null Beeld

Hoe goed ken jij de verkeersregels? Doe de test!

Drie op de tien kinderen is soms bang in het verkeer. Als ouder heb je de taak die angst weg te nemen, zegt Veilig Verkeer Nederland. Maar kennen we zelf eigenlijk wel zo goed de regels? Test hier je kennis!

A.V.

Vandaag doen bijna 200.000 leerlingen uit de hoogste klassen van het basisonderwijs het schriftelijk verkeersexamen. Maar zo'n examen is niet genoeg. Ouders moeten ook meer oefenen met hun kinderen, zegt José de Jong van Veilig Verkeer Nederland (VVN). Ze adviseert ouders vaker met hun kinderen de straat op te gaan, zodat ze meer ervaring krijgen en zekerder worden in het verkeer. "Het oefenen in het verkeer is belangrijk om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen", aldus José.

Geef het goede voorbeeld

Ouders moeten dan wel het goede voorbeeld geven, volgens de woordvoerder van VVN. Kinderen leren op school hoe het in theorie zou moeten, maar de praktijk leren ze van ouders. Maar kunnen we dat wel, verkeersles geven aan onze kinderen? Kennen we de regels zelf wel goed genoeg? Uit onderzoek van Veilig Verkeer Nederland blijkt dat ruim eenvijfde van de ouders met kinderen van 7 tot en met 12 jaar zich eigenlijk niet altijd aan de verkeersregels houdt.

Tijd voor een opfriscursus!

Dat kan natuurlijk nooit kwaad. Hieronder de eerste 5 vragen van het verkeersexamen uit 2014 (de antwoorden vind je onderaan het artikel). Hoe goed ken jij de regels?

Doe de test!

null Beeld

1. De brandweerauto komt uit de uitrit van de brandweerkazerne rijden. Hij heeft geen zwaailicht en sirene aan. Moeten de fietsers de brandweerauto voor laten gaan?

a. Ja

b. Nee

null Beeld

2. Eline en Lindsey willen de straat met het verkeersbord ingaan. Welke zin is waar?

a. Eline mag de straat ingaan, Lindsey mag alleen verder gaan als zij gaat lopen met de fiets aan de hand.

b. Eline mag de straat lopend ingaan, Lindsey mag de straat inrijden.

c. Alleen Lindsey mag de straat inrijden. Voetgangers mogen deze straat niet ingaan

null Beeld

3. Gerwin en Thom komen bij een kruispunt. Welke zin is waar?

a. Gerwin en Thom mogen voorgaan. De fietser en de voetgangers moeten wachten.

b. Gerwin en Thom moeten de voetgangers voor laten gaan. Zij hoeven de fietser niet voor te laten gaan.

c. Gerwin en Thom moeten de voetgangers en de fietser voor laten gaan.

null Beeld

4. Gerwin en Eline willen naar de overkant. Zij krijgen te maken met een auto van rechts. Welke zin is waar?

a. De auto mag voorgaan, Gerwin en Eline moeten wachten.

b. Gerwin mag voorgaan, Eline moet de auto voor laten gaan.

c. Gerwin en Eline mogen beiden voorgaan.

null Beeld

5. De fietsers krijgen te maken met de gele auto die achteruit uit de parkeerplaats komt rijden. Drie kinderen praten over de foto. Wie heeft gelijk?

a. Sanne: "De kinderen moeten nu afremmen en goed opletten of die gele auto wel voor hen stopt. Het is niet zeker dat die automobilist hen op tijd ziet."

b. Britt: "De kinderen moeten doorfietsen, want die gele auto moet hen voor laten gaan. Die auto stopt wel."

c. "Kevin: De kin­de­ren moe­ten af­stap­pen en over de stoep ver­der lo­pen tot ze voor­bij de par­keer­plaats zijn."

Meer oefenen? Bekijk de rest van de vragen via het oefenexamen van Veilig Verkeer Nederland. Download ook de VVN Verkeersexamenapp om samen met je kind te oefenen!

Antwoorden: 1b, 2b, 3a, 4c, 5a.

Bron: RTL Nieuws, Veilig Verkeer Nederland. Beeld: iStock

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden