om je te richten op de lange termijn. Hoe ziet de relatie met je kind er over vijf of tien jaar uit? Ze schrijft: “Als ik had geweten dat onze relatie niet ophield toen mijn eerste kind het huis uit ging, maar zich zou blijven ontwikkelen, had ik me veel beter gevoeld op het moment dat ze vertrokken”, zegt Dodd. “Wat vóór je ligt, is niet een eind, maar een nieuw begin.”

6x omgaan met een leeg nest

Erken gevoelens: Het lege nest wordt soms omschreven als rouwen, maar daarmee maak je het ook zwaar. Het is een verlies dat bij het leven hoort, zoals de winter bij de seizoenen. Maar neem het ook serieus en zie het als een fase die je moet doormaken. Wat tijd nodig heeft en aanpassing.

Wees trots: Het ouderschap is ook hard werken. En terugkijkend is het soms makkelijker om je fouten te zien, dan wat je als ouder hebt bereikt. Maar kinderen grootbrengen die nu zelfstandig de wereld in stappen, daar heb je toch echt een belangrijke bijdrage aan geleverd.

Vergeet spijt: Ouderschap vraagt om compromissen. Offers die je maakte voor je kinderen, of tijd die je juist verspilde en liever aan hen had besteed. Spijt komt altijd achteraf. Kijk naar jonge ouders en zie dat zij soms ook maar wat doen. Wees mild voor jezelf en probeer terug te kijken zonder spijt.

Wees creatief: Je kunt jezelf verliezen in werk of verplichtingen, maar je kunt de tijd die je nu hebt ook op een creatieve manier invullen. Door te zingen, muziek te luisteren, te tekenen of te tuinieren. Creativiteit helpt je omgaan met je gevoelens.

Zoek steun: Accepteren dat je kinderen een eigen leven hebben is een langzaam proces en zorgt voor allerlei emoties: verdriet, spijt, trots op hoe onafhankelijk ze zijn geworden, en soms ook een gevoel van opluchting. Je werk zit er op. Niet alle ouders ervaren dat hetzelfde als jij. Praat met andere ouders, luister en leer van elkaar.

Verander van focus: Zie het lege nest niet als een einde, maar als een begin. Het is niet het eind van moeder zijn (of vader). Al voelt het soms wel zo. Het is een overgangsfase naar een nieuwe invulling van het ouderschap, die waarschijnlijk nog veel langer duurt dan die eerste twintig jaar en die net zo veel voldoening kan geven.

Tekst: Manon Sikkel. Beeld: Getty Images.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden