null Beeld

PREMIUM

Hugo Borst: “Voor mijn lol stap ik niet in het vliegtuig”

Hugo Borst en Iris Koppe zijn beiden schrijvers maar daar houdt de gelijkenis wel op. Toch zijn ze vrienden én gaan ze geen onderwerp uit de weg. Over oud worden, politiek, sex, corona en meer; Hugo en Iris stellen brutale vragen en geven openhartig antwoord.

I: Jullie gaan toch elk jaar naar Portugal?

H: Sinds 2004 ja. Maar ik heb onze vlucht gecanceld. Ik vind vliegen een zeer onprettige manier van reizen.

I: Je lijdt aan claustrofobie, toch?

H: De ene keer meer dan de andere, maar voor mijn lol stap ik niet in het vliegtuig. Het idee dat ik nu een mondkapje op moet en een verhoogd risico op corona loop, maakte het een eenvoudige beslissing. Jammer van Portugal. Ik houd van dat land.

I: Vreemd toch, dat in vliegtuigen die ‘anderhalve meter’ niet geldt?

H: Ja, belachelijk. Onverstandig ook. Dat vliegtuigmaatschappijen worden ontzien, heeft het verzet vergroot tegen het noodzakelijke afstand houden vanwege het virus. Mensen pikken die inconsequentie niet.

I: Maar goed. Geen Algarve dus. Het werd Zuid-Holland.

H: Het was geweldig in de Pipowagen. Je zit letterlijk op het strand, nog voor de duinen. Niet dat ik me Jan Wolkers op Rottumerplaat waande, hij was alleen op een verlaten eiland.

I: Ik ken zijn dagboek. Prachtig.

H: Maar het was rustig. Omdat we buiten het seizoen gingen, waren er niet veel mensen. Dus je bent je heel bewust van de getijden, de natuur, de elementen. Vorig jaar kregen we storm. Het was best warm. We renden naar zee en onze blote benen werden gezandstraald. En toen een duik in de golven.

I: Hè? Ik zie dat jou helemaal niet doen.

H: Mevrouw Borst rende mee hè? Handjes vast. We konden elkaar amper verstaan door de wind. Was een te gekke ervaring. Toen het ging onweren, zijn we wel binnen gaan zitten. Met een kopje thee erbij de hemel zien oplichten, terwijl verderop de schepen varen. Dit jaar was er een ander natuurverschijnsel. Weet je wat zeevonk is?

I: Nee. Ik ben een stadsmens, helaas.

H: Witte golfjes vol eencelligen in ondiep water die ’s avonds en ’s nachts groen fluorescerend oplichten. Ze bewegen zo dat het net een neonreclame is. Van links naar rechts, van rechts naar links. En het houdt niet op. Het is zo prachtig, Iris. Google er maar op. Het is waanzinnig.

I: Ik ga het opzoeken. En heb je deze keer ook nog gezwommen?

H: Het water is 14 graden. Voor mij te koud.

I: Watje.

H: Moet jij zeggen met je wetsuits altijd.

I: In de Atlantische Oceaan ja, in het Portugese voorjaar, als ik aan het surfen ben. Dan moet je wel zo’n pak aan. Vergeleken met die oceaan daar is onze Noordzee een warm bad.

H: Zijn jullie trouwens nog steeds van plan om een tent op het dak te zetten?

I: Yep, dit weekend. Dan begint voor ons de vakantie in een koepeltentje op ons dakterras. Met onze eigen – goed schoongeboende badkamer – één trap beneden ons. Ik zie er eerlijk gezegd wel een beetje tegenop. Ook omdat ik nu niet meer zo bang ben voor hoestende mensen, vraag ik me af of we toch niet iets verder op vakantie kunnen dan onze eigen straat.

H: Haha, nu niet terugkrabbelen hè?

I: Nee, nee. Ik app je wel een foto als de tent staat.

Fotografie: Marte Visser, Klaas Koppe

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden