null Beeld

PREMIUM

Hugo Borst: “Toen mijn moeder overleed, werd ik niet overvallen door verdriet”

Hugo Borst en Iris Koppe zijn beiden schrijvers, maar daar houdt de gelijkenis wel op. Toch zijn ze vrienden én gaan ze geen onderwerp uit de weg. Over oud worden, politiek, sex, corona en meer: Hugo en Iris stellen brutale vragen en geven openhartig antwoord.

I: "Nou? Vertel op."

H: "Is dat belangrijk voor je? Dat een man huilt?"

I: "Niet per se. Maar bij jou vind ik het wel interessant. In al die jaren heb ik nog nooit meegemaakt dat je ogen glazig werden."

H: "Ik zal niet beweren dat huilen me gemakkelijk afgaat. Het is bepaald geen routine."

I: "Wanneer was de laatste keer?"

H: "Toen Tijger was gestorven, onze kat. Het was een maand na mijn moeders dood. Het was een moeilijke beslissing. De dierenarts vermoedde een tumor in zijn kop of een beroerte. Zijn gedrag was heel raar, apathisch. Alsof zijn karakter weg was. Hij was 16 jaar en we hebben besloten om hem te laten inslapen. Toen ik afscheid had genomen en ’m daar zo zag liggen, voelde weglopen alsof ik hem in de steek liet. Ik brak."

I: "Hoe groot was het verdriet om je moeder?"

H: "Ik was een en al opluchting, Iris. Haar laatste maanden waren een helletocht. In de foetushouding, bijna altijd in slaap, amper contact; alleen dat hart klopte maar door. Ik snakte naar haar verlossing en toen plotseling bleek dat ze enorme angst en pijn had, kreeg ze Dormicum en morfine. Met die noodzakelijke medicatie is ze in een paar dagen weggegleden, met afwisselend zoons en schoondochters in haar nabijheid. Toen ze haar laatste adem had uitgeblazen, werd ik niet overvallen door verdriet. Dat had ik in de 4 jaren dat ze in een verpleeghuis zat steeds ervaren. Ik verloor haar fragment voor fragment."

I: "Dat moet vreselijk zijn. Iemand beetje bij beetje verliezen."

H: "Dat was het ook. Nadat ze was gestorven heb ik niet gehuild."

I: "Voel je je daar schuldig over?"

H: "Nee, waarom? Na de dood van mijn vader hebben we het verdriet voor ma kunnen verlichten. We hebben haar trouw bezocht en gesteund. Ik kon niet veel meer doen, denk ik."

I: "Heb je om de dood van je vader gehuild?"

H: "Ja. Beslist. Hij stierf 10 jaar eerder dan ma, terwijl hij een enorme levensdrang had. Hij had beter de langstlevende van die 2 kunnen zijn, denk ik. Toen hij wegviel, min of meer plotseling, was ik even in paniek. Kon ik wel zonder mijn ouweheer?"

I: "Ik zou ook in paniek zijn. Bleef je overeind zonder hem?"

H: "Uiteindelijk wel. Hij was een rots in de branding, een heel evenwichtige man die intens genoot van het leven. Hij was in een diepe coma terechtgekomen. We wisten dat zijn hersenen en organen onherstelbaar waren beschadigd. Ik ben toen in mijn eentje naast zijn bed gaan zitten en ben tegen hem gaan praten. Ineens moest ik keihard huilen. Daarna werd ik kalm. Wat meehielp: er was geen oud zeer."

I: "Ja, scheelt dat?"

H: "Het maakt afscheid nemen makkelijker. Tussen mijn moeder en mij was het er ook niet. Alles was uitgesproken."

I: "Knap."

H: "Joanie is alweer 8 maanden. Ben jij nog overgevoelig? Of zijn die hormonen inmiddels uit je lijf?"

Fotografie: Marte Visser, Klaas Koppe

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden