null Beeld

Irene sprak haar pesters aan: “De confrontaties hadden een helende werking”

Irene Campfens (39) werd van haar 4e tot haar 16e gepest. De afgelopen jaren heeft ze een aantal van haar pestkoppen uit haar verleden gesproken. Gezien en gehoord worden, bleek de verzachtende zalf voor haar littekens.

“Mijn eerste pestherinnering gaat terug naar groep 1 van de basisschool. Een klasgenootje treiterde me om mijn schoenen en omdat de gekke leraar op school mijn vader was. Ik beet letterlijk van me af, heel ongelukkig in haar wang. Na het bijtincident zetten mijn ouders me op een andere basisschool. Ook daar werd ik gepest.

Van de leraar moest ik per se met rechts schrijven, terwijl ik linkshandig ben. Dat was erg oncomfortabel, dus ik huilde vaak. Al snel was ik de huilebalk van de klas. Halverwege groep 3 verhuisden we van Haarlem naar Bloemendaal. Daar bleek het nog erger. Ik werd gepest om mijn ouders die allebei leraar waren op mijn school, mijn sociaal onhandige gedrag en omdat mijn kleren en schoenen niet hip waren. Al op jonge leeftijd ben ik in de overlevingsstand geschoten. Als anderen mij lastigvielen, voelde ik vaak tranen opkomen. Maar niemand mocht ze zien – dat zou het nog erger maken – dus begon ik te slaan, schoppen of gek te doen.

Als kind was ik vaak ziek. Hoge koorts, migraine, ’s ochtends flauwvallen, spugen, oorontstekingen: allemaal spanning gerelateerde klachten die werden uitgelokt door het pesten. Er werd weinig mee gedaan. Thuis wilde ik op de schoot van mijn moeder uithuilen, en wenste ik dat mijn vader boos de school zou bellen. Maar niets van dat gebeurde. Ik moest naar school. Vragen hoe het met me ging, deden ze niet. Wel zeiden ze: ‘Je bent ook een ingewikkeld kind’ en ‘Stel je nou niet zo aan’. Ik heb me vreselijk in de steek gelaten gevoeld door hen. Dat is ook de reden dat we geen contact meer hebben. Al begrijp ik, nu ik ouder ben, wel beter dat mijn ouders gevangen zaten in hun eigen moeilijkheden en zich daardoor misschien niet bij machte voelden om mij op een goede manier te steunen.”

"Ik begon te twijfelen aan mezelf. Was het dan misschien niet zo erg geweest?"

Chronische stressstoornis

“Ik ging met dezelfde pestkoppen door naar de middelbare school. Daar prikten ze passers in mijn rug, werden er stukken van mijn haar geknipt en gingen er briefjes rond met daarop een blote, ‘lelijke’ Irene getekend. Op brugklaskamp had de grootste pestkop mijn hele bed ondergespoten met deodorant. Door de zoete geur werd ik zo vaak door muggen geprikt dat ik de volgende dag wakker werd onder de galbulten, een allergische reactie op alle beten. Ik wilde weg en belde overstuur naar huis: ‘Papa, mag ik naar huis? Ik vind dit zó erg’. ‘Even doorzetten’, was zijn reactie. Hij kwam me niet ophalen. Niemand sprak de pester er op aan. Ook de leerkrachten niet. Sterker nog: ze hielden de groepsdynamiek in stand. Zij waren me ook gaan zien als het lastige kind waar altijd wel iets mee was. Op mijn 16e ben ik zonder diploma van de middelbare school gegaan. Ik wilde er geen dag langer zijn. Ik ging uit huis, schreef me in voor een mbo-opleiding en belandde via de hbo op de universiteit. Maar van school afgaan en een eigen leven leiden, bleek onvoldoende om de pijn van het pesten achter me te laten. Ik nam niet de ruimte om mijn traumatische, ongelukkige jeugd te verwerken. Dat besef kwam pas jaren later toen mijn vorige langdurige relatie strandde. Ik was op dat moment 26 en werkte in de psychiatrie. Ik woonde samen met de knapste collega van de opnamekliniek en ons werk was alles voor ons. Dat ik zelf ook hulp nodig had, zag ik niet. Het zien van zulk ernstig psychiatrisch leed gaf mij eerder het gevoel dat het met mij wel snor zat. Tot mijn vriend vreemdging en mijn fijne, vertrouwde bubbel uit elkaar spatte. Ik stortte in en de huisarts verwees me door naar een therapeut. Daar keek ik voor het eerst naar mezelf. Ik kon mijn pestverleden niet langer wegdrukken.

Het stelselmatige pesten heeft uiteindelijk geleid tot chronische PTSS en een knetterende depressie. Hiervoor ben ik behandeld door een psychotherapeut en ik heb EMDR gehad. In die periode van bijna 10 jaar voelde ik me zwaarmoedig en was ik vaak geagiteerd. Waarom moest ík zo hard vechten om erbovenop te komen, terwijl ik beschadigd was door anderen? Dat voelde zo onrechtvaardig!”

Pijnlijke confrontatie

“De afgelopen jaren heb ik contact gehad met een aantal van mijn pesters. De eerste confrontatie was met Margot, de grootste pestkop op de middelbare school. We bleken een gezamenlijke vriendin te hebben, precies degene met wie ik samen een feestje voor onze verjaardagen gaf. De vriendin vroeg of ze Margot ook mocht uitnodigen. Ze kende ons verleden, maar kon zich moeilijk voorstellen dat Margot zo gemeen is geweest. Voor mijn vriendin besloot ik het gesprek met Margot aan te gaan. Er gebeurde zo veel toen ik haar weer zag, ik voelde me meteen weer dat meisje van 12. Margot herkende mijn verhalen niet echt, en over mijn voorbeelden, zoals het ondergespoten matras op brugklaskamp en de passerpunten in mijn rug, haalde ze haar schouders op. Ze wist weliswaar dat ze me had gepest, maar dat was ‘vast niet zo erg als ik me herinnerde’. Het gesprek was pijnlijk en ingewikkeld en gaf op dat moment geen voldoening. Het was slechts een formaliteit: even afvinken voor het feestje.

Ik had haar de wind van voren moeten geven, dacht ik eenmaal thuis. Ze heeft zich zó naar gedragen, ze had eerst haar excuses moeten aanbieden voordat we verder konden praten. Maar dat kreeg ik er op dat moment niet uit. Ik schoot meteen weer in die oude, kwetsbare rol. Door haar ontkenning ging ik zelfs even aan mezelf twijfelen. Was het dan echt niet zo erg allemaal? Met Margot heb ik daarna nooit meer echt gesproken. Omwille van mijn vriendin heb ik het zo gelaten.

“Alsof we in een keer alles konden wegvegen omdat we elkaar toevallig troffen”

3 jaar geleden werd ik opnieuw geconfronteerd met een grote pestkop. Nu lukte het me wel om ad rem te reageren. Ik zat bij de condoleance van de stiefvader van mijn vriend en daar stond ze opeens. Ze stak haar hand naar me uit en ik zag meteen dat zij het was: Angelina. ‘Ik wil je hand niet’, zei ik. Ze schrok. ‘Hoezo niet? Het is toch bijzonder dat we elkaar nu weer tegenkomen?’ Ik had er geen behoefte aan. Alsof we in 1 keer alles konden wegvegen omdat we elkaar toevallig op zo’n verdrietige gelegenheid troffen. Ze liep weg en heeft me niet meer aangekeken. Ze moet weten wat ze heeft aangericht. Stelselmatig meewerken aan pesten, vergeet je echt niet. Hoe hard een pester ook zijn of haar best doet om dat te geloven.”

Gezien worden

“Gelukkig waren er ook positieve confrontaties. Zo reageerde oud-klasgenoot Wim op een Facebookpost van mij waarin ik iets losliet over mijn pestverleden. Hij realiseerde zich nu pas hoe erg de schooltijd voor mij moest zijn geweest. Hij had het ook maar laten gebeuren. ‘Als je er voor openstaat, wil ik wel een keer een kop koffie met je drinken’, schreef hij. Dat vond ik een prettige handreiking. Een afspraak hoefde van mij niet, maar dat hij z’n besef met mij deelde, was al heel waardevol. Hij was de eerste die het niet minder erg maakte dan het was. Hetzelfde gebeurde na mijn deelname aan een fototentoonstelling over pesten. Ook daarop reageerden verschillende oud-klasgenoten. Allemaal hadden ze zich destijds niet gerealiseerd hoe erg het was. Dat zij het initiatief namen om contact te zoeken en aan mij lieten of ik er wel of niet iets mee wilde, voelde prettig. Een-op-een afgesproken heb ik nooit met ze, daar had ik geen behoefte aan. Benoemen en erkennen dat het zo geweest is, was voldoende.

Uiteindelijk zijn die contacten helend geweest. Jarenlang voelde ik me eenzaam. Ik bleef hangen in het verleden, zat gevangen in die nare pestwereld. Door het te delen, is het niet meer iets van mij alleen. Al het contact met de voormalige pesters – ook dat onbevredigende contact met Margot – hebben me uit die eenzame wereld getrokken. Ik heb mezelf laten zien en mijn verhaal gedeeld. Dat is ook mijn grootste advies aan alle mensen die gepest worden of zijn: zoek op een of andere manier de confrontatie op. Als is het maar met één pester. Puur om jezelf te laten zien. Dat is zo’n enorme stap vooruit. Het is voor pesters het belangrijkst om niet te ontkennen. Als je het verhaal niet herkent, zeg dan liever niets. Maak het vooral nooit kleiner.

“Waarom moest ik zo hard vechten om erbovenop te komen?”

De littekens van het pesten blijven jeuken, maar er bestaat een verzachtende zalf: zelfwaardering. Ik geloof inmiddels dat alle pestkoppen vroeger niet voor niets pestten; ze hadden hun eigen issues, misten ook iets: aandacht, troost of sociale vaardigheden. Ik sta nu sterk in mijn schoenen en ben assertief en veerkrachtig. De harde, ingewikkelde Irene is weg, ik ben vriendelijk, open en zacht. Een groot deel van mijn leven bestond uit overleven. Nu leef ik meer dan ooit.”

Irene wil met haar dialoogplatform Bravico eenzaamheid uitde taboesfeer te trekken. Om privacyredenen zijn de namen van de pesters gefingeerd.

Interview: Marieke Ordelmans. Fotografie: Robert Alexander.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden