null Beeld

PREMIUM

Hugo Borst: “Ik ben sowieso niet van het weggooien, ik bewaar te veel”

Hugo Borst (57) en Iris Koppe (35) zijn beiden schrijvers, maar daar houdt de gelijkenis wel op. Toch zijn ze vrienden en gaan ze geen onderwerp uit de weg. Over oud worden, sex, politiek, corona en meer: Hugo en Iris stellen brutale vragen én geven openhartig antwoord.

H: Doe jij dat ook weleens, door de contacten van je telefoon scrollen? En dat je dan bij sommige namen denkt: wie was dat ook alweer?

I: Verveel je je?

H: Nee. Ik vind dit een nuttig tijdverdrijf. Ik test mijn geheugen. 90 procent van die nummers heb je nooit meer nodig.

I: Nou, dan gooi je ze eruit.

H: Nee. Want als er iemand van lang geleden belt, weet ik wie het is en dan kan ik bepalen of ik zin heb in zo iemand.

I: Ja, slim.

H: Ik ben sowieso niet van het weggooien, Iris. Ik bewaar te veel. Veel te bang ook dat ik iets weggooi waar ik later spijt van krijg.

I: Ben je een hoarder?

H: Ik heb wat trekjes van een obsessieve verzamelaar. Maar het loopt net niet uit de hand. Ik heb nog kleding van mijn vader, weet je dat?

I: Nou, dat snap ik op zich nog wel.

H: Praktisch is het niet. Ik heb zijn maat niet. Zijn ene been was 1,5 centimeter langer dus alle schoenen zijn vanwege een verhogende hak überhaupt onbruikbaar.

I: Waarom bewaar je die schoenen en die kleding dan? Vanwege zijn geur?

H: Nee, die is er na 12 jaar uit. Ik weet niet, het voelt een beetje als verraad. Ik vind het ook een geruststellende gedachte dat-ie er nog een beetje is. In de kast. Ik heb zijn handschrift ook bewaard. Hij had een bijzonder handschrift. Ik zou het uit duizenden herkennen. Hij maakte aantekeningen op artikelen in kranten en tijdschriften. ‘Lezen!’ ‘Goed verhaal.’ ‘Bewaren.’

I: Ahhhh, schattig. Toch zou je zonder kunnen, als je zou willen. Je vader zit in je hart. Toch?

H: Nou, in mijn hoofd. Ik kom weleens in een moeilijke situatie. Stel ik mezelf de vraag: wat zou pa nu doen? En dan weet ik het meteen. Ik weet wat-ie zou zeggen. Dat is fijn.

I: Ik ben best bang dat mijn ouders komen te overlijden.

H: Ik heb die vrees heel mijn leven gehad. Maar toen ze gingen, was ik er geloof ik klaar voor. Ik was 46 toen pa stierf en 56 toen mijn moeder ging.

I: Hopelijk heb ik ze nog lang.

H: Bespreek alles. Als er oud zeer is, spreek het uit. Zelfs klein zeer. En veel knuffelen.

I: Maar dat mag nu juist niet.

H: Shit ja, natuurlijk. Dat is een van de rotste dingen van deze coronatijd.

I: Denk je nou elke dag nog aan je ouders?

H: Volgens mij wel. Ik droom best veel over mijn vader. Altijd leuke dromen. Ik word dan met een glimlach wakker. Dan is het eventjes alsof-ie er nog is.

I: Hoe oud werd hij?

H: 80 jaar. Een paar maanden ouder dan zijn vader werd. Dat was zijn wens, de 80 aantikken. Dat is ook mijn wens. Weet je wat trouwens leuk is? Mijn oom Ab, mijn vaders oudere broer, leeft nog. Zondag wordt-ie 102. Ik zie mijn vader in hem. Hoewel hij doof is, kan ik met hem praten. Ik stel altijd een vraag over mijn vader. Ga ik zondag ook weer doen. “Oom Ab, klopt het dat uw broer Henk als kind zo ondeugend was?” En dan hang ik aan zijn lippen.

Fotografie: Marte Visser, Klaas Koppe

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden