null Beeld

Igone de Jongh: “Door Thijs leer ik om niet in paniek te raken”

Met haar afscheid van Het Nationale Ballet had danseres Igone de Jongh (41) een helder doel voor ogen: minder keurslijf, meer vrijheid. “Het is zo lekker om zélf mijn keuzes te kunnen maken.”

Het is een van die tropische dagen in augustus en door de straten blaast een snikhete wind, maar in het hotel waar we hebben afgesproken is het heerlijk koel. Toch vraagt danseres Igone de Jongh (41) bijna smekend: “Zullen we buiten lunchen? Het is hier zo koud! En ik ben dol op dit weer.” Dus zitten we even later aan een tafeltje langs een Amsterdamse gracht en kijken we vol verbazing toe hoe opeens een duiker met volle bepakking opduikt uit het water. Zelf heeft ze ook gedoken, vertelt ze, in Indonesië – bij Menado op Sulawesi, waar een toenmalig vriendje duikinstructeur was.

Indonesië is het land waar haar moeder vandaan komt: “Mijn moeders familie is Chinees, ze woonden in Indonesië. Het gekke is, toen ik voor het eerst in China kwam dacht ik: nu ga ik vast iets herkennen en voelen, maar dat gebeurde totaal niet. Toen ik voor het eerst in Indonesië kwam, had ik dat wél, ik voelde me er meteen thuis. Het klopte met het beeld dat ik bij alle familieverhalen had. Mijn moeder was een jaar of tien toen de familie naar Nederland verhuisde, ze had dus nog levendige herinneringen aan haar moederland."

Je was 27 toen je moeder stierf. Denk je nog vaak aan haar op belangrijke momenten, zoals afgelopen jaar, toen je afscheid nam van Het Nationale Ballet?

“Ik denk sowieso heel vaak aan haar. Dagelijks! Bij mijn afscheid dacht ik: wat gek dat je ook hier niet bij bent. Het stapelt zich natuurlijk op, alle gebeurtenissen waar ze niet bij is. De geboorte van Hugo, mijn huwelijk met Thijs (Römer, red.), mijn afscheid van Het Nationale Ballet… Het went nooit.”

Doet het nog net zo veel pijn als veertien jaar geleden?

“Ja, maar het is ook anders. Dat is moeilijk uit te leggen… misschien omdat ik zelf ouder word. Ik ben nu natuurlijk ook zelf moeder.”

Misschien ga je gaandeweg je moeder meer zien als mens, en niet alleen als moeder?

“Precies, dat is het. Ik vraag me zo vaak af: wat zou ze hiervan vinden? Het is vreemd dat mijn herinneringen stoppen bij het moment dat ze stierf. Ik heb er geen beeld bij hoe ze nu zou zijn, als ze tien, twintig jaar ouder was geworden.”

Je moeder was je leven lang ziek.

“Vlak na mijn geboorte kreeg ze borstkanker. Bij vlagen was het weg, maar het kwam altijd weer terug. Natuurlijk was ze bij perioden heel erg ziek, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat mijn broer en ik iets hebben gemist. Of dat moeilijk was of zwaar? Helemaal niet, we hoefden nooit op kousenvoeten door het huis te sluipen. Het was juist lief en gezellig en dicht bij elkaar. Ik denk dat mijn moeder veel voor ons heeft achtergehouden in onze kinderjaren. Later niet meer, dat wilden we ook niet.”

Ze droomt weg. Staart naar woonboten in de gracht. Wat voor herinnering speelt er nu door je hoofd?

“Ze was er altijd voor me, we hadden een hechte relatie en vriendschap. Ik hoor mensen weleens zeggen: 'Twee dagen met mijn moeder en ik wil heel hard wegrennen.' Dat kan ik me niet voorstellen. Als mijn ouders op vakantie waren, gingen wij ernaartoe, mijn broer en ik, voor een of voor twee weken. Dat was altijd heel makkelijk, bij elkaar zijn. De familie van mijn moeders kant was heel close. Mijn moeder, mijn tante, mijn neef, broer, mijn vader, ik: wij waren heel vaak bij opa en oma Van Zalm. Typisch Indisch was het daar: oma stond altijd in de keuken, er was eten voor iedereen die meekwam, het was er altijd gastvrij en warm. Thijs kent dat ook, hij heeft dat meegekregen van zijn oma en opa Römer, die hadden dat Jordanese, dat iedereen altijd welkom was. Zo’n sfeer willen we ook bij ons thuis scheppen. Zo van: zondag gaan we naar Igone en Thijs.”

En wie komen er dan?

“Natuurlijk Sammie, Thijs’ dochter, en Hugo, mijn zoon. En iedereen die daar een beetje bij hoort en mee wil komen. Zondagavond is het open huis.”

Wie kookt er?

“Ik kook meestal. Vaak Italiaans, dat vinden we allebei lekker en dat is ook niet zo moeilijk. Nee, Indonesisch koken kan ik niet. Oma Van Zalm kon heerlijk koken, maar ze kon niet uitleggen wat ze deed. Ik was nog te jong om ermee bezig te zijn, dus ik stond er niet met mijn neus bovenop. Mijn vader stond er vaak naast om te kijken, maar dan nóg snapte hij er niks van. Nadat opa en oma zijn gestorven – allebei nog vóór mama gelukkig – heb ik heel lang niet Indonesisch gegeten. Dat komt nu een beetje terug, ik heb veel behoefte aan rijst.”

Einde ballet

Sinds oktober 2019 danst Igone niet meer bij Het Nationale Ballet, het gezelschap waar ze 24 jaar danste en in rap tempo opklom van élève naar solist. Ze had alle grote klassieke rollen en was de muze van choreograaf Hans van Manen, die talloze moderne dansstukken op haar lijf schreef. Vorig jaar hakte ze de knoop door: ze wilde nog wel een aantal jaren dansen, maar niet langer in het strakke keurslijf van Het Nationale Ballet. Ze wilde zélf haar stukken kiezen, haar partners, zelf haar voorstellingen samenstellen, meer vrije tijd, minder het strakke regime van een groot internationaal gezelschap.

Toen je stopte vorig jaar: zat daar niks van frustratie bij?

“Nee, ik voelde dat ik in een andere fase terecht was gekomen. Dat ik nog graag wilde dansen, maar meer zeggenschap wilde hebben over hoe en wat. Als corona geen roet in het eten had gegooid, had ik zelf een avond samengesteld in Carré afgelopen juni. Dat is nu een jaar uitgesteld. Zoiets zou nooit hebben gekund als ik nog had gedanst bij Het Nationale Ballet. En over twee of drie jaar ben ik daar sowieso te oud voor en zou ik het ook niet meer ambiëren. Het leek me zo lekker om na al die jaren zélf mijn keuzes te kunnen maken. Ik had er niet meer zo’n zin in om me te voegen naar de agenda van het gezelschap. Ik was, hoe moet ik het zeggen... te volwassen geworden.”

Ze vertelt hoe ze volop in de voorbereiding zat van haar avond in Carré toen corona een stok tussen de spaken stak.

“In oktober danste ik mijn laatste voorstellingen, in november en december had ik vrij. Voor het eerst in mijn volwassen leven heb ik Sinterklaas, kerst en oud & nieuw voluit kunnen vieren. In januari begon ik weer rustig, met trainen, met vergaderen, bedenken en creëren van mijn avond in Carré. En toen hield opeens alles in een keer op. In het begin hoopte ik tegen beter weten in dat Carré nog door zou gaan, maar toen duidelijk werd dat we nog lang niet klaar waren met dat virus heb ik het losgelaten. Thijs en ik waren in december verhuisd naar Zuiderwoude, twee minuten fietsen van Katja (Katja Schuurman, de ex van Thijs Römer, red.) vandaan. Thijs kende het dorp dus al en hij wilde heel graag bij Sammie in de buurt wonen. Voor mij kwam dat op een geweldig moment. Normaal heb je als danser in de zomer hooguit twee of drie weken vrij, dan kan je lichaam nauwelijks herstellen. Ik kwam daar helemaal tot rust – zowel fysiek als mentaal. Ik had tijd om dingen verwerken.”

Wat moest je verwerken?

“Ik voelde daar dat de stap die ik had gezet goed was, dat ik toe was aan een volgend hoofdstuk. Soms raakte ik nog in paniek om het geld. Ik moet toch ook voor mijn zoon kunnen zorgen? Toen ik nog een vaste baan had, hoefde ik nooit over geld te tobben en dat vond ik een veilig gevoel. Thijs heeft me altijd gesteund, altijd gezegd: jij moet het doen zoals jij het voelt. Het was zo’n grote beslissing, daar wilde hij geen invloed op hebben. Maar ik heb hem natuurlijk wel gevraagd: ben jij niet bang dat er geen geld binnenkomt? En dan zei hij: nee. Hij heeft zijn leven lang niet anders dan deze onzekerheid gekend. Corona was voor hem ook heftig: er stond een film op het programma, een serie en een toneelstuk. Vijf, zes maanden werk weg. Maar we hebben een spaarpotje, en ik leer door hem om niet in paniek te raken.”

Je bent net 41 geworden. Voelt je lichaam nog zoals het hoort te voelen?

“Ik voel dat ik geen dertig meer ben, en ook geen vijfendertig. Ik word stijver, het duurt langer voordat ik helemaal warm ben. Het lijf heeft meer onderhoud nodig, ik moet vaker naar de masseur, vaker naar de chiropractor, meer rekken na een training …”

Hoe heb je jezelf in vorm gehouden tijdens de lockdown?

“Zoals alle dansers over de hele wereld: ik ging thuis aan de slag. Ik heb een barre gekocht en die in mijn slaapkamer gezet. Later mocht ik trainen in het dorpshuis, waar in normale tijden wordt geklaverjast en de kinderen zangles krijgen. Daar is een mooie grote ruimte, daar ligt nu mijn vloertje en staat nu mijn barre.”

Niet eenzaam?

“Die eenzaamheid vind ik wel lekker. En ik ben gedisciplineerd, ik moet eerder oppassen dat ik niet té hard ga. Maar ik heb ook weleens een paar dagen niet getraind hoor. Toen we nog niet wisten wanneer het einde in zicht zou komen, vond ik het wel even moeilijk om de discipline op te brengen. Maar als danser kun je niet drie maanden niks doen, dan moet je weer helemaal opnieuw beginnen. Dat had ik ook na de zwangerschap, dat ik me wel herinnerde hoe het moest, maar mijn lijf niet.”

Toen kwam je dertig kilo aan. En nu?

“Nu ben ik denk ik ook een paar kilo aangekomen, maar die zijn er wel min of meer weer van af. En ik laat me ook niet helemaal gaan hè, het gaat hooguit om een paar kilo. Als ik er dan weer even tegenaan ga, ben ik die ook zo weer kwijt. Maar we hebben in coronatijd wel heel veel geborreld met zijn tweeën. Om twee uur aan de witte wijn, bitterballen en chips. We kookten ook niet als de kinderen er niet waren, aten alleen borrelhappen. Heerlijk.”

Zonder schuldgevoel?

Lachend: “Zonder schuldgevoel. Dat komt door Thijs. Hij heeft me echt geleerd om te genieten van het moment. Wat ik ook zo heerlijk vond: we waren opeens heel veel samen. Thijs ging weleens alleen naar Amsterdam, om door een lege stad te wandelen. Dat vond hij magisch. En dan kwam hij weer lekker naar huis.”

En je zoon? Mist hij zijn oude leventje?

“Hugo is ontploft van geluk. Die zagen we nooit meer, die was alleen maar buiten: vissen, spelen, zwemmen. Een echt natuurkind.”

Hugo is de zoon van twee dansers. Schuilt er ook een danser in hem?

“Fysiek zou hij het kunnen, maar hij toont geen enkele interesse. Wel in voetbal, zwemmen, mountainbiken, van alles. Maar dansen – daar heeft hij niks mee. Dat vind ik niet jammer, welnee. Hij moet doen wat hij leuk vindt.”

Wist jij dat er een buitenmens in jou schuilde?

“Nee, totaal niet! Ik heb altijd in een stad gewoond, in Haarlem bij mijn ouders, in Londen, in Amsterdam. Maar ik vind het heerlijk. We zeggen elke dag tegen elkaar: kijk nou waar we wonen! De dijk en het IJsselmeer zijn zo dichtbij, in de zomer gingen we bijna elke dag zwemmen, kinderen mee, hond mee. Ik mis de stad geen moment.”

Je bent nu weer op tournee, terug in de schijnwerpers. Hoe doe je dat met al die beperkingen?

“Op een gegeven moment ben ik met mijn producent om de tafel gegaan. Ik zei: ‘Ik kan niet wachten tot we weer vol aan de bak kunnen, dat duurt voor mij te lang. Ik kan mezelf voor even in vorm houden, maar dat is op een gegeven moment ook op.’ Toen hebben we de anderhalvemetersessies bedacht, een kleine tour voor een klein publiek, met twee voorstellingen op een avond. Daar zijn we in september mee gestart. En dan hopen we in januari met de grote tour te beginnen. Zowel klassiek ballet als moderne dans, ook nieuwe dingen, speciaal op mijn verzoek voor die avond gemaakt.

En, wat ik heel spannend vind: ik ga dingen op het toneel vertellen, over mijn leven, wat me bezighoudt. Ik merkte vorig jaar, in die laatste maanden toen mijn afscheid al was aangekondigd, dat veel mensen speciaal naar het theater kwamen om mij te zien dansen. Dat had ik me nooit zo gerealiseerd. Je zit zo in een bubbel en het publiek spreek je nooit. Maar toen werd ik overladen met mailtjes en briefjes en cadeautjes van mensen die schreven dat ze het zo erg vonden om me nooit meer te zien dansen. Daarom wil ik heel graag, zoals ook Alexandra Radius heeft gedaan, naar de mensen toe, het land in. Dansen, over mijn leven vertellen: een kleine, intieme, zachte voorstelling. Me laten zien zoals ik ben."

Over Igone de Jongh

Igone de Jongh werd geboren op 9 september 1979 in Haarlem. Vanaf haar achtste volgde ze de opleiding aan de Nationale Balletacademie in Amsterdam en daarna aan de Royal Ballet School in Londen. In 1996 werd ze élève bij Het Nationale Ballet, waar ze op haar 24e solist werd. In oktober 2019 nam ze afscheid van Het Nationale Ballet. Ze is ook jurylid bij de SBS-show Dance Dance Dance. Igone heeft samen met oud-danser Mathieu Gremillet een zoon, Hugo (11). In 2019 trouwde ze met acteur Thijs Römer, met wie ze in Zuiderwoude woont.

Tekst: José Rozenbroek. Fotografie: Dana van Leeuwen

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden